
tuimelbomen (zie ald.) maken, buitelen - Voorbeeld: ‘
Vast en stevig stapt zij over steen en struik, geeft zich met heel het lijf in het lopen, wentelt en robbelt, klimt en klautert, tuimelboomt en wagewielt, of vlijt zich en luiert wellustig als een jonge poes’
Gevonden op
https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0022.php
Geen exacte overeenkomst gevonden.