Zoek op

uitlachen

uitlachen werkw.Uitspraak:   ['œytlɑxə(n)] Verbuigingen:   lachte uit (verl.tijd enkelv.) Verbuigingen:   heeft uitgelachen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen op een vervelende manier om iemand lachen Voorbeelden:   `je klasgenoot uitlachen al...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/uitlachen

UITLACHEN

1) Belachelijk maken 2) Bespotten 3) Irrideren 4) Uitjouwen
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/UITLACHEN/1

uitlachen

• [ov] door lachen bespotten. (+audio)
Gevonden op http://nl.wiktionary.org/wiki/uitlachen

uitlachen

spottend om iemand lachen vb: iedereen lachte hem uit toen hij een rok ging dragen
Gevonden op http://www.muiswerk.nl/mowb/?word=uitlachen
Geen exacte overeenkomst gevonden.