Zoek op

zeur

de zeur zelfst.naamw. (m./v.) Uitspraak:   [zør] Verbuigingen:   zeur|en (meerv.) iemand die zeurt Voorbeeld:   `een oude zeur` © Kernerman Dictionaries. SpellingCorrect gespeld: 'zeur' komt voor in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalun...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/zeur

ZEUR

1) Beuzeling 2) Doordrammer 3) Drammer 4) Drein 5) Druiloor 6) Erwtenteller 7) Femelaar 8) Femelgat 9) Femelkous 10) Geitenbreier 11) Iemand die op alles een aanmerking heeft 12) Kieskauwer 13) Klooier 14) Kniesoor 15) Knorrepot 16) Leuterkous 17) Seibelaar 18) Sikkeneurig mens 19) Teem 20) Teemkous 21) Temer 22) Teutkous 23) Vervelend iemand 24) V...
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/ZEUR/1

Zeur

Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-en), lor, vod, prul; wisjewasje, beuzeling, kleinigheid.
~EN, ow. [gelijkvloeiend] (ik zeurde, heb gezeurd), smarten, leed -, droefheid verwekken; lastig vallen; dwingen, plagen (met aanhoudend knorren); over iets -, lang spreken over iets.
~IG, [bijvoegelijk naamwoord] (-er, -st), onaangenaam, l...
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0029.htm
Geen exacte overeenkomst gevonden.