zwichten werkw. Uitspraak: [ ˈzwɪxtə(n) ] Afbreekpatroon: zwich·ten Vervoegingen: zwichtte (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: is gezwicht (volt.deelw.) iets toch doen dat je niet wilde of van plan was niet te doen Voorbeelden: 'zwichten voor een aantrekkelijk aanbod' , 'zwichten voor zeurende kinderen' Synoniemen: : toegeven, bezwijken ... Gevonden op https://woorden.org/woord/zwichten
1) Door de knieën gaan 2) Wijken 3) Zeilterm 4) Plooien 5) Opzij gaan 6) Zwaaien 7) Cederen 8) Onderwerpen 9) Toegeven 10) Bezwijken 11) Zich onderwerpen Gevonden op https://mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/Zwichten/1
• [erga] toegeven, wijken; het moeten afleggen. • [ov] : [molenaarsambacht] : het aanpassen van de zeilvoering op de wieken i.v.m. de windsterkte. Gevonden op https://nl.wiktionary.org/wiki/zwichten
Het aanpassen van de zeilvoering op de wieken. De zeilvoering moet aangepast worden als de windkracht is veranderd. Bij sterkere wind: zeil minderen, bij zwakkere wind: meer zeil spannen. Gevonden op https://encyclo.nl/lokaal/10988