Kopie van `TechnoPartner`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.
Categorie: Economie en financiën
Datum & Land: 28/02/2007, NL
Woorden: 383


Aansprakelijk vermogen
Som van het achtergesteld vreemd vermogen en het eigen vermogen dat als buffer dient in het geval van faillissement.

Aansprakelijkheid
Het voor schadevergoeding aangesproken kunnen worden op de gevolgen van een feit of een handeling, onafhankelijk van de vraag of er sprake is van opzet of schuld.

Aanmaning
Aansporing (schriftelijk) tot het alsnog betalen van een openstaande rekening.

Aanloopkosten
Alle kosten die worden gemaakt tijdens de startperiode van een onderneming of van een project.

Aandeel
Een bewijs van deelname in een NV of BV.

Activa
De balansposten op de linkerzijde van de balans: de bezittingen en vorderingen van een onderneming.

Actiereclame
Reclame die tot doel heeft de afnemer direct tot een actie over te laten gaan. Deze actie houdt veelal het kopen van het desbetreffende product in. Veelal gaat actie-reclame gepaard met tijdelijke prijsverlagingen of met de aanwijzing `vernieuwd`.

Achtergesteld vreemd vermogen
Vermogen waarvan de verstrekkers in geval van faillissement van de onderneming slechts rente en aflossing ontvangen, nadat aan de financiële verplichtingen aan de overige schuldeisers is voldaan.

Accountant
Iemand die beroepsmatig zorgt voor het inrichten, leiden, nazien en controleren van boekhoudingen en administraties van instellingen en bedrijven, en daar ook toe bevoegd is. Vaak wordt ook de belastingaangifte verzorgd door een accountant.

Afvloeiende koopkracht
Koopkracht wordt in deze gezien als het aantal potentiële afnemers. Daarbij betekent afvloeiende koopkracht dat het aantal potentiële afnemers in een bepaald marktgebied kleiner wordt.

Afschrijven
Het tot uitdrukking brengen van de waardevermindering van een duurzaam productiemiddel.

Afnemerskrediet
Een vorm van kortlopend vreemd vermogen waarbij de afnemer aan de leverancier krediet verleent, door te leveren goederen of diensten vooruit te betalen.

Aflossingscapaciteit
De hoeveelheid geld die uit de nettowinst (na afschrijvingen en belastingen) overblijft voor het aflossen van leningen of ander krediet.

Algemene voorwaarden
Standaardbedingen waarnaar verwezen kan worden bij het opstellen van een schriftelijke overeenkomst. Algemene voorwaarden mogen niet `onredelijk bezwarend` zijn; dan kunnen ze door de rechter nietig worden verklaard.

Algemene leveringsvoorwaarden
Dit zijn algemene voorwaarden waartegen een verkoper de koper levert. Deze voorwaarden kunnen bijvoorbeeld de leveringstermijn, betalingstermijn en wijze van aflevering omvatten. De algemene leveringsvoorwaarden worden meestal meegedrukt op een orderbevestiging of op een offerte. Algemene leveringsvoorwaarden behoren tevens gedeponeerd te zijn bij de kamer van koophandel waar het bedrijf ook ingeschreven staat.

Arbowet
De Arbowet bevat bepalingen die betrekking hebben op de veiligheid, de gezondheid en het welzijn in verband met de arbeid. De gebouwen waarin mensen werken moeten voldoen aan de eisen die in deze wet gesteld worden. Voor kantoorruimten, maar ook voor andere ruimten geldt onder meer dat waar mensen voor langere tijd verblijven daglicht moet zijn. Ruimten die niet aan deze eis voldoen, mogen uitsluitend voor verblijf van korte duur worden gebruikt, bijvoorbeeld als vergaderruimten.

Arbodienst
Vanaf 1 januari 1998 zijn nagenoeg alle bedrijven verplicht zich aan te sluiten bij een Arbodienst. Voor een aantal bedrijfstakken geldt deze verplichting al sinds 1 januari 1996. Tot die laatste groep behoren onder meer: de bouwnijverheid en de metaal- en elektrotechnische industrie. De Arbodienst moet de veiligheid, gezondheid en het welzijn in organisaties bevorderen. Een belangrijke taak van de Arbodienst is het doen van een zogenoemde risico-inventarisatie. Dat wil zeggen dat de Arbodienst in bedrijven de zwakke punten op het terrein van de Arbozorg inventariseert en eventuele verbeteringen voorstelt. Daarnaast begeleidt de Arbodienst individuele werknemers met arbo-problemen en behoren ze regelmatig een arbeidsgezondheidskundig onderzoek uit te voeren in bedrijven. Sommige grotere bedrijven kunnen een eigen Arbodienst starten, deze komt dan veelal voort uit de bestaande geneeskundige dienst. Voor kleinere en middelgrote bedrijven is aansluiting bij een Arbodienst goedkoper en efficiënter.

Arbeidsproductiviteit
De in geld uitgedrukte economische prestatie per werknemer per tijdseenheid.

Arbeidsovereenkomst
Met iedere nieuwe werknemer moet een werkgever een `individuele arbeidsovereenkomst` afsluiten. Dat kan mondeling maar het is beter om de overeenkomst schriftelijk vast te leggen, zodat later geen discussie kan ontstaan over wat er is afgesproken. Indien er in een bedrijf een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) geldt, kan het individuele contract heel summier zijn. In dat geval volstaat de vermelding van de persoonlijke gegevens van de werknemer, zijn functie en de duur van het contract. Als er geen CAO geldt, zal de individuele arbeidsovereenkomst de arbeidsvoorwaarden moeten vermelden, zoals het loon, de werktijden en vakantiedagen. De werkgever kan iemand voor onbepaalde tijd aannemen of voor bepaalde tijd. In het eerste geval kan hij de werknemer alleen ontslaan met toestemming van het arbeidsbureau of via de rechter. Een contract voor bepaalde tijd loopt in principe af op de datum die in het contract is vermeld.

Arbeidskosten
Loonkosten, premies voor sociale verzekeringen, pensioenvoorzieningen, kosten bedrijfskleding, kantine, enzovoort.

Arbeidsbureau
Het arbeidsbureau is een onderdeel van Arbeidsvoorziening Nederland. Arbeidsvoorziening Nederland is de enige publieke bemiddelaar op de Nederlandse arbeidsmarkt. Haar taak is om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt zo goed mogelijk op elkaar te laten aansluiten.

Assurantiebelasting
Belasting die wordt betaald over de premie van een schadeverzekering.

Assortiment
Een verzameling van diverse producten of productgroepen die te koop aangeboden worden.

Autonoom vermogen
Vermogen waarvoor een afzonderlijke financieringsovereenkomst wordt afgesloten. Voorbeelden zijn aandelenkapitaal en een hypothecaire lening.

Autolease
Het leasen van een auto op basis van operationele lease. Doorgaans zijn alle gebruiksaspecten bij de lease-overeenkomst inbegrepen: financiering, verzekering, onderhoud, reparatie en service.

Auteurswet
De Auteurswet van 1912 beschermt `werken van letterkunde, wetenschap of kunst`.

Auteursrecht
Het auteursrecht beschermt ieder origineel, oorspronkelijk werk in de breedste zin van het woord. Meestal gaat het hier om artistieke producten zoals schilder- en beeldhouwwerken, muziek en literatuur. Bij auteursrechtelijk beschermde werken zullen over het algemeen de naam van de maker (auteur, schilder, componist, etc.) en de rechten expliciet vermeld staan. Aueursrecht blijft geldig tot 70 jaar na het overlijden van de maker.

Bankkrediet
Krediet dat, in welke vorm dan ook, door de bank wordt verstrekt, meestal tegen onderpand.

Bankgarantie
Een door de bank gestelde garantie, meestal in opdracht van een cliënt of van een andere bank en voor diens rekening en risico. Met een bankgarantie stelt de bank zich garant voor het nakomen van een bepaalde financiële verplichting van de desbetreffende cliënt.

Balans
Overzicht van bezittingen en vorderingen gesteld tegenover de daarop betrekking hebbende wijze van financiering (schulden) per een bepaalde datum.

Betalingskorting
Bij betalingskorting geeft een leverancier een bepaald percentage korting aan de afnemer, als deze afnemer binnen een hiervoor aangegeven periode zijn afgenomen goederen of diensten betaald. Het voordeel voor de leverancier van betalingskorting is dat hij waarschijnlijk minder lang op zijn geld hoeft te wachten.

Besloten Vennootschap (b.v.)
Een bij notariële akte opgerichte vennootschap met een kapitaal dat in aandelen is verdeeld. De oprichter(s) en later eventueel ook andere personen nemen met één of meer aandelen deel in dit kapitaal. De b.v. is een rechtspersoon. Dit wil zeggen dat zij net als een natuurlijk persoon (een mens) rechten en plichten heeft. Zo heeft de b.v. een eigen vermogen en is het de b.v. (rechtspersoon) die eigenaar is van het bedrijf. Het bedrijf wordt voor rekening en risico van de b.v. geëxploiteerd.
In beginsel is de b.v. zelf aansprakelijk voor haar schulden. De aandeelhouders kunnen niet meer verliezen dan het bedrag waarvoor zij aandelen hebben verworven. Een b.v. wordt opgericht door middel van een notariële akte waarin ook de statuten zijn opgenomen. Voor de oprichting is een verklaring van geen bezwaar vereist. Deze wordt afgegeven door de Minister van Justitie. De oprichters moeten verder aan enkele financiële verplichtingen voldoen, waaronder het storten van een minimumbedrag van EUR 18.000,- op de aandelen.

Beschermingscertificaat, ABC
Bij geneesmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen kan doorgaans niet worden geprofiteerd van een aanzienlijk gedeelte van de octrooibeschermingsduur. Naast de octrooiverleningsprocedure moet de producent immers nog een vergunning zien te krijgen bij de verschillende nationale autoriteiten om zijn middel op de markt te mogen brengen. Ook dat neemt in de regel nogal wat tijd in beslag. De effectieve octrooibeschermingsduur is daarmee flink gereduceerd. Een dergelijke korte effectieve beschermingsduur is ontoereikend om de gemaakte researchkosten terug te verdienen en vormt daarom onvoldoende stimulans voor technologische innovaties in deze sectoren. Mede met het oog op het versterken van de concurrentiepositie van genoemde sectoren met hoge Researchkosten heeft de Raad van de Europese gemeenschappen door middel van een tweetal verordeningen, twee Aanvullende BeschermingsCertificaten (ABC`s) ingesteld. Hiermee wordt producenten en bedrijven in de geneesmiddelenindustrie en de gewasbeschermings-branche aanvullende bescherming geboden (aan te vragen bij het Bureau voor de Industriële Eigendom).

Beoordelingsgesprek
In een beoordelingsgesprek beoordeelt de leidinggevende het functioneren van een werknemer. Het gesprek kent in tegenstelling tot het functioneringsgesprek een tamelijk eenzijdig karakter: de leidinggevende voert voornamelijk het woord. Meestal wordt een beoordelingsgesprek gevoerd aan de hand van een beoordelingsformulier. Hierop staan diverse categorieën vermeld. Per categorie kan beoordeeld worden, zoals bij een rapport. Het beoordelingsgesprek heeft vaak directe consequenties voor de werknemer. Dat kan zijn op het terrein van zijn salaris, zijn secundaire arbeidsvoorwaarden of zijn takenpakket.

Benelux Merkenwet
De Benelux Merkenwet uit 1962 regelt de bescherming van merken. Het kan gaan om een woordmerk (al dan niet gekoppeld aan een speciale schrijfwijze), een beeldmerk of een combinatie van beide. Het merk moet voldoende onderscheidend vermogen hebben en het mag niet te beschrijvend zijn.
Na het zogenaamde `depot` kan men meteen aanspraak maken op het recht, maar zekerheid heeft men pas na een gerechtelijke uitspraak. De duur van het recht bedraagt tien jaar, dat onbeperkt te verlengen is.

Belangenbehartiging
Leden van MKB-Nederland kunnen rekenen op effectieve belangenbehartiging en daadwerkelijke ondersteuning die aansluit op de dagelijkse ondernemerspraktijk. Zij rekent het tot haar taak bestaande wet- en regelgeving ondernemersvriendelijker te maken en bovenal nieuw beleid te initiëren, toegesneden op veranderende omstandigheden in het mkb. Dit gebeurt in politiek Den Haag, maar ook op provinciaal, regionaal en lokaal niveau. In toenemende mate behartigt MKB-Nederland eveneens de belangen van het mkb in Europa door middel van de vaste standplaats die zij heeft in Brussel.

Beëindiging arbeidsovereenkomst
Een arbeidsovereenkomst kan op de volgende manieren aflopen:
opzegging (ontslagvergunning vereist)
ontslag op staande voet
ontbinding met wederzijds goedvinden
overlijden.
Soms betaalt een werkgever een vertrekkende werknemer een extra geldbedrag. Dat kan indien de rechter dat eist of als de werknemer niet helemaal vrijwillig vertrekt en de werkgever gedeeltelijk schuld heeft aan de beëindiging van het dienstverband.
Bij de laatste loonbetaling ontvangt de werknemer ook zijn overige geldelijke aanspraken, zoals het vakantiegeld. De werknemer moet bij vertrek alles inleveren wat hij van het bedrijf in bezit heeft, zoals een auto.

Bedrijfsresultaat
Winst welke voor aftrek van interest en belastingen tot stand komt, ook wel ondernemingswinst genoemd.

Bedrijfsopvolging/bedrijfsovername
Alle activiteiten die erop gericht zijn een bedrijf over te dragen van de ene ondernemer op de andere. Bedrijfsopvolging gaat in principe uit van het voortzetten van het bedrijf onder leiding van een andere ondernemer (bijvoorbeeld overdracht van vader op zoon of van werkgever op werknemer).

Bedrijfsfinanciering
Het geheel aan middelen dat de ondernemer ter beschikking staat om zijn bedrijfsactiviteiten te financieren. Naast het `eigen vermogen` kan het daarbij gaan om `vreemd vermogen`, bijvoorbeeld in de vorm van bankkrediet.

Bedrijfschap
Een publiekrechtelijk samenwerkingsverband van werkgevers- en werknemersorganisaties in de betreffende bedrijfstak, met als belangrijkste taak het behartigen van de belangen van de gehele bedrijfstak. Bij een bedrijfschap zijn alle ondernemingen uit de betreffende bedrijfstak in Nederland aangesloten. Via een heffing zorgen zij voor de financiële middelen van het bedrijfschap, waarmee het bedrijfschap de sector ondersteunt met een scala van activiteiten. Tot de bedrijfschap-taken in het algemeen belang van de bedrijfstak behoren onder meer het bijdragen aan maatschappelijke doelen op terreinen als onderwijs, scholing, arbeidsmarkt, milieu, het laten verrichten van onderzoek voor de bedrijfstak en het adviseren van overheid en politiek, zodat zij op de hoogte zijn van de situatie in de bedrijfstak.

Bezettingsresultaat
Het verschil tussen de totale constante kosten en de in de kostprijs van de productie doorberekende constante kosten.

Borgstellingskrediet
Een door de overheid gegarandeerd krediet voor de financiering van de bedrijfsuitrusting en-of het vergroten van het bedrijfskapitaal.

Borgstelling
Het zich voor de schuld van een ander verplichten tot betaling indien die ander zijn betalingsverplichtingen zelf niet nakomt.

Bonusaandelen
Gratis aandelen ten laste van de reserves.

Break-even-point
Het punt waarop kosten en opbrengsten gelijk zijn. Er wordt (nog) geen winst gemaakt, maar ook geen verlies geleden.

Branchepatroon
Het branchepatroon is één van de beoordelingscriteria voor een winkelcentrum. Het branchepatroon geeft de verdeling weer naar gevestigde winkels per branche in een winkelcentrum. Een redelijk gelijkwaardige verdeling van branches maakt het winkelcentrum aantrekkelijker voor het winkelend publiek, dan wanneer één bepaalde branche is oververtegenwoordigd in het winkelcentrum.

Brutowinst
Onder brutowinst wordt verstaan de omzet minus de inkoopwaarde of de kostprijs van de verkopen.
Formule: Brutowinst = Omzet - Inkopen

Brutomarge
Onder brutomarge wordt de verhouding tussen de brutowinst en de omzet verstaan.
De brutomarge is de brutowinst uitgedrukt in een percentage van de jaaromzet. De brutomarge geeft een gemiddeld beeld t.o.v. de jaaromzet. Men kan natuurlijk ook de brutomarge per productgroep berekenen. Deze uitkomsten worden ook wel de brutorendementsgetallen genoemd. Een inkoper van een bedrijf kan aan de hand van de brutorendementsgetallen snel zien of het aangeboden product prijstechnisch gezien interessant is voor het bedrijf. Het brutorendementsgetal per productgroep is de brutowinst van een productgroep uitgedrukt in een percentage van de jaaromzet van die betreffende productgroep.

BTW
De BTW (Belasting Toegevoegde Waarde) wordt ook wel omzetbelasting genoemd. De BTW is een verbruikersbelasting die wordt geheven op de levering van roerende goederen en-of diensten in alle lidstaten van de Europese Gemeenschap. De BTW is inbegrepen in de prijs die de afnemer moet betalen. Ondernemers mogen de op inkopen betaalde BTW verrekenen met de op leveranties ontvangen BTW. In Nederland kennen we drie soorten BTW tarieven, te weten: het 0% tarief; het 6% tarief; het 19% tarief. Het 6% tarief is doorgaans alleen van toepassing op de eerste levensbehoeften zoals levensmiddelen. Het 19% tarief is doorgaans alleen van toepassing op de luxere goederen, zoals sieraden, kleding, parfum, etc. Het 0% tarief wordt doorgaans geheven op geleverde producten of diensten van de overheid en semi-overheid.

Business angel - Informal investor
Particulier die geld verstrekt aan bedrijven die zich in de seed- of startfase bevinden. De investeerder steekt behalve geld vooral kennis en ervaring in het bedrijf. Daarnaast stelt hij zijn netwerk ter beschikking. Per participatie wordt er meestal niet meer dan EUR 900.000 ingebracht.

Business accelerator - incubator
Gebouw waarin aan startende e-ondernemingen huisvesting, seed-capital, administratie, technische ondersteuning, contacten en management advies wordt geboden om hun bedrijf en groeispurt te geven. Accelerattors richten zich op ondernemingen in de prestart- en startfase.

Bureauonderzoek (deskresearch)
Verzamelen en verwerken van gegevens tot bruikbare informatie ten behoeve van het marktonderzoek. De gegevens die verzameld worden zijn afkomstig van bestaande onderzoeken en-of informatiebronnen.

Bulkgoederen
Goederen die verhandeld worden op basis van gewicht en-of inhoud. Voorbeelden van bulkgoederen zijn koffiebonen, cacaobonen, graansoorten, etc.

Buffervoorraad
Voorraad van een bepaald artikel of artikelgroep die gehouden wordt om buitengewone fluctuaties binnen de verkopen op te vangen. Deze buffervoorraad heeft tot doel geen `neen` te verkopen.

Buy-out financiering
Financieringen om herstructurering mogelijk te maken. Hierbij kan worden gedacht aan management buy-out, management buy-in, inkoop van eigen aandelen en overige herplaatsingen van aandelen.

Cashflow (kasstroom)
Verschil tussen brutowinst en de uitgaven c.q. kosten-lasten die aangewend kan worden om lopende uitgaven te kunnen financieren. Men berekent de cashflow als volgt:
nettowinst + afschrijvingen = cashflow

Captive fondsen
Dochters van banken en verzekeraars. Een van de kenmerken van captive fondsen is dat ze een beroep kunnen doen op de moeder op het moment dat ze een aantrekkelijk participatievoorstel hebben. Als gevolg hiervan is de omvang van het beschikbare vermogen bij deze fondsen niet goed meetbaar.

Corporate venturing
Het aangaan van strategische allianties tussen een groot en een klein bedrijf. Deze samenwerking kan plaatsvinden via financiële deelnemingen maar ook door strategische samenwerking, bijvoorbeeld op het gebied van R&D.

Corporate spin-off
Het afsplitsen van een deel van een bedrijf om het als zelfstandig bedrijf door te laten gaan.

Concurrentiemethode
Een bedrijf stelt haar reclamebudget samen op basis van haar grootste concurrent. Er wordt bestudeerd hoeveel de grootste concurrent ongeveer aan reclame uitgeeft. Aan de hand van deze bestudering stelt men het eigen budget vast. Deze methode wordt vaak gebruikt in een branche waar de concurrentie schaars is of overzichtelijk is. De filosofie achter deze methode is dat men denkt dat de grootste concurrent de beste informatie heeft en hierop zijn reclamebudget aanpast. Eén van de belangrijkste voordelen van deze methode is dat zij makkelijk toe te passen is en dwingt het management van het bedrijf de stappen van de concurrentie goed te volgen. De belangrijkste nadelen zijn nagenoeg gelijk aan de omzetpercentagemethode.

Concurrentiebeding
Onderdeel van een arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer verklaart na ontslag niet bij een concurrent van de voormalige werkgever te gaan werken, of zelf een zaak te beginnen in dezelfde branche.

Concurrentie-analyse
Een concurrentie-analyse is een onderzoek naar algemene tot zeer specifieke gegevens over indirecte en directe concurrenten van een bedrijf. De concurrentie-analyse maakt deel uit van het ondernemingsplan. De gegevens die uit dit onderzoek naar voren komen kunnen worden gebruikt tijdens de vorming van de marketingmix en strategieën.

Concurrenten
Het aantal concurrenten en hun marktgedrag kunnen van grote invloed zijn op de resultaten die een ondernemer behaalt. Te vaak wordt er daarbij uitsluitend gelet op die concurrenten die vergelijkbare goederen of diensten aanbieden. Een onderneming concurreert in principe met alle andere goederen of diensten die haar klanten in dezelfde behoefte zouden kunnen voorzien. Zo ondervindt een busmaatschappij (voorziet in de behoefte van personenvervoer van A naar B) niet alleen concurrentie van de NS, maar ook van een fietsenzaak, als alternatief vervoermiddel. In dit geval spreken we over indirecte concurrentie.

Complementaire reclame
Reclame voor producten die nauw aan elkaar verwant zijn en elkaar niet `bijten`. Een voorbeeld van complementaire reclame is reclame voor een wasmiddel in samenwerking met een merk wasautomaat. Het grote voordeel van complementaire reclame is het kostenvoordeel voor beiden partijen.

Compagnon
Zakelijke partner, bij vennootschappen onder firma of commanditaire vennootschappen vennoot genoemd; bij vennootschappen onder firma meestal firmant genoemd. Een persoon die (meestal) bevoegd is namens de onderneming op te treden en (mede) aansprakelijk is voor eventuele schulden.

Commanditaire vennootschap
Samenwerkingsverband tussen twee of meer personen waarbij een of meer personen uitsluitend als geldverschaffer optreden (de commanditaire of stille vennoot).

Combinatiereclame
Bedrijven met een gemeenschappelijk belang, wat niet bestaat uit het verkopen van dezelfde producten maken gezamenlijk reclame. Deze vorm van reclame wordt vaak door een winkeliersvereniging toegepast.

Collectieve reclame
Producenten en-of handelaren uit dezelfde branche maken reclame voor een bepaald product of bepaalde productgroep. Deze reclame heeft tot doel de primaire vraag te doen toenemen. Deze reclame wordt vaak toegepast als de landelijke verkopen van een product of productgroep onder druk staan. Een bekend voorbeeld van collectieve reclame is de collectieve reclame voor melk (melk, de witte motor). Deze reclame wordt betaald door bedrijven die in de bedrijfskolom op één niveau bij elkaar staan. Hierdoor spreekt men ook wel van horizontale collectieve reclame.

Collectieve arbeidsovereenkomst
Behalve dat een werkgever met zijn werknemers individueel een arbeidsovereenkomst afsluit, kan een ondernemer of zijn werkgeversorganisatie een collectief contract aangaan met de vakbonden. De Collectieve Arbeidsovereenkomst bevat afspraken over arbeidsvoorwaarden, waaronder loon en vrije dagen. Een CAO geldt voor een onderneming of een bedrijfstak. Afwijkingen van CAO`s zijn doorgaans niet mogelijk, tenzij in voor de werknemers positieve zin. Bedrijfstak-CAO` worden meestal algemeen verbindend verklaard, wat wil zeggen dat ze voor alle werkgevers en werknemers in de desbetreffende bedrijfstak gelden. De werkgeversorganisatie kan vertellen of de betreffende onderneming onder een bedrijfstak-CAO valt. Voordelen van CAO`s zijn dat ze zorgen voor stabiliteit. Arbeidskosten liggen voor langere tijd vast, meestal voor één of twee jaar, zodat deze als vaste kostenpost in plannen kunnen worden verwerkt. Daarnaast voorkomt een bedrijfstak-CAO oneerlijke concurrentie.

Collecterende handel
De collecterende handel bevindt zich in de bedrijfskolom tussen de oerproductie (grondstoffen) en basisindustrie verzamelt de verschillende partijen (grondstoffen) tot grotere hoeveelheden en voorziet zo in de specifieke behoefte van de industrie.

Crediteur
Een persoon of een onderneming met een vordering op een andere persoon of onderneming (schuldeiser).

Current ratio
De current ratio geeft de verhouding tussen vlottende activa en vlottende passiva weer. Een positieve current ratio staat altijd boven de 1. De current ratio kan en mag echter verschillen per soort bedrijf. Zo kan een handelsonderneming met veel makkelijk te verkopen goederen (lees: incourante goederen) mogelijk volstaan met een current ratio van 1. Terwijl een fabrikant van duurzame productiemiddelen een current ratio van minimaal 2 moet hebben, omdat zijn producten niet snel en makkelijk in geld zijn om te zetten. Men berekent de current ratio als volgt:
vlottende activa - vlottende passiva= current ratio

Curator
Door de rechter aangestelde persoon die optreedt namens de onder curatele gestelde. Tevens: de persoon aan wie de afwikkeling van een faillissement is opgedragen.

Desbewustheid
Het feitelijk weten dat inbreuk op het octrooi wordt gemaakt.

Desbewustzijnsverklaring
Indien een octrooihouder iemand van inbreuk wil beschuldigen, zal de `inbreukmaker` gewaarschuwd moeten worden. Daarna kan een dagvaarding worden uitgebracht. Indien men ook schadevergoeding wenst, Dan is het nodig om de inbreukmaker `desbewust` te maken, middels een desbewustzijnsverklaring. Via een deurwaarderexploit wordt de vermeende inbreukmaker gewezen op de inbreuk.

Derving van voorraad
Men spreekt over derving van de voorraad als de voorraad kleiner wordt door bijvoorbeeld breukschade, overschrijding van de houdbaardheidstermijn, diefstal, en waardevermindering door invloeden op de wereldmarkt. Derving van de voorraad wordt gezien als één van de grotere risico`s van het aanhouden van voorraad en vormt tevens één van de grootste kostenposten van het aanhouden van voorraad.

Depot, merk
Een depot is een aanvraag voor registratie; de officiële indiening van een merk bij het Benelux Merkenbureau.

Deposito
Een rekening waarbij aan de bank toevertrouwd geld pas na afloop van een afgesproken termijn weer ter vrije beschikking van de rekeninghouder komt. Over het geld wordt gedurende de looptijd een van tevoren af te spreken rente vergoed.

Dedicated fondsen
Fondsen met een specialisatie naar financieringsfase, regio of bedrijfstak.

Debiteurenverzekering
Een verzekering die het risico van non-betaling door afnemers dekt (ook wel kredietverzekering genoemd).

Debiteurenbeheer
Het beleid dat een onderneming voert ten aanzien van haar debiteuren. Doel is het zo effectief mogelijk incasseren van vorderingen (op tijd betaald worden met een zo klein mogelijk risico van non-betaling en tegen zo min mogelijk inspanning).

Debiteur
Een persoon of een onderneming met een schuld aan een andere persoon of onderneming (schuldenaar).

Deal flow
Transactiestroom. Het aantal transactievoorstellen dat aan een investeerder of overnamespecialist wordt voorgelegd.

Deurwaardersexploit
Dit is een officiële mededeling van een deurwaarder, waarmee de vermeende inbreukmaker wordt gewezen op de octrooi-inbreuk.

Directe reclame
Reclame die direct bij de doelgroep belandt. Dit effect komt bijvoorbeeld tot stand door het verspreiden van folders.

Directe kosten
Kosten waarvan rechtstreeks kan worden vastgesteld voor welk product ze zijn gemaakt.

Directe dienstverlening
De leden van MKB-Nederland kunnen niet alleen rekenen op effectieve belangenbehartiging, maar ook op daadwerkelijke ondersteuning.

Directe & indirectie concurrentie
Een onderneming concurreert niet alleen met bedrijven die gelijksoortige producten aanbieden, maar ook met bedrijven die alternatieve producten verkopen (producten die voorzien in dezelfde behoeften). Op basis hiervan kunnen we stellen dat er sprake is van twee soorten concurrentie, te weten:
Directe concurrentie: concurrentie met aanbieders van soortgelijke producten of diensten.
Indirecte concurrentie: aanbieders van alternatieve producten of diensten die in een voor de klant zelfde behoefte voorziet.

Direct marketing
Het opbouwen van een langdurige relatie met klanten en in dat kader planmatig transacties creëren waarmee beide partijen hun wederzijdse doelstellingen verwezenlijken.

direct mail
Direct mail valt onder de groep directe reclame. Het grote verschil t.o.v. directe reclame is dat direct mail altijd geadresseerd is. Het bedrijf dat de reclameboodschap verstuurt weet dus altijd van tevoren wie zijn boodschap ontvangt. Dit in tegenstelling tot de algemene vorm van directe reclame, welke ongeadresseerd is. Een ander groot verschil

Differentiatie
Men spreekt over differentiatie als er een nieuwe schakel in de bedrijfskolom wordt toegevoegd. Een voorbeeld van differentiatie is als een groothandel het transport naar haar afnemers uitbesteedt aan een transportonderneming.

Dividend
Het deel van de winst dat aan de aandeelhouders van een onderneming wordt uitgekeerd.

Doorstart
Een doorstart is een term die vaak gebruikt wordt ter aanduiding van de eerste belangrijke groeifase na de start van een onderneming, of na een surseance van betaling (gerechtelijk betalings-uitstel).

Doelgroep
Het gedeelte van de samenleving waarop een onderneming zich primair richt, meestal heeft deze verzameling consumenten overeenkomende eigenschappen.

Downgrading
Een gevestigd bedrijf past haar formule aan door lagere prijzen te gaan voeren en vaak minder toegevoegde waarde te bieden.

Durfkapitaal - Risicokapitaal
Geld dat verstrekt wordt aan ondernemingen in ruil voor een bepaald belang (aandelen) in de onderneming. Het doel van de investeerder is om binnen een bepaalde periode een hoge return on investment te incasseren. Aangezien niet vooraf bekend is wat het rendement zal zijn, wordt het ook wel risicokapitaal of venture capital genoemd.

Duobaan
In principe kan iedere baan door twee mensen worden vervuld. Voorwaarde daarvoor zijn duidelijke onderlinge afspraken over het werk en de overdracht. Voor dat laatste is het noodzakelijk dat duobaners hun werkzaamheden systematisch bijhouden. Belangrijk is verder dat de duobaners goed met elkaar kunnen opschieten. Duobanen kunnen verschillende vormen hebben, afhankelijk van de functie-eisen. Werknemers kunnen elkaar om de week aflossen, iedere dag, of kunnen gedeeltelijk op dezelfde dagen werken. Dat laatste biedt goede mogelijkheden voor overleg. Duobaners hebben ieder afzonderlijk een individuele arbeidsovereenkomst. Het grote voordeel van duobanen is dat het de motivatie van werknemers bevordert en vaak zorgt voor een hogere productiviteit. Duobaners blijven doorgaans langer helder omdat ze minder uren draaien. Daarnaast leidt een goede onderlinge samenwerking tot betere resultaten.

Due diligence onderzoek
Onderzoek van de financiële situatie van een onderneming door onder meer een accountant, een fiscalist en een jurist.

Early stage
Startende bedrijven die de productie-ontwikkelingsfase achter zich hebben liggen en nu daadwerkelijk de markt kunnen gaan bestormen.