Kopie van `Hoorn`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.
Categorie: Kunst, muziek & cultuur > Muziektermen
Datum & Land: 16/06/2013, BE
Woorden: 777


Absoluut gehoor
Het vermogen om de toonhoogte van klanken zonder voorafgaande vergelijking te benoemen.

Abstracte balletten
Balletten zonder verhaal of thema. Dansen om het dansen zelf.

Accent
Nadruk op de noot. Het teken waarmee het accent wordt aangegeven /> - staat boven of onder de noot.

Achterdoek
Beschilderd doek dat achter het toneel hangt en bij het decor hoort.

adiastematisch handschrift
neumen zonder exacte toonhoogte

Aeolisch
In de 16de eeuw toegevoegde toonsoort voor kerkelijke muziek waaruit later de kleine-tertstoonladder is ontstaan.

Afterbeat
Muziekstijl met het accent op de tweede en vierde tel. Deze accentverdeling geldt vaak voor de begeleidende instrumenten, niet voor de melodiepartij.

Agnus Dei
Lam Gods: gezang uit het ordinarium van de mis

Agogiek
De leer van de veranderingen in tempo.

Akoestiek
De leer van het geluid. Ook gebruikt als aanduiding voor de kwaliteit van concertzalen en kerken

Akkoord
Een samenklank van meer dan twee tonen die volgens een bepaalde manier wordt opgebouwd

Akkoordenschema
Een opeenvolging van akkoorden, doorgaans in een vaste volgorde. Het schema wordt vaak herhaald. Een akkoordenschema wordt veelal gebruikt als begeleiding van een melodie.

Akkoordinstrument
Instrumenten waarmee akkoorden worden gespeeld, zoals een toetsinstrument (piano, keyboard, synthesizer), een gitaar en een harp. Op deze instrumenten kan een baspartij worden gecombineerd met akkoorden en een melodie. Instrumenten waarop dat niet kan worden melodie-instrumenten genoemd.

Akkoordsymbool
Geeft via een hoofdletter boven de notenbalk aan om welk akkoord het gaat. Een akkoord dat wordt aangegeven met de hoofdletter C is een C-akkoord. Het C-akkoord bestaat dan uit de akkoordtonen c-e-g.

Akkoordtonen
Tonen waaruit een akkoord is opgebouwd

Aleatoriek
Toevalsmuziek

Aliquoten
Boventonen, voortgebracht door trillende snaren die meeklinken boven de hoofdtonen

Alleluia
Tussenzang na de tweede lezing uit het proprium van de mis

Allemande
Oude, rustige dans uit Duitsland in tweedelige maat

Alt
Laagste vrouwenstem.

Alteratie
Tijdelijke verhoging of verlaging van een noot die leidt tot een kleurverandering van de muziek

Ambrosiaans
liturgie uit Milaan, verwant met, maar verschillend van gregoriaans

Anglaise
Verzamelnaam voor verschillende Engelse dansen

Anti-metrische figuur
Ritmische figuur dat tegen het metrum van een maatsoort ingaat, bijvoorbeeld een triool.

Antifonaal
Wisselzang. Groep antwoord op voorzanger. Bv. in een katholieke mis

Antifoon
gezang dat een psalm omlijst; oorspronkelijk bedoeld om de toon aan te geven voor het koor

Antiphonarium
boek met de gezangen voor de officiële gebedstijden van de geestelijkheid

Appogiatuur
Korte of lange voorslag

Arabesque
Balanceren op één been, met het andere been omhoog en naar achteren gestrekt

Aria
(Letterlijk lucht, adem) Een lied voor één zanger, waarin hij of zij een gevoel tot uitdrukking kan brengen. In de oorspronkelijke vorm draagt de aria niet bij aan de handeling, het verhaal dat verteld wordt staat even stil, de toeschouwer is getuige van de gevoelsexpressie. De aria's zijn vaak de vocale hoogtepunten van de opera: de ‘hits’.

Arrangement
Een instrumentale bewerking van een muziekstuk voor een andere bezetting dan waarvoor het oorspronkelijk is gecomponeerd.De melodie wordt bijvoorbeeld door andere instrumenten spelen, of een rustig nummer wordt omgezet in een snelle, swingende versie. Het muziekstuk klinkt in elk geval anders dan het originele stuk.

Ars antiqua
Meerstemmige muziek uit de 13de eeuw, waarbij het ritme voor het eerste in notenschrift is afgedrukt

Atonaal
Niet tonaal. Valsklinkende akkoorden of stukken waarbij de melodie zoek is.

Atonaliteit
Muziek zonder vast voorgeschreven basis

authentieke modus
hoge ligging van een kerktoon

Badinage
Vrolijke, scherzo-achtige compositie.

Bagatelle
Klein muziekwerkje

Ballade
In de middeleeuwen een verhalend danslied, later een instrumentaal muziekstuk in romantische stijl

Ballet
Virtuoze dansvorm

Ballon
Het zweefvermogen van een danser

Barcarolle
Gondellied uit Venetië

Barre
Houten stok langs de muur van de balletstudio. Wordt door dansers gebruikt om hun evenwicht te bewaren tijdens hun oefeningen.

Bariton
Middelste mannenstem.

Barokpizzicato
Sterk pizzicato door de snaar weg te trekken

Bas
Laagste mannenstem, waarbij de combinatie van laagte en donker timbre van belang is

Basmotief
Een motief dat laag gespeeld wordt

Basso continuo
Continue doorlopende bas als fundament voor de compositie

Basso ostinato
Steeds herhaalde figuur in de bas

Baton
Dun stokje waarmee de dirigent het orkest leidt.

Battaglia
Strijdmuziek

Battements frappès
Een oefening aan de barre, waarbij de voet eerst gebogen wordt en dan tegen de vloer slaat, zoals een lucifer wordt afgestreken.

Battements tendus
Een oefening aan de barre waarbij de voet gestrekt in een punt over de vloer glijdt.

Batterie
Passen waarbij de benen tegen elkaar slaan, zoals de entrechat. Er is een petite batterie (klein) en een grande batterie (groot).

Beat
(Drum)slag. de steeds herhaalde slag in de jazz- en popmuziek

Begeleiding
Begeleidingspartijen ondersteunen de melodiepartij. Veel gebruikte begeleidingsinstrumenten zijn de piano en de gitaar.

Bel canto
(Italiaans voor schone, mooie zang) Italiaanse zangkunst tussen de 17e en de 19e eeuw waarbij de klank zo natuurlijk en regelmatig mogelijk overgebracht moest worden. Het ging alleen om de schoonheid van de klank. De solozanger kreeg een belangrijke plaats in de voorstelling omdat de componist hem de ruimte gaf voor een virtuoze versiering van de melodie.

Bemol
Vroegere benaming voor de mol, een teken dat aangeeft dat de toon met een halve toon verlaagd moet worden. Wordt aangeduid met een soort van b

Benedictus
Deel van de gezongen mis

Benesh-notatie
Systeem om danspassen te noteren, uitgevonden door Joan en Rudolf Benesh in 1955.

Berceuse
Wiegelied.

Bergamaque
Oude Italiaanse dans uit de streek van Bergamo. Zeer snel van tempo.

Bewerking
Arrangement van een bestaand stuk

Bezetting
De soort en het aantal instrumenten en zangstemmen waarmee een muziekstuk wordt uitgevoerd.

Bicinium
Tweestemmige a capella compositie

Bigband
middelgrote orkestsamenstelling

Binair
Tweeledig. Meestal gebruikt als aanduiding van een tweedelige maatsoort

Bithematiek
Muziekstuk dat twee thema's bevat, bijvoorbeeld het eerste deel van een sonate.

Bitonaal
Muziek die zich gelijktijdig in twee verschillende toonsoorten beweegt, het gelijktijdig gebruiken van twee toonsoorten die meestal een half octaaf uit elkaar liggen.

Blaasinstrumenten
Alle instrumenten waarmee de klank via lucht wordt voorgebracht.

Blaaskwintet
Een ensemble dat bestaat uit dwarsfluit, hobo, klarinet, fagot en hoorn

Blue note
Te laag geintoneerde toon, meestal de terts

Blues
Muziekstijl die wordt gekenmerkt door een vermenging van Afrikaanse en Europese toonladders, vermengd met verlaagde tertsen en septimen

Bluesschema
Akkoordenschema dat bestaat uit twaalf maten.

Bolero
Spaanse dans in driedelige maat, oorspronkelijk met begeleiding van zang en castagnetten

Boog
Gebruikt voor een gebogen lijn die twee of meer noten van dezelfde hoogte met elkaar verbindt, wat aangeeft dat de noten als één doorlopende noot moeten worden gespeeld.Andere benaming voor de strijkstok, het hulpmiddel waarmee muzikanten een strijkinstrument bespelen.

Boogie-woogie
Improviserende pianostijl met steeds herhaalde figuren in de linker hand en contrasterende ritmen in de melodieën van de rechter hand, meestal in een bluesschema van twaalf maten.

Bourrée
Oude, Franse boerendans in een snel tempo

Boring
Het verloop van de doorsnede van de buis

Borstwerk
Orgelterm. Het orgel wordt ingedeeld in het hoofdwerk, bovenwerk, borstwerk en rugwerk. Het hoofdwerk is het eigenlijke orgelgedeelte. Het borstwerk is het gedeelte onder en boven de klaviatuur

Bourdon
De diepste klok van een carillon. Term wordt ook gebruikt voor de aanhoudende toon van niet-bespeelde snaren die bij strijk- of tokkelinstrumenten meeklinken.

Bourrée
Snelle reidans in een tweedelige maatsoort, oorspronkelijk uit de Auvergne

Bovenlabium
Onderdeel van het orgel. Is het gedeelte van de luchtpijp, boven de spleetopening.

Bovenstem
De hoogste stem in een meerstemmig stuk.

Boventonen
Zwakkere tonen, hoger dan de grondtoon, die zo de toon vormen. Ook wel aangeduid als aliquoten

Bovenwerk
Orgelterm. Het orgel wordt ingedeeld in het hoofdwerk, bovenwerk, borstwerk en rugwerk. Het hoofdwerk is het eigenlijke orgelgedeelte. Het bovenwerk zijn pijpen die boven het hoofdwerk staan.

BPM
Braziliaanse Pop Muziek

Branle
Oude dans uit de 16de en 17de eeuw, al dan niet met zang

Break
Onderbreking, waarbij alleen de solist doorspeelt, en meer kans heeft zich te laten horen

Breeknoot
Noot die op een tegentijd valt

Brevier
liturgisch boek waarin alle teksten voor getijden van het kerkelijke officie gebundeld zijn

Brevis
Gregoriaanse naamaanduiding voor een korte noot in de tijd van de middeleeuwen

Bridge
Onderdeel van een popsong. Doorbreekt de afwisseling van refrein, couplet, refrein,...

Burleske
Muziek met een komisch karakter

CaBalletta
Een aria of gedeelte van een aria in een snel tempo waarin het personage zijn briljantheid of zijn dapperheid tot uitdrukking kan brengen. In de 19e eeuw werd deze vorm vaak gebruikt als slotstuk van een formele aria.

Cadans
Ritme, beweging op basis van ritmische accenten

Cadens
Een door de speler zelf ingelast solo-stuk, waarbij vaak geïmproviseerd wordt. De solist kan op deze manier zijn talenten tonen.

Cadenza
Een door de speler zelf ingelast solo-stuk, waarbij vaak geïmproviseerd wordt. De solist kan op deze manier zijn talenten tonen.

Canon
Eucharistisch gebed, kern van de mis.Nazingen van dezelfde melodie tijdens de zang, maar een paar maten later

Cantate
Vocale compositie voor solostemmen en koor

Cantique
Lofzang