Kopie van `TechnoPartner`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


TechnoPartner
Categorie: Economie en financiën
Datum & Land: 28/02/2007, NL
Woorden: 86


Assortiment
Een verzameling van diverse producten of productgroepen die te koop aangeboden worden.

Assurantiebelasting
Belasting die wordt betaald over de premie van een schadeverzekering.

BTW
De BTW (Belasting Toegevoegde Waarde) wordt ook wel omzetbelasting genoemd. De BTW is een verbruikersbelasting die wordt geheven op de levering van roerende goederen en/of diensten in alle lidstaten van de Europese Gemeenschap. De BTW is inbegrepen in de prijs die de afnemer moet betalen. Ondernemers mogen de op inkopen betaalde BTW verrekenen met de op leveranties ontvangen BTW. In Nederland kennen we drie soorten BTW tarieven, te weten: het 0% tarief; het 6% tarief; het 19% tarief. Het 6% tarief is doorgaans alleen van toepassing op de eerste levensbehoeften zoals levensmiddelen. Het 19% tarief is doorgaans alleen van toepassing op de luxere goederen, zoals sieraden, kleding, parfum, etc. Het 0% tarief wordt doorgaans geheven op geleverde producten of diensten van de overheid en semi-overheid.

Buffervoorraad
Voorraad van een bepaald artikel of artikelgroep die gehouden wordt om buitengewone fluctuaties binnen de verkopen op te vangen. Deze buffervoorraad heeft tot doel geen `neen` te verkopen.

Bulkgoederen
Goederen die verhandeld worden op basis van gewicht en/of inhoud. Voorbeelden van bulkgoederen zijn koffiebonen, cacaobonen, graansoorten, etc.

Bureauonderzoek (deskresearch)
Verzamelen en verwerken van gegevens tot bruikbare informatie ten behoeve van het marktonderzoek. De gegevens die verzameld worden zijn afkomstig van bestaande onderzoeken en/of informatiebronnen.

Business accelerator / incubator
Gebouw waarin aan startende e-ondernemingen huisvesting, seed-capital, administratie, technische ondersteuning, contacten en management advies wordt geboden om hun bedrijf en groeispurt te geven. Accelerattors richten zich op ondernemingen in de prestart- en startfase.

Business angel / Informal investor
Particulier die geld verstrekt aan bedrijven die zich in de seed- of startfase bevinden. De investeerder steekt behalve geld vooral kennis en ervaring in het bedrijf. Daarnaast stelt hij zijn netwerk ter beschikking. Per participatie wordt er meestal niet meer dan EUR 900.000 ingebracht.

Buy-out financiering
Financieringen om herstructurering mogelijk te maken. Hierbij kan worden gedacht aan management buy-out, management buy-in, inkoop van eigen aandelen en overige herplaatsingen van aandelen.

Curator
Door de rechter aangestelde persoon die optreedt namens de onder curatele gestelde. Tevens: de persoon aan wie de afwikkeling van een faillissement is opgedragen.

Current ratio
De current ratio geeft de verhouding tussen vlottende activa en vlottende passiva weer. Een positieve current ratio staat altijd boven de 1. De current ratio kan en mag echter verschillen per soort bedrijf. Zo kan een handelsonderneming met veel makkelijk te verkopen goederen (lees: incourante goederen) mogelijk volstaan met een current ratio van 1. Terwijl een fabrikant van duurzame productiemiddelen een current ratio van minimaal 2 moet hebben, omdat zijn producten niet snel en makkelijk in geld zijn om te zetten. Men berekent de current ratio als volgt:
vlottende activa / vlottende passiva= current ratio

Early stage
Startende bedrijven die de productie-ontwikkelingsfase achter zich hebben liggen en nu daadwerkelijk de markt kunnen gaan bestormen.

Eenmanszaak
Ondernemingsvorm waarbij één natuurlijke persoon voor eigen rekening en risico een bedrijf voert. Als de eigenaar van een eenmanszaak in gemeenschap van goederen getrouwd is, dan vallen de bezittingen van beide echtgenoten onder het gezamenlijk vermogen. De schuldeisers van het bedrijf kunnen dan op dit hele gezamenlijke vermogen een beroep doen. Door het aangaan van door de notaris vastgelegde huwelijkse voorwaarden, kan de partner die geen ondernemer is buiten het zakelijk risico van de zaak gehouden worden.

Efficiency
De verhouding tussen de werkelijke uitvoering en standaarduitvoering.

Efficiencyverschil
Bij een bedrijf wat producten produceert of een bedrijf wat diensten verleent kan per periode een efficiencyverschil optreden. Dit houdt in dat het bedrijf niet voldoende of in bovenmate in staat was optimaal gebruik te maken van de productiemiddelen. Bij een producent zijn productiemiddelen voornamelijk machines. Bij een dienstverlenend bedrijf kan het personeel als `productiemiddel` beschouwd worden. Een efficiencyverschil leidt meestal tot een efficiencyverlies, wat weer leidt tot een nacalculatie.

Emissie
Uitgifte van aandelen door een BV of een NV.

Etherreclame
Reclame in STER-spotjes op radio en tv.

Europees Octrooiverdrag
Een verdrag waardoor het mogelijk is geworden om met één procedure in de bij dit verdrag aangesloten (Europese) landen octrooi te verkrijgen.

Functie-eisen
Een succesvolle zoektocht naar de juiste kandidaat voor een vacature begint met een zorgvuldig functie-profiel. In het profiel worden de gewenste kennis en vaardigheden en de gewenste persoonlijke kwaliteiten aangegeven. Dit functie-profiel is de basis voor de personeelsadvertentie. Die vermeldt in verkorte vorm het profiel. Daarbij staan de belangrijkste functie-eisen voorop. Naast opleiding en werkervaring vraagt iedere functie om specifieke vaardigheden en kwaliteiten. Veelgevraagd is tegenwoordig sociale vaardigheid, vooral voor hoger personeel. Administratief personeel zal nauwkeurig moeten kunnen werken. Commercieel personeel zal overtuigend moeten zijn. Daarnaast kunnen eigenschappen als stressbestendigheid en flexibiliteit belangrijke functie-eisen zijn. De Nederlandse wet verbiedt functie-eisen die de persoonlijke levenssfeer raken, zoals geslacht of seksuele geaardheid, ook discriminatie op leeftijd is verboden. Het functieprofiel kan na indiensttreding nuttig zijn in functioneringsgesprekken om te kijken in hoeverre de werknemer naar behoren functioneert.

Functieanalyse
Een functieanalyse is duidelijk overzicht wat voor taken en verantwoordelijkheden een specifieke functie binnen een organisatie omvat. Op basis van een functieanalyse kan het functioneren van een werknemer gestructureerd onderzocht en beoordeeld worden. Voorafgaand aan de functieanalyse treft men eerst een voorbereidende fase. In deze fase bekijkt men de doelstelling, de primaire processen en de bedrijfsactiviteiten van de onderneming. Ook gaat men na of er voldoende draagvlak voor functieclassificatie bestaat en worden de functies geïnventariseerd. Vervolgens kan men beginnen met de daadwerkelijke functieanalyse. Deze omvat de volgende stappen:
Het beschrijven van de belangrijkste elementen van de functie;
Het analyseren aan de hand van `gezichtspunten` van de methode;
Het toekennen van punten per gezichtspunt op basis van gradeertabellen van de methode en het vaststellen van het puntentotaal;
Het rangschikken naar zwaarte van de onderzochte functies;
Het vaststellen van de (punten)grenzen per functiegroep op basis van de bestaande salarisverhoudingen en het indelen van de functies in deze functiegroepen.

Functioneringsgesprek
Werknemers zijn de motor van een bedrijf, hoe beter ze functioneren hoe soepeler het bedrijf zal draaien. Het is daarom belangrijk dat de bedrijfsleiding, en in het bijzonder de direct leidinggevende, regelmatig met de afzonderlijke medewerkers hun functioneren evalueert. In een functioneringsgesprek bespreken de twee partijen zaken als hoe de werknemer zijn werk doet, hoe de contacten met collega`s en de bedrijfsleiding verlopen en wat de wederzijdse wensen zijn op het gebied van opleiding en loopbaan. Het gaat om een open uitwisseling van meningen en wensen met als doel het functioneren en de motivatie van de werknemer te verbeteren. Het meest gebruikelijk is om een functioneringsgesprek eenmaal per jaar op een vast tijdstip te laten plaatsvinden. Het resultaat van een functioneringsgesprek wordt vastgelegd in een concrete puntenlijst. De voortgang op deze punten dient als uitgangspunt voor het volgende functioneringsgesprek.

Goodwill
Het vermogen van een onderneming tot het behalen van een extra omzet of winst, meestal op basis van een voorsprong in kennis, organisatie, reputatie of klantenbinding. Dit wordt uitgedrukt in een geldbedrag. Als voor de overname van een onderneming goodwill wordt betaald, wordt dit op de balans van de kopende partij zichtbaar gemaakt op de actiefzijde onder de post `goodwill`.

Gouden-Balansregel
Deze regel houdt in dat de duurzame vaste activa en de constante kern van de vlottende activa met het eigen vermogen en/of lang vreemd vermogen moet worden gefinancierd en het fluctuerende deel van de vlottende activa met kort vreemd vermogen.

I-Depot envelop
Dit is een middel om de creatiedatum vast te leggen. Het I-Depot dient als bewijsstuk waarmee u kunt aantonen dat u op die bewuste datum in het bezit was van de kennis die is opgeslagen in de I-Depot envelop. Dit bewijsstuk heeft echter geen directe werking tegenover andere partijen en men kan er geen rechten aan ontlenen. Bij het Benelux Bureau voor Merken en Modellen te Den Haag kunt u meer informatie krijgen over het I-Depot.

Idee
Gedachte die nog niet in enigerlei reële vorm -beschrijving, tekening, prototype- gepubliceerd is.



Ideële reclame
Reclame voor een maatschappelijk doel. Een voorbeeld van ideële reclame zijn de diverse campagnes van Verenigde Verkeers Veiligheids Organisatie (3VO).

Immateriële activa
De niet-stoffelijke bezittingen van een onderneming, zoals goodwill, patenten en octrooien.

Importhandel
Men spreekt van importhandel wanneer een onderneming vanuit haar thuisbasis goederen uit het buitenland invoert om het vervolgens op de thuismarkt te verkopen.

Impulsartikelen
Impulsartikelen zijn artikelen waarvan de consument de aankoop niet pland, maar die impulsief tot stand komt. Een voorbeeld van impulsartikelen is het snoepgoed wat bij de kassa van supermarkten en tankstations te vinden is.

ISO-normen
ISO-normen zijn richtlijnen waaraan de kwaliteit van een bedrijfssysteem dient te voldoen om in aanmerking te komen voor het ISO certificaat. Een afnemer weet als hij zaken doet met een ISO gecertificeerd bedrijf dat hij kan rekenen op een bepaalde kwaliteit, terwijl als hij zaken doet met een niet gecertificeerd bedrijf waar hij nog geen ervaring mee heeft niet zeker weet of de kwaliteit goed is. Een onderneming kan gecertificeerd worden door een certificerende onderneming. In Nederland bestaan er talloze certificerende ondernemingen, deze ondernemingen hebben hun bevoegdheid gekregen van de Raad voor Certificatie.

Joint Venture
Samenwerkingsverband tussen organisaties, meestal gericht op een bepaald project. Letterlijk: gezamenlijk ondernemen zonder dat een van de organisaties een meerderheidsbelang heeft.

Klantenbinding
Een bedrijf probeert klanten aan zicht te binden, zodat de klanten bij een eventuele herhalingsaankoop bij het bedrijf kopen en niet bij een concurrent. Er bestaan diverse theorieën en middelen om klanten aan een bedrijf te binden. Een veel gebruikte vorm is het loyalty-systeem. Een loyalty-systeem beloont de klant iedere keer als hij/zij iets bij het bedrijf koopt. Een algemeen bekend voorbeeld zijn de `air miles` die een klant van Albert Heijn krijgt bij aankoop van levensmiddelen. Met deze air miles kan de klant sparen voor diverse uiteenlopende geschenken.

MKB Nederland
Het midden- en kleinbedrijf (mkb) is sterk gebaat bij een gezond ondernemersklimaat en dus bij een stimulerend overheidsbeleid. Om dit te bereiken is een bundeling van alle ondernemerskrachten van doorslaggevende betekenis. MKB-Nederland bundelt deze krachten.

Niet-franco levering
Bij een niet-franco levering dient de ontvanger van de goederen de vrachtkosten te betalen.

Nietigheid
Situatie waarbij een octrooi ongeldig is, doordat bijvoorbeeld niet is voldaan aan de eisen van nieuwheid of inventiviteit

Nieuwe economie
Economie die voornamelijk gericht is op internet. in deze economie gelden andere regels. Zo duurt een internetjaar hierin maar drie maanden en nemen snelle bedrijven de langzame over, in plaats van de grotere de kleinere.

Nieuwheidsonderzoek
Onderzoek dat door het Bureau voor de Industriële Eigendom in het kader van de octrooiverlening wordt uitgevoerd. Het biedt inzicht in reeds beschermde vindingen. Dit rapport is bijzonder belangrijk omdat dit het enige instrument is waarmee de octrooihouder de waarde van zijn octrooi kan meten. Men kan een nieuwheidsonderzoek van het nationale of internationale type aanvragen.

Obligatie
Schuldbekentenis; bewijs van deelneming in een obligatielening.

Obligatielening
Een lening op lange termijn, afgesloten met een meestal groot aantal vermogensverschaffers.

Observatie
Observatie is een vorm van fieldresearch die relatief weinig gebruikt wordt in het midden en kleinbedrijf. Bij observatie volgt de onderzoeker zijn doelgroep gedurende langere tijd, met als doel opvallende kenmerken en/of eigenaardigheden van zijn doelgroep te achterhalen. Observatie wordt voornamelijk toegepast in het grootbedrijf, te denken valt hierbij aan producenten van A-merken. Observatie kost relatief veel tijd en is daarmee een kostbare onderzoekmethode.

Octrooi
Door de overheid verleend uitsluitend recht voor het maken en verkopen van een artikel of voor het exploiteren van een uitvinding. `Octrooi` betekent hetzelfde als een `patent`. Het ene woord komt uit het Frans (octrooi) en het andere uit het Latijn (patent). Het begrip `octrooi` wordt gebruikt in de Nederlandse wetgeving. `Patent` gebruikt u meer in informele kwesties.

Octrooi informatie On line OIO
Zoeksysteem van het Bureau voor de Industriële Eigendom, waarin de gegevens van circa negen miljoen octrooipublicaties in is opgenomen. Dit zoeksysteem is slechts voor een beperkt aantal instellingen toegankelijk, waaronder Syntens, Senter, een aantal hogescholen en enkele universiteiten. Zie ook Patent Information On line (PION).

Octrooi-aanvraagprocedure
Dit is het traject dat doorlopen moet worden om een octrooirechten te verkrijgen Indien je een voor Nederland geldig octrooi wenst, start de procedure bij het Bureau voor de Industiële Eigendom te Rijswijk, waar je een aanvraagformulier kunt opvragen.

Octrooigemachtigde
Een onafhankelijke, wettelijk bevoegd specialist op het terrein van octrooien en/of merken en modellen.

Octrooihouder
Diegene die het octrooi door de overheid verleend heeft gekregen.

Octrooiliteratuur
Dit is een andere naam voor de verzameling octrooidocumenten die opgeslagen zijn bij het Bureau voor de Industriële Eigendom.

Octrooiraad
Eén van de afdelingen van het Bureau voor de Industriële Eigendom. De Octrooiraad behandelt de nationale octrooiaanvragen.

Octrooiregister
In het octrooiregister dat bijgehouden wordt door het Bureau I.E. zijn de administratieve gegevens over octrooi-aanvragen en verleende octrooien opgenomen, voor zover zij in Nederland van kracht zijn of waren. Raadpleging van dit register geeft antwoord op bijvoorbeeld de volgende vragen: Wanneer is de laatste jaartaks betaald? Is het octrooi nog van kracht? Is er een vertaling ingediend? Wat is de geldigheidsduur van het octrooi? Tevens vindt men in het octrooiregister informatie over de stand van zaken met betrekking tot een bepaalde aanvraag of octrooi. Raadpleging van dit register is kosteloos, behalve wanneer men hieruit schriftelijke informatie wenst.

Octrooisysteem
Het octrooisysteem heeft twee aspecten: bescherming van technische kennis en verspreiding van informatie die in de miljoenen octrooi-documenten ligt opgeslagen.

OESO-landen
Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling: Australië, België, Canada, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Groot-Brittannië, Ierland, IJsland, Italië, Japan, Luxemburg, Nederland, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Turkije, USA, Zweden en Zwitserland.

Offerte
Een voorstel tot het aangaan van een overeenkomst, dat zijn kracht verliest door tijdsverloop of herroeping.

Omloopsnelheid
Het gemiddelde aantal keren dat bijvoorbeeld de totale geldvoorraad in een bepaalde periode wordt uitgegeven. Omloopsnelheid is ook een belangrijk kengetal met betrekking tot voorraad, debiteuren en crediteuren.

Omzet
Het totale bedrag van alle verkopen.
Formule: Netto verkoopprijs x Aantal = Omzet

Omzetbelasting
Een belasting die de ondernemer aan de fiscus verschuldigd is over de omzet van zijn bedrijf. De ondernemer mag de aan toeleveranciers betaalde omzetbelasting (BTW) in mindering brengen, zodat hij alleen omzetbelasting betaalt over de waardevermeerdering die het product of de dienst ondergaat.

Omzetbonus
Sommige leveranciers kennen een zogenaamde omzetbonus. Dit houdt in dat afnemers van deze leverancier na het verstrijken van een bepaalde periode (meestal één jaar) een bonus krijgen toebedeeld op basis van afgenomen hoeveelheden. Het doel van deze omzetbonus is enerzijds een stuk klantenbinding en anderzijds de afnemer te stimuleren tot grotere verkoopprestaties.

Omzetpercentagemethode
Een bedrijf reserveert jaarlijks op basis van de omzet een percentage voor reclame. Dit kan aan het einde van het jaar of juist aan het begin (op basis van verwachte omzet over één jaar) van het jaar plaatsvinden. De omzetpercentagemethode is de meest gebruikte methode onder bedrijven. De belangrijkste voordelen van deze methode zijn dat men in één oogopslag kan zien wat de uitgaven voor reclame bedragen en dat men precies weet wat men kan uitgeven (is het reclamebudget op dan is het op en kan er niets meer besteedt worden). Het belangrijkste nadeel van deze methode is dat men de omzet als graadmeter neemt om het reclamebudget te bepalen. Terwijl het niet uitgesloten is dat wanneer men meer geld zou besteden aan reclame de omzet ook toe zou nemen. De kosten gaan voor de baten!

Omzetsnelheid
De omzetsnelheid is het aantal malen dat de gemiddelde voorraad per jaar wordt verkocht. De omzetsnelheid wordt op de volgende wijze berekend.
Jaaromzet / Gemiddelde aanwezige voorraad = Omzetsnelheid (OS)
Een hogere omzetsnelheid resulteert automatisch in een hoger rendement. Een lagere omzetsnelheid daarentegen resulteert automatisch in een lager rendement.

Orderportefeuille
Alle lopende opdrachten.

Orderpunt
Het punt waarop een ondernemer besluit een nieuwe order te plaatsen om de voorraad aan te vullen. Het orderpunt is afhankelijk van drie verschillende factoren: de levertijd van de leverancier, de gebruiksgraad en de servicegraad.

Out of stock
Het artikel is niet meer voorradig.

Overheidsfondsen
Regionale ontwikkelingsmaatschappijen.

Seed capital / Zaaikapitaal
Eerst benodigde kapitaal om een startend bedrijf op gang te brengen. Hiermee wordt onderzoek, bepaling en ontwikkeling van het initieel concept gefinancierd, met als doel het bereiken van de start-upfase. Zaaikapitaal wordt meestal bijeengebracht door de oprichters van een onderneming, hun vrienden of familie. Sommige participatiemaatschappijen verstrekken ook zaaikapitaal.

Semiconductor Chip Protection Act
In 1984 trad de Amerikaanse `Semiconductor Chip Protection Act` in werking. De Nederlandse versie van heet `de Wet voor de bescherming van oorspronkelijke topografieën van halfgeleiderproducten`.

Service merchandising
Service merchandising is het toevoegen van allerlei branchevreemde producten aan het assortiment van een bedrijf (voornamelijk supermarkten). Aangezien de omloopsnelheid van dit soort producten meestal vrij laag is, een vrij specialistisch karakter hebben en vrij bewerkelijk zijn laat het bedrijf de aflevering, schapvulling en presentatie over aan de service merchandiser. Vaak kan het bedrijf kapotte of niet verkochte producten teruggeven aan de service merchandiser. Het bedrijf ontvangt per verkocht product een bepaald percentage.

Servicegraad
De servicegraad geeft het percentage van bestellingen weer waar een onderneming direct uit voorraad aan kan voldoen. Hoe hoger de gewenste servicegraad, hoe hoger het orderpunt komt te liggen.

Serviceverwantschap
Men spreekt over serviceverwantschap als meerdere artikelen of productgroepen overeenkomsten vertonen in service. Zo is er sprake van serviceverwantschap tussen het vermaken van een herenpantalon en een damesrok. Zij hebben beide de overeenkomst dat zij vermaakt (korter of langer maken) worden.

Sluitpostmethode
Bedrijven bekijken aan het einde van het jaar aan de hand van hun verlies en winstrekening of er nog enige ruimte is voor reclamekosten. Deze methode veroorzaakt dat er ieder jaar een verschillend budget beschikbaar is, het ene jaar kan het budget hoog zijn en het andere jaar kan het voorkomen dat er helemaal geen budget beschikbaar is. Een groot nadeel is dat het hierdoor onmogelijk is een goede lange termijn reclamestrategie na te streven. De sluitpostmethode is een slechte methode en wordt niet vaak toegepast.

Spin-off
Spin-offs vormen een bijzondere groep technostarters. Een spin-off is een technostarter uit een kennisinstelling die recent verworven kennis, ontwikkeld in deze kennisinstelling, gebruikt als substantiële bijdrage (basis) voor de start-up.
Bron: Kreijen, Van Scherrenburg en Van Tilburg (2002), Hightech ondernemerschap in Nederland

Spin-out
Afgeleide van een bedrijf dat als zelfstandig bedrijf wordt opgezet. Spin-outs komen veel voor als bedrijven uit de traditionele economie meewillen in de nieuwe economie.

Surseance van betaling
Gerechtelijke opschorting van betalingen van schulden, geregeld in de faillissementswet. Een bedrijf in betalingsmoeilijkheden kan bij rechterlijke beslissing surseance van betaling worden verleend, als het ernaar uitziet dat het binnen afzienbare tijd weer aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen.

SWOT-analyse
Het in verband brengen van de geïdentificeerde kansen/ bedreigingen (extern) en sterktes/zwaktes (intern), het hieraan verbinden van interpretaties en conclusies die vervolgens hun neerslag vinden in een geschikte en feitelijk uitgevoerde strategie.

Themareclame
Reclame die tot doel heeft de merkbekendheid te vergroten en het merk een positiever imago te geven. Dit wordt onder andere bereikt door het merk een extra impuls te geven in de vorm van sfeer.

Uitvinding
Een uitvinding is een technisch product of productieproces, dat nieuw en inventief is.

Uitzendkrachten
Een uitzendbureau werft en selecteert tijdelijk personeel voor bedrijven. Het uitzendbureau is de werkgever van uitzendkrachten en regelt daarom de loonbetaling en afdracht van sociale premies plus belastingen. Uitzendbureaus hebben een eigen CAO. Er zijn uitzendbureaus die allerlei personeel kunnen leveren en gespecialiseerde bureaus. Uitzendkrachten kunnen als regel niet langer dan een jaar achtereen in hetzelfde bedrijf werken. Met hulp van een uitzendbureau kan een werkgever snel en met een minimum aan inspanning tijdelijk personeel vinden. Uitzendbureaus zijn wel een dure methode voor het werven van personeel, afhankelijk van de soort functie en de lengte van de inlening, rekenen zij 15/25 procent van het brutoloon als vergoeding voor hun diensten. Een goedkoper alternatief voor uitzendkrachten zijn oproepkrachten of tijdelijke werknemers via het Arbeidsbureau.

Upgrading
Een gevestigd bedrijf past haar formule aan door meer toegevoegde waarde te bieden. Dit wordt vaak vertaald naar een groter assortiment, betere service en meer reclame.

Voorgebruik
Voorgebruik ontstaat wanneer de uitvinding reeds voor de aanvraagdatum van het octrooi, door de vermeende inbreukmaker aantoonbaar bedrijfsmatig werd toegepast. Deze toepassing is echte niet openbaar en publiek toegankelijk (anders zou de uitvinding niet meer nieuw zijn).
Er is hier sprake van een (zeldzame) uitzondering op het alleenrecht van de octrooihouder.

Voorraadkosten
Voorraadkosten zijn de kosten die het directe gevolg zijn van het houden van voorraden. Onder deze kosten vallen onder andere: rentekosten, verzekeringskosten van de goederen, exploitatiekosten van het magazijn en de risico`s van waardederving van de voorraad, breuk, bederf en/of diefstal.

Voorrangsrecht
Zie prioriteitsrecht.

Vormstudie
Dit is een fase in het technische uitwerkingstraject van een idee, waarbij de hoofdvorm van het product wordt vastgesteld.

Vreemd vermogen
Vreemd vermogen is al het kapitaal buiten het eigen vermogen wat aangetrokken wordt voor het voeren van de onderneming. Vreemd vermogen kan men in diverse vormen tegenkomen op de balans.

Vreemd vermogen op korte termijn
Vreemd vermogen met een looptijd van uiterlijk één jaar.

Vreemd vermogen op lange termijn
Vreemd vermogen met een looptijd langer dan één jaar.

Vrijblijvende offerte
Een vrijblijvende offerte is een schriftelijke of mondelinge aanbieding, waarbij de leverancier zijn productaanbod, prijs, hoeveelheid, levertijd, e.d. opgeeft en waar in tegenstelling tot een vaste offerte niet duidelijk wordt vermeld dat de prijzen en condities gelden tot het verschijnen van een nieuwe offerte. Meestal worden in een vrijblijvende offerte de termen `zolang de voorraad strekt` en/of `op = op` gebruikt.

Vrijwillig filiaalbedrijf
Het vrijwillig filiaalbedrijf is een samenwerkingsvorm tussen een groothandel en de zelfstandige detaillist. De samenwerking vindt plaats op diverse terreinen, waaronder marketingbeleid, inkoopbeleid, verkoopbeleid, reclamebeleid en de bedrijfsadministratie. Een van de belangrijkste zaken waaruit de samenwerking blijkt is de uniforme bedrijfsnaam ofwel eenheidsnaam. Het doel van het vrijwillig filiaalbedrijf is het versterken van de concurrentiepositie ten aanzien van het grootwinkelbedrijf. Een aantal directe voordelen voor de detaillist die zich aansluit bij het filiaalbedrijf zijn het voordeliger inkopen en reclame maken. Het vrijwillig filiaalbedrijf valt onder de verticale samenwerkingsvorm. Dit blijkt uit de bedrijfskolom (producent - groothandel - detailhandel).

Wereldoctrooi
Een wereldoctrooi (één octrooi voor alle landen van de hele wereld) bestaat niet. Deze term is misleidend. Wel kunt u via de WIPO een internationaal octrooi aanvragen voor vele landen buiten Europa. Daarnaast kunt u uiteraard een nationaal of EP-octrooi aanvragen.

Werkkapitaal
Formeel laat het werkkapitaal het bedrag wat over is na aflossing van het kort vreemd vermogen zien. Men berekent het werkkapitaal als volgt: vlottende activa - vreemd vermogen kort = werkkapitaal
Informeel is het werkkapitaal het kapitaal waarover de onderneming vrij kan beschikken voor het uitoefenen van de daadwerkelijke ondernemingstaak.