Kopie van `Smartinvest - Financieel woordenboek: Abc van beleggen`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Smartinvest - Financieel woordenboek: Abc van beleggen
Categorie: Economie en financiën > Beleggen
Datum & Land: 07/08/2008, NL
Woorden: 403


AAA
De beste kwaliteit. Classificatie van het kredietrisico van ondernemingen met een lettersysteem, afkomstig van het Amerikaanse Standard & Poor's of Moody's Investor Service.

Aan toonder
Aanduiding voor waardepapieren die niet op naam staan. De houder wordt geacht de eigenaar te zijn.

Aandeel
Bewijs van deelneming in het kapitaal van een vennootschap. Bezit van een aandeel geeft het recht om te delen in de winst en stemrecht uit te oefenen in de aandeelhoudersvergadering.

Aandeelhouder
Bezitter van een bewijs van deelneming in het kapitaal van een onderneming.

Aandelenfonds
Een beleggingsfonds dat alleen belegt in aandelen.

Aandelenindex
Samenstelling van een gewogen gemiddelde van een aantal aandelen die verhandelbaar zijn.

Aandelenkapitaal
Het totale nominale bedrag van de aandelen van een onderneming, te berekenen door het aantal aandelen te vermenigvuldigen met de nominale waarde per aandeel.

Aandelenoptie
Recht om een standaardhoeveelheid aandelen te kopen (call-optie) of te verkopen (put-optie) tegen een vooraf vastgestelde uitoefenprijs en gedurende een vooraf vastgestelde looptijd.

Aanmerkelijk belang
Term uit de belastingwetgeving: aandelenbezit dat een bepaald percentage van het totale aandelenkapitaal van een bedrijf vertegenwoordigt (in de meeste gevallen 5%).

Achtergestelde lening
Lening die aan de aandeelhouders pas wordt afgelost indien alle overige schuldeisers zijn terugbetaald.

Achtergestelde obligatie
De verplichtingen van de debiteur uit hoofde van de achtergestelde obligatie zijn, met name bij faillissement, achtergesteld bij alle andere schuldverplichtingen.

Acquisitie
Ander woord voor overname van een bedrijf door een ander bedrijf.

Actiën
Ouderwets woord voor aandelen.

Actieve fondsen
Effecten die op een gesloten hoek op de effectenbeurs uitsluitend tussen hoeklieden worden verhandeld.

Activa
Alle bezittingen van een vennootschap op een bepaald moment. Men onderscheidt vaste activa (bezittingen met een levensduur langer dan een jaar zoals machines en gebouwen) en vlottende activa (bezittingen met een levensduur korter dan een jaar, zoals grondstoffen en debiteuren).

Adjustment of terms
Wijziging van een uitoefenprijs en-of de unit of trading als gevolg van een split-up, stockdividenden en dergelijke.

Advieskoers
Een voor de opening van de beurs afgegeven indicatie van de verwachte openingskoers.

Adviezen
Sommige financiële instellingen, zoals bepaalde banken, geven aan- of verkoopadviezen voor aandelen.

AEX
Afkorting van Amsterdam Exchanges index.

Affaire
Ander woord voor een effectentransactie: kan zowel koop als verkoop inhouden.

Afgifte
Uitgifte van nieuwe aandelen, obligaties en andere waardepapieren.

Afloopdatum
Vaste datum waarop een optiecontract afloopt.

Aflossing
Uitgelote of om andere redenen betaalbaar gestelde obligatie.

AFM
Autoriteit Financiële Markten. Organisatie die belast is met het toezicht op het functioneren van de Nederlandse effectenmarkten.

Agio
Positief koersverschil ten opzichte van de nominale waarde bij de uitgifte van een aandeel of obligatie.

Agiobonus
Gratis uitkering aan aandeelhouders van bonusaandelen ten laste van de agioreserve, die op deze wijze wordt omgezet in aandelenkapitaal. Door vergroting van het aandelenkapitaal zal bij een gelijk blijven van het Eigen Vermogen de beurskoers van de aandelen dalen. De uitkering van bonusaandelen is fiscaal onbelast.

Agioreserve
De reserve die ontstaat doordat aandelen zijn uitgegeven boven de nominale waarde. Uit die reserve kan aan de aandeelhouders een belastingvrije uitkering in aandelen worden gedaan, het stockdividend.

Agiostock
Vorm van stockdividend dat gratis wordt uitgekeerd aan aandeelhouders ten laste van de agioreserve. Deze uitkering is, in tegenstelling tot een gewoon stockdividend dat ten laste van de winst wordt uitgekeerd, fiscaal onbelast.

AIDA
Afkorting van Automatic Interprofessional Dealingsystem Amsterdam; een geautomatiseerde interdealer broker voor transacties - op of boven de wholesalegrens - van leden van de AEX-Effectenbeurs en Clearing Members van de AEX-Optiebeurs.

AIM
Afkorting van Amsterdam Interprofessioneel Marktsysteem. Systeem van de AEX-Effectenbeurs, waardoor institutionele beleggers zelf effectentransacties van een bepaalde minimumomvang met banken of commissionairs in effecten kunnen afsluiten zonder dat provisie in rekening wordt gebracht.

AIW
Afkorting van As, If and When. Dat betekent zoals, indien en wanneer. Dit heeft betrekking op effecten waarvan een notering is aangekondigd, maar die nog niet officieel genoteerd zijn. De AIW-handel wordt ook wel het grijze circuit of spookhandel genoemd.

All time low
Laagste notering op een bepaalde beurs tot nu toe.

Allowance
Een overeenkomst tussen een bank en een cliënt, waarbij de bank de effectencliënt in staat stelt om opties te schrijven zonder de onderliggende waarde te bezitten.

Alpha
Risicomaatstaf voor een aandeel. De alpha geeft de beweeglijkheid van de koers van het aandeel weer; het gaat hierbij om de beweeglijkheid die wordt veroorzaakt door andere foctoren dan marktomstandigheden.

Amorfisatie
Aflossing van een lening.

Amorfisatiebewijs
Ook genoemd: winstbewijs. Een bewijs dat wordt uitgegeven na een reorganisatie, waarbij het aandelenkapitaal geheel of gedeeltelijk is afgestempeld. Het bewijs geeft recht op een gedeelte van de (over)winst en soms ook op een eventueel liquidatiesaldo.

AMX
Index van de 25 fondsen die na de fondsen in de AEX-index de grootste beurswaarde vertegenwoordigen op de Amsterdamse effectenbeurs. Ook bekend als Midkap.

Angel
Jargon voor een obligatie met een hoge waardering, maar ook voor een belegger die het risico neemt om beginnende bedrijven te financieren.

Arbitrage
Het gelijktijdig kopen en verkopen van bepaalde effecten op verschillende markten teneinde gebruik te maken van prijsverschillen.

Ask
De koers waartegen iemand aandelen of opties wil kopen.

Assignment
Als u opties heeft geschreven, loopt u de kans te worden aangewezen (in het Engels: Assignment). Dit betekent dat u de onderliggende waarde(aandelen) moet kopen in het geval van een put-optie of verkopen in het geval van een call-optie tegen de uitoefenprijs.

At the money
Situatie waarin de koers van de onderliggende waarde van een optie gelijk is aan de uitoefenprijs van de optie.

Autonome winst
Netto-inkomsten uit de eigen onderneming. Winst uit verkoop van belangen en andere activiteiten blijven buiten beschouwing.

AVA
Algemene vergadering van aandeelhouders.

Avondhandel
Niet-officiële handel in internationale waarden, die plaatsvindt nadat de handel op de effectenbeurs officieel is gesloten.

Baisse
Effecten verkopen zonder ze te bezitten in de hoop deze later tegen een lagere koers te kunnen terugkopen. Dergelijke transacties kunnen alleen door de beroepshandel worden aangegaan. Baisse wordt ook gebruikt voor het aanduiden van een negatieve beursstemming of koersdaling.

Baissier
Belegger die op een koersdaling gokt door een baissepositie in te nemen. Hij verkoopt dan stukken die hij heeft geleend.

Bankbrieven
Door een bank uitgegeven obligatie.

Basispunt
Een basispunt is één honderdste procentpunt (= 0,01%).

Bear market
Pessimistische stemming over de ontwikkeling van de markt.

Bear rally
Langere periode waarin de koers van een aandeel of index blijft dalen.

Beeldschermhandel
Elektronische (beurs)vloer.

Beheerkosten
Kosten die periodiek door het beleggingsfonds aan de beheerder worden betaald ten laste van het fondsvermogen. Deze kosten komen indirect ten laste van de belegger.

Beleggen
Het investeren in spaarvormen, effecten, opties, onroerend goed en dergelijke, met de bedoeling daar inkomsten en-of vermogensopbouw uit te verwerven.

Beleggingsfonds
Instelling die geld van derden belegt in aandelen en-of andere vermogenswaarden.

Beleggingsmaatschappij
Onderneming die beoogt kapitaal van derden bijeen te brengen en te beleggen in effecten en onroerende goederen.

Belening
Effecten tot zekerheid stellen van een lening.

Beleningsrente
Rente waartegen men aandelen beleent.

Benchmark
Vooraf vastgestelde en objectieve maatstaf voor de prestatie van een beleggingsportefeuille of beleggingsfonds.

Beschermingsconstructie
Juridische constructie om ongewenste invloeden buiten de onderneming te houden. Zo kan via bepalingen in de statuten de zeggenschap van aandeelhouders worden beperkt.

Besloten beleggingsfonds
Beleggingsfonds waarvan participaties niet vrij verhandelbaar zijn.

Bestens order
Aan- of verkooporder die wordt uitgevoerd tegen de eerst gedane koers. Ook ongelimiteerde order genoemd.

Betaalbaarstelling
Aanwijzen van een dividendbewijs of coupon waarop bijvoorbeeld het dividend wordt uitgekeerd of de obligatie wordt uitgeloot.

Beurs
Markt waar men handelt in effecten (aandelen, obligaties, opties futures etc.).

Beursindex
Koersgemiddelde van de beursnoteringen op een bepaalt tijdstip.

Beurskapitalisatie
Waarde die een bedrijf of onderneming vertegenwoordigt voor alle aandeelhouders. Deze waarde is te berekenen door het aantal uitstaande aandelen te vermenigvuldigen met de beurskoers van het aandeel. Dit wordt ook wel beurswaarde genoemd.

Beurskoers
Marktprijs als gevolg van de vraag en aanbod van een bepaald fonds.

Beurskrach
Beurscrisis. Ineenstorting van de koersen.

Biedkoers
Prijs die voor een effect geboden wordt.

Blue chip
Aanduiding voor een aandeel in een financieel sterke, goed geleide onderneming, die zich in de belangstelling van institutionele beleggers mag verheugen.

Bonusaandeel
Aandeel dat gratis door een vennootschap uit de reserves (veelal ten laste van de agioreserve) aan aandeelhouders wordt uitgekeerd.

Broker
Effectenmakelaar.

Bull-markt
Term voor een markt die zich in een stijgende trend bevindt.

Bulletlening
Lening die in één keer wordt afgelost aan het einde van de looptijd.

Buy
Advies om aandelen te kopen.

Buyer's market
Markt waarop het aanbod groter is dan de vraag waardoor de kopers tot op zekere hoogte de prijzen kunnen bepalen.

Calloptie
Optie die het recht verschaft om aandelen in een onderneming te kopen tegen een vooraf bepaalde prijs binnen een bepaalde periode.

Cashdividend
Winstuitkering aan aandeelhouders in contant geld (cash).

Cashflow
Nettowinst plus afschrijving van een onderneming. Deze kasstroom is beschikbaar voor investeringen, dividend en winstinhouding.

Certificaat
Verhandel waardepapier dat is uitgegeven door banken met als onderliggende waarde een schuldbeketenis of een termijn deposito.

CF-stuk
Effecten die qua vorm verschillen van de normaal in omloop zijnde stukken en die niet aan cliënten worden overhandigd.

Chart
Engelse term voor (koers)grafiek.

Claim
Voorkeursrecht van koop voor bestaande aandeelhouders bij de uitgifte van nieuwe aandelen door een onderneming. De claim zelf vertegenwoordigt ook een waarde die op de beurs kan worden verhandeld.

Collateral
In onderpand gegeven zekerheden ter dekking van marginverplichtingen.

Commissionair
Effectenmakelaar. De commissionair adviseert, beheert en voert op de beurs opdrachten van cliënten uit. Hij mag dat ook voor eigen rekening doen. Voor zijn diensten berekent hij commissie.

Commodities
Bulkproduct waarvan de prijs geheel door vraag en aanbod wordt bepaald, zoals olie, graan en koffie.

Conjunctuur
Golfbeweging in de economische activiteit, ook wel de actuele stand van zaken in een nationale economie.

Conversie
Omwisseling van een effect in een ander effect.

Converteerbare obligatie
Obligatie die onder bepaalde voorwaarden in aandelen van dezelfde vennootschap kan worden gewisseld.

Coupon
Rentebewijs - divividendbewijs bij aandelen en obligaties.

Couponrendement
Verhouding tussen het bedrag aan ontvangen couponrente en de beurswaarde van de obligatie in kwestie op een bepaald moment. Bij de berekening kan ook uitgegaan worden van de beurswaarde ten tijde van de aankoop van de obligatie.

Couponrente
De rente die gedurende de looptijd van een obligatie wordt uitbetaald.

Crash
Algemene instorting van de zakenwereld, ookwel krach genoemd.

Cumulatief preferent aandeel
Aandeel dat -indien in vorige jaren het preferent dividend niet of niet geheel is uitgekeerd- de volgende jaren ook preferent is voor het achterstallige. Eerst nadat alle achterstallige dividenden zijn betaald op de cumulatief preferente aandelen, kan dividend op de gewone aandelen worden uitgekeerd.

Cyclische waarden
Aandelen van bedrijven die gevoelig zijn voor conjunctuurbewegingen of werkzaam zijn in een cyclische bedrijfstak.

Dagorder
Opdracht tot aan- of verkoop van effecten, die voor één dag geldt.

Deep-discount bond
Obligatie met een rente ver beneden de marktrente en een uitgiftekoers beneden de nominale waarde.

Deep-in-the-money optie
Optie waarvan de uitoefenprijs duidelijk onder de beurskoers ligt.

Defensieve waarden
Aandelen die het over het algemeen goed blijven doen, ook al gaat het economische slecht(er).

Deflatie
Waardevermeerdering van geld waardoor de koopkracht toeneemt (de prijzen dalen).