Zoek op

autorit

de autorit zelfst.naamw. (m.) Uitspraak:   ['ɑutorɪt, 'otorɪt] Verbuigingen:   autorit|ten (meerv.) tocht per auto Voorbeeld:   `Het is een lange autorit naar onze vakantiebestemming.` © Kernerman Dictionaries. SpellingCorrect gespeld: 'autorit
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/autorit

AUTORIT

1) Etappe 2) Rally 3) Reisje 4) Rijtocht 5) Rijtoer 6) Tocht 7) Tochtje 8) Tochtje met de wagen 9) Toer
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/AUTORIT/1
Geen exacte overeenkomst gevonden.