betreden werkw. Uitspraak: [ bə'tredə(n) ] Afbreekpatroon: be·tre·den Vervoegingen: betrad (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft betreden (volt.deelw.) 1) lopen over Voorbeeld: 'verboden het gras te betreden' 2) (een gebouw) binnengaan Voorbeelden: 'betreden op eigen risico' , 'De politie had toestemming de wo... Gevonden op https://woorden.org/woord/betreden