Zie ook:
bezoedel

bezoedelen werkw. Uitspraak: [ bəˈzudələ(n) ] Afbreekpatroon: be·zoe·de·len Vervoegingen: bezoedelde (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft bezoedeld (volt.deelw.)
vies maken Voorbeeld: 'bezoedelde kleren' iemands goede naam bezoedelen (iemand een slechte naam bezorgen door slechte dingen te vertellen) bezoedelde familie-eer () Syn...
Gevonden op
https://woorden.org/woord/bezoedelen

1) Vlekken 2) Vies maken 3) Beschadigen 4) Onteren 5) Aantasten 6) Vuilmaken 7) Bezwalken 8) Bevuilen 9) Ontreinigen 10) Smeuren 11) Vuil maken 12) Schandvlekken 13) Bevlekken 14) Besmeuren 15) Besmeren 16) Tarreren 17) Bemorsen 18) Bekladden 19) Besmetten 20) Verontreinigen
Gevonden op
https://mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/Bezoedelen/1

bevlekken
Jaar van herkomst: 1562 (Toll. )
Gevonden op
https://dbnl.org/tekst/sijs002chro01_01/colofon.php

bevlekken (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op
https://etymologiebank.nl/trefwoord/bezoedelen
iets doen of zeggen waardoor iemands goede naam beschadigd wordt vb: je bezoedelt de familie met je rare praatjes!
Gevonden op
https://mowb.muiswerken.nl/

bevlekken WOORDFEIT: Bezoedelen wordt nog maar zelden in de oorspronkelijke, letterlijke betekenis 'vies maken, verontreinigen' gebruikt. Meestal heeft het een figuurlijke betekenis: een bezoedeld geweten is 'een onrein/slecht geweten' en iemands goede naam bezoedelen is 'iemands goede naam aantasten'. Bezoedelen is in de zestiende eeuw ontleend aa...
Gevonden op
https://onzetaal.nl/uploads/nieuwsbrieven/bezoedelen.html
Geen exacte overeenkomst gevonden.