de boel zelfst.naamw. (m.) Uitspraak: [ bul ] Verbuigingen: boelen (meerv.) 1) alles wat in huis is Voorbeeld: 'de boel kort en klein slaan' 2) rommelige dingen Voorbeeld: 'de boel opruimen' 3) toestand Voorbeeld: 'Het is hier een smerige boel.' de boel de boel laten (alles in de steek laten om iets ... Gevonden op https://woorden.org/woord/boel
grote hoeveelheid - Jaar van herkomst: 1785 (WNT winst ) inboedel - Jaar van herkomst: 1460-1470 (Latijns-Middelnederlands Vocabularius, hs. 19.590 Brussel )
Gevonden op https://dbnl.org/tekst/sijs002chro01_01/colofon.php