
de Braziliaan zelfst.naamw. (m.) Uitspraak: [ brazili'jan ] Afbreekpatroon: Bra·zi·li·aan Verbuigingen: Brazilianen (meerv.) de Braziliaan - se zelfst.naamw. Uitspraak: [ brazili'jan - sə ] Afbreekpatroon: Bra·zi·li·aan Verbuigingen: Braziliaansen (meerv.)
iemand met de Braziliaanse nationaliteit Gevonden op
https://woorden.org/woord/Braziliaan

1) Inwoner van Latijns-Amerika 2) Inwoner van Zuid-Amerika 3) Inwoner van Brazilië 4) Inwoner van Amerika
Gevonden op
https://mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/Braziliaan/1

iemand met de Braziliaanse nationaliteit; iemand die behoort tot het Braziliaanse volk; iemand die afkomstig is uit Brazilië; inwoner van Brazilië In het meervoud ook in toepassing op het volk en meestal in het meervoud ook in toepassing op vertegenwoordigers van een nationale sportploeg of andere groep.
Gevonden op
https://anw.ivdnt.org/article/Braziliaan

• [demoniem] een inwoner van Brazilië, of iemand afkomstig uit Brazilië.
Gevonden op
https://nl.wiktionary.org/wiki/Braziliaan
Geen exacte overeenkomst gevonden.