capituleren werkw. Uitspraak: [ kapityˈlerə(n) ] Afbreekpatroon: ca·pi·tu·le·ren Vervoegingen: capituleerde (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft gecapituleerd (volt.deelw.) zich overgeven (aan een vijand); geen weerstand meer bieden Synoniemen: opgeven overgeven uitleveren zich overgeven Gevonden op https://woorden.org/woord/capituleren