Zoek op

deugen

deugen werkw.Uitspraak:   [ˈdøxə(n)] Verbuigingen:   deugde (verl.tijd enkelv.) Verbuigingen:   heeft gedeugd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen 1) goed zijn, in orde zijn Voorbeeld:   `Die fiets deugt niet. Ik kan er niet mee wegrijden...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/deugen

DEUGEN

1) Betrouwbaar zijn 2) Braaf zijn 3) Conveniëren 4) Geschikt zijn 5) Geschikt zijn voor 6) Geschikt zijn voor iets 7) Goed in orde zijn 8) Goed oppassen 9) Goed zijn 10) Goed zijn voor 11) In orde zijn 12) Passen 13) Uitkomen 14) Van goede hoedanigheid zijn
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/DEUGEN/1

Deugen

Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [gelijkvloeiend] (ik deugde, heb gedeugd), braaf-, deugdzaam zijn; dienstig zijn tot (iets); niet -, zich slecht gedragen, een slecht hart bezitten.
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0007.htm

deugen

goed zijn
Jaar van herkomst: 1240 (Bern. )
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/sijs002chro01_01/colofon.php

deugen

geschikt zijn, juist zijn; oppassend zijn (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/deugen
Geen exacte overeenkomst gevonden.