de huwelijkspartner zelfst.naamw. (m.) Uitspraak: [ 'hywələkspɑrtnər ] Verbuigingen: huwelijkspartners (meerv.) degene met wie je getrouwd bent Voorbeelden: 'je huwelijkspartner kiezen' , 'verblijfsvergunning voor een huwelijkspartner' Synoniem: echtgenoot Synoniemen: echtgenoot echtgenote partij ... Gevonden op https://woorden.org/woord/huwelijkspartner
Een 'huwelijkspartner' is de (bij polygamie 'een') persoon met wie men gehuwd is. 'Eega', 'gade' en 'wederhelft' zijn formele Nederlandstalige synoniemen voor huwelijkspartner. Gevonden op https://nl.wikipedia.org/wiki/Huwelijkspartner