kluiven werkw. Uitspraak: [ 'klœyvə(n) ] Afbreekpatroon: klui·ven Vervoegingen: kloof/kluifde (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft gekloven/gekluifd (volt.deelw.) met je tanden vlees van een bot knagen Voorbeelden: 'op een kippenbotje kluiven' , 'gedachteloos op je potlood kluiven' Zie ook: kluif Synoniemen: knauwen sabbelen smikkele... Gevonden op https://www.woorden.org/woord/kluiven
1) Eten 2) Afknagen 3) Afknabbelen 4) Bijten 5) Afknagen van een bot 6) Van het bot afbijten 7) Benen 8) Peuzelen 9) Met je handen eten 10) Smikkelen 11) Afbijten 12) Van het bot eten 13) Sabbelen 14) Knauwen Gevonden op https://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/Kluiven/1
met de tanden en lippen vlees dat aan been vastzit bij kleine beetjes ervan afhalen kluivend eten; afkluiven bijtend sabbelen op iets werk hebben aan iets Gevonden op https://anw.ivdnt.org/article/kluiven