de paskamer zelfst.naamw. (m.) Uitspraak: [ 'pɑskɑmər ] Afbreekpatroon: pas·ka·mer Verbuigingen: paskamers (meerv.) klein hokje of afscheiding met een gordijn ervoor in een kledingwinkel waarin je kleren kunt passen Voorbeeld: 'De paskamers zijn allemaal bezet, even wachten dus.' Synoniemen: kleedhokje pashokje Gevonden op https://woorden.org/woord/paskamer