Zoek op

snoeren

snoeren werkw.Uitspraak:   [ˈsnurə(n)] Verbuigingen:   snoerde (verl.tijd enkelv.) Verbuigingen:   heeft gesnoerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen de mond snoeren  (zorgen dat (iemand) niet meer praat) Synoniem: (iemand) het zwijgen opleggen &c...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/snoeren

SNOEREN

1) Binden 2) Elektriciteitssnoeren 3) Inrijgen 4) Koorden 5) Lassen 6) Met een koord sluiten 7) Rijgen 8) Strengelen 9) Tot zwijgen brengen 10) Vastbinden 11) Vastmaken 12) Vastmaken met touw
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/SNOEREN/1

snoeren

Spreekwoorden: (1914) Iemand den mond snoeren (of stoppen)
d.w.z. iemand het zwijgen opleggen; 17<sup>de<-sup> eeuw iemand muilbanden (zie Ndl. Wdb. IX, 1204); eig. iemands mond vast of dichtbinden, of door er iets in te steken, te stoppen; dit laatste meestal fig. door middel van geld of geschenken. Zie Matth...
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_1581.htm

snoeren

zie: eensporig gaan
Gevonden op http://www.encyclo.nl/lokaal/10733

snoeren

heel strak vastbinden vb: de riem zat om haar middel gesnoerd
Gevonden op http://www.muiswerk.nl/mowb/?word=snoeren
Geen exacte overeenkomst gevonden.