Zoek op

telefoneren

telefoneren werkw.Uitspraak:   [teləfoˈnerə(n)] Verbuigingen:   telefoneerde (verl.tijd enkelv.) Verbuigingen:   heeft getelefoneerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen een gesprek voeren via de telefoon Voorbeelden:   `telefoneren met iemand`,...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/telefoneren

TELEFONEREN

1) Bellen 2) Kantoorwerk 3) Opbellen 4) Oproepen 5) Per telefoon spreken 6) Spreken over afstand 7) Telefoon opnemen
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/TELEFONEREN/1

telefoneren

• [inerg] een telefoon gebruiken.
Gevonden op http://nl.wiktionary.org/wiki/telefoneren

telefoneren

door middel van een apparaat (de telefoon) op afstand met iemand praten vb: ik heb naar huis getelefoneerd dat ik later kom Synoniemen: bellen opbellen
Gevonden op http://www.muiswerk.nl/mowb/?word=telefoneren
Geen exacte overeenkomst gevonden.