tuit, kwast, versiersel - Voorbeeld: ‘Van ruisebuise boerenkinders gelijk ze vertrokken waren, prutsten ze nu hele dagen aan eigen dingen, - aan brol en tuitelingjes waarvan de boer geen inzicht of begrip had’ Gevonden op https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0022.php