1.eindigen, aflopen Voorbeeld: ‘Wat was er op haar gemunt dat 't een na 't ander, al wat ze aanraakte of rond zich beroerde, dat 't al om 't even zwart en rampzalig uitkeerde?!’ 2.betalen (VD II) Voorbeeld: ‘Hij deed hun de gang van het spel uiteen: als 't klavers gevallen was, moest de vent me 't dubbel uitkeren’ Gevonden op https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0023.php
socialeverzekeringsrecht: door de overheid periodiek verstrekte geldsom. Bijv. in geval een persoon wegens arbeidsongeschiktheid ... Gevonden op https://juridischwoordenboek.nl?zoek=uitkeren
• [ditr] betalingen verzorgen, meestal door een instantie aan individuen. •tweede betekenisomschrijving. •enz. Gevonden op https://nl.wiktionary.org/wiki/uitkeren