Kopie van `Delta LLoyd - Pensioen abc`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Delta LLoyd - Pensioen abc
Categorie: Economie en financiën > Pensioen
Datum & Land: 07/10/2007, NL
Woorden: 673


Aandeel 
Bewijs van deelneming in het kapitaal van een bedrijf dat aan de beurs genoteerd staat. Bij aankoop van een aandeel wordt de koper mede-eigenaar van dat bedrijf. Aandelenbezit geeft het recht om te delen in de winst (dividend) en mee te praten over het beleid van de onderneming. Aandelen kunnen deel uitmaken van een beleggingsfonds.

Aankoopkosten
Kosten die gemaakt worden voor het aankopen van aandelen in beleggingsfondsen.

Aanspraak
De (pensioen)aanspraak is het door de werkgever aan de werknemer toegezegde pensioen, die in het pensioenreglement wordt vastgelegd (in de vorm van een aanspraak op pensioenrente, pensioenkapitaal of beschikbare premie).

Aanvullend pensioen 
Hiermee wordt vaak het ouderdomspensioen bedoeld dat via de werkgever is opgebouwd. Dient als aanvulling op de AOW-uitkering. 

Aanvullend sparen
Tussentijds extra geld storten voor een pensioenpolis.

Aanvullende stortingen
Stortingen die gedaan worden buiten de afspraken om zoals vastgelegd in de pensioenregeling.

Aanwijzing
Opdracht van de Nederlandsche Bank aan het bestuur van een pensioenfonds om het beleid of de uitvoering van het beleid van het pensioenfonds zodanig aan te passen, dat het in overeenstemming wordt gebracht met wettelijke regels. Het is een instrument van de Nederlandsche Bank om naleving van de Pensioenwet bij pensioenfondsen af te kunnen dwingen.   

Aanzegging
Mededeling van de Nederlandsche Bank aan het bestuur van een pensioenfonds

Absolute return
Een fonds of portefeuille dat een ‘absolute return’ nastreeft, heeft als doel iedere verslagperiode een positief rendement te behalen, dat in ieder geval boven het rendement op kasgeld ligt.

ABTN
Afkorting voor actuariële en bedrijfstechnische nota.

Achterbalkon
De in een levensjarenstelsel toegepaste verhoging van de aanspraken over alle jaren – vanaf een bepaalde leeftijd – voorafgaand aan de aanvang van het deelnemerschap van de deelnemer. Het levensjarenstelsel is met ingang van 1 juni 1999 fiscaal niet meer toegestaan.

Actief beleggen
Op grond van een bepaalde marktvisie wordt afgeweken van de benchmark, om zo te trachten een betere performance te behalen.

Actieve deelnemer
De werknemer die bij de werkgever in dienst is en pensioen opbouwt in de pensioenregeling van de werkgever. 

Actuarieel benodigde premie
Actuariële waarde van de in te kopen pensioenaanspraken. Deze premie wordt vastgesteld rekening houdend met hetgeen hierover is afgesproken in de uitvoeringsovereenkomst.

Actuarieel Genootschap (AG)
Het Actuarieel Genootschap is een vereniging, welke kantoor houdt in Woerden, die zich de bestudering en ontwikkeling van de actuariële wetenschappen ten doel stelt, alsmede de verbreding van de wetenschappelijke basis van de werkzaamheden van de actuaris en het geven van voorlichting over de taak en de bevoegdheid van de actuaris. Voorts heeft het Actuarieel Genootschap gedragsregels opgesteld, waaraan de leden zich dienen te houden, om het aanzien en de waardigheid van het beroep actuaris hoog te houden.

Actuarieel herrekenen
Het herrekenen van aanspraken bij een (gedeeltelijk) gewijzigde ingangsdatum of omzetting in een andere pensioensoort, rekening houdend met de actuariële grondslagen.

Actuarieel jaarwerk
Jaarlijkse werkzaamheden waarin de voorziening pensioenverplichtingen wordt vastgesteld en waarin de analyse van het technische resultaat wordt verricht. Dit jaarwerk wordt uitgevoerd en-of gecontroleerd door de actuaris.

Actuarieel neutraal
Bij de omzetting van een kapitaal in periodieke pensioenuitkeringen of bij uitruil van diverse pensioenvormen (bijvoorbeeld partnerpensioen inruilen voor een hoger ouderdomspensioen) worden tarieven gehanteerd, welke actuarieel neutraal dienen te zijn. 

Actuariële grondslagen
Wanneer een contante waarde van een reeks toekomstige uitkeringen moet worden bepaald, maakt de actuaris gebruik van actuariële grondslagen, zoals:

Actuariële korting
Als een pensioen eerder ingaat dan de officiële ingangsdatum, is op dat pensioen een actuariële korting van toepassing. Het pensioenbedrag wordt verlaagd onder invloed van gewijzigde rentecijfers en sterftekansen. 

Actuariële methoden
Methoden om met behulp van actuariële grondslagen de contante waarde van een reeks toekomstige uitkeringen of bijdragen te berekenen. Methoden om pensioenbijdragen vast te stellen zijn onder andere: premiesysteem, koopsomsysteem, inhaalpremiesysteem, inhaalkoopsomsysteem en het dynamische premiesysteem. Ook bestaan verschillende methoden om de reservering voor nabestaandenpensioen vast te stellen. Zie ook: Bepaalde en onbepaalde vrouw-man-partner).  

Actuariële oprenting
Het actuarieel (neutraal) verhogen van een aanspraak op (tijdelijk) ouderdomspensioen bij uitstel van de ingangsdatum. Door uitstel van de ingangsdatum wordt de verwachte uitkeringsperiode verkort waardoor, rekening houdend met de kans op sterfte en een interesttoevoeging in de uitstel periode, de contante waarde van de aanspraak op (tijdelijk) ouderdomspensioen aangroeit.

Actuariële Principes Leven
Levensverzekeraars moeten voldoende voorzichtigheid in acht nemen bij de vaststelling van de voorzieningen, door in de actuariële grondslagen rekening te houden met veiligheidsmarges. In diverse wetgeving worden voorschriften ten aanzien van deze veiligheidsmarges gegeven. De Nederlandsche Bank heeft in de Actuariële Principes leven aangegeven hoe zij deze voorschriften interpreteert. 

Actuariële waarde
De contante waarde van een reeks toekomstige uitkeringen of bijdragen berekend op basis van actuariële grondslagen.

Actuaris
Een actuaris combineert economische en wiskundige technieken. De actuaris heeft zich gespecialiseerd in verzekeringswiskunde (zowel levensverzekering als schadeverzekering). Met behulp van de verzekeringswiskunde bepaalt de actuaris hoe hoog de benodigde koopsom of premie moet zijn voor bepaalde verplichtingen. De actuaris verricht risicoanalyses en bepaalt welk bedrag voor toekomstige verplichtingen moet worden gereserveerd. Verder houdt de actuaris zich bezig met het samenstellen van modellen om verplichtingen en beleggingen van een pensioenfonds of een verzekeraar optimaal op elkaar af te stemmen (matching) en om de samenstelling van het beleggingspakket te optimaliseren.    

Actuaris AG
Een actuaris die lid is van het Actuarieel Genootschap.

Administratiekosten(vergoeding)
Het is de vergoeding die aan de verzekeraar verschuldigd is voor alle werkzaamheden, voortvloeiend uit de pensioenovereenkomst, bijvoorbeeld berekenen en administreren van pensioenaanspraken, leveren van polissen, opstellen van reglementen, beheren van de beleggingen enz.

Adspirant deelnemer
Zie: Aspirant-deelnemer.

AEX-index
Een index die de stemming op de Amsterdamse aandelenbeurs weergeeft. Voor de meting van deze index zijn 25 Nederlandse fondsen geselecteerd, die 80% van de totale marktkapitalisatie van Nederlandse beursgenoteerde fondsen vertegenwoordigen. Het belangrijkste selectiecriterium van de 25 Nederlandse fondsen in de index, is het totale handelsvolume van de afgelopen drie jaar.

Affinanciering
Financieringssysteem waarmee alle pensioenaanspraken

Afkoopsom 
Het bedrag aan afkoopwaarde dat in één keer wordt uitgekeerd wanneer een pensioen wordt afgekocht. Behalve als de afkoop een gevolg is van waardeoverdracht, gelden geen algemene rekenregels voor de afkoopsom.

AFM
Afkorting van Autoriteit Financiële Markten.

Afstandsverklaring 
Schriftelijke verklaring waarin afstand wordt gedaan van bepaalde (pensioen)rechten.

AG-tafels
Jaarlijks publiceert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) sterftetafels die zijn gebaseerd op waarnemingen van sterfte in de bevolking. Deze sterftetafels zijn nog niet geschikt voor gebruik door actuarissen: het verloop van de sterftekansen is nog te grillig en bepaalde belangrijke wetmatigheden zijn nog niet opgenomen. Om die sterftetafels geschikt te maken voor actuarieel gebruik worden ze aangepast door het Actuarieel Genootschap. Deze aangepaste tafels krijgen de naam ‘AG-tafels’.

AKS 
Amerikaans Koopsommensysteem. Zie ook: Stortingensysteem.   

Alleenstaandenpensioen
In veel pensioenregelingen is de franchise afgeleid van de AOW-uitkering die twee gehuwden of ongehuwd samenwonenden gezamenlijk ontvangen. Alleenstaanden ontvangen in werkelijkheid een AOW-uitkering dat lager is dan het AOW-bedrag dat in de franchise is verwerkt. In sommige pensioenregelingen wordt aan alleenstaanden een extra aanspraak op ouderdomspensioen toegekend, ter compensatie van het verschil tussen de werkelijke AOW-uitkering en de AOW-uitkeringen voor twee gehuwde 65-plussers. Deze extra aanspraak op ouderdomspensioen wordt vaak ‘alleenstaandenpensioen’ of ‘ongehuwdenpensioen’ genoemd. 

ALM
Afkorting van Asset Liability Management, het afstemmen van de beleggingsmix op verplichtingen. Het uitvoeren van een ALM-studie kan een pensioenfonds of verzekeringsmaatschappij behulpzaam zijn bij het kiezen van de juiste beleggingsmix. Een ALM-studie kent de volgende aspecten:

ALPHA
Een maatstaf voor de afwijking (out-underperformance) van het rendement van een beleggingsportefeuille ten opzichte van het rendement van de benchmark. Alpha wordt gebruikt om aan te geven wat de bijdrage van de vermogensbeheerder is geweest aan het rendement van de portefeuille, omdat het rendement van de benchmark (beta), waar de beheerder geen invloed op heeft, eruit is gehaald. 

Ambitieniveau
Zie: Toeslagambitie.

Annuïteit
Een serie gelijkblijvende betalingen die bestaan uit een rente- en een aflossingsdeel en die dienen om een schuld mee af te lossen. Doordat er met elke betaling er steeds een deel van de schuld wordt afgelost, neemt de schuldrest en dus ook de rentevergoeding over die schuldrest geleidelijk af. Omdat de som van rente- en aflossingsdeel steeds gelijk is, neemt het aflossingsdeel in de betalingen steeds verder toe tijdens de terugbetalingperiode.

Anticumulatie
Uitkeringen uit hoofde van de wettelijke sociale zekerheid kunnen samenlopen met uitkeringen op grond van een pensioenregeling. Het bekendste voorbeeld daarvan is de samenloop van ouderdomspensioen dat ingaat vóór het bereiken van de 65-jarige leeftijd, met een WAO- dan wel een WIA-uitkering. Ter voorkoming van een dergelijke cumulatie worden in pensioenregelingen zogeheten anticumulatiebepalingen opgenomen. De anticumulatiebepaling in de pensioenregeling zorgt ervoor dat de pensioenuitkeringen verminderd worden met de uitkeringen uit hoofde van de wettelijke sociale zekerheid.

ANW
Afkorting voor de Algemene nabestaandenwet. De Anw heeft vanaf 1 juli 1996 de AWW vervangen. Het is een volksverzekering, die geldt voor alle ingezetenen van Nederland en degenen die in dienst zijn van een Nederlandse werkgever. De Anw voorziet in uitkeringen bij overlijden van een verzekerde aan de man of vrouw met wie de verzekerde was gehuwd of ongehuwd samenwoonde. Tevens kent de Anw een uitkering voor de ex-echtgeno(o)t(e) ten opzichte van wie de overleden verzekerde een alimentatieplicht had, en voor kinderen die door het overlijden van een verzekerde ouderloos zijn geworden. Het recht op een Anw-uitkering (met uitzondering van de uitkering voor wezen) is afhankelijk van leeftijd, gezinssamenstelling en mate van arbeids(on)geschiktheid van de nabestaande. Een eventueel eigen inkomen is van invloed op de hoogte van de Anw-uitkering.

ANW-gat
Geeft het verschil aan tussen de uitkering die kon worden verkregen uit hoofde van de AWW en de uitkering die een nabestaande uit hoofde van de Anw verkrijgt.

ANW-hiaat
Zie: ANW-gat.

ANW-hiaatpensioen 
Pensioen dat is bedoeld om een (onvolledige) Anw-uitkering aan te vullen. 

ANW-pensioen
Pensioen dat nabestaanden en wezen ontvangen op grond van de Algemene Nabestaandenwet.

AOW
Afkorting voor de algemene ouderdomswet. Het is een volksverzekering, die geldt voor alle ingezetenen van Nederland en voor degenen die in dienst zijn van een Nederlandse werkgever. De AOW voorziet in uitkeringen bij ouderdom. De uitkeringen gaan in op de eerste dag van de maand waarin de verzekerde 65 jaar wordt. 

AOW-gat
Per 1 januari 2015 zal de partnertoeslag aan AOW’ers met een partner die jonger is dan 65 jaar komen te vervallen. Voor personen die zijn geboren op of na 1 januari 1950 en dus op of na 1 januari 2015 de 65-jarige leeftijd bereiken, kan het gezamenlijke inkomen hierdoor tijdelijk lager worden. Dit wordt het AOW-gat genoemd. De grootte van dit gat is afhankelijk van het leeftijdsverschil tussen beide partners.

AOW-hiaat
Zie: AOW-gat.

APP
Zie: Actuariële principes pensioenfondsen. 

Arbeidsgeschiktheid 
Verzekeraars werken binnen hun arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, zoals vrijstelling van premiebetaling bij arbeidsongeschiktheid of het arbeidsongeschiktheidspensioen met de omschrijving arbeidsongeschiktheid in de zin van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering WAO, m.i.v. 1 januari 2006 met de WIA, Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen) of de Ziektewet. Wanneer een werknemer ziek wordt en zijn werk geheel niet meer kan uitvoeren valt hij-zij eerst twee jaar onder de loondoorbetalingverplichting van de werkgever. Na deze periode kan er recht ontstaan op een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Arbeidsongeschiktheid en de mate daarvan wordt vastgesteld door de uitvoerende instantie van de bedrijfsvereniging van de werkgever, het UWV. Binnen collectieve pensioencontracten wordt veelal de beschikking van het UWV gevolgd bij een claim op een arbeidsongeschiktheidspensioen of premievrijstelling. Met de invoering van de WIA probeert de overheid het werken van gedeeltelijk arbeidsongeschikten te bevorderen (de uitkering is mede afhankelijk van eigen loon), vandaar dat binnen deze wet gesproken wordt over arbeidsgeschiktheid.

Arbeidsongeschiktheid 
Volgens de wet is iemand arbeidsongeschikt als hij door ziekte niet kan werken. Mensen in loondienst hebben tot een bepaalde tijd recht op loondoorbetaling als zij geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raken. Daarna ontvangen zij een WAO-uitkering.

Arbeidsongeschiktheids-verzekering
Verzekering tegen gehele of gedeeltelijke inkomstenderving ten gevolge van arbeidsongeschiktheid.

Arbeidsongeschiktheidspensioen
Deze pensioenvorm voorziet in uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid. Vaak fungeren deze als aanvulling op de uitkeringen krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen. 

Arbeidsongeschiktheidsrisico
Het financiële risico als gevolg van arbeidsongeschiktheid. Als risico's kunnen daarbij worden genoemd enerzijds de aanvulling op het inkomen gedurende de periode van arbeidsongeschiktheid en anderzijds de voortzetting van de pensioenopbouw gedurende die periode.

Arbeidsverleden
Voor de vaststelling van iemands arbeidsverleden geldt het aantal kalenderjaren vanaf 01-01-1998 tot en met het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarin de dag is gelegen, dat er recht op een WIA-uitkering bestaat en het aantal kalenderjaren vanaf 1 januari waarin de 18 jarige leeftijd werd bereikt tot 1998.

Aspirant-deelnemer
Werknemer die een partner en-of kinderen heeft, maar die nog niet de vereiste leeftijd heeft bereikt om deel te mogen nemen aan de pensioenregeling van zijn werkgever. Voor aspirant-deelnemers wordt op risicobasis een nabestaandenpensioen en soms ook een arbeidsongeschiktheidspensioen verzekerd.

Asset-mix
Zie: Beleggingsmix.

Auditcommissie
In ‘Principes voor goed pensioenfondsenbestuur’

Autoriteit Financiële Markten
De AFM is toezichthouder op het gedrag van en de informatieverstrekking door alle partijen op de financiële markten in Nederland. Zie ook gedragstoezicht en effectentypisch gedragstoezicht.

AWW
Afkorting voor de Algemene Weduwen- en Wezenwet. De AWW is per 1 juli 1996 vervangen door de Anw.

Backservice 
Verhoging van pensioenaanspraken over achterliggende dienstjaren bij verhoging van de pensioengrondslag. Deze verhoging van pensioenaanspraken komt vooral voor in eindloonregelingen.   

Backservicepensioen
Het deel van het totale pensioen dat betrekking heeft op verstreken jaren van deelneming.

Backservicereserve
De contante waarde van het gedeelte van de backserviceverplichtingen, dat nog niet is gefinancierd met koopsom- of premiebetalingen aan een pensioenfonds of levensverzekeraar. De term ‘backservicereserve’ wordt vaak gebruikt om een bepaalde reservering op de balans van een onderneming mee aan te duiden.

Backserviceverplichtingen
De verplichtingen met betrekking tot de backservicepensioenen. In de fiscale sfeer wordt met ‘backserviceverplichtingen’ ook wel dat gedeelte van het totale backservicepensioen bedoeld, dat nog niet met betaling van koopsommen of premies is gefinancierd.

Balans Pensioen Plan collectief
Collectieve pensioenregeling in de vorm van gegarandeerde pensioenaanspraken op basis van beschikbare premie. Dit product is bestemd voor werkgevers of pensioenfondsen met minimaal 5 deelnemers en een jaarlijkse totale pensioenpremie van minimaal € 10.000. 

Barber-arrest
Arrest van 17 mei 1990 waarin het Europese Hof van Justitie heeft bepaald dat pensioen kan worden aangemerkt als een vorm van beloning in de zin van artikel 119 van het EU-Verdrag, zodat directe of indirecte discriminatie op grond van geslacht in aanvullende pensioenregelingen niet is toegestaan. Dit betekent dat aanvullende pensioenregelingen onder bepaalde voorwaarden in ieder element voor mannen en vrouwen gelijk moeten zijn.

Basisaftrek
Zie: Basisruimte.

Basisprovisie
Percentsgewijs berekende vergoeding die door de verzekeraar wordt uitgekeerd aan makelaars of tussenpersonen.

Basisruimte
Het bedrag aan lijfrentepremieaftrek dat tot 1 januari 2003 door iedere belastingplichtige kon worden geclaimd, ongeacht de vraag of er sprake was van een pensioentekort. De lijfrentepremieaftrek uit hoofde van de basisruimte bedroeg (voor het jaar 2002) € 1.069. Als gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om vrijwillige pensioenpremie te betalen uit een geblokkeerde werknemersspaarregeling moest deze pensioenpremie nog wel op de basisruimte in mindering worden gebracht. De basisruimte was niet onderling overdraagbaar tussen partners. Per 1 januari 2003 is de basisruimte komen te vervallen.

Bedrijfsspaarregeling 
Fiscaal aantrekkelijke spaarregeling van werkgevers voor werknemers. Werknemers mogen maximaal 613 euro (2005) van hun brutoloon sparen. Het spaartegoed staat vier jaar vast, waarbij het in bepaalde gevallen tussentijds mag worden opgenomen.

Bedrijfstakpensioenfonds
Een bedrijfstakpensioenfonds voert een pensioenregeling uit voor één of meer bedrijfstakken. In principe zijn alle werknemers en soms ook een aantal zelfstandigen uit die bedrijfstakken voor hun pensioen verzekerd bij dit bedrijfstakpensioenfonds. Bij een bedrijfstakpensioenfonds is meestal een flink aantal werkgevers aangesloten. Soms zijn die werkgevers volgens een CAO verplicht om zich aan te sluiten, maar meestal zijn ze verplicht krachtens de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000. 

Begunstiging
Aanwijzing van de gerechtigde op toekomstige uitkeringen van pensioen of levensverzekering.

Behaalbaar pensioen
Het pensioen dat een deelnemer zou kunnen behalen, als deze tot de pensioenleeftijd aan de pensioenregeling van zijn werkgever zou blijven deelnemen. Hierbij wordt verondersteld dat de berekeningsgrondslagen in die periode gelijk blijven.

Beheerkosten(vergoeding)
Vergoeding voor het beheer van beleggingen door de verzekeraar, zoals van toepassing bij winstdelingsregelingen bij collectieve pensioencontracten.

Belastingdienst
De belastingdienst heeft een divers takenpakket. Zij heffen en innen rijksbelastingen, houden toezicht op de in-, uit- en doorvoer van goederen en sporten fiscale, financiële en economische fraude op. Daarbij wordt gewerkt in opdracht van andere departementen.

Belastingoperatie-Oort
De invoering in 1990 van een nieuwe regeling voor belasting- en premieheffing. 

Beleggen
Geld in waardepapieren omzetten met het doel om de waarde te behouden of te vergroten.

Beleggingsbeleid
Een pensioenfonds is verplicht om op prudente wijze te beleggen. Het beleggingsbeleid van een pensioenfonds is enerzijds gericht op het zoveel mogelijk uitsluiten van beleggingsrisico’s en anderzijds op het behalen van een zo hoog mogelijk rendement. Bovendien moet de afstemming van beleggingen op de verplichtingen juist zijn: het pensioenfonds moet op het juiste moment aan haar verplichtingen kunnen voldoen. Om optimaal aan deze uitgangspunten te voldoen is een juiste samenstelling van de beleggingsmix noodzakelijk, die met behulp van een ALM-studie kan worden vastgesteld.

Beleggingsfonds 
Fonds dat geld van deelnemers belegt in effecten (zoals aandelen en obligaties). Voordelen van een beleggingsfonds zijn spreiding van het beleggingsrisico, professioneel beheer en lagere kosten door het collectieve karakter. 

Beleggingsmix
De verdeling van beleggingen over verschillende beleggingscategorieën, zoals: aandelen, onroerend goed en vastrentende waarden met een nadere onderverdeling in binnen- en buitenlandse beleggingen.

Beleggingsrendement
De mate waarin een belegging geld opbrengt.

Benchmark (index)
Een objectieve maatstaf voor zowel de samenstelling als de performance van het belegde vermogen. Een benchmark-index is een mandje van – bijvoorbeeld –   een aantal aandelen. In beginsel bepaalt de totale waarde van alle uitstaande aandelen de waarde van een index; fluctuaties in de waarde van de index worden dus veroorzaakt door koersfluctuaties van de in de index opgenomen aandelen. Een bekend voorbeeld van een index die als benchmark wordt gebruikt is de AEX-index.

Benchmarking
Het vaststellen van resultaten op een objectieve en verifieerbare wijze.

Benedenwettelijk 
Binnen de WIA, Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen   kunnen arbeidsongeschiktheidsuitkeringen van toepassing zijn voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten en gedeeltelijk arbeidsongeschikten. Daarbij is een maximum van toepassing, dat gerelateerd is aan het maximum SV loon (loon vastgesteld volgens de definitie binnen de Sociale verzekeringswetten), vergelijkbaar met het WAO grensbedrag. Werknemers die minder verdienen dan dit grensbedrag zijn de zogenaamde benedenwettelijken.      

Bepaalde man/vrouw/partner-systeem
Een systeem voor reservering voor partnerpensioenen, waarbij alleen dan voor partnerpensioen wordt gereserveerd indien de deelnemer daadwerkelijk gehuwd is, een geregistreerd partnerschap is aangegaan, dan wel een partner heeft. Dit systeem voor reservering is inmiddels niet meer toegestaan.

Bereikbaar pensioen 
Het pensioen dat een deelnemer aan een pensioenregeling kan behalen als hij tot aan de pensioenleeftijd deelneemt. Het nabestaandenpensioen is bijna altijd afgeleid van het bereikbare pensioen. 

Beroepspensioenfonds
Pensioenfonds voor beoefenaren van een bepaald beroep, zoals notarissen, huisartsen, actuarissen en vroedvrouwen. Als een beroepspensioenfonds aanwezig is, zijn alle beroepsgenoten verplicht om zich bij dat fonds aan te sluiten. Het is ook mogelijk dat er geen beroepspensioenfonds is opgericht, maar dat er een rechtspersoon in het leven is geroepen, die er op toeziet dat beroepsgenoten een bepaalde basispensioenregeling voor zichzelf treffen bij een levensverzekeraar. Op beroepspensioenregelingen is voor wat betreft de inhoud van een beroepspensioenregeling niet de Pensioen- en spaarfondsenwet

Beschikbare premie
Een percentage van het salaris dat gebruikt wordt om de verzekeringspremies van te betalen.

Beschikbarepremieregeling
Pensioenregeling waarin de hoogte van de verzekerde pensioenen afhankelijk is van de krachtens de regeling beschikbare premie en de daarmee te behalen beleggingsopbrengsten. Met behulp van actuariële grondslagen en methoden wordt bij pensioneren de precieze hoogte van het pensioen vastgesteld. Bij andere typen pensioenregelingen wordt eerst de pensioenhoogte en vervolgens de hoogte van de premies vastgesteld.

Bestuur
Het pensioenfonds wordt bestuurd door een bestuur, zijnde vertegenwoordigers van werkgevers(organisaties) en werknemers(organisaties). 

Bestuurssamenstelling pensioenfonds
In het bestuur van een bedrijfstakpensioenfonds moeten de vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersvakverenigingen in de desbetreffende bedrijfstak in gelijken getale zitting hebben. Het bestuur van een bedrijfstakpensioenfonds moet dus verplicht paritair zijn samengesteld.In het bestuur van een ondernemingspensioenfonds moeten de vertegenwoordigers van de deelnemende werknemers ten minste evenveel zetels bezetten als de vertegenwoordigers van de werkgever. Het bestuur van een ondernemingspensioenfonds moet dus ten minste paritair zijn samengesteld: vertegenwoordigers van de werknemers mogen méér zetels bezetten dan de vertegenwoordigers van de werkgever, maar dat is geen verplichting. De deelnemers moeten in het bestuur van elk pensioenfonds zijn vertegenwoordigd. Bovendien mogen de statuten en reglementen van pensioenfondsen nooit bepalingen bevatten, die het bestuurslidmaatschap onbereikbaar maken voor (gewezen) deelnemers. Deze bepalingen over de samenstelling van besturen van pensioenfondsen zijn opgenomen in de Pensioenwet. Op grond van de Pensioenwet moeten alle (her)benoemde bestuursleden worden getoetst op deskundigheid en betrouwbaarheid. Wat onder deskundig en betrouwbaar dient te worden verstaan is door De Nederlandsche Bank nader uitgewerkt in de regeling ‘Beleidsregels beleidsbepaling en toetsing pensioenfondsen’.

Bestuurstaken pensioenfonds 
Het bestuur van een pensioenfonds stelt het pensioenreglement vast, bepaalt de hoogte van de premies en technische voorzieningen, zorgt voor de administratie van aanspraken, beleggingen en uitkeringen, voert beleggingsbeleid uit, sluit herverzekeringsovereenkomsten af en regelt de dagelijkse gang van zaken. Het bestuur kan een deel van deze taken delegeren aan anderen, maar het blijft zelf eindverantwoordelijk.

Beta
Een maatstaf die weergeeft in welke mate het rendement van een aandeel of beleggingsportefeuille kan stijgen of dalen als het rendement van de benchmark stijgt of daalt. Beta kan positief of negatief zijn, de beta van de benchmark is per definitie 1. Bijvoorbeeld: een portefeuille heeft een beta van 0,8. Een stijging van de benchmark met 1% heeft dan een stijging van 0,8% van de portefeuille tot gevolg. 

Beursfonds
Een aan de (Amsterdamse) beurs genoteerd fonds.

Bewijs van aanspraak 
In het bewijs van aanspraak staan de juridische aspecten van de pensioenaanspraak. Bij dit bewijs hoort een pensioenopgave van de hoogte van het pensioen. De deelnemer ontvangt het bewijs van aanspraak bij uitdiensttreding.

Bijspaarregeling
Binnen fiscale grenzen kan de werknemer pensioenkapitaal bijsparen door inhouding van extra pensioenpremie op het salaris. De werkgever draagt deze premie af aan het fonds. Bij het fonds wordt het geld op een pensioenspaarrekening op naam van de deelnemer geboekt. Jaarlijks wordt rente bijgeschreven op basis van het rendement op de totale beleggingsportefeuille van het fonds. Op de pensioendatum, of bij eerder overlijden, wordt het spaarkapitaal aangewend voor extra pensioen. De pensioenpremie komt in mindering op het loon voor de loon- en inkomstenbelasting; de uitkeringen zijn dan uiteraard wel belast, net als het basispensioen.

Bijsparen
Extra pensioengeld opzij zetten (voor eigen rekening). 

Bijzonder partnerpensioen
Indien het huwelijk, geregistreerd partnerschap

Blokkeringclausule 
Deze clausule bepaalt dat niets in de polis mag worden gewijzigd zonder toestemming van de werkgever.