Zoek op

kaartje

het kaartje zelfst.naamw.Uitspraak:   [ˈkarcə] Verbuigingen:   kaartje|s (meerv.) 1) stuk papier waarmee je ergens naar binnen kunt Voorbeelden:   `een kaartje voor de bus kopen`, `We hebben al kaartjes voor het museum.`, `treinkaartje`Synoniemen:&n...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/kaartje

KAARTJE

1) Afgiftebewijs 2) Ansicht 3) Bewijs 4) Bewijs van toegang 5) Biljet 6) Biljetje 7) Contramerk 8) Entreebewijs 9) Entreebiljet 10) Label 11) Plaatsbewijs 12) Plaatsbiljet 13) Reisbiljet 14) Spoorbiljet 15) Ticket 16) Toegangsbewijs 17) Toegangsbiljet
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/KAARTJE/1

Kaartje

Let op: Spelling (deels) uit 1864: (B. -N), o. (-s), kleine kaart; naam-, visite-; zijn - afgeven, laten (ten blijke dat men [iemand] heeft willen bezoeken; een - maken, kaart spelen.
*....KOOPER,
*...VERKOOPER, m. (-s). ...STER, v. (-s).
*...PAPIER, o. [geen meervoud]
*...PASSER, m. (-s).
*...SPEL, o. (-en).
*...SP...
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0014.htm

Kaartje

Uit `De lagere vaktalen: Diamantbewerking` 1914 een kaartje geven, wordt gezegd, wanneer de slijper slechts een zeer kleine beweging behoeft te geven, die te groot zou zijn door een ombuiging van den dop. Hij legt dan onder een kant van de tang een speelkaart.
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/ginn001hand02_01/ginn001hand02_01_0009.php
Geen exacte overeenkomst gevonden.