
getrouwd bijv.naamw. Uitspraak: [ xeˈtrɑut ] Afbreekpatroon: ge·trouwd
als je een officieel huwelijk met iemand hebt Voorbeeld: 'pas getrouwd zijn' Antoniem: ongetrouwd;≠ gescheiden Synoniem: gehuwd Zo zijn we niet getrouwd. (dat was de afspraak niet) Synoniemen: gehuwd gescheiden (antoniem) ongetrouwd (antoniem) Spreekwoorden en zegs...
Gevonden op
https://woorden.org/woord/getrouwd

1) Gehuwd 2) In de echt verbonden 3) Verbonden
Gevonden op
https://mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/Getrouwd/1
wie met iemand anders een huwelijk heeft gesloten vb: zij zijn getrouwd, dus de kinderen heten naar de vader
Synoniem: gehuwd
Tegenstellingen: ongehuwd vrijgezel
Gevonden op
https://mowb.muiswerken.nl/

•voltooid deelwoord van trouwen.
Gevonden op
https://nl.wiktionary.org/wiki/getrouwd
Geen exacte overeenkomst gevonden.