grienen werkw. Uitspraak: [ 'xrinə(n) ] Afbreekpatroon: grie·nen Vervoegingen: griende (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft gegriend (volt.deelw.) huilen informeel Voorbeelden: 'Ik sta hier een potje te grienen omdat ik me zo alleen voel.' , 'Je gaat niet zitten grienen als ik vanavond heel laat thuiskom.' Synoniem: janken... Gevonden op https://woorden.org/woord/grienen