Zoek op

LUIM

1) Boert 2) Bui 3) Caprise 4) Eigenzinnigheid 5) Gemoedsgesteldheid 6) Gemoedstoestand 7) Gril 8) Humeur 9) Humor 10) Impuls 11) Kuur 12) Maan 13) Nuk 14) Opgewektheid 15) Opwelling 16) Prikkel 17) Rul 18) Scherts 19) Snakerij 20) Stemming 21) Stuip 22) Vrolijkheid 23) Willekeurige lust 24) Wuit
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/LUIM/1

Luim

humeur.
Gevonden op http://cf.hum.uva.nl/dsp/ljc/

Luim

Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-en), gemoedsgesteldheid, vlaag (van vrolijkheid of verdriet); goede -, kwade of slechte -; [figuurlijk] op zijne - liggen, bespieden, beloeren.
~EN, ow. [gelijkvloeiend] (ik luimde, heb geluimd), op den loer liggen.
~IG, [bijvoegelijk naamwoord] (-er, -st), aan (kwade) luimen onderhevig, grillig;...
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0015.htm

luim

Spreekwoorden: (1914) Op zijn luimen liggen,
d.w.z. loeren op iets, op de loer liggen. Vgl. mnl. lumen, achterdochtig aanzien, belagen; Kiliaen: Luymen, incedere capite terram versus prono et observare, insidiare1); Plantijn: Op sijn luymen leggen, estre aux embuches, studere insidiis. In de 16<sup>de<-sup> ee...
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_1483.htm

luim

stemming; gril (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/luim
Geen exacte overeenkomst gevonden.