Zoek op

schieten

schieten werkw.Uitspraak:   [ˈsxitə(n)] Verbuigingen:   schoot (verl.tijd ) Toon alle vervoegingen 1) een vuurwapen of boog gebruiken Voorbeelden:   `doodschieten`, `schieten op alles wat beweegt`om op te schieten  (erg lelijk) `De moeder van...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/schieten

SCHIETEN

1) Afschieten 2) Afvuren 3) Bloeien 4) De bal trappen 5) Flitsen 6) Gaan 7) Karrelen 8) Knallen 9) Loslaten 10) Opschrikken 11) Opwellen 12) Paaien 13) Paaien (zeev.) 14) Paffen 15) Poefen 16) Poffen 17) Raken 18) Rennen 19) Slaan 20) Smijten 21) Snel bewegen 22) Sport 23) Trappen 24) Vieren 25) Voetballen 26) Vuren 27) Vuren met pistool
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/SCHIETEN/1

Schieten

Schieten is het afvuren van een projectiel met behulp van een vuurwapen of ander hiervoor gemaakt hulpmiddel zoals een (kruis)boog. Ook het afvuren van artilleriewapens en raketten wordt schieten genoemd. Iemand die aan schieten doet is een schutter. Afhankelijk van het soort wapen waarmee een schutter schiet bestaan er enkele subgroepen, zoals de...
Gevonden op http://nl.wikipedia.org/wiki/Schieten

schieten

•een projectiel afvuren met een wapen. • [sport] de bal een trap geven (bv in het voetbal) of een slag geven (bv met een hockeystick). •zich snel voortbewegen.
Gevonden op http://nl.wiktionary.org/wiki/schieten

Schieten

Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [bedrijvend werkwoord] [ongelijkvloeiend] (ik schoot, heb of ben geschoten), snel zich ergens heen bewegen of bewogen worden; dringen -, vliegen met eene vaart; de pijl schiet uit den boog; het mes schoot hem uit de hand; vieren, los laten; hij schoot (viel) uit den wagen; hij schoot (liep ijlings) naar...
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0022.htm

Schieten

met zilveren kogel -; gezegd van een zondagsjager, die wild (voor zilveren duiten) koopt, als hij niets geschoten heeft
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/ginn001hand02_01/ginn001hand02_01_0007.php

Schieten

Uit `De lagere vaktalen: De taal der hopkweekers` 1914 d' hop schiet vol vuil: er komt veel onkruid tusschen de hop.
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/ginn001hand02_01/ginn001hand02_01_0009.php

schieten

projectiel met werktuig werpen - Jaar van herkomst: 901-1000 (WPS )
snel bewegen - Jaar van herkomst: 1285 (CG Rijmb. )
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/sijs002chro01_01/colofon.php

schieten

1> het laten zakken van de steng. 2a> het over boord zetten van vistuig. BOTTEN SCHIETEN: de botbeug/botreep in het water brengen. Bron: Dr. Th. H. van Doorn, Terminologie van Riviervissers in Nederland. Gerelateerde termen: dagschot, dubbelschot, nachtschot. b> het met de roeiboot uitbrengen van de zalmzegen, bij de klepvlotvisserij. Ook uitzetten...
Gevonden op http://www.debinnenvaart.nl/binnenvaarttaal/woord.php?woord=schi

schieten

een projectiel afvuren, zich snel verplaatsen (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/schieten

Schieten

Het gaan bloeien van planten die vegetatief behoren te blijven.
Gevonden op http://www.houtwal.be/vakjargon/_vaktaal_index.htm

schieten

kogels afvuren vb: de soldaat schoot op de vijand
ik kan hem wel schieten [ik heb een hekel aan hem]
Gevonden op http://www.muiswerk.nl/mowb/?word=schieten
Geen exacte overeenkomst gevonden.