tolken werkw. Uitspraak: [ 'tɔlkə(n) ] Afbreekpatroon: tol·ken Vervoegingen: tolkte (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft getolkt (volt.deelw.) als tolk gesproken taal vertalen Voorbeeld: 'tolken van het Engels naar het Frans bij een Europese vergadering' Zie ook: tolk Gevonden op https://woorden.org/woord/tolken