Kopie van `Combined Business Power - Inkoopbegrippen`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Combined Business Power - Inkoopbegrippen
Categorie: Management > Inkoop
Datum & Land: 10/03/2007, NL
Woorden: 231


Inkoopbudget
de kwantitatieve neerslag van de kosten van materialen en diensten, benodigd voor de bedrijfsvoering in de meest brede zin in een bepaalde periode. De volgende budgetten zijn in dit geval relevant: Inkoopmaterialenbudget; Inkoopbudget indirecte materialen; Investeringsbudget; Gereedschappenbudget; Afdelingsbudget. Inkoopbudget indirecte materialen; Investeringsbudget; Gereedschappenbudget; Afdelingsbudget.

Inkoopcombinatie
groep van afnemers die gezamenlijk goederen inkopen om aldus een sterkere onderhandelingspositie tegenover de leveranciers te creëren.

Inkoopdoelstellingen
de inkoopdoelstellingen dienen afgeleiden te zijn van de ondernemingsdoelstellingen en verschillen per onderneming. Ze zijn strategisch van karakter en kunnen onder meer gericht zijn op: Het verlagen van de integrale inkoopkosten; Het verminderen van toeleveringsrisico’s; Het verhogen van productkwaliteit en leverancierskwaliteit. Het verbeteren van het functioneren van de inkoopafdeling. De inkoopdoelstellingen maken deel uit van het inkoopplan.

Inkoopeffectiviteit
de mate waarin de gestelde inkooptaakstellingen en inkoopdoelstellingen worden gerealiseerd.
Zie ook: Inkoopresultaat, Inkoopefficiency.

Inkoopefficiency
de mate waarin middelen worden ingezet om bepaalde inkooptaakstellingen en inkoopdoelstellingen te verwezenlijken.
Zie ook: Inkoopresultaat, Inkoopeffectiviteit

Inkoopethiek
het streven van de inkoopleiding en het inkooppersoneel zich bij de benadering van aanbieders en verkopers van materialen en producten, zakelijk, volgens juridisch vastgelegde spelregels te gedragen..

Inkoopinformatiesysteem
het totaal aan procedures dat zorg draagt voor: de verwerking van bestelaanvragen, deze aanvullen met product- en leveranciersgegevens, de omzetting van de bestelaanvraag in een bestelorder, de orderbewaking, de factuurontvangst, en na controle op levering de betaalbaarstelling, de betaling van de factuur alsmede de levering van managementinformatie.
Zie ook: Inkoopmanagementinformatiesysteem

Inkooplogistiek
alle activiteiten die betrekking hebben op het raakvlak tussen inkoop en logistiek; het omvat onderwerpen als materials management, materiaalbehoefteplanning, leveringsbetrouwbaarheid, Just in Time-inkoop, bestelprocedures enz..

Inkoopmanagement
de analyse, planning, implementatie en beheersing van activiteiten die gericht zijn op het ontwikkelen, het uitbouwen en het onderhouden van relaties met de leveranciersmarkt ter bevrediging van de korte- en de lange termijn-inkoopbehoeften van een onderneming. Kort gezegd heeft inkoopmanagement betrekking op het managen van de externe resources van de onderneming.
Zie ook: Inkoopmanagementproces.

Inkoopmanagementinformatiesysteem
het totaal van geïntegreerde procedures die regelmatig geschikte interne en externe data verzamelen, bewerken en analyseren met als doel de inkoopbeslissingen te beheersen, te ondersteunen en te controleren.
Ook wel: Purchasing Management Informationsystem (PMIS).
Zie ook: Inkoopinformatiesysteem.

Inkoopmanagementproces
de fasering in de activiteiten die bij inkoopmanagement kunnen worden aangetroffen.
De volgende fases kan men hierbij onderkennen: Inkoopmarktonderzoek; Bepaling van inkoopdoelstellingen; Strategiebepaling: het bepalen hoe en langs welke weg de doelstellingen moeten worden gerealiseerd; Planning: uitwerking van de strategie in concrete acties; Beleidsuitvoering: de tactische en operationele inkoop; Controle en evaluatie.

Inkoopplan
Het inkoopplan is een concrete uitwerking van alle elementen van het inkoopbeleid, waarbij optimalisatie van efficiency, effectiviteit en bijdrage aan het resultaat centraal staan.
Een inkoopplan kan de volgende elementen omvatten: Executive summary; Situatieanalyse; Inkoopdoelstellingen; Inkoopstrategieën; Inkoopactieplan; Inkoopmaterialenbudget en het afdelingsbudget; Wijze van controle en follow-up. Zie ook: Inkoopbeleidsplan.

Inkoopresultaat
de mate waarin de inkoopfunctie erin slaagt de haar opgelegde doelstellingen te bereiken tegen zo laag mogelijke kosten.
Zie ook: inkoopeffectiviteit, Inkoopefficiency.

Integrale kwaliteitszorg
het totaal van activiteiten en beslissingen die tot doel hebben het kwaliteitsniveau vast te stellen, te bereiken en te behouden, alsmede de daarvoor benodigde methoden en middelen. Men kan vier fases hierin onderscheiden, te weten: Normstelling; Beoordeling; Beheersing; Kwaliteitsborging.

Intentieverklaring
de intentie uitgesproken aan de geadresseerde leverancier of dienstverlener tot het aangaan van een (koop)overeenkomst. Een intentieverklaring wordt met name opgesteld wanneer het wenselijk is dat met het werk wordt begonnen voordat de inkooporder of inkoopcontract gereed zijn. Deze omvat onder meer: Globale beschrijving van de overeenkomst, punten van overeenstemming en een prijs(indicatie); Werkzaamheden waarmee begonnen diet te worden; Vergoeding van de werkzaamheden; Voorwaarden of omstandigheden waaronder het bedrijf de werkzaamheden kan staken.

Intercompany-inkopen
de inkoop van goederen die al dan niet verplicht van zusterondernemingen, behorend tot hetzelfde concern, worden betrokken.

Investeringsbudget
kwantitatieve neerslag van de verwachte omvang van de in te kopen kapitaalgoederen binnen een bepaalde tijdsperiode.
Zie ook: Inkoopbudget.

Investeringsgoederen
goederen waarvan de aanschaffingswaarde niet meteen geheel wordt afgeboekt, maar in termijnen wordt afgeschreven en waarvan de boekwaarde jaarlijks op de balans wordt vermeld. Investeringsgoederen kunnen betrekking hebben op machines die in de productie worden gebruikt, doch ook op computers en gebouwen.
Ook wel: Kapitaalgoederen.

Just in time-inkoop
filosofie welke beoogt exact benodigde materialen en producten op die tijdstippen optimaal ter beschikking te hebben, zodat alleen waarde aan het te vervaardigen product wordt toegevoegd en indirecte kosten worden vermeden.
Ook wel: JIT-inkoopbenadering.

Ketenaansprakelijkheid
situatie waarin de aannemer aansprakelijk is voor de betaling van belastingen en premies, die onderaannemers en hun onderaannemers in de keten verschuldigd zijn, maar nog niet hebben betaald. Het doel hiervan is malafide onderaanneming en het malafide ter beschikking stellen van personeel (in alle sectoren van het bedrijfsleven) tegen te gaan, waardoor zoveel mogelijk wordt voorkomen dat bewust geen sociale verzekeringspremies en loon- of omzetbelasting worden afgedragen.
Ook wel: Wet op de ketenaansprakelijkheid.

Knelpuntproducten
producten met een hoog toeleveringsrisico en een geringe invloed op de winst; een van de productcategorieën voortvloeiend uit de portfolio-analyse.
Ook wel: Bottleneck producten.
Zie ook: Portfolio-analyse.

Korting
een reductie op de prijs van een bepaald product. In de praktijk onderscheidt men de volgende kortingen: Betalingskorting; Hoeveelheidskorting per bestelling; Bonusregeling; Geografische korting; Seizoenskorting; Promotionele korting.

Kostenbesparing
het verschil tussen de laatst betaalde inkoopprijs en een lagere thans betaalde prijs. Deze verlaging is structureel.

Kredietbeperkingstoeslag
negatieve korting ter bekostiging van de krediettermijn. De opslag mag de betalende partij aftrekken bij tijdige betaling.

Kwaliteitsaudit
een systematisch en onafhankelijk onderzoek gericht op het achterhalen of de kwaliteitsactiviteiten en de daaruit voortvloeiende resultaten overeenkomen met de overeengekomen kwaliteitscondities en gericht op het nagaan of deze condities voldoende effectief zijn geïmplementeerd om de (kwaliteits)doelstellingen te bereiken.

Leadtime
de tijdsperiode die verstrijkt tussen het moment dat de behoefte aan goederen bepaald is en het moment dat deze behoefte bevredigd is en de goederen beschikbaar zijn.

Leasing
huren per contract van duurzame productiemiddelen, auto’s, hardware e.d. voor een langdurige periode al of niet met de optie op de aankoop ervan na afloop van de huurtermijn.

Letter of intent
vroegtijdige, vaak aan voorwaarden gebonden, orderacceptatie, vooruitlopende op de schriftelijke inkooporder, met bevestiging van de goederen, hoeveelheden, prijs en leverdatum.

Levensduurkosten
totale kosten die gerelateerd zijn aan het gebruik van het product; derhalve afschrijvingen, onderhouds- en exploitatiekosten omvattend.

Leveranciersbeoordeling
beoordeling van een potentiële leverancier om inzicht te verwerven in diens mogelijkheden om aan de toekomstige inkoopbehoefte van de afnemer te voldoen.
Ook wel: Vendor evaluation.
Zie ook: Leveranciersbeoordelingsmethode, Vendorrating

Leveranciersbeoordelingsmethode
methode gebruikt ter beoordeling van een leverancier.
Een onderscheid valt te maken naar: Spreadsheets: op deze manier worden verkregen offertes op en systematische wijze vergeleken en beoordeeld; Persoonlijke beoordeling: verschillende functionarissen die ervaring hebben met een leverancier worden gevraagd deze op basis van een checklist te beoordelen met een ‘rapportcijfer’; Verdorrating; Leveranciersdoorlichting; Should-cost-benadering; Gewogen-punten-systeem; Vendor-plant-survey.

Leveranciersbestand
verzameling van gegevens zoals adres, leverancierscode, rekeningnummer, geleverde goederen e.d. van de ondernemingen die als leverancier optreden of opgetreden zijn.

Leveranciersontwikkeling
het actief beïnvloeden van de leverancier door de inkopende onderneming door middel van steunverlening op het gebied van financiën, management en investeringen.
Ook wel: Supplier development.

Leveringsbetrouwbaarheid
de mate waarin bestelde producten overeenkomstig de levertijd en hoeveelheid door de leverancier worden geleverd.

Leveringsbetrouwbaarheidsindex
getal waarmee de leveringsbetrouwbaarheid van een leverancier kan worden gemeten. De betrouwbaarheid kan worden bepaald door het te laat-te vroeg leveren en door het te veel-te weinig leveren van die leveranciers, alsmede door de ernst van deze fouten.

Licentie-overeenkomst
houdt de toestemming in van de oorspronkelijke eigenaar van een idee, product, proces danwel dienst aan een ander om dit idee, product, proces danwel dienst te vervaardigen, te verkopen danwel te gebruiken. In de overeenkomst wordt door de oorspronkelijke eigenaar omschreven welke bevoegdheden aan de licentiehouder toekomen, of de licentie exclusief of niet exclusief is, voor welke duur de licentie wordt verleend, welke tegenprestatie de licentiehouder verschuldigd is, enz.

Local content
veelal gebaseerd op wettelijke bepalingen die in een bepaald land gelden, die stipuleren dat de in dat land vervaardigde (eind)producten voor een welbepaald percentage van de kostprijs danwel omzet van dat product uit onderdelen of ingrediënten bestaan, die daar dat land zelf (lokaal) worden voortgebracht.

Logistiek
de planning, uitvoering en controle van de goederenstroom vanaf de inkoop tot aan de distributie maar de klant. Een tweedeling is te maken in enerzijds interne logistiek ook wel integrale goederenstroombeheersing, en anderzijds externe logistiek, ook wel fysieke distributielogistiek.
Zie ook: Inkooplogistiek, Logistiek management.

Logistiek management
goederenstroombesturing; het besturen en beheersen van goederenstromen door een bedrijf. Logistiek management kan worden verdeeld in materials management en fysieke distributiemanagement.

Lump sum
de overeengekomen prijs tussen leverancier en afnemer voor een groep artikelen zonder te kijken naar de individuele waarde van de artikelen: een ‘partij-prijs’. Het betekent een vastgestelde prijs voor een gespecificeerd totaalpakket of een project.
Zie ook: Aanneming,

Make or buy
strategisch vraagstuk waarbij men moet beslissen om een product in te kopen danwel het product zelf te maken.
Ook wel: Kopen of maken.
Zie ook: Classificatie van inkoopbesparingen.

Management by exception
bestuursproces waarbij het management alleen ingrijpt als wordt afgeweken van eerder vastgestelde regelgrenzen.

Management by objectives
bestuurproces waarbij de versschillende managementniveaus gezamenlijk doelen vaststellen.

Marge-regeling
(maximale afwijkingsmogelijkheid) een incidentele doorbrekingsmogelijkheid van de gehanteerde inkooppolitiek die aangeeft de mate waarin onder- of overschrijding mag plaatsvinden van een bepaalde vastgesteld grootheid zoals bijvoorbeeld de bestelgrootte of het factuurbedrag

Maximum ordergrootte
de maximale grootte die een planner of inkoper aan een op te stellen productie- of inkooporder mag meegeven.

Mededingingsrecht
regeling waarin overeenkomsten of besluiten om de economische mededinging tussen ondernemingen of vrije beroepsuitoefenaars te regelen, toegestaan kunnen worden indien zij het algemeen belang dienen.

Mededingingsvoorschriften
uitgangspunt voor de Europese Commissie om overeenkomsten tussen ondernemingen te beoordelen op mogelijkheid tot (nieuwe) vormen van bescherming.

Minimum ordergrootte
de minimale grootte die een planner of inkoper moet meegeven aan een productie- of inkooporder.

Monopolistische concurrentie
een marktvorm die zich kenmerkt door een sterke productdifferentiatie. Elke aanbieder tracht zijn product onderscheidend te maken van concurrerende producenten om op die manier een monopoliesituatie voor zichzelf te creëren. Dit is een aantrekkelijke situatie voor de verkopende onderneming dankzij enige vrijheid in het marketingbeleid en het ontbreken van directe concurrentiedruk op de prijzen.
Zie ook: Polypolie

MRO-artikelen
maintenance, repair and operating supplies. Goederen die noodzakelijk zijn voor het functioneren van de organisatie in het algemeen en voor herstel en onderhoud van productiemiddelen in de indirecte sfeer in het bijzonder.
Ook wel: Indirecte goederen, Verbruiksgoederen.

Multiple-sourcing
in verband met risicospreiding en vermindering van de afhankelijkheid worden materialen bij meer dan één leverancier gekocht.
Zie ook: Sourcing

Nabestelling
order voor een product waarvoor al eerder een order ontvangen is, vaak vanwege onverwacht tekort.

Nalevering
een gedeelte van de order dat niet op tijd gereed is en daarom later dan afgesproken geleverd wordt.

Naleveringskosten
kosten die expliciet zijn toe te wijzen aan nalevering van producten die niet (meer) op voorraad zijn.

Nazorg
vaak ordernazorg, het afhandelen van problemen welke m.b.t. de afhandeling van een kooptransactie zijn ontstaan (zoals verrekening van meer-minder werk, afhandeling van claims) en het maken van afspraken met de leverancier gericht op mogelijke voorkoming van dergelijke problemen bij toekomstige transacties.

Niet-openbare aanbesteding
zie: Onderhandse aanbesteding.

Niet-toerekenbare tekortkoming
(overmacht) juridisch begrip voor de situatie waarbij een partij verhinderd is om een prestatie te leveren, zoals was afgesproken in de overeenkomst, door omstandigheden die buiten zijn schuld liggen.

Normale producten
producten met een laag inkooprisico, maar met een beperkte invloed op de winst; gebruikt bij de portfolio-analyse.
Zie ook: Portfolio-analyse.

Offerte
opgave van prijs en leveringscondities voor een order of project van potentiële leveranciers, aangevraagd door de inkoper.

Offerte-evaluatie
het vergelijken van de binnengekregen offertes al of niet in samenspraak met gebruikers of aanvragers. Onderscheid is te maken tussen technische evaluatie en commerciële evaluatie.

Oligopolie
marktvorm die wordt gekenmerkt door weinig aanbieders, een beperkte productdifferentiatie en een moeilijke toetreding tot de markt.

Oligopsonie
marktvorm waarbij er slechts enkele afnemers zijn tegenover een groot aantal aanbieders.

Onderaannemer
persoon of organisatie die in opdracht van een aannemer, zonder voor hem in dienst te zijn, het aangenomen werk geheel of gedeeltelijk uitvoert tegen een vastgestelde prijs.

Onderhandelaar
persoon die betrokken is bij het onderhandelingsproces.

Onderhandelen
een communicatieproces gericht op het bereiken van een overeenkomst tussen twee of meer partijen. De partijen hebben ieder hun eigen belangen. Sommige belangen vallen samen, andere belangen zijn strijdig.
Verschillende onderhandelingssituaties zijn te onderkennen:

Onderhandelingstechniek
methode van onderhandelen. Mogelijke tactieken zijn: Bogey-tactiek; Chinese crunch-tactiek; Escalating authority; Good guy bad guy-tactiek; Take it or leave it-tactiek; What if-tactiek. Zie ook: Negotiatietechniek.

Onderhandse aanbesteding
de opdrachtgever geeft duidelijk aan wie voor de uit te voeren werkzaamheden in aanmerking komt. Twee of meer mogelijke aannemers worden uitgenodigd om voor een uit te voeren werk een bindende prijsopgave te verrichten. Alleen de bedrijven die zijn aangeschreven kunnen een offerte uitbrengen.
Ook wel: Niet-openbare aanbesteding.
Zie ook: Aanbesteding.

Ondernemingsplan
plan waarin de doelstellingen van de ondernemingen voor de lange termijn zijn vastgesteld.

Onherroepelijk aanbod
een aanbod waarin uitdrukkelijk een tijdstip wordt genoemd tot wanneer het aanbod geldt. Voor dit tijdstip kan het aanbod niet worden teruggetrokken, daarna vervalt het automatisch.

Ontvangstheorie
uitgangspunt in het verbintenissenrecht dat stelt dat een overeenkomst tot stand is gekomen op het moment dat de aanbieder de verklaring van aanvaarding ontvangt (of ‘had kunnen ontvangen’).

Ontwikkelingscontract
overeenkomst met een leverancier of dienstverlener om ontwikkeling van een product, component, systeem of techniek uit te voeren met als doel innovatie, kostenreductie of flexibiliteit.

Open-account purchase
een inkoop gedaan door een inkoper waarbij de leverancier krediet verleent. Een betalingsregeling wordt getroffen waarin vermeld wordt het verschuldigde bedrag en voor welke datum en-of in welke termijnen betaald moet worden . Meestal wordt een korting verleend in de vorm van een bepaald percentage indien de inkoper direct betaalt.

Open-to-buy
de maximale waarde of hoeveelheid van een bepaald product waarvoor een inkoper mag kopen.

Openbare aanbesteding
aanbestedingsvorm waarin iedere leverancier een offerte kan uitbrengen ten behoeve van uit te voeren werkzaamheden. De aankondiging vindt plaats via een advertentie en de inschrijfbiljetten worden openbaar geopend. De inschrijvers beconcurreren elkaar met gelijke kansen. Hiervoor is een eenduidige beschrijving van het werk noodzakelijk, waarbij wijzigingen of extra informatie aan alle inschrijvers ter beschikking moet komen.
Zie ook: Aanbesteding.

Optimale bestelfrequentie
het aantal bestellingen per tijdseenheid waarbij de bestelkosten en de voorraadkosten het laagst zijn.
Zie ook: Classificatie van inkoopbesparingen, Formule van Camp.

Optimale bestelhoeveelheid
de bestelhoeveelheid waarbij het totaal van voorraadkosten en bestelkosten minimaal is.
Zie ook: Classificatie van inkoopbesparingen, Formule van Camp
Optimale voorraadhoogtede voorraadhoogte waarbij het totaal aan voorraad- en bestelkosten minimaal is.
Zie ook: Formule van Camp.

Order placement costs
zie Bestelkosten.

Order-point-techniek
bestelmethode waarbij men bestelt zodra de voorraad van een artikel kleiner is geworden dan een gepaalde hoeveelheid.

Orderacceptatie
het bevestigen van de order door de leverancier tegen de overeengekomen leveringsvoorwaarde.

Orderbevesteging
de (vaak schriftelijke) acceptatie van een order alsmede de vastgestelde voorwaarde door de verkopende of inkopende partij.

Orderbewaking
toezien op het nakomen van de gemaakte leveringsafspraken door de leverancier nadat de order geplaatst is.
Ook wel: Bewaken.

Ordering-proces
alle activiteiten gericht op het omzetten van interne bestelaanvragen in orders resp. bestelopdrachten aan leveranciers incl. de orderbewaking en nazorg.

Over-due’-lijst
overzicht van leveringsachterstanden op een bepaalde datum.

Paraplucontract
zie: Raamcontract.

Pareto-analyse
zie: ABC-analyse.

Partnership
zie Co-makership.

Polypolie
een marktvorm die zich kenmerkt door veel aanbieders. Er is een onderscheid te maken tussen homogeen en heterogeen polypolie (monopolistische concurrentie). Bij een homogeen polypolie is de prijs gegeven en zijn de aanbieders hoeveelheidsaanpassers.
Zie ook: Monopolistische concurrentie.

Portfolio-analyse
een methode gericht op de analyse van het inkooppakket waarbij aan de hand van twee criteria namelijk de mate van toeleveringsrisico en de invloed op de winstpositie van de onderneming, de volgende product-indeling gemaakt wordt: Strategische producten; Knelpuntproducten; ‘Hefboom’producten; Normale producten.

Preferred vendorslist
zie: Voorkeurslijst van leveranciers.

Prestatiegarantie
garantie van de leverancier dat de in de order genoemde prestaties onder de beschreven bedrijfsomstandigheden kunnen worden gehaald. Meestal verbonden aan de inkoop ten behoeve van investeringsprojecten.

Prijsanalyse
het evalueren van de prijs van een product zonder de verschillende kostenelementen en de geschatte winst van de leverancier of fabrikant van het product in ogenschouw te nemen. De prijs wordt vergeleken met prijsopgaves van soortgelijke producten of met de eigen berekende prijs (normatieve inkoopprijs).

Prijsherzieningsclausule
conditie in een contract waarin bepaald wordt op grond van welke omstandigheden (bijv. wijziging van de prijs van belangrijke grondstoffen, wijziging valuta’s) de overeengekomen prijs zal worden herzien. Vaak in de vorm van een prijswijzigingsindex.
Ook wel: Doorberekeningsclausule, Prijsverrekeningscontract.

Prijsstelling
methode van prijsbepaling. De volgende methoden zijn te onderscheiden: Cost-plus pricing: de kostprijs wordt verhoogd met een vast percentage; Target-profit pricing: de prijs wordt vastgesteld op basis van voorgecalculeerde winst; Prijsstelling op basis van de door de koper gepercipieerde waarde; Prijsstelling op basis van de prijzen van de concurrentie (market-based-pricing); Prijsstelling op basis van open inschrijving (Competitive bidding) Ook wel: Pricing.

Private label
situatie waarin de leverancier producten vervaardigt onder de merknaam van de opdrachtgever. De producten worden uitsluitend door de opdrachtgever verkocht.

Procuratie
de schriftelijke volmacht om uit de naam van anderen te handelen.

Procurement
activiteiten gericht op het beheersen en sturen van de inkomende goederenstroom tot aan het moment dat de goederen in productie worden genomen. Procurement is een ruimer begrip dan purchasing en omvat tevens materiaalbehoefteplanning, voorraadbeheer en transport.

Product-levenscyclus
een schematische voorstelling van het verloop van de omzet van een bepaald product in de tijd.
De productlevenscyclus kent vijf fasen te weten: Introductiefase; Groeifase Volwassenfase; Verzadigingsfase; Neergangsfasse. Ook wel: Product-life-cycle.

Productaansprakelijkheid
risico-aansprakelijkheid van de producent en de met hem gelijkgestelde, voor schade door gebrekkige producten. Een product is gebrekkig als het niet de veiligheid biedt die men daarvan mag verwachten, alle omstandigheden in aanmerking genomen.
Ook wel: Wet op de productaansprakelijkheid.

Raamcontract
een schriftelijke overeenkomst tussen leverancier en inkoper waarbij de eerste zich verplicht om in een bepaalde periode goederen tegen vooraf vastgestelde prijs en condities te leveren. Aan de leverancier wordt vooral een indicatie gegeven van de af te nemen hoeveelheid. De specifieke aantallen en levertijdstippen worden bepaald in zogenaamde afroeporders, ook wel raamorders.
Ook wel: Jaarcontract, Paraplucontract, Raamverdrag.

Re-tendering
regelmatig toetsen van een uitbestedingscontract in competitie met concurrenten van de huidige leveranciers.