Kopie van `Edu Actief - Schonenvaart begrippen`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Edu Actief - Schonenvaart begrippen
Categorie: Algemeen of niet ingedeeld
Datum & Land: 27/01/2014, NL
Woorden: 129


AKW
Algemene Kinderbijslagwet.

appeal
Het aanspreken van de consument op zijn behoeften. Je speelt met je reclameboodschap in op de gevoelens van mensen.

APV
Aansprakelijkheidsverzekering Particulieren betaalt de schade die wordt veroorzaakt door de gezinsleden.

asiel
Bescherming verlenen door een land of kerk aan iemand die in een ander land door de overheid wordt vervolgd.

asielzoeker
Iemand die asiel zoekt buiten zijn eigen land. Een asielzoeker komt naar Nederland, omdat hij vindt dat hij in zijn eigen land niet veilig is. Hij vraagt om erkend te worden als vluchteling.

assessment-center
In een assessment-center worden de competenties van een kandidaat getest die nodig zijn om de functie naar behoren te vervullen. Men maakt daarbij gebruik van praktijksimulaties, veelal door het spelen van rollenspelen.

assimilatie
Allochtonen moeten zich volledig aanpassen aan onze cultuur en mogen niets uit de cultuur van het land van herkomst behouden. De nieuwkomer neemt de dominante cultuur van het nieuwe land over om zo snel mogelijk een gelijkwaardige positie in de maatschappij te krijgen.

assortiment
Een assortiment is het geheel van assortimentsgroepen (en onderliggende artikelgroepen, artikelsoorten, artikelen en artikelvariëteiten) dat door een winkel wordt verkocht.

assortimentsbeleid
Het geheel van beslissingen over de samenstelling van het assortiment.

assortimentsbreedte
Het aantal verschillende productgroepen waaruit het assortiment is opgebouwd. Hoe meer verschillende productgroepen, des te breder het assortiment. Een warenhuis heeft dus een breed assortiment.

assortimentsdiepte
Het gemiddeld aantal productvarianten of merken binnen de productgroepen van een assortiment. Hoe dieper het assortiment, des te groter het aantal productvarianten of merken. Een speciaalzaak heeft over het algemeen een diep assortiment.

assortimentsgroepen
Een aantal verwante artikelgroepen bij elkaar. Bijvoorbeeld bruingoed (televisies, geluidsapparatuur en dergelijke).

assortimentstype
Bij het assortimentstype kijk je naar twee begrippen die iets zeggen over het assortiment, namelijk de breedte en de diepte van het assortiment.

asymmetrie
Asymmetrie krijg je als een compositie niet gelijk is aan beide zijden van een middenas.

attitude
De aangeleerde houding die iemand inneemt ten opzichte van de omringende wereld. Dit kunnen andere mensen zijn, maar ook producten, merken en winkels.

AVM
Aankomend Verkoopmedewerker. Een AVM vult artikelen aan, ontvangt goederen en verwijst klanten.

AVP
De Aansprakelijkheidsverzekering Particulieren verzekert tegen schade die door gezinsleden van de verzekerde is toegebracht aan andere mensen of organisaties.

AWBZ
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. De AWBZ vergoedt ziektekosten die niet worden gedekt door het ziekenfonds of door een particuliere verzekering.

B-merken
Deze merken zijn goedkoper en minder bekend dan de A-merken. Er wordt minder ook minder reclame voor gemaakt.

Bbz
Besluit bijstandsverlening zelfstandigen.

BTW
Belasting Toegevoegde Waarde.

BTW-bon
Een bon met vermelding van het door de klant betaalde BTW-bedrag.

BTW-tarief
Het percentage BTW dat voor een artikel moet worden betaald (0%, 6% of 19%).

C-locatie
Het industrieterrein.

C-merken
Deze merken zijn minder bekend dan B-merken. Er wordt minder reclame voor gemaakt en ze zijn vaak goedkoper. Veel winkelmerken behoren tot deze groep.



classdisplay
De classdisplay kom je vooral tegen in winkels die willen laten zien dat ze veel kwaliteit bieden. Het artikel speelt altijd de hoofdrol.

clubpromotie
Bij clubpromotie stel je de consument in de gelegenheid om lid te worden van een club. Door middel van clubpromotie kan de fabrikant of de detaillist klantgegevens verzamelen.

culturele kenmerken
Alle eigenschappen en gedragingen die voortkomen uit de cultuur van mensen.

cultuur
Het totaal van aangeleerde en van generatie op generatie overgedragen gedragingen en gewoonten binnen een maatschappij. Hier valt heel veel onder. Van eet- en kleedgewoonten, tot normen en waarden en geloof.

curriculum vitae
Levensloopbeschrijving. Hierin beschrijf je je opleiding, je werkervaring enzovoort. Het curriculum vitae hoort bij een sollicitatiebrief.

cursief
Lettervariatie: schuingedrukt.

CWI
Centrum voor Werk en Inkomen. Een instantie die helpt bij het zoeken naar een baan en bij het aanvragen van een uitkering. In het CWI zijn zowel arbeidsbemiddelaars als uitkerende instanties ondergebracht. Een non-profitorganisatie die vraag en aanbod op de arbeidsmarkt zo goed mogelijk op elkaar afstemt. Werkzoekenden kunnen er terecht, evenals werkgevers die op zoek zijn naar medewerkers ook.

e-commerce
De verkoop van artikelen via internet.

EAN-code
European Article Numbering. Deze code bestaat uit 13 cijfers.

EDI
Electronic Data Interchange. Een methode waarbij uitwisseling van gestructureerde gegevens plaatsvindt tussen de computer van de leverancier en die van de detaillist

Eerste Kamer
De Eerste Kamer heeft 75 leden en wordt gekozen door de provinciale staten. De belangrijkste taak van de Eerste Kamer is het controleren van de Tweede Kamer.

eerste verkoper
Functie in de detailhandel. De eerste verkoper organiseert een aantal taken rond het verkoopproces en voert zelf ook verkooptaken uit.

emancipatie
Het verkrijgen van dezelfde rechten en positie als alle anderen.

emballage
Een speciale omverpakking die niet direct wordt weggegooid en meerdere keren kan worden gebruikt. Emballage is een verpakking met een bepaalde waarde die je als kostenpost moet boeken als je daar niet zorgvuldig mee omgaat.

emballagebon
Bon met vermelding van het bedrag aan statiegeld dat aan de kassa verrekend wordt.

emigratie
De stroom van mensen die vanuit Nederland in het buitenland gaan wonen.

employability
Met employability wordt bedoeld dat een medewerker aantrekkelijk wordt of blijft voor de arbeidsmarkt.

ergonomie
Met hulpmiddelen het werk gemakkelijker maken. De wetenschap over de arbeid die de aanpassing van de werksituatie aan het menselijk lichaam tot doel heeft.

etagewagen
Transportwagen met verschillende verdiepingen voor kleinere en lichtere artikelen.

etalage
Een etalage is een display die altijd vanaf de straat zichtbaar is in een speciaal daarvoor gereserveerde ruimte.

etalagethema
In een image-etalage wordt vaak gebruikgemaakt van een thema om het publiek duidelijk te maken wat een artikel voor hen kan betekenen.

etalageverlichting
De etalageverlichting moet vaak concurreren met de verlichting van de aangrenzende winkels. Je moet dus voldoende licht gebruiken om niet weg te vallen tussen de andere winkels. Dit is ook noodzakelijk om het daglicht te overstralen. Als je te weinig licht gebruikt, valt je etalage weg tegen de kracht van het daglicht.

etaleren
Iets tentoonstellen, iets laten zien.

etiket
De verkoopprijs breng je aan op een etiket dat je als een sticker op het artikel plakt.

etiketteermachine
Met een etiketteermachine worden grote partijen labels gedrukt.

fulltimer
Een fulltimer is een werknemer die gemiddeld 32 uur of meer per week werkt.

fun-shopper
Een klant die niet gericht naar producten zoekt en voor zijn plezier aan het winkelen is. Hij winkelt niet met een gericht doel.

functie
Het doel dat iets heeft binnen een geheel.

functie
Een functie omvat drie belangrijke elementen: de taak, de bevoegdheid en de verantwoordelijkheid.

functie-eisen
De functie-eisen omschrijven de kennis en vaardigheden die nodig zijn voor de uitoefening van de functie.

functieomschrijving
Een functieomschrijving maakt de onderdelen van de functie inzichtelijk. In deze omschrijving worden de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden beschreven die bij deze functie horen.

functies van de massamedia
De belangrijkste functies zijn: amuseren, informeren, opiniëren, gedragsbeïnvloeding, opvoeden-educatie, waakhond.

functionaliteit
Winkels hebben verschillende functies. Naar sommige winkels ga je toe om prettig te winkelen, naar andere om zo snel mogelijk je boodschappen te halen.

functioneringsgesprek
Een functioneringsgesprek is een regelmatig terugkerend gesprek tussen de direct leidinggevende en een medewerker. Dit gesprek wordt gehouden op basis van gelijkwaardigheid en is toekomstgericht. Onderwerp van gesprek is voornamelijk het (verbeteren van het) functioneren van de medewerker, maar ook het functioneren van de leidinggevende kan ter sprake komen. Functioneringsgesprekken zijn toekomst- en oplossingsgericht.

fysieke kenmerken
Dit zijn lichamelijke kenmerken als gewicht en lengte.

hygiëne
Hygiëne zijn de regels voor goed schoonmaken.

hygiënefactoren
Ook wel: demotivatoren of dissatisfiers. Bijvoorbeeld het salaris of de arbeidsomstandigheden. Als deze factoren niet goed geregeld zijn, zullen de medewerkers minder hard gaan werken.

hypermarkt
Een zeer groot, aan de rand van de stad gevestigd warenhuis met een breed en diep assortiment in food en een breed en minder diep assortiment in non-food.

hypotheek
Een vorm van lenen die speciaal is bedoeld voor mensen met onvoldoende eigen geld die een huis willen kopen. De gekochte woning dient daarbij als onderpand voor het geval men niet meer aan de aflossing kan voldoen.

identificatieplicht
Iedere werknemer moet bij indiensttreding een geldig identiteitsbewijs tonen. Zwartwerken en het in dienst nemen van illegale werknemers wordt zo bemoeilijkt.

imagedisplay
In een imagedisplay wordt het artikel met behulp van decoratiemateriaal zo aantrekkelijk mogelijk uitgestald.

imagepresentatie
In een imagepresentatie wordt het artikel met behulp van decoratiemateriaal zo aantrekkelijk mogelijk uitgestald. De nadruk ligt op het artikel en niet op de prijs.

imagereclame
Deze vorm van reclame loopt over een wat langere termijn en is herkenbaar doordat de reclame vaak wordt herhaald. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het creëren van naamsbekendheid.

immateriële schade
Immateriële schade als gevolg van criminaliteit houdt bijvoorbeeld in: angst, een gevoel van onveiligheid.

immigrant
Een persoon die vanuit het buitenland in Nederland komt wonen.

immigratie
De stroom van mensen die vanuit het buitenland in Nederland gaan wonen.

importeur
Een importeur importeert goederen vanuit het buitenland. Hij voert goederen in vanuit het buitenland.

impulsaankopen
De aankoop van een artikel zonder dat je dat vooraf van plan was.

impulsartikelen
Artikelen die vaak in een opwelling worden gekocht.

islam
Godsdienst van moslims.

italic
Lettervariatie: cursief.

kiesrecht
Kiesrecht betekent dat je bij de verkiezingen mag stemmen (actief kiesrecht) of mag worden gekozen (passief kiesrecht).

kiesstelsel
In Nederland wordt het kiesstelsel van evenredige vertegenwoordiging gebruikt. De beschikbare zetels in de gemeenteraad, de provinciale staten en de Tweede Kamer worden verdeeld op basis van het aantal uitgebrachte stemmen.

kilometerheffing
De automobilist betaalt niet voor het gewicht van zijn wagen (motorrijtuigenbelasting) maar voor het aantal gereden kilometers.

kimball-kaartjes
Een prijskaartje in de vorm van een ponskaart. Deze kaartjes breng je met behulp van een ridderspoor op de kleding aan.

kinderbijslag
Officieel: AKW. Deze wet voorziet in een tegemoetkoming in de kosten die het hebben van kinderen met zich meebrengt.

LSD
LSD is een tripmiddel, een halfchemische stof die gemaakt wordt uit een schimmel.

MBTv-lijst
Manco-Breuk-Teveel lijst.

McGregor, D.
Amerikaanse managementprofessor. Bekend van de X-theorie en de Y-theorie. De stijl van leidinggeven van een manager is afhankelijk van het mensbeeld dat hij heeft van zijn medewerkers.

MKB-Nederland
De belangenorganisatie voor het midden- en kleinbedrijf.

nultarief
Dit BTW-tarief geldt onder andere bij exportgoederen en andere van BTW vrijgestelde goederen en diensten, zoals de dokter, tandarts en verschillende (semi-)overheidsdiensten.

NVP-Sollicitatiecode
In de NVP-sollicitatiecode is een richtlijn opgesteld door de Nederlandse Vereniging voor Personeelsbeleid.

OBE-regel
Organisatorische en personele maatregelen (O), bouwtechnische maatregelen (B) en Elektronische maatregelen (E). Deze instrumenten kun je gebruiken om onderzoek te doen naar diefstalpreventie.

objectiviteit
Objectiviteit betekent dat een boodschap exact volgens de feiten wordt doorgegeven, zonder dat er een persoonlijke mening in is verwerkt.

observatiecontrole
Het ongezien gadeslaan van medewerkers. Hierbij observeer je hoe de medewerker omgaat met de klant.

observeren
De klant bekijken en volgen en zijn gedrag waarnemen. Goed kijken naar iemand.

OCR-schrift
Optical Character Recognition. Deze code bestaat uit cijfers en letters die de computer, de verkoopmedewerker én de klant kunnen lezen.

officier van justitie
De officier van justitie vertegenwoordigt het Openbaar Ministerie tijdens de rechtszaak. Hij moet ervoor zorgen dat de rechter ervan overtuigd wordt dat de verdachte het feit heeft gepleegd.

omprijzen
De verkoopprijs van oudere artikelen veranderen.

omspanningsvermogen
Het aantal mensen aan wie een leidinggevende op doelmatige wijze leiding kan geven.

omverpakking
Reeds verpakte artikelen bij elkaar verpakken.

omzet
Som van alle opbrengsten uit de verkoop gedurende een bepaalde periode.

omzetderving
De hoeveelheid omzet die de detaillist door derving misloopt.

omzetdruk
Het aantal keren dat je hetzelfde artikel moet verkopen om de dervingkosten van dat artikel goed te maken.

omzetduur
De tijd die verstrijkt voordat de ingekochte artikelen weer zijn verkocht.