Kopie van `ECN Petten - ABC van Kernenergie`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


ECN Petten - ABC van Kernenergie
Categorie: Chemie, chemische- en kernindustrie > Kernenergie
Datum & Land: 01/01/1993, NL
Woorden: 724


Aansprakelijkheidsconventie
Zie Nucleaire aansprakelijkheidsovereenkomst.

Aardse straling
Straling afkomstig van de natuurlijke radioactieve stoffen in de bodem. Aardse straling, waaraan de mens continu is blootgesteld, levert een belangrijke bijdrage aan de natuurlijke stralingsbelasting. Zie verder Blootstelling aan straling, natuurlijke en kunstmatige.

Absorber
Ieder materiaal dat ioniserende straling `tegenhoudt'. Voor de absorptie van gammastraling worden materialen gebruikt als lood, staal en beton. Sterke neutronenabsorbers als borium, hafnium, cadmium en gadolinium worden toegepast in regelstaven van reactoren. Alfastraling wordt al door een blad papier geheel geabsorbeerd, en voor de absorptie van bètastraling is kunststof van enkele centimeters dikte of 1 cm dik aluminium reeds voldoende.

Abundantie
Zie Isotoopgehalte.

Abundantie, natuurlijke
Isotoopgehalte van in een in de natuur voorkomend isotopenmengsel. In de natuur komen die elementen waarvan er meerdere isotopen bestaan, in een isotopenmengsel voor, dat --- met uitzondering van enkele bijzondere gevallen --- overal op de aarde gelijk is. Er kunnen meerdere isotopen in ongeveer vergelijkbare percentages voorkomen (bijvoorbeeld: Cu-63 met 69% en Cu65 met 31% in het geval van koper), vaak echter overweegt één isotoop en zijn de andere isotopen slechts in geringe mate aanwezig (bijvoorbeeld bij zuurstof: 99,759% O-16; 0,037% O-17; 0,204% O-18).

Actiniden
De groep elementen met atoomnummers 89 tot en met 103, te weten actinium, thorium, proactinium, uranium, neptunium, plutonium, americium, curium, berkelium, californium, einsteinium, fermium, mendelevium, nobelium en lawrencium. De eerstgenoemde vier elementen komen in de natuur voor; de andere behoren tot de transuraniumelementen of transuranen, en worden kunstmatig bereid.

Activering
Proces waarbij een materiaal door beschieting met neutronen, protonen of andere deeltjes radioactief gemaakt wordt. Zie Activeringsanalyse.

Activeringsanalyse
Methode om de hoeveelheid van een chemisch element in een monster te bepalen. Het monster wordt door beschieting met neutronen of geladen deeltjes radioactief gemaakt. Atomen van het monster zenden dan een karakteristieke straling uit, waardoor de atoomsoorten geïdentificeerd kunnen worden en hun hoeveelheden gemeten. De activeringsanalyse is vaak gevoeliger dan een chemische analyse, en wordt toegepast bij onderzoek, industrie, archeologie en criminologie.

Activiteit
Het aantal spontane atoomkernmutaties in een hoeveelheid radioactieve stof per tijdseenheid. De eenheid van activiteit is de becquerel, afgekort: Bq. Eén becquerel komt overeen met het verval van één atoomkern per seconde. De vroeger gangbare eenheid van activiteit was de curie, afgekort Ci. .

Activiteit, massieke
Activiteit per massa-eenheid van een stof, uitgedrukt in Bq-kg. Vroeger specifieke activiteit genoemd.

Activiteitsconcentratie
Activiteit per volume-eenheid van een stof, uitgedrukt in Bq-m3.

Afbraak van kerncentrale
ZieOntmanteling van kerncentraleontmanteling.

Afkoeltijd
De radioactieve splijtingsprodukten die in de splijtstof door de kernsplijtingen ontstaan, zijn de bron van de aanvankelijk grote stralingsintensiteit en warmteontwikkeling in de bestraalde (verspleten) splijtstof. Warmteproduktie en activiteit van de bestraalde splijtstof nemen vanwege het grote aandeel kortlevende radionucliden na bestraling tamelijk snel af. Hun activiteit is binnen een jaar gereduceerd tot ongeveer een honderdste van de waarde direct na de bestraling.

Afremtijd
Tijdsduur van het afremproces voor splijtingsneutronen van de energie waarbij ze ontstaan (ongeveer 2 MeV) tot aan de thermische energie. De afremtijd bedraagt bij H2O als moderator 10-5 s, bij D2O 4,6 x 105 s en bij grafiet 1,5 x 10-4 s. Zie ook Moderator.

Afschakel-reactiviteit
De reactiviteit van de reactor die door afschakeling met de gebruikelijke middelen in de subkritieke toestand is gebracht. Deze hangt in het algemeen af van de wijze waarop de reactor wordt bedreven en van de duur van de afgeschakelde toestand, en is steeds negatief.

Afscherming
Beschermende omhulling van radioactieve bronnen respectievelijk kerntechnische installaties om de hoeveelheid straling naar buiten toe te reduceren tot de gewenste waarde. Zie Scherm, biologisch; Scherm, thermisch.

Afsplintering
Kernreactie waarbij een zeer energierijk invallend deeltje talrijke afzonderlijke deeltjes (protonen, neutronen) uit de getroffen kern stoot. (Eng.: `spallation'). Voor het eerst als gevolg van de kosmische straling waargenomen.

Afval, radioactief
Radioactieve stoffen die, om stralingshygiënische redenen, op geordende wijze opgeruimd of opgeborgen moeten worden. Vaste stoffen waarvan de radioactiviteit kleiner is dan 105 Bq-kg mogen als gewoon afval worden beschouwd.

Afvalverwerking
In de totale splijtstofkringloop, vooral in de kerncentrale en bij de opwerking, heeft men te maken met vast, vloeibaar en gasvormig afval. Dit moet voor een definitieve opberging gereed gemaakt worden. Men onderscheidt laag- en middel- en hoogradioactief afval. Laag- en middelradioactief afval wordt door middel van een chemisch of fysisch proces ingedikt en vervolgens in beton of bitumen ingegoten. Van hoogradioactief afval wordt eveneens een voor definitieve opberging geschikt produkt gemaakt. Verglazing is een geschikte methode gebleken.

Afvalwarmte
Zie Rendement van een centrale.

Afvoergasreiniging
Zuivering van de uit kerntechnische installaties afgevoerde gassen, in volgorde van doorstroming: natte gassen: wassen in kolommen en-of venturiwassers, natfiltering, drogen, absoluutfiltering met aërosolfilter, ventilatieschacht droge gassen: ventilatielucht: voorfiltering, absoluutfiltering, ventilatieschacht; besmette gassen: voorfiltering, actief-koolfiltering (voor adsorptie van halogenen en tijdelijke adsorptie van edelgassen), absoluutfiltering, ventilatieschacht hete rookgassen uit verbranding van radioactief afval: na-verbranden en wegvangen van deeltjes met keramische filters (temperatuur tot 1000 oC), nafiltering met keramiek- of gesinterd-metaalfilter bij temperaturen tot 700 oC, eventueel verdere reiniging zoals bij droge gassen.

ALARA
Acroniem van `As Low As Reasonably Achievable' (zo laag als redelijker wijze bereikbaar is). Beginsel van de Internationale Commissie voor Stralingsbescherming (`International Commission Radiological Protection', ICRP) ter beperking van de stralingsdosis. Het beginsel houdt in, dat bestraling en besmetting van mensen, dieren, planten en goederen zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, wordt beperkt. Zie ook Stralingsbescherming.

Alfadeeltje
Een positief geladen deeltje dat door sommige radioactieve stoffen bij het verval wordt uitgezonden. Een alfadeeltje bestaat uit twee neutronen en twee protonen en is identiek aan de kern van een heliumatoom. De rustmassa van een alfadeeltje bedraagt 6,64424 x 1027 kg. Alfastraling is de minst doordringende straling van de drie stralingssoorten (alfa-, betastraling bèta-, gammastraling) van natuurlijk voorkomende radioactieve stoffen. Alfastraling wordt al door een blaadje papier geabsorbeerd en is daarom alleen gevaarlijk als de stof die alfastralen uitzendt ingeademd of met het voedsel ingenomen wordt of in wonden terechtkomt.

Alfaverval
Radioactieve transmutatie waarbij een alfadeeltje wordt uitgezonden. Bij alfaverval neemt het aantal protonen (= atoomnummer) van de kern met twee eenheden af en het aantal nucleonen (= massanummer) met vier eenheden. Zo ontstaat bijvoorbeeld uit U-238 (met 92 protonen) bij alfaverval Th-234 (met 90 protonen).

ALI
Acroniem voor het Engelse `Annual Limit on Intake'. De ALI geeft aan welke activiteit in Bq door een radiologisch werker maximaal in een jaar ingeslikt of ingeademd kan worden zonder dat een dosislimiet wordt overschreden. De waarden van de ALI worden berekend en gepubliceerd door de ICS Internationale Commissie voor Stralingsbescherming (ICRP). In de Nederlandse wetgeving wordt de ALI niet expliciet genoemd.

Argonaut
Acroniem van `ARGOnne Nuclear Assembly for University Training'. Type opleidingsreactor. De Lage Flux Reactor te Petten is van het Argonaut-type.

Arnhemse instellingen
Aantal organisaties, gevestigd in Arnhem en gelieerd aan de elektriciteitsbedrijven: N.V. KEMA Sep, de instelling van de Samenwerkende elektriciteitsproduktiebedrijven ten behoeve van de distributie van elektriciteit in het Nederlandse elektriciteitsnet EnergieNed, fusie van verenigingen voor elektriciteitsbedrijven, gasbedrijven en stadsverwarmingsbedrijven.

Asse
Een voor experimentele eindopberging van laag- en middelradioactief afval geschikt gemaakte voormalige zoutmijn, 10 km ten zuidoosten van Wolfenbüttel in Duitsland. Tot eind 1978 werden meer dan 120.000 vaten --- ongeveer 24.000 m3 --- met laagradioactief afval opgeborgen. In een speciale opbergkamer voor middelradioactief afval werden tot eind 1978 in totaal 1289 tweehonderd-liter-vaten opgeborgen. De vergunning om radioactief afval op te bergen werd in 1978 niet meer verlengd. Duitsland (Gesellschaft für Umwelt- und Gesundheitforschung, GSF) en Nederland (Energieonderzoek Centrum Nederland, ECN) voeren in samenwerking met Frankrijk en Spanje sinds 1979 in EG-kader in deze zoutmijn experimenten uit met betrekking tot het opbergen van hoogradioactief afval.

Atomaire massaeenheid
De atomaire massaeenheid is per definitie 1-12 van de massa van een 12C-atoom. Als symbool wordt mu of u gebruikt. Er geldt: mu 1,6605402 x 10-27 kg

Atoom
Het kleinste deeltje van een chemisch element dat langs chemische weg niet verder deelbaar is. De elementen onderscheiden zich van elkaar door hun atoombouw. Atomen zijn onvoorstelbaar klein. Een gewoon waterdruppeltje bevat ongeveer 6000 triljoen (een 6 met 21 nullen) atomen. De diameter van een atoom, dat uit een kern (de atoomkern) en een schil (de atoomschil of elektronenschil) bestaat, bedraagt ongeveer een honderdmiljoenste centimeter (10-8 cm). De atoomkern is opgebouwd uit positief geladen protonen en uit neutronen zonder elektrische lading. Daarom is de kern positief geladen. Zijn diameter bedraagt minder dan een biljoenste centimeter, namelijk 1 à 5 x 10-13 cm. De atoomkern is dus 100.000 maal kleiner dan de elektronenschil. De elektronenschil bestaat uit negatief geladen elektronen die om de kern draaien. Atomen gedragen zich naar buiten elektrisch neutraal, aange zien het aantal protonen in de kern en het aantal elektronen in de schil aan elkaar gelijk zijn. Zie ook Nuclide.

Atoombom
Zie Kernbom: Een kernwapen waarbij gebruik gemaakt wordt van de energie die vrijkomt bij de splijting van U235 of Pu-239 - men spreekt dan van een uraniumbom respectievelijk plutoniumbom - of bij fusie van waterstofisotopen. In het laatste geval spreekt men van waterstofbom. De explosieve kracht van een kern(splijtings)wapen wordt uitgedrukt in kiloton (kt) TNT-equivalent; TNT (trinitrotolueen) is een chemische springstof. Bij de bommen op Hiroshima (uraniumbom) en Nagasaki (plutoniumbom) kwam de explosie-energie overeen met 13 resp. 22 kt TNT. Daarbij werd ongeveer 1 kg splijtstof in een miljoenste seconde verspleten. Het technische probleem van het tot ontploffing brengen van een kern(splijtings)bom bestaat niet alleen hierin dat binnen een zeer korte tijd een superkritieke hoeveelheid splijtstof bijeengebracht moet worden, maar ook dat de splijtstof voldoende lang bijeen moet blijven. Wapenplutonium is metallisch, vrijwel zuiver Pu-239. Dergelijk plutonium verkrijgt men wanneer splijtstofelementen slechts een geringe tijd (dagen, enige weken) in de reactor verblijven en slechts een zeer lage versplijtingsgraad bereiken. Bij een versplijting van 20.000 tot 30.000 MWd-t, zoals in commerciële reactoren, ontstaan er zulke grote hoeveelheden andere plutoniumisotopen dat de wapentechnische toepassing sterk beperkt wordt en de technische moeilijkheden sterk toenemen. Voor het vervaardigen van een bom is een minimumhoeveelheid aan splijtbaar materiaal nodig (zie tabel). Minimum hoeveelheid voor nucleaire springlading * Bij toepassing van de meest geavanceerde wapentechnieken is gebleken dat er geringere waarden gebruikt kunnen worden, bijvoorbeeld 15 in plaats van 52 kg metallisch U-235.

Atoomgewicht
Zie Atoommassa: De massa van een atoom. Meestal uitgedrukt in atomaire massaeenheid.

Atoomkern
De positief geladen kern van een atoom. De diameter bedraagt enige tienbiljoensten van een centimeter (10-13 cm), dat is ongeveer van de diameter van een atoom. De kern bevat vrijwel de totale massa van het atoom en is samengesteld uit protonen en neutronen, met uitzondering van de waterstofkern die slechts uit één proton bestaat. Het aantal protonen bepaalt het atoomnummer, Z; het aantal protonen plus het aantal neutronen bepaalt het aantal nucleonen, A, van de kern.

Atoomkernmutatie
Overgang van een atoomkern van de ene nuclide naar een atoomkern van een andere nuclide. Het begrip atoomkernmutatie vervangt het vroeger veelal gehanteerde begrip desintegratie. De vervanging geschiedt officieel om ook veranderingen in de atoomkern zoals elektronvangst door het begrip te dekken.

Atoommassa
De massa van een atoom. Meestal uitgedrukt in atomaire massaeenheid.

Atoomnummer
Aantal protonen in een atoomkern. Deze grootheid wordt meestal met het symbool Z weergegeven. Ieder chemisch element is door zijn atoomnummer bepaald. De volgorde van de elementen volgens oplopend atoomnummer is de basis van het periodiek systeem van de elementen. Tegenwoordig spreekt men liever van aantal protonen dan van atoomnummer.

Atoomuurwerk
Instrument voor tijdmeting dat gebruik maakt van trillingen van cesiumatomen, welke uiterst constant zijn in de tijd. Men spreekt ook wel van cesiumklok.

Autoradiografie
De fotografische registratie van de verdeling van een radioactieve stof door zijn eigen uitgezonden straling.

barn
Eenheid om reactiedoorsneden van deeltjes aan te geven in de atoom- en kernfysica. Symbool: b. Een barn is ruwweg gelijk aan het oppervlak van een dwarsdoorsnede van een atoomkern. Per definitie geldt: b = 10-28 m2

Bassinreactor
Een reactor waarin de splijtstofelementen staan opgesteld in een open waterbassin, waarvan het water als moderator, reflector en koelmiddel dient. Dit type reactor wordt voor onderzoek en opleiding gebruikt. De Hoger Onderwijs Reactor in Delft is hiervan een voorbeeld.

becquerel
Eenheid van activiteit, ter grootte van 1 atoomkernmutatie per seconde. Symbool: Bq. Deze eenheid vervangt de vroeger gebruikelijke eenheid curie.

Bedrijf volgens vergunning
Een door de bevoegde overheidsinstantie krachtens verleende vergunning goedgekeurd normaal bedrijf van een installatie overeenkomstig het bij de overheid ingediend ontwerp. Ook bedrijfsstoringen zonder veiligheidsrisico en service en onderhoud vallen onder `bedrijf volgens vergunning'.

Bedrijfsexploitatie kerncentrales
Eind 1991 waren er volgens de opgave van de IAEA in 27 landen 422 kerncentrales met samen 328 800 MWe in bedrijf. De gezamenlijke exploitatietijd bedroeg circa 6300 jaar. Zie Kerncentrales, wereldwijd.

Bedrijfshandboek
Alle noodzakelijke aanwijzingen voor de werking en het onderhoud van een kerntechnische installatie worden in een bedrijfshandboek beschreven. Deze bevat instructies omtrent de bedrijfsorganisatie alsmede instructies voor de handelswijze van het personeel bij bedrijfsstoringen, incidenten en ongevallen.

Bekleed splijtstofdeeltje
Een splijtstofkorreltje met sterk verrijkt UO2 of met een mengsel van UO2 en ThO2, dat omgeven is met een gasdicht omhulsel van pyrolytisch afgescheiden koolstof en siliciumcarbide. Beklede deeltjes worden, in een grafietmatrix, als splijtstofelementen in hoge-temperatuurreactoren gebruikt. Engels: coated particle.

Belastingsfactor voor een centrale
De belastingsfactor voor een centrale is de in een periode geleverde hoeveelheid energie, gedeeld door het produkt van het maximaal vermogen en de lengte van de periode. Zie Beschikbaarheidsfactor; Gebruiksfactor.

Belastingspad afvalwater
Rekenmodel om de blootstelling aan straling te berekenen die wordt veroorzaakt door de lozing van radioactieve stoffen met het afvalwater van een kerntechnische installatie. De blootstellingswegen die bij dit belastings-pad een rol spelen zijn: externe bestraling bij verblijf aan of in het water (bijvoorbeeld varen, zwemmen); interne bestraling na ingestie van voeding (bijvoorbeeld drinkwater, visconsumptie).

Belastingspad ventilatielucht
Model om de blootstelling aan straling te berekenen die wordt veroorzaakt door de radioactieve stoffen die meekomen met de ventilatielucht uit een kerntechnische installatie. De uitkomst van de verspreidingsberekening is een plaatsafhankelijke waarde van de concentratie van radionucliden. De bij het verval van deze radionucliden ontstane straling bereikt de mens als: externe bètastraling binnen de ventilatieluchtpluim; externe gammastraling binnen en buiten de pluim; externe gammastraling van de op de bodem neergeslagen activiteit (depositie); interne bestraling door ingeademde radionucliden (inhalatie); interne bestraling door radionucliden via consumptie van besmet voedsel (ingestie).

Beschikbaarheidsfactor
De beschikbaarheidsfactor van een centrale geeft de verhouding aan tussen de uren die een installatie bedrijfsklaar was en het totale aantal uren in dezelfde periode (meestal een jaar).

Bestralingstherapie
Zie Radiotherapie.

Bètadeeltje
Een elektron met positieve of negatieve lading dat door een atoomkern of elementair deeltje bij bètaverval uitgezonden wordt.

Bètastraling
Met bètastraling bedoelt men de door atoomkernen uitgezonden elektronen bij een radioactief vervalproces. Bètastralen hebben een continu energiespectrum, maar worden meestal getypeerd door het aangeven van de maximale energie. Bètastralen worden reeds geabsorbeerd door een laag materie van geringe dikte (bijv. 2 cm kunststof of 1 cm aluminium).

Bètaverval
Radioactieve omzetting door uitzending van een elektron of een positron door atoomkernen. Bij uitzending van elektronen spreekt men van bèta-min-straling (--straling) waarbij een neutron van de atoomkern overgaat in een proton. Bij uitzending van positronen (positieve elektronen) gaat een proton over in een neutron en spreekt men van bèta-plus-straling (-straling).

Bewaking van de omgeving
Bewaking van de omgeving van een installatie met het oog op schadelijke stoffen, lawaai e.a. op gedefinieerde meetplaatsen, bijvoorbeeld: terreingrenzen, bewoonde gebieden e.a. De bewaking kan met behulp van automatisch registrerende en alarmgevende meetstations plaatsvinden. Exploitanten van kerntechnische installaties kunnen bij het verlenen van een vergunning verplicht worden tot het bewaken van de omgeving.

Bindingsenergie
De energie die nodig is om in een moleculair of atomair systeem de met elkaar verbonden deeltjes (tot oneindig ver) van elkaar te scheiden. In het geval van een atoomkern zijn deze deeltjes protonen en neutronen, die door de bindingsenergie bijeen gehouden worden. Neutronen- en protonenbindingsenergieën zijn energieën die nodig zijn om een neutron, resp. een proton uit een kern te verwijderen. Elektronenbindingsenergie is de energie die nodig is om een elektron volledig uit een atoom of een molecule te verwijderen.

Biosfeer
De biosfeer is het leefgebied van alle aardse organismen; in de vaste aardbodem is de biosfeer met uitzondering voor bacteriën enkele meters diep, in de lucht is hij enige kilometers hoog en in het water strekt hij zich uit tot op zeer grote diepten.

Blanket
Zie Kweekmantel; Zie Kweekzone.

Blootstelling
Elke blootstelling van personen aan ioniserende straling. Men onderscheidt: uitwendige blootstelling: blootstelling vanuit bronnen die buiten het organisme zijn gelegen; inwendige blootstelling; blootstelling vanuit bronnen die in het organisme zijn gelegen; totale blootstelling: combinatie van uitwendige en inwendige blootstelling. De term `blootstelling' vervangt in officiële bepalingen vaak de term `bestraling', omdat laatstgenoemde term gewoonlijk wordt gebruikt voor het opzettelijk gebruik van straling voor bepaalde doeleinden.

BNCT
Afkorting van `Boron Neutron Capture Therapy'. Therapie die gebruik maakt van neutronenvangst in met boriumverbindingen doordrongen tumoren. De tumoren worden plaatselijk vernietigd door alfadeeltjes die bij de reactie 10B (n, alfa)7Li. In Petten wordt experimenteel onderzoek aan deze therapie verricht.

BNFL
Afkorting van `British Nuclear Fuels plc'. Engelse firma die splijtstofelementen vervaardigt in Risley en die een opwerkingsfabriek exploiteert in Sellafield, beide in Engeland. In Sellafield wordt de gebruikte splijtstof van de kernenergiecentrale Dodewaard opgewerkt.

Bodemstraling
Gammastraling die door radioactieve neerslag op de aardbodem veroorzaakt wordt; een van de blootstellingspaden waarmee bij verspreidingsberekeningen rekening gehouden dient te worden.

Body Counter
Engelse term voor lichaamsteller.

Botzoeker
Een stof die zich bij voorkeur in het menselijk en dierlijk lichaam in het bot nestelt. Bij radioactieve stoffen bijvoorbeeld Sr-90 of Ra.

Bq
Symbool voor becquerel.

BR1
Belgische onderzoekreactor in Mol. Eerste kriticiteit mei 1956. Maximaal vermogen 4 MW. Deze onderzoeksreactor wordt nog altijd gebruikt voor neutronen activeringsanalyse, neutrografie, kalibratie & validatie, en voor opleiding.

BR2
Belgische materiaalbeproevingsreactor in Mol. Eerste kriticiteit juli 1961. Maximaal vermogen 125 MW.

BR3
Belgische vermogensreactor te Mol, eerste drukwaterreactor in Europa. Het was de bedoeling om deze reactor op het terrein van de Expo '58, Wereldtentoonstelling in Brussel, te bouwen en elektriciteit te laten leveren. Door te late levering van de onderdelen moest men dit plan uiteindelijk laten varen. De reactor werd opnieuw opgebouwd in Mol, waar deze vanaf 1962 elektriciteit leverde aan het openbare net. Maximaal vermogen 10,7 MWe. De BR3 werd in 1989 uit bedrijf genomen.

Bronhoogte
De hoogte boven het maaiveld van de plaats waar een radioactieve lozing plaatsvindt. Bij lozing kan door thermische opstijging van de lucht de effectieve bronhoogte boven de feitelijke schoorsteen liggen (thermische verhoging). De bronhoogte is bij een lozing van invloed op de verspreiding van de radioactieve stoffen.

Bronterm
Vertaling van het Engelse `source term', een fysisch-mathematisch begrip. Onder bronterm verstaat men het geheel van factoren die de samenstelling, hoeveelheid en wijze van vrijkomen beschrijven (bij ernstige reactorongevallen) van radioactieve stoffen in de biosfeer.

BTU
Afkorting van `British Thermal Unit'; een in Groot-Brittannië gebruikte eenheid van warmte of energie. Er geldt: BTU 1055 J.

Bundelkanaal
Opening in de reactorafscherming waardoor een bundel neutronen buiten de reactorkern kan treden. Zo'n neutronenbundel wordt gebruikt voor fysisch, chemisch en-of (medisch-)biologisch fundamenteel onderzoek.

BWR
Afkorting van `Boiling Water Reactor'. Zie Kokendwaterreactor.

CANDU
Canadese reactor, met zwaar water gemodereerd en geladen met natuurlijk uranium. Zie ook Drukbuizenreactor.

Cap la Hague
Plaats in de buurt van Cherbourg, Frankrijk, waar zich een opwerkingsfabriek (COGEMA) bevindt. Daar wordt onder meer de gebruikte splijtstof van de kernenergiecentrale Borssele opgewerkt.

Categorieën van reactorongevallen
Zie Internationale schaal van nucleaire gebeurtenissen.

CEA
Afkorting van `Commissariat à l'Energie Atomique'; Franse overheidsinstelling voor kernenergie.

Cerenkov-straling
Licht met een maximale intensiteit in het blauwe spectrumgebied, dat ontstaat wanneer geladen deeltjes zich bewegen in een transparant medium met een snelheid, die groter is dan de lichtsnelheid in dit materiaal (= lichtsnelheid in het luchtledige, n = brekingsindex). De energiedrempel voor elektronen in water (n = 1,33), waarbij de Cerenkov-straling optreedt, bedraagt 260 keV.

Ci
Symbool voor curie.

Circulatiekoeling
In de kringloop gepompt koelmedium (water) voor de warmteafvoer. De laatste stap in de warmteafvoer heeft bij een kerncentrale vaak plaats via een koeltoren.

Coated particle
Engelse term voor bekleed deeltje.

Cobaltbron
Veel toegepaste gammabron. De halveringstijd van het radioactieve cobalt (Co-60) bedraagt 5,3 jaar.

COGEMA
Acroniem van `Compagnie Générale des Matières Nucléaires', Frankrijk. Exploitant van onder meer de opwerkingsfabriek te Cap la Hague en diverse uraniummijnen.

Collectief dosisequivalent
Zie Dosisequivalent, collectief.

Commissie Reactorveiligheid
Bij een uitvoeringsvoorschrift van de kernenergiewet (Instellingsbesluit van 18 november 1987) is ingesteld een Commissie Reactorveiligheid. Deze commissie heeft tot taak de ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer desgevraagd of uit eigen beweging van advies te dienen over aangelegenheden van technische aard met betrekking tot veiligheidsaspecten van kernreactoren.

Compacte opslag
Inrichting voor opslag van bestraalde splijtstofelementen in het reactorgebouw met --- in vergelijking tot de normale opslag --- een dichtere bezetting van het opslagbassin, waarbij technische voorzieningen aanwezig zijn om te waarborgen dat er geen kriticiteit kan optreden.

Comptoneffect
Wisselwerkingseffect van röntgen- en gammastraling met materie. Het compton-effect is de elastische verstrooiing van een kwantum met een vrij of quasi-vrij elektron. Een deel van de energie en een deel van de impuls van het kwantum wordt aan het elektron overgedragen. Het verstrooide kwantum heeft dus minder energie en een kleinere impuls.

Concentratieketen
Radioactieve isotopen van een element gedragen zich chemisch op gelijke wijze als de nietradioactieve isotopen van dat element. Daarom zullen radioactieve isotopen op dezelfde manier als de niet-radioactieve isotopen in planten, dieren en tenslotte in mensen zich ophopen of daaruit verdwijnen. Radioactieve isotopen worden in de wetenschap doelgericht gebruikt om stofwisselingsprocessen te onderzoeken. Een concentratie van activiteit doet zich bijvoorbeeld voor bij jodium. Via de keten lucht gras koe melk hoopt jodium zich tenslotte op in de schildklier van de mens. Om een grotere blootstelling aan straling die door deze concentratieprocessen kan ontstaan in de betrokken organen te voorkomen, is de vastgestelde toegestane hoeveelheid van zulke radioactieve stoffen dienovereenkomstig verlaagd.

Condensatiebassin
Waterbassin binnenin het insluitsysteem van een kokendwaterreactor teneinde de bij een breuk van een stoomleiding ontsnappende stoom te laten condenseren. Door de condensatie van de stoom wordt de hoge druk binnen het insluitsysteem verminderd.

Containment
Zie Insluitsysteem.

Conversie
In de reactortechniek de omzetting van een stof in een splijtbare stof, bijvoorbeeld U-238 --> Pu239 of Th-232 --> U-233. In iedere kernreactor welke U-238 of Th-232 bevat vindt conversie plaats. Zie Kweekmateriaal.

Core
Engelse term voor reactorkern.

COVRA
Acroniem van `Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval NV', gevestigd te Borsele. COVRA is bij uitvoeringsbesluit van de Kernenergiewet erkend als ophaaldienst van radioactieve afvalstoffen. De organisatie heeft een opslagplaats, eveneens in Borsele, bestemd voor alle soorten radioactief afval.

CP-1
Afkorting van `Chicago Pile No. 1'. Dit was de eerste kernreactor. De eerste zich zelf onderhoudende kettingreactie vond plaats op 2 december 1942. Splijtstof: natuurlijk uranium; moderator: grafiet. De Chicago Pile No. 1. Getekende impressie van de omstandigheden op het moment waarop de eerste beheerste kettingreactie tot stand werd gebracht, onder leiding van Enrico Fermi. De CP-1 was opgesteld in de catacomben van een baseball-stadion.

curie
Niet meer gebruikte eenheid van activiteit van een radionuclide, ter grootte van 37 x 109 (37 miljard) atoomkernmutaties per seconde. De curie (symbool: Ci) werd vervangen door de nieuwe eenheid becquerel (symbool: Bq). Per definitie geldt: Ci = 37 x 109 Bq

Dampbelcoëfficiënt
Een negatieve dampbelcoëfficiënt (in het Engels void coefficient) geeft aan dat, bij het toenemen van het kettingreactietempo en de daarmee verbonden vermogens- en temperatuurstijging, door het toenemend aantal dampbellen in het koelwater het vermogen automatisch afneemt. Vaak moet in een vergunningsprocedure aangetoond worden dat de dampbelcofficiënt altijd negatief is. Bij de Russische RBMK-reactor is deze dampbelcoëfficiënt positief; een vermogens- en temperatuurstijging veroorzaakt een steeds sneller toenemend kettingreactietempo, hetgeen verdere vermogens- en temperatuurverhoging tot gevolg heeft. Dit effect was de fysische oorzaak van het reactorongeval in Tsjernobyl.

Datering, radioactieve
Zie Koolstofdatering.

Decontaminatie; ontsmetting
Verwijderen of verminderen van radioactieve contaminatie door middel van chemische of fysische processen bijv. door afwassen of reinigen met chemicaliën. De decontaminatie van lucht en water geschiedt door filteren respectievelijk verdampen en laten neerslaan. Het Energieonderzoek Centrum Nederland te Petten beschikt over een faciliteit met geavanceerde installaties en technieken voor decontaminatie van uitrusting afkomstig uit de nucleaire en de niet-nucleaire (vooral offshore gas- en oliewinning) industrie.

Decontaminatiefactor
Verhouding van de activiteit vóór en na de decontaminatie van radioactief verontreinigde voorwerpen, afvalwater, lucht enzovoort.

Desintegratie
Zie Atoomkernmutatie.

Deterministische stralingsschade
Zie Stralingsschade, deterministische.