Zoek op

juichen

juichen werkw.Uitspraak:   [ˈjœyxə(n)] Verbuigingen:   juichte (verl.tijd enkelv.) Verbuigingen:   heeft gejuicht (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen luid laten horen dat je blij bent, vaak met veel mensen tegelijk Voorbeeld:   `Het publiek jui...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/juichen

JUICHEN

1) Joelen 2) Jubelen 3) Vreugdekreten 4) Vrolijk schreeuwen
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/JUICHEN/1

juichen

•op luide wijze vreugde uiten. (+audio)
Gevonden op http://nl.wiktionary.org/wiki/juichen

juichen

uiting geven aan vreugde
Jaar van herkomst: 1285 (CG Rijmb. )
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/sijs002chro01_01/colofon.php

juichen

luid vreugde uiten (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/juichen

juichen

uitbundig roepen omdat je blij bent vb: zij stonden te juichen toen de ballon de lucht in ging
Gevonden op http://www.muiswerk.nl/mowb/?word=juichen
Geen exacte overeenkomst gevonden.