Zie ook:
pruts

prutsen werkw. Uitspraak: [ ˈprʏtsə(n) ] Afbreekpatroon: prut·sen Vervoegingen: prutste (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft geprutst (volt.deelw.)
op een ondoelmatige manier bezig zijn met iets maken of repareren Voorbeeld: 'Ze hebben uren aan de buitenboordmotor zitten prutsen, maar hij doet het nog steeds niet.' Synoniemen: : klo...
Gevonden op
https://woorden.org/woord/prutsen

1) Frutselen 2) Morsen 3) Foefelen 4) Beunhazen 5) Friemelen 6) Fröbelen 7) Treuzelen 8) Frullen 9) Mosen 10) Knutselen 11) Aanmodderen 12) Knungelen 13) Onhandig bezig zijn 14) Femelen 15) Fikfakken 16) Morrelen 17) Knoeien 18) Frunniken 19) Paggelen 20) Aanrommelen 21) Kissebissen 22) Onbeholpen werken
Gevonden op
https://mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/Prutsen/1

knutselen
Jaar van herkomst: 1896 (WNT )
Gevonden op
https://dbnl.org/tekst/sijs002chro01_01/colofon.php

knoeien, onhandig bezig zijn (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op
https://etymologiebank.nl/trefwoord/prutsen
onhandig bezig zijn vb: je moet niet zelf gaan prutsen aan die computer
Gevonden op
https://mowb.muiswerken.nl/

Prutsen is maar wat aanrommelen.
[basiswoordenlijst groep 6]Gevonden op
https://wikikids.nl/Prutsen
Uit `De lagere vaktalen: Diamantbewerking` 1914 slecht werken. Afleiding van prutten, verscherping van brodden, broddelen.
Gevonden op
https://encyclo.nl/lokaal/10742
Geen exacte overeenkomst gevonden.