de rekening zelfst.naamw. (v.) Uitspraak: [ ˈrekənɪŋ ] Afbreekpatroon: re·ke·ning Verbuigingen: rekeningen (meerv.) 1) opgave van wat je moet betalen Voorbeelden: 'Ober, mag ik de rekening?' , 'de rekening contant betalen' Synoniem: nota 2) dienst van een bank waarop wordt bijgehouden hoeveel geld je krijgt en uit... Gevonden op https://woorden.org/woord/rekening
uitdr.: Voorbeeld: ‘rekening maken’: zuinig, spaarzaam leven - Voorbeeld: ‘Louis voelde zich te weeldig in zijn twintigste jaar om nu reeds over die dingen te piekeren, om rekening te maken en 't nauwste te zoeken in opbrengst en vertier!’ Gevonden op https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0020.php
papier waar op staat wat je hebt ontvangen en wat je moet betalen vb: we moeten de rekening van de verbouwing nog krijgen Synoniemen: factuur nota bon Gevonden op https://mowb.muiswerken.nl/
Uit `De lagere vaktalen: Taal van post-, telegraaf- en telefoonpersoneel` 1914 rekening courant. Rekeningcouranthouder. Voorschotrekening, overschot op rekening. Een rekening openen.
Gevonden op https://encyclo.nl/lokaal/10742