de tweeklank zelfst.naamw. (m.) Uitspraak: [ 'tweklɑŋk ] Afbreekpatroon: twee·klank Verbuigingen: tweeklanken (meerv.) 1) combinatie van twee verschillende klinkers binnen een lettergreep taalkunde Voorbeeld: 'Nederlandse tweeklanken zijn 'au', 'ei' en 'ui'.' Synoniem: diftong 2) samenklank van twee versc... Gevonden op https://woorden.org/woord/tweeklank