Kopie van `Katholiek ABC`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.
Categorie: Religie en filosofie > Katholiek
Datum & Land: 07/10/2007, NL
Woorden: 845


Aanroepen
Bidden tot God of tot de heiligen, meestal om een gunst te verkrijgen.
Zie ook: aanbidden, verering.

Aanbidden
Door gebed God belangeloos eer bewijzen. Aanbidden wordt uitsluitend gebruikt voor gebed tot God, niet tot Maria of andere heiligen.
Zie ook: aanroepen, verering.

Aalmoezenier
Priester belast met het pastoraat voor een speciale groep, zoals militairen of gevangenen.

Aartsengel
Bode Gods uit het achtste koor der engelen, zoals Gabriël - Hebreeuws 'Held van God' (Lukas 1,26), Michaël - Hebreeuws 'Wie is als god?' (Apocalyps 12,7) en Rafaël - Hebreeuws 'God heeft geheeld' (Tobias 5,17).
Zie ook: annunciatie.

Aartsbisdom
Kerkjuridisch vastgesteld gebied van een aartsbisschop. Deze staat aan het hoofd van zijn eigen (aarts)bisdom, en heeft een leidende functie ten opzichte van de andere bisschoppen binnen een kerkprovincie.

Absoute
Liturgisch gebed dat na de requiemmis voor de overledene wordt uitgesproken of (meestal) gezongen.

Absolutie
Kwijtschelding van in de biecht beleden zonden, door de priester in Christus' naam verleend.

Absis
Overwelfde, halfronde of veelhoekige koornis als uitbouw van het hoofdaltaar in sommige grote kerken (basilieken), vaak voorzien van zitbanken voor aan de plechtigheden deelnemende geestelijken.

Abdij
Klooster van een contemplatieve orde met een abt of abdis aan het hoofd en een prior of priorin als plaatsvervang(st)er.
Zie ook: gardiaan, intronisatie, kromstaf, pontificeren, sticht.

Acte
Zie: oefening.

Acoliet
Misdienaar, vroeger ook clericus die de laatste der kleine wijdingen heeft ontvangen.

Advent
De eerste vier weken van het kerkelijk jaar, voorafgaand aan het Kerstfeest, de komst (adventus) van de Heer. Tijd van inkeer en boete met paarse gewaden in de liturgie, waarin onder meer de Gregoriaanse hymne Rorate coeli desuper (Dauwt hemelen de Rechtvaardige) gezongen wordt.
Zie ook: gaudete, gulden mis, kerstkring, liturgische kleuren, quatertemperdagen, roerende feestdagen.

Advocaat Van De Duivel
Kerkjurist die bij een kerkelijk proces als aanklager optreedt.
Zie: heiligverklaring, promotor fidei.

Adventskrans
hangende ronde krans van gevlochten dennen- of sparrengroen als symbool van hoop, met vier kaarsen waarvan er elke week één meer wordt aangestoken.

Aflaat
Kerkelijke kwijtschelding van straf. Thans zo goed als verouderd begrip, dat berust op het onderscheid tussen de vergeving der zonden door de biecht, en de daarvoor opgelegde straf. Die straf kon voor sommige zonden zeer zwaar uitvallen. Na verloop van tijd ging de kerk dergelijke straffen vervangen door aflaten, kwijtscheldingen, te verkrijgen door allerlei gebeds- of boetehandelingen. Het verlenen van aflaten is in de loop der eeuwen ontaard tot een soort handel die door de kerk officieel werd afgewezen.
Zie ook: oud-katholieke kerken, toties quoties, vagevuur.

Agnus Dei
Latijn: lam Gods: driemaal herhaald gebed of gezang op het einde van de mis (met tweemaal de toevoeging: dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons, en de derde maal met de toevoeging: dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons de vrede).

Agape-Viering
Grieks: agapè: liefde (vgl. l Cor. 13,13): gemeenschappelijk liefdesmaal van (de eerste) christengemeenten ter gedachtenis aan het Laatste Avondmaal; thans met de betekenisonderscheiding dat er geen consecratie van brood en wijn plaats vindt en ook geen geconsacreerd brood en wijn uitgedeeld worden.

Altaar
Liturgische offertafel, centrale plaats van de eucharistieviering in katholieke kerken.
Zie: eucharistie, suppedaneum, tabernakel, tafel des Heren, voetgebed.

Allerzielen
Gedachtenis(viering) van alle overledenen op 2 november, op het eind van het kerkelijk jaar.

Allerheiligen
Gedachtenis(viering) van alle heiligen op 1 november, op het eind van het kerkelijk jaar.
Zie ook: geboden feestdagen.

Alleluja
Van oorsprong Joodse uitroep met de betekenis 'Looft de Heer met vreugde'.

Albe
Lang, witlinnen liturgisch gewaad, onderhemd tot aan de voeten, opgeschort door een koord (cingel), waaroverheen stola en kazuifel of koorkap worden gedragen.

Altijddurende Bijstand
Predicaat, toegekend aan een populaire en zeer vaak vereerde icoon van Maria met Jezus: Onze Lieve Vrouw van altijddurende bijstand.

Altijddurende Aanbidding
Door sommige religieuze congregaties beoefend ononderbroken gebed tot het heilig sacrament, dat in de vorm van een geconsacreerde hostie in een monstrans ten toon wordt gesteld.
Zie ook: consecratie, heilig sacrament.

Amict
Witlinnen liturgische schouderdoek, waaroverheen een kazuifel wordt gedragen.

Ambo
Verhoging(en) in sommige grote kerken (basilieken) opzij vooraan het hoofdaltaar, voor de verkondiging en het voorlezen van het evangelie (aan de noordzij, links vanuit de kerk) en de rest van de heilige schrift (aan de zuidzij, rechts vanuit de kerk).
Zie: altaar, basiliek.

Antifoon
Refrein of beurtzang, onder andere vóór en na een psalm, maar ook als zelfstandig gezang.

Annunciatie
Latijn: aankondiging, namelijk de boodschap van de aartsengel Gabriël aan Maria, dat zij van de heilige Geest zou ontvangen en moeder zou worden van Jezus Christus. Het feest van de Annunciatie, oftewel Maria Boodschap, wordt gevierd op 25 maart.

Angelus
Latijn: engel, daarvan afgeleid: het angelus, als beginwoord van het Latijnse gebed Angelus Domini, in het Nederlands De Engel des Heren. Die werd vroeger driemaal daags gebeden (om zes uur's morgens, om twaalf uur's middags en om zes uur's avonds). Voor het angelus werd de kerkklok geluid, telkens driemaal kort en eenmaal lang, ter aanduiding van de duur der onderdelen van het gebed.
Zie ook: engelen, regina coeli.

Andrieskruis, Sint
Kruis met schuine balken in X-vorm. Volgens de traditie zou de apostel Andreas aan zo'n kruis gekruisigd zijn. De naam wordt o.a. gebruikt voor een dergelijk kruis op verkeersborden.

Apostolische Stoel
Ook wel Heilige Stoel: de Romeinse bisschopszetel van de paus, hoofd van de gehele katholieke kerk.

Apostolisch Vicaris
Hoofd van een apostolisch vicariaat, d.w.z. van een missiegebied waaraan nog niet de status van aartsbisdom is toegekend. De apostolisch vicaris wordt rechtstreeks door de paus benoemd en heeft binnen zijn vicariaat dezelfde bestuursbevoegdheden als een bisschop.

Apostolaat
In het algemeen de verspreiding van het geloof; vaak met nadere specificatie, b.v. apostolaat des gebeds, apostolaat der hereniging, e.d.

Apologetiek
De leer van de geloofsverdediging.

Armbestuur
(Voormalig) college belast met de zorg voor de armen, meestal binnen de parochie.

Assumptie
Zie: Maria-ten-hemel-opneming.

Askruisje
Op Aswoensdag, de eerste dag van de vasten, tekent de priester tijdens de boeteviering het voorhoofd van de gelovige met een kruisje van gewijde as van verbrande palmtakken; daarbij zegt hij: Gedenk, mens, dat gij stof zijt en tot stof zult wederkeren. Soms wordt de gelovigen ook wel de gelegenheid geboden zichzelf met deze as te tekenen.

Aswoensdag
De eerste dag van de vasten, zes en een halve week vóór Pasen, daags na vastenavond.
Zie ook: askruisje, kruisje, paaskring, quinquagesima, roerende feestdagen.

Basisgemeente
Christelijke gemeenschap als alternatief voor parochie; term die zich afzet tegen de vervreemdende invloed en het verre gezag van de officiële hiërarchische kerk.

Basiliek
Grote kerk van bijzondere bouwstructuur en met bepaalde voorrechten.

Baptisterium
Plaats waar gedoopt wordt: in de oudheid een aparte ruimte, later deel van de kerk zelf, of als aparte doopkapel.

Besnijdenis
Het feest van de Besnijdenis des Heren wordt gevierd op de octaafdag van Kerstmis, dus op 1 januari.

Beschermheilige
Heilige als bijzondere bescherm(st)er en patroon of patrones van een land (b.v. Willibrord van Nederland, Bonifatius van Duitsland, Jeanne d'Arc van Frankrijk), een stad (b.v. St. Nicolaas van Amsterdam, St. Servaas van Maastricht), een kerk (b.v. de Sint Pieter, de Sint Jan) een beroep (b.v. St. Lukas van kunstschilders) of van een persoon die zijn of haar naam draagt (naamheilige met naamdag, zoals die o.a. in Limburg wordt gevierd).
Zie ook: doopheilige, doopsel, kloosternaam.

Beschermengel
Zie: engelbewaarder.

Bergrede
Toespraak van Jezus op een berg bij het meer van Genesareth waarin Hij de acht zaligsprekingen heeft verkondigd (Mattheus 5, 1-10; Lukas 6,20-23).

Beneficie
Kerkelijk ambt waaraan het recht op materiële voordelen en inkomsten verbonden is.

Beloken Pasen
De eerste zondag na Pasen waarop de viering van het Paasfeest - die acht dagen, dus een octaaf, duurde - wordt afgesloten ( luiken look geloken = sluiten).
Zie ook: octaaf.

Belofte
Formele toezegging, mondeling of op schrift: algemeen gebruikt woord, te onderscheiden van gelofte, term die kerkrechtelijke inhoud heeft.

Belijder
Heiligverklaarde persoon die een bijzonder leven volgens het evangelie heeft geleid.

Belijdenis
(1) openlijke en plechtig uitgesproken aanvaarding van de volledige geloofsinhoud;
(2) bekentenis van de zonden in de biecht.
Zie ook: communie, doopsel, meter, peter.

Begijnen
Vroeger meestal in een hofje samenwonende godvruchtige vrouwen, niet in kloosterverband maar wel met de beloften van kuisheid en gehoorzaamheid aan een overste.

Bedienen
Een zwaar zieke of stervende de laatste sacramenten toedienen, te weten - naast biecht en communie - met name het heilig oliesel oftewel de Ziekenzalving.
Zie: chrisma, heilig oliesel.

Bedevaart
Individuele, maar meestal gezamelijke gebedstocht naar een plaats waar een heilige of een bijzondere gebeurtenis wordt herdacht, bijvoorbeeld de (verschijning van) de heilige Maagd Maria te Lourdes, Fatima of Kevelaer, of de apostel Jacobus in Compostella.
Zie ook: jakobsschelp.

Bedelmonnik
Lid van een religieuze orde waarvan de leden oorspronkelijk door bedelen in hun onderhoud moesten voorzien, zoals de franciscanen en de capucijnen.

Bisdom
Kerkjuridisch vastgesteld gebied van een bisschop.

Biechtvader
Priester in zijn functie van toediener van het sacrament van de biecht.
Zie ook: sacramenten.

Biechtgeheim
Overal en altijd te bewaren geheim door de biechtvader, ook bij doodsgevaar voor hemzelf of anderen, waarop zonder uitgesproken toestemming van de biechteling geen enkele uitzondering mogelijk is.
Zie: sigillum.

Biecht
Sacrament waarin door de priester in Christus' naam zonden vergeven worden uit kracht van de evangelietekst: Ontvangt de Heilige Geest, wier zonden gij zult vergeven hun zijn zij vergeven, wier zonden gij zult houden hun zij ze gehouden (Johannes 20, 23): woorden van Jezus tot de apostelen op de dag van zijn verrijzenis.
Zie ook: absolutie, belijdenis, generale biecht, priesterschap, sacramenten, sigillum, vagevuur, vergiffenis, vijf geboden der heilige kerk.

Bidprentje
Gedachtenisprentje van een overledene met aan de voorzijde een foto of een religieuze afbeelding en aan de achterkant een In Memoriam met persoonsgegevens en eventueel een kort gebed of bijbeltekst.
Zie ook: devotieprentje, in memoriam.

Biblia Pauperum
Latijn: armenbijbel, officiële naam van een middeleeuws prentenboek met platen uit houtsneden voor het aanschouwelijk bijbels onderricht van de armen die niet konden lezen.

Bisschop
Als opvolger der apostelen door de paus benoemde priester die onder diens gezag een bisdom bestuurt en daarbinnen volledige wijdingsmacht heeft en kerkbestuurlijk recht uitoefent.
Zie ook: coadjutor, diocees, exorcisme, geestelijk adviseur, hiërarchie, herderlijk schrijven, hogere wijdingen, incardinatie, in partibus infidelium, insignia, intronisatie, jurisdictie, kapittelvicaris, kathedraal, kerkvorst, kromstaf, legerbisschop, ad limina, mandement, pontifex, pontificeren, prelaat, priesterschap, sede vacante, sticht, suffragaan, titulair bisschop, wijbisschop, vormsel.

Bloedwonder
Het tweemaal per jaar vloeibaar worden van het in een ampul bewaarde bloed van de heilige Januarius in de aan hem toegewijde kerk te Napels; in tweede instantie ook hetzelfde verschijnsel elders, b.v. te Boxmeer.

Bloedprocessie
Processie te Brugge, vroeger op de eerste maandag na de tweede mei, tegenwoordig op Hemelvaartsdag, met de reliek van het heilig bloed, door graaf Diederik van den Elzas ca. l150 uit Jerusalem meegebracht en in 1260 voor het eerst in een archief vermeld.

Bloedgetuige
Martelaar, heilige die omwille van het geloof gemarteld en ter dood gebracht is.
Zie ook: liturgische kleuren, martelaren van Gorcum.

Blijde Geheimen
De vijf eerste geheimen van Maria die bij het bidden van het eerste deel van de rozenkrans overwogen worden, namelijk
(1) de boodschap van de engel Gabriël aan Maria;
(2) het bezoek van Maria aan haar nicht Elisabeth;
(3) de geboorte van Jezus in een stal te Bethlehem;
(4) de opdracht van Jezus in de tempel;
(5) de wedervinding van de twaalfjarige Jezus in de tempel.
Zie ook: droevige geheimen, glorievolle geheimen, rozenhoedje.

Blasiuszegen
Zegen op 3 februari, feest van de heilige Blasius, de patroon tegen keelziektes, waarbij de priester met twee kruislings gehouden kaarsen de keel van de gelovige aanraakt en zegt: Door tussenkomst van de heilige Blasius, bisschop en martelaar, behoede de Heer U tegen alle keelziektes en tegen alle ander kwaad, in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, amen.
Zie ook: doxologie, Drievuldigheid.

Bonnet
Vierkant liturgisch hoofddeksel in zwart voor priester en priesterstudent, paars voor hoge prelaten en bisschoppen, rood voor kardinalen , wit voor de paus en voor norbertijnen (die ook wel witheren genoemd worden).
Zie ook: prelaat, kardinaal.

Boetpsalmen
De zeven door de kerk gekozen psalmen als liturgische gebeden op dagen van boete en rouw, nl. Ps. 6, 31, 37, 50, l0l, 120, 142.

Broeder
Een niet tot priester gewijd religieus die in een orde of congregatie de geloften van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid heeft afgelegd.
Zie ook: frater, soutane.

Brevier
Volledig officieel liturgisch gebedenboek in het Latijn (ook wel vertaald), in vier delen, voor elk jaargetijde één; het bidden ervan door de priester wordt brevieren genoemd.
Zie: tijdeigen.

Bursa
Latijn: beurs, foudraal in liturgische kleur waarin de opgevouwen linnen doek wordt bewaard, waarop tijdens de eucharistieviering hostie, kelk en ciborie worden geplaatst.
Zie: eucharistie.

Bul
Pauselijk schrijven van belangrijk geachte inhoud, door hem zelf ondertekend en van zijn zegel voorzien.

Carnaval
Van Latijn: carnem levare, het wegnemen van het vlees (komt dus etymologisch niet van carne vale, het vlees vaarwel): de vier dagen die aan de veertigdaagse vasten voorafgaan, of alleen de dinsdag vóór Aswoensdag; dagen van feestelijkheden, optochten, verkleedpartijen, enz.

Caritas
(1) christelijke naastenliefde;
(2) de organisatie daarvan.

Canticum Canticorum
Zie: Hooglied.

Canonisatie

Zie: heiligverklaring.

Canonist
Kerkelijk jurist.

Canon
(1) vaste reeks misgebeden van prefatie tot Onze Vader;
(2) reeks als authentiek erkende bijbelboeken;
(3) reeks door de kerk erkende heiligen;
(4) vastgestelde regel(s) van een concilie.

Camerlengo
Kardinaal die de zorg heeft voor de administratie van goederen en rechten van het Vaticaan; een van zijn belangrijkste fucties is het beheer van de kerk tijdens de periode na de dood van de paus.

Calendarium
Lijst van alle kerkelijke feestdagen inclusief tabel ter vaststelling van de datum van de roerende feestdagen Pasen, Hemelvaart en Pinksteren. Deze feestdagen worden vastgesteld vanuit de datum waarop jaarlijks Pasen valt.

Cathedra
Latijn: zetel: in ex cathedra, vanaf de leerstoel, aanduiding van een pauselijke uitspraak met beroep op diens onfeilbaarheid.

Catena
Boeteketting.
Zie ook: disciplien.

Catechumeen
doopleerling.
Zie ook: doopsel.

Catechist
Persoon die in missiegebieden als assistent van een missionaris optreedt en onder andere godsdienstonderricht geeft.

Catechismus
Leer- en lesboek van de christelijke leer, vaak in vraag- en antwoordvorm.

Catecheet
Persoon die godsdienstonderricht geeft.

Celibaat
Ongehuwde staat, voor priesters en kloosterlingen verplicht.
Zie: diaconaat, oud-katholieke kerken.

Celebrant
Voorganger in liturgische plechtigheid.

Christusmonogram
De twee Griekse beginletters van Christus' naam, namelijk de CH (geschreven X) en de R (geschreven P), als monogram dooreen afgebeeld.

Christoffel
Grieks: Christophoros, Christusdrager, en zo ook Christofoor: populaire legendarische heilige van wie het verhaal gaat dat hij pelgrims op zijn sterke schouders de rivier overdroeg, tot een kind (het Jezuskind) hem bijna te zwaar werd omdat het de last van de hele wereld droeg. Patroon van veilig verkeer, met name van bestuurders van motorvoertuigen, Vgl. Sint Christoffelmedaille, Sint Christoffelbeeldje, enz.
Zie ook: sacramentaliën.

Chrisma
Olie die op Witte Donderdag door een bisschop wordt gewijd voor de zalving bij doopsel en vormsel, ook gebruikt bij de wijding van een kerkgebouw, kerkklok, altaar, miskelk, e.d. De olie voor het heilig oliesel (ziekenzaving) wordt niet gewijd, maar gezegend.

Cherubijnen
Zie: engelen.

Charisma
Genadegave van de heilige Geest, gegeven voor de dienst aan anderen of voor de uitbreiding van Gods rijk op aarde.
Zie ook: Drievuldigheid.

Chapelle Ardante
rouwkapel met brandende kaarsen rond de kist.

Ciborie
Gewijde vergulde of gouden beker met deksel voor het bewaren van geconsacreerde hosties.
Zie: consecratie, corporale, hostie, monstrans, velum.

Clerus
Verzamelnaam van alle clerici, te weten zij die in de katholieke kerk een wijding hebben ontvangen en bij een bisdom of een kloostergemeenschap horen.
Zie: hogere wijdingen.

Clergyman
Priesterkostuum van donkere stof met witte ronde boord en zwart front daaronder.

Clausuur
Besloten gedeelte van een klooster, slot waar personen van het andere geslacht niet zonder geldige reden naar binnen mogen gaan en dat de kloosterlingen niet zonder verlof van de overste mogen verlaten.
Zie ook: hospitium, monialen, tralienonnen.

Corpus Christi
Latijn: het Lichaam van Christus: het heilig sacrament.
Zie ook: heilig sacrament, sacramentsdag.

Corporale
Uitvouwbare linnen doek waarop tijdens de eucharistieviering kelk, hostie en eventueel ciborie(s) worden geplaatst.
Zie: eucharistie.