Kopie van `Nederlandse taal in het basisonderwijs`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Nederlandse taal in het basisonderwijs
Categorie: Taal en literatuur > basisonderwijs
Datum & Land: 15/02/2007, NL
Woorden: 765


Aanbodfrequentie
Abstract: De frequentie van het taalaanbod waarmee taalleerders geconfronteerd worden. (Nederlands als tweede taal, p.35)
Tekst: Door een hoge aanbodfrequentie gebruiken taalleerders bepaalde woorden al, zonder dat ze de bijbehorende woordvormingsregel kennen. Een hoge aanbodfrequentie heeft dus een positieve invloed op taalverwerving. Een taalleerder die de te leren taal vaak in zijn omgeving hoort en tegen wie die taal veel gesproken wordt, leert snel.

Aanvankelijk lezen
Abstract: Het beginnende lezen in groep 3, waarbij de nadruk ligt op het leren verklanken van eenvoudige woorden (het toepassen van de elementaire leeshandeling) met als uiteindelijk doel het begrijpen van de gelezen tekst.
Tekst: Theoretische inzichten

Aanvankelijk lezen, methodes voor
Abstract: Leergang voor het aanvankelijk lezen, meestal gericht op groep 3, soms deel uitmakend van een integrale methode voor de hele basisschool.
Tekst: Basisscholen kunnen kiezen uit een groot aantal methodes voor aanvankelijk lezen. Deze methodes gaan uit van verschillende leestheorieën. In methodes voor aanvankelijk lezen is onderscheid te maken tussen bijvoorbeeld structuurmethodes waar het analyseren en synthetiseren van woorden een belangrijke rol speelt of klanksynthesemethodes waar uit wordt gegaan van het aanleren van losse klanken, waarmee vervolgens woorden worden gebouwd.

Aanvankelijk spellen
Abstract: het beginnende spellen in groep 3, waarbij de elementaire spelhandeling een centrale rol speelt en klankzuivere woorden (de zogenaamde luisterwoorden) worden gespeld.
Tekst: Bij aanvankelijk spellen spelen met name de deelvaardigheden auditieve analyse en klanktekenkoppeling een rol.

Aanvankelijk stellen
Abstract: het schrijven van eenvoudige eenlettergrepige klankzuivere woorden (valt samen met aanvankelijk lezen en spellen)
Tekst: Bij aanvankelijk stellen gaat het om het door de leerkracht geschreven teksten bij tekeningen, die door de kinderen bedacht zijn of het bedenken van korte zinnetjes die door henzelf of door de leerkracht worden opgeschreven.

ABC-boeken
Abstract: Schoolboekjes die van oudsher gebruikt worden om het alfabet te leren.
Tekst: ABC`s werden vanaf de 15e eeuw uitgegeven in de vorm van kleine boekjes (haneboeken) of leesplankjes die vanwege de hoornlaag waarmee ze waren bedekt, hornbooks werden genoemd. Kinderen leerden met behulp van deze boekjes lezen via de spel-methode. Een bekend 19e-eeuws ABC is `A is een aapje`, waarvan verschillende uitgaves zijn verschenen. Ook tegenwoordig worden er nog regelmatig ABC`s uitgegeven. Dat kunnen herdrukken zijn van oude ABC-boekjes, ABC-boeken rond een thema.

ABC-muur
Abstract: Wandkaart in de klas waarop alle letters van het alfabet zijn te zien. Door de muur te betrekken in taalspelletjes binnen een betekenisvolle context wordt het taalbewustzijn van kinderen gestimuleerd. De ABC-muur kan verschillende verschijningsvormen krijgen zoals bijvoorbeeld met zelfgemaakte letters door de kinderen, of vakjes waarin passende dingen kunnen worden gestopt. Een ABC-muur wordt ook wel `lettermuur` genoemd. (Bijvoorbeeld in de methodes `Schatkist` en `Veilig leren lezen` (Zwijsen) wordt gewerkt met dit begrip.
Tekst: Naar aanleiding van allerlei activiteiten (mondeling of met geschreven taal) zoals een rijmpje, liedje of een prentenboekverhaal, verzamelen de kinderen woorden voor de ABC-muur. Bij de woorden worden tekeningen of pictogrammen gemaakt. Voordat de woorden op de muur worden gehangen worden er allerlei taalspelletjes meegedaan steeds vanuit een betekenisvolle context. Als de woorden op de muur hangen wordt er regelmatig naar verwezen bij taal,- lees- en schrijfactiviteiten. Kinderen kunnen de muur zo bijvoorbeeld gaan zien als hulp bij het `schrijven`.

Actief lezen
Abstract: Een manier van lezen, waarbij naast het technisch en begrijpend lezen ook rekening wordt gehouden met de betrokkenheid van leerlingen en waarbij een verbinding wordt gelegd met oriëntatie op de wereld.
Tekst: Het begrip `Actief lezen` wordt gebruikt in een artikel in JSW over de Nationale Kinderkrant. Als voorbeeld wordt genoemd:

Actief taalgebruik
Abstract: Zie: productieve taalvaardigheid

Actieve woordenschat
Abstract: De woorden die een taalgebruiker productief tot zijn beschikking heeft, met andere woorden: die de taalgebruiker bij spreken en schrijven zelf gebruikt of kan gebruiken.
Tekst: Het begrip actieve woordenschat is verouderd omdat het suggereert dat alleen het zelf produceren van taal een actieve bezigheid is, terwijl ook bij het luisteren (passieve woordenschat) activiteit wordt verwacht. Tegenwoordig wordt gesproken van productieve en receptieve woordenschat.

Afasie
Abstract: Taalstoornis in het begrijpen van taal en het zich uitdrukken in taal, die wordt veroorzaakt door een hersenbeschadiging, waarbij (delen van) het taalsysteem worden beschadigd en die een onvermogen om taal te begrijpen of te gebruiken tot gevolg heeft.

Afscheidsboek
Abstract: boek dat leerlingen die de school verlaten cadeau krijgen (meestal gaat het om leerlingen uit groep 8 die naar de middelbare school gaan)
Tekst: Ieder jaar presenteert uitgeverij Ilco-Ger Guijs een speciaal afscheidsboek voor de leerlingen van groep 8 die naar de middelbare school gaan.De boeken zijn geschreven door gerenommeerde schrijvers.

Alexie
Abstract: Met afasie verwante stoornis bij het lezen en spellen ten gevolge van bijvoorbeeld een hersenbloeding.
Tekst: Lezers met alexie lezen vaak woorden die inhoudelijk verwant zijn, bijvoorbeeld oom in plaats van neef. Bovendien zijn ze niet in staat om onzinwoorden te lezen.

Alfabet
Abstract: De gezamenlijke lettertekens van een spellingsysteem in hun bepaalde volgorde (Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal).
Tekst: De geschiedenis van het alfabet voert ver terug, tot de rotstekeningen die 50.000 jaar geleden werden gemaakt om een boodschap over te brengen. Langzaam werden steeds meer abstracte tekens gebruikt: per woord een teken, per lettergreep een teken en tot slot per klank een teken (Foeniciërs, 1000 voor Christus). De Grieken hebben het alfabet verder ontwikkeld en voegden klinkers toe. De Romeinen brachten nieuwe wijzigingen aan en stelden bij wet de lettervolgorde vast.

Alfabetisch principe
Abstract: Basisprincipe van het alfabetisch schriftsysteem: fonemen worden vertaald in grafemen.
Tekst: Wanneer kinderen het alfabetisch principe ontdekken, zien ze in dat er een verband is tussen hoe je woorden uitspreekt en hoe woorden geschreven zijn. Het alfabetisch principe is één van de tien tussendoelen voor beginnende geletterdheid. Beheersing van het afabetisch principe en een zekere mate van taalbewustzijn zijn zeer belangrijk voor het leren lezen. Het is dan ook goed om de ontwikkeling naar het alfabetisch principe in de kleuterfase systematisch te stimuleren. Dit kan bijvoorbeeld met rijmpjes en versjes, met een ABC-muur, kortom door een rijke geletterde omgeving waardoor kinderen op allerlei manieren in aanraking komen met taal.

Alfabetiseren
Abstract: Leren lezen en schrijven.
Tekst: Dit begrip wordt meestal gebruikt wanneer op latere dan de gebruikelijke leeftijd het leesproces start. Er worden andere uitgangspunten gehanteerd dan bij het leesonderwijs aan kinderen. Men gaat uit van de functionele benadering van lezen en schrijven. Cursisten leren dat er verschillende manieren zijn om te lezen. Naast de spellende strategie neemt ook het voorspellend lezen (lezen als actief proces) een belangrijke plaats in.

Algemene leesproblemen
Abstract: Leesproblemen die niet op zich staan, maar samengaan met andere leerproblemen.
Tekst: Zie voor meer informatie bij leesproblemen.

Alzijdige aanpak
Abstract: Een aanpak, bijvoorbeeld bij het spellen van woorden, waarbij zoveel mogelijk ingangen worden gebruikt: het woord uitspreken, het woord in een zin gebruiken, ingaan op de betekenis, ingaan op de herkomst, ingaan op verwante woorden etc.
Tekst: De alzijdige aanpak vertoont verwantschap met de multisensoriële aanpak waarbij verschillende zintuigen worden aangewend om informatie in te prenten.

Analfabetisme
Abstract: Het niet in de moedertaal noch in een andere taal kunnen lezen of schrijven.
Tekst: Voor iemand die het basisonderwijs verlaat, zonder dat hij of zij het niveau van AVI-9 heeft gehaald, is het moeilijk zich te redden in onze maatschappij, die juist zo op lezen is ingesteld.

Analogiemethode
Abstract: Het leren lezen of spellen van woorden door ze te vergelijken met kapstokwoorden (woorden met dezelfde spellingmoeilijkheid).
Tekst: Deze methode werd wel bij het aanvankelijk leesonderwijs toegepast. Kinderen leerden met behulp van woordkernen als ate en atte woorden als laten en matten lezen;.

Analyse
Abstract: Het analyseren is een deelvaardigheid van het aanvankelijk lezen en spellen: het verdelen van een grotere eenheid in kleinere, bijvoorbeeld een gesproken woord in fonemen of een geschreven woord in grafemen.
Tekst: Vaak wordt bij het aanvankelijk lezen en spellen onderscheid gemaakt tussen auditieve analyse en visuele analyse. In het eerste geval gaat het om de analyse in klanken, in het tweede geval om de analyse in tekens.

Analytisch-synthetische methode
Abstract: Een methode voor aanvankelijk lezen waarbij wordt uitgegaan van normaalwoorden en systematisch aandacht wordt besteed aan analyse en synthese.
Tekst: Een bekend voorbeeld van een analytisch-synthetische methode is de methode Hoogeveen (Het leesplankje Aap-Noot-Mies). Kenmerkend aan deze methode is dat de normaalwoorden niet worden ingeprent zoals bijv. bij Veilig leren lezen, maar dat ze worden gebruikt als basiswoord om overeenkomsten te ontdekken in letters en klanken en te komen tot analyse en later tot synthese. In de methode Letterstad en De Leesbus zijn aspecten van deze werkwijze overgenomen.

Anders-analfabeet
Abstract: Iemand die kan lezen en schrijven in een ander schrift dan het Latijnse.

Anker
Abstract: Een anker is een gezamenlijk startpunt, een rijke, betekenisvolle context dat leervragen bij de kinderen oproept. De activiteiten in de groep worden op de interesses van kinderen afgestemd. Kinderen nemen daarbij het initiatief om met onderwerpen aan te komen, aan te geven wat zij graag willen weten. Het werken met een anker is een didactiek binnen interactief taalonderwijs. Als anker kunnen fungeren een verhaal, een excursie, een videofragment, een poppenkastspel, of een digitale foto (In dat laatste geval wordt wel van digitale ankers gesproken (zie het project Taallijn VVE)
Tekst: Binnen het project Geletterdheid van het Expertisecentrum Nederlands zijn ervaringen opgedaan met het werken met een anker. In de groepen 1-2 werd als anker het verhaal `Lente`uit het boek `Kikker en pad zijn vrienden` gebruikt. Na een poppenkastvoorstelling over dit verhaal werd de kinderen gevraagd: `Wat wil je allemaal weten over kikker en pad?` (zie het artikel `Het komt vanuit hun tenen`).

Ankerthema
Abstract: Een ankerthema is een rijke interessante context die enerzijds functioneert als een gemeenschappelijke kennisbrond en anderzijds uitdaagt om nietwe (verwante) problemen te verkennen.
Tekst: Als anker kunnen fungeren een verhaal, een nieuwsitem, een excursie, een videofragment, een film of een multimediale presentatie.

Ankerverhaal
Abstract: Het verhaal waarmee in de 2002-versie van Veilig Leren Lezen het thema wordt geïntroduceerd.

Ankerwoord
Abstract: Woord dat tijdens het aanvankelijk lezen centraal staat. Dat wil zeggen dat het als basis gebruikt wordt voor het analyseren en diagnostiseren.
Tekst: In de methode `Lang zullen ze lezen!` wordt het begrip `Ankerwoord` gebruikt. In andere methodes wordt gesproken van globaalwoorden, basiswoorden of sleutelwoorden.

Anticiperend lezen
Abstract: Een vorm van radend lezen, waarbij een woord gelezen wordt dat er niet staat, maar dat wel in de context past.
Tekst: In plaats van `mantel` wordt bijvoorbeeld `jas` gelezen. Anticiperend lezen is een vorm van lezen die door geoefende lezers voortdurend wordt toegepast. Niet ieder woord wordt precies gelezen, maar op grond van de context en van de voorkennis van de lezer worden betekenissen geconstrueerd. Dan is het logisch dat eerder wordt gekozen voor een frequent gebruikt woord (als jas) dan voor een minder gebruikt woord (als mantel).

Articulatie
Abstract: Uitspraak
Tekst: Voor problemen met articulatie kunnen verschillende oorzaken zijn. Zo is het mogelijk dat leerlingen een motorisch probleem hebben, waardoor ze de letters niet kunnen vormen. Het kan ook zijn dat klankstructuren (woorden), bijvoorbeeld doordat er iets mis is gegaan met de taalontwikkeling in de eerste jaren, niet goed zijn opgeslagen in het geheugen. Doordat ze vervormd zijn opgeslagen, worden ze ook vervormd uitgesproken.

Aspectueel lezen
Abstract: Aanvankelijk gebruiken jonge kinderen de plaatjes en hun kennis over verhalen als ze een verhaal gaan `lezen`-navertellen.
Tekst: Sommige kinderen reciteren de letterlijke tekst uit hun geheugen, terwijl ze kijken naar de tekst of zelfs bijwijzen.

Auditief
Abstract: Door middel van het gehoor
Tekst: Auditieve of fonologische vaardigheden zijn van groot belang bij het leren van taal. Een stoornis als dyslexie bijvoorbeeld hangt samen met een stoornis in de fonologische ontwikkeling. Het is dan ook van groot belang om met name in de onderbouw van het basisonderwijs aandacht te besteden aan verschillende auditieve vaardigheden.

Auditief geheugen
Abstract: Mogelijkheid om auditief aangeboden informatie korte of langere tijd vast te houden en indien nodig op te roepen.
Tekst: Auditief geheugen maakt deel uit van de verschillende motorische, cognitieve, auditieve, visuele en geheugenfuncties. Men is er lang van uit gegaan dat deze functies ontwikkeld moesten zijn, wilde een kind leren lezen.

Auditieve analyse
Abstract: Deelvaardigheid van het aanvankelijk lezen, waarbij d.m.v. gehoor een grotere eenheid in kleinere wordt verdeeld, bijvoorbeeld een woord in klanken.
Tekst: In de loop van hun ontluikende geletterdheid is het belangrijk dat het klankbewustzijn (het fonologische bewustzijn) en later het fonemisch bewustzijn (de mogelijkheid om woorden op te delen in klanken) van kinderen zich ontwikkelt. Bij het oefenen van auditieve analyse in groep 2 en 3 kunnen we de volgende opbouw onderscheiden:

Auditieve discriminatie
Abstract: Deelvaardigheid van het aanvankelijk lezen waarbij het horen van klankovereenkomsten en klankverschillen centraal staat.
Tekst: Auditieve discriminatie is een deelvaardigheid waaraan zowel in groep 3 als in de kleutergroepen aandacht wordt besteed.

Auditieve lettergreep
Abstract: Klanken of combinaties van klanken die ontstaan wanneer een gesproken woord wordt opgedeeld, bijvoorbeeld: be-gi-nen.
Tekst: Auditieve lettergrepen hebben in verschillende methoden ook vaak verschillende benamingen, bijvoorbeeld klankgroep, klankvoet of spreekmaat.

Auditieve objectivatie
Abstract: Het vermogen te abstraheren van de betekenis. Auditieve objectivatie wordt gerekend tot de leesvoorwaarden. Met het begrip objectivatie wordt vaak auditieve objectivatie bedoeld.
Tekst: Meestal wordt door kinderen vragen te stellen als `Welk woord is langer, reus of kabouter`, geprobeerd te achterhalen of ze in staat zijn te abstraheren van de betekenis. Een kind dat op de vraag `Wat hoor je het eerst bij poes?` antwoordt: `de kop`, voldoet niet aan de voorwaarde van auditieve objectivatie, een kind dat antwoordt: `de p`, wel.

Auditieve synthese
Abstract: Deelvaardigheid van het aanvankelijk lezen waarbij klanken of klankgroepen worden samengevoegd tot gesproken woorden.
Tekst: Auditieve synthese is niet zozeer een geheugenproces (hoewel klanken wel enige tijd in het werkgeheugen moeten worden vastgehouden), maar meer een herkenningsproces. Het woord dat uiteindelijk het resultaat moet zijn van het synthetiseren van de klanken, maakt in principe al deel uit van de woordenschat van het kind en hoeft alleen nog herkend te worden. Auditieve synthese wordt ook gezien als leesvoorwaarde. J. Sixma ging er in zijn leesvoorwaardentoets ook vanuit dat auditieve synthese een herkenningsproces was door te kiezen voor voor kinderen bekende woorden en door steeds richtingwijzers te geven als: het zijn namen van dieren, het zijn allemaal kleren.

Authentiek leren
Abstract: Betekenisvol leren
Tekst: Leertaken zijn authentiek wanneer ze betekenis hebben voor het kind. Het leren moet zo veel mogelijk functioneel zijn voor de (school)praktijk van alledag zoals kinderen die ervaren. Het gaat erom dat kinderen in een rijke en realistische context de kans krijgen hun eigen leerweg vorm te geven die aansluit bij hun belangstelling. Door uit te gaan van leuke en interessante leerstof kan de leerkracht de motivatie van leerlingen versterken. Binnen interactief taalonderwijs is authentiek- betekenisvol leren een belangrijk uitgangspunt.

Automatisering
Abstract: snel informatie uit het geheugen ophalen
Tekst: Bij automatisering gaat het voornamelijk om willekeurige associaties, dat wil zeggen dat het om zaken gaan die moeten worden ingeprent. Denk bijvoorbeeld aan de tafels van vermenigvuldiging, topografie, het benoemen van de kleuren, van de letters, van telefoonnummers.

AVI
Abstract: Een systeem voor het meten van de technische leesvaardigheid van kinderen en het leestechnisch niveau van teksten dat in het basisonderwijs grote bekendheid heeft gekregen.
Tekst: In het AVI-systeem richt men zich er enerzijds op teksten in te delen naar leestechnische moeilijkheidsgraad. Men maakt daarbij gebruik van een leesindex (leesindex a = 195 - (2-3)x WL - 2xZL (WL = woordlengte = 100 x aantal lettergrepen-aantal woorden en ZL = zinslengte = aantal woorden- aantal zinnen). Daarnaast zijn toetsen ontwikkeld waarmee kan worden nagegaan welk technisch leesniveau een kind beheerst. De AVI-niveaus lopen van AVI-1 t-m AVI-9 (AVI 9 instructie niveau wordt gezien als minimum niveau voor functionele geletterdheid).

Bankletter
Abstract: nk
Tekst: Het begrip bankletter is afkomstig uit de methode `Letterstad`. Bij deze methode was ook een afbeelding verkrijgbaar. De afbeelding en de bijbehorende regel zijn terug te vinden in José Schraven: `Zo leer je kinderen lezen en spellen`.

Basisontwikkeling en taal
Abstract: Basisontwikkeling is een op ontwikkelingsgericht onderwijs (Vygotsky) gebaseerde visie op onderwijs waarin de persoonsontwikkeling in een cultureel-maatschappelijke context centraal staat en waarin men ernaar streeft de zinvolle eenheid in het onderwijsproces te bewaren.
Tekst: In 1990 startte Frea Janssen-Vos onder de noemer basisontwikkeling een didactische aanpak die aanvankelijk met name gericht was op het onderwijs aan kleuters. Gaandeweg breidde dit concept zich uit tot de hele onderbouw en inmiddels ook tot de midden- en bovenbouw en peuters.

Basiswoordenschat
Abstract: de eerste (2000) woorden die taalverwervers verwerven. Het kan daarbij gaan om eerstetaalverwervers, maar ook om onderinstromers en zij-instromers.
Tekst: In `Woordenschatontwikkeling` (Marijke Kienstra, 2004) is een basiswoordenlijst opgenomen met 2052 woorden. Daarnaast is er ook een lijst met 1107 woorden verdeeld over thema`s. Ook zijn er verwijzingen naar liedjes waar de basiswoorden in voorkomen.

BAVI-lezen
Abstract: Kinderen lezen zelfstandig en stil voor zichzelf in een zelfgekozen boek. Bij het BAVI-lezen wordt gebruik gemaakt van de AVI-niveaus, maar leesbeleving (B = beleving) staat voorop.
Tekst: Het BAVI-lezen wordt gebruikt als alternatief voor het niveaulezen, dat veel minder effectief is dan altijd werd gedacht.

Beelddenken
Abstract: Mensen die beelddenken zouden de wereld in mentale beelden waarnemen. Hun manier van informatie opnemen is sterk visueel. Ze vergelijken gegevens tegelijkertijd i.p.v. achtereenvolgens, dit in tegenstelling tot taaldenkers.
Tekst: Het begrip beelddenken werd in 1951 door de logopediste Maria Krabbe geïntroduceerd. Nel Ojemann ging in het midden van de jaren `50 op zoek naar een instrument waarmee beelddenkers kunnen worden opgespoord. Ze ontwikkelde daarvoor het Wereldspel.

Beeldlezen
Abstract: gericht kijken naar beelden of prenten en het leggen van relaties tussen beeldelementen binnen een prent en tussen prenten onderling en het inerpreteren van symbolen en verwijzingen.
Tekst: Het volgende citaat is ontleend aan: `Aan de slag met kinderboeken`.

Beginnende geletterdheid
Abstract: Een zich bij jonge kinderen -op basis van hun mondelinge taalontwikkeling- steeds verder ontwikkelend inzicht in de functies van geschreven taal, in het verband tussen gesproken en geschreven taal en in het principe van het alfabetisch schrift. Kinderen leren eenvoudige woorden verklanken, betekenis te verlenen aan geschreven taal en betekenis in geschreven taal weer te geven.
Tekst: Beginnende geletterdheid is een door het Expertisecentrum taal geïntroduceerd begrip dat de veelal gehanteerde begrippen Ontluikende geletterdheid (0-6 jaar) en Aanvankelijk lezen en Aanvankelijk schrijven grotendeels omvat. Het Expertisecentrum verstaat onder ontluikende geletterdheid de periode van 0 tot 4 jaar. Daarna start de fase van de beginnende geletterdheid.

Begrijpend kijken
Abstract: Leerlingen raken vertrouwd met nieuwe media en leren kritisch naar informatie kijken.
Tekst: Het vakonderdeel `begrijpend kijken` is naast begrijpend luisteren en begrijpend lezen nog geen gemeengoed op Nederlandse basisscholen, terwijl leerlingen toch heel veel informatie al kijkend bereikt.

Begrijpend lezen
Abstract: Het toekennen van betekenis aan geschreven taal, een actief en complex proces waarbij zaken als woordenschat, voorkennis en een juist gebruik van leesstrategieën van essentieel belang zijn.
Tekst: Theorie

Begrijpend lezen, methodes voor
Abstract: Leergang voor het begrijpend lezen, meestal gericht op groep 4-8, soms deel uitmakend van een integrale taal- of leesmethode en soms met een voorloper voor groep 1-3.
Tekst: Voor de nieuwe leesmethoden die begin jaren negentig op de markt kwamen, vormde het proefschrift van C.A.J. Aarnoutse een belangrijk uitgangspunt. Naast hem hadden ook andere wetenschappers zich overigens met dit onderwerp beziggehouden. Uitgangspunt is dat dat strategieën die een geoefende lezer vanzelfsprekend gebruikt, inzet moeten zijn van de didactiek van het begrijpend lezen. De eerste leesmethode gebaseerd op het oefenen van leesstrategieën was Lees je wijzer. Ook andere nieuwe methodes voor begrijpend lezen (Wie dit leest, Ik weet wat ik lees enz.) zijn gebaseerd op deze principes.

Begrijpend luisteren
Abstract: Het toekennen van betekenis aan gesproken taal, een actief en complex proces waarbij zaken als woordenschat, voorkennis en een juist gebruik van luisterstrategieën van essentieel belang zijn.
Tekst: Het besteden van aandacht aan begrijpend luisteren in de kleutergroepen vormt een voorbereiding voor begrijpend lezen.

Begrippen
Abstract: Woorden die relaties uitdrukken en die het daardoor mogelijk maken dat wat in taal wordt uitgedrukt, te structureren.
Tekst: Begrippen kunnen worden onderverdeeld in:

Beheersingsniveau
Abstract: Bij de AVI-toetsen: een bepaald niveau wordt beheerst.
Tekst: Dit niveau komt overeen met een voldoende sore uit de handleiding bij het AVI-toetspakket. De onderverdeling in beheersingsniveau, instructieniveau is afkomstig uit Struiksma e.a.: Diagnostiek van technisch lezen en aanvankelijk spellen.

Betekenisvol leren lezen
Abstract: Letters en woorden worden niet in droge rijtjes zonder context en zonder uitleg van het doel van de oefening aangeboden, maar in betekenisvolle situaties.
Tekst: Betekenisvol leren lezen is een belangrijk uitgangspunt geworden bij de begeleiding van kinderen met leesproblemen.

Betekenisvolle context
Abstract: herkenbare situatie die de interesse van de kinderen wekt
Tekst: Kinderen leren gemakkelijker wanneer wordt uitgegaan van een voor hen herkenbare situatie. Daar wordt in het onderwijs veel gebruik van gemaakt. Zo kiezen sommige scholen ervoor kinderen te leren lezen aan de hand van hun eigen verhalen. Ook het werken in hoeken in de kleutergroepen is een voorbeeld van het werken met betekenisvolle contexten. Binnen basisontwikkeling wordt er ook van uitgegaan dat het leren voor kinderen betekenisvol moet zijn. Betekenisvol leren is tevens één van de peilers van interactief taalonderwijs.

Bias
Abstract: Nadelig effect bij het onderwijs in Nederlands als tweede taal, ontstaan door vooringenomenheid.
Tekst: Bias speelt met name bij allochtone kinderen. Opgaven zijn onbedoeld moeilijk omdat allochtone kinderen niet voldoen aan alle talige vooronderstellingen die de toetsontwikkelaars hebben gehad. Als culturele kennis een rol speelt bij het uitvoeren van de test, spreken we van culturele bias.

Bibliotheek
Abstract: Centrum waar boeken, kranten, tijdschriften en audiovisuele middelen kunnen worden geleend en-of geraadpleegd en waar informatie wordt gegeven over de te raadplegen-lenen materialen. De bibliotheek speelt een belangrijke rol bij leesbevordering.
Tekst: Uit een onderzoek van de Stichting Lezen blijkt dat de bibliotheek bij het bevorderen van belangstelling voor lezen zeer effectief is. Wie in zijn jeugd lid was, heeft 2 1-2 keer meer kans om op latere leeftijd literatuur te lezen dan wie geen lid was.

Bibliotherapie
Abstract: Iemand helpen door middel van lezen zijn gevoelens te herkennen, te uiten en inzicht te ontwikkelen in zijn problematiek.
Tekst: De term bibliotherapie is ontstaan vanuit het idee dat `lezen` het affect, de houding en het gedrag van een persoon kan beinvloeden en op deze manier bijdraagt aan een gezonde persoonlijke ontwikkeling.

Bladspiegel
Abstract: Manier waarop een bladzijde is ingedeeld.
Tekst: Vooral voor moeilijk lezende kinderen is het belangrijk dat de bladspiegel die overzichtelijk is. Zo is het juist voor deze lezers handig wanneer er een beperkt aantal regels op een bladzijde staat en wanneer deze regels in duidelijke blokken zijn verdeeld. In de lagere AVI-niveaus beginnen zinnen op een nieuwe regel en zijn ze niet te lang.

Blindheid
Abstract: Zie: slechtziendheid-blindheid en taal

Blokletters
Abstract: Letters bestaande uit cirkels, stokken en boogjes.
Tekst: Blokletters worden gebruikt om te leren lezen. Ze zijn bedoeld als leesletters en niet als schrijfletters.

Boekaanbieding
Abstract: het presenteren van een boek aan een groep leerlingen.
Tekst: Vaak gaat het hierbij om het voorlezen van een prentenboek en het laten zien van de prenten. Maar het kan ook gaan om boeken voor oudere kinderen. Tijdens een boekaanbieding wordt bijvoorbeeld de kaft van het boek besproken. Mogelijk is er aandacht voor de flaptekst. En afwisselend worden er stukjes voorgelezen en wordt er verteld over de inhoud van het boek en eventueel de auteur. Eventueel is er aandacht voor de illustraties. Dat is afhankelijk van de aanwezigheid ervan en de grootte.

Boekbespreking
Abstract: Activiteit waarin een leerling een zelfgekozen boek bespreekt.
Tekst: Meestal vinden boekbesprekingen plaats vanaf groep 4, soms al vanaf groep 3.

Boeken
Abstract: Boeken worden op veel manieren ingezet in het basisonderwijs. Naast alle methodische materialen wordt gewerkt met prentenboeken, knie-boeken, verhalende boeken, informatieve boeken, eerste leesboekjes, boekjes voor het niveaulezen, boeken voor moeilijk lezenden, luisterboeken, boeken voor vlotte lezers of zelfgemaakte boeken etc.

Boeken maken in de klas
Abstract: Voor kinderen is het erg stimulerend en motiverend om zelf boeken te maken.
Tekst: Door zelf boeken te maken ontwikkelen jonge leerlingen (tussen)doelen als boekoriëntatie en verhaalbegrip. Ze zijn erg gemotiveerd als hun eigen boek in de kring wordt voorgelezen en als ze het zelf kunnen lezen in de boekenhoek.

Boeken over de onderwijspraktijk
Abstract: Journalisten en auteurs verhalen over de onderwijspraktijk
Tekst: Boeken over de onderwijspraktijk kunnen geschreven zijn voor volwassenen ((aankomende) leerkrachten) of voor kinderen.

Boeken voor beginnende lezers
Abstract: Boekjes die zijn geschreven voor de niveaus AVI 0 tot en met AVI 3 en voornamelijk tot doel hebben kinderen te leren lezen.
Tekst: Voor het onderwijs in aanvankelijk lezen zijn honderden leesboekjes geschreven, meestal ingedeeld op AVI-niveau (AVI-0 tot AVI-3). De boekjes zijn sterk wisselend in kwaliteit. In verband met de indeling in technische moeilijkheidsgraad wordt de auteur een groot aantal beperkingen opgelegd, wat het taalgebruik vaak houterig maakt en het verhaal moeilijk te volgen.

Boeken voor moeilijk lezenden
Abstract: Boeken die voor wat betreft de technische moeilijkheidsgraad en de verhaalstructuur zijn aangepast aan de behoeften van zwakke lezers.
Tekst: Boeken voor moeilijk lezenden kunnen worden gebruikt door kinderen met leesmoeilijkheden (die verschillende oorzaken kunnen hebben), maar ook door kinderen met een andere handicap (doofheid, slechtziendheid e.d.) en voor anderstaligen.

Boeken voor peuters
Abstract: Speciaal voor peuters worden verschillende soorten boeken uitgegeven. Die hebben tot doel om een leeshouding te ontwikkelen, de taalontwikkeling te stimuleren, de sociaal-emotionele ontwikkeling te ondersteunen en de esthetische ontwikkeling te stimuleren.
Tekst: Voor peuters zijn er de volgende boeken:

Boeken voor vlotte lezers
Abstract: Boeken voor leerlingen die een aantal AVI-niveaus boven het gemiddelde lezen.
Tekst: Als een kind een aantal AVI-niveaus boven het gemiddelde leest, wil dat zeggen dat het technisch op een hoog niveau leest. De emotionele ontwikkeling is meestal wel op het leeftijdsniveau. Daardoor is het moeilijk deze kinderen lukraak boeken uit hogere groepen te laten lezen. Om dit probleem te ondervangen is er een aantal series boeken op de markt voor kinderen met een hoog AVI-niveau, maar qua leesbeleving toegespitst op hun leeftijd. Het gaat om de Bolleboos start serie voor kinderen vanaf 6 jaar, de Bolleboos-serie voor kinderen van 7-9 en de Bolleboos plus serie voor kinderen van 7-9 die nog een graadje sneller kunnen (van Zwijsen) en Villa Alfabet van Maretak (oranje voor groep 3 en 4, groen voor groep 5 en 6, rood voor groep 7 en 8.

Boeken, films naar
Abstract: Verfilmde kinderboeken kunnen goed dienen als leesbevorderingsmateriaal.
Tekst: Kinderboeken worden regelmatig verfilmd, zowel door de reguliere televisiezenders als door de Nederlandse Onderwijs Televisie.

Boeken, praten over...
Abstract: Aidan Chambers heeft veel gepubliceerd over het praten over boeken met kinderen, als leesbevorderende activiteit.
Tekst: Aidan Chambers vindt leesbeleving erg belangrijk. Hij probeert door het stellen van vragen kinderen te laten praten over hun beleving tijdens het lezen. Als kinderen hun ervaringen kunnen uitwisselen, zullen ze ernaar verlangen om weer nieuwe boeken te lezen, zodat ze hun leeservaring kunnen uitbouwen. De leerkracht heeft daarbij een belangrijke rol. Hij moet boeken aantrekkelijk presenteren, zorgen dat ze beschikbaar zijn en vooral moet hij zijn leerlingen motiveren om te lezen.

Boeken, werken over...
Abstract: Als een kind een boek uit heeft gelezen, kunnen verschillende activiteiten worden uitgevoerd.
Tekst: Er zijn allerlei manieren waarop kinderen boeken kunnen verwerken. Van oudsher is er het bekende invulformulier waarop de titel en de hoofdpersonen moeten worden ingevuld. Dit is niet altijd even motiverend. Er kan al verbetering worden aangebracht door kinderen te laten kiezen uit verschillende soorten opdrachten. Willen ze misschien een tekening maken over een boek of willen ze een wie-wat-waar blad invullen. Willen ze liever aan de hand van een woordweb een gedicht schrijven...

Boekenbed
Abstract: Hoogslaper die voor leerlingen uit groep 3 en 4 dienst kan doen als leeshoek.

Boekenboek
Abstract: Document waarin kinderen op vrijwillige basis hun ervaringen met boeken kunnen vastleggen (begrip afkomstig uit Fantasia).
Tekst: Een boekenboek wordt ook wel boekenschrift, leesschrift of boekenlijst-leeslijst genoemd.

Boekenclubs voor kinderen
Abstract: Clubs waar kinderen samenkomen om te lezen en over boeken te praten of ze te dramatiseren.
Tekst: Na een groot leesonderzoek in Engeland in 1999 naar de vrijetijdsbesteding van kinderen, bleek dat er rond de leeftijd van tien jaar minder werd gelezen. Om daar iets aan te doen, zijn verschillende organisaties begonnen met het starten van Book Clubs, naschoolse clubs waarin lezen centraal staat. Die clubs zijn een groot succes.

Boekengidsen en zoekprogramma`s
Abstract: Met behulp van boekengidsen of zoekprogramma`s kunnen boeken worden geselecteerd.
Tekst: Voorbeelden van boekengidsen zijn:

Boekenhoek
Abstract: Leeromgeving (afgeschermde ruimte) waarin kinderen zelfstandig kunnen werken met boeken.
Tekst: In de meeste kleutergroepen is er naast de poppenhoek en de bouwhoek een boekenhoek of leeshoek. Soms wordt deze gevormd door een eenvoudig rekje met boeken of een gevulde boekenkist. Soms ook is er een uitgebreide afgeschermde ruimte ingericht waarin kinderen de gelegenheid krijgen boeken te lezen, elkaar boeken voor te lezen, boeken na te spelen met behulp van intermediairs of te luisteren naar boeken die op een bandje zijn ingesproken. Het programma Kansrijke taal is gebaseerd op het werken in taalhoeken. Onderdelen daarvan zijn onder andere de lekker liggen lezen-hoek en de rijmpjes- en versjeshoek.

Boekenkring
Abstract: Plek waarin leesbevorderingsactiviteiten als boekintroductie door de leerkracht of door de kinderen, voorlezen, het bespreken van boeken of een gezamenlijke verwerking plaats vinden. (Begrip wordt gehanteerd in Fantasia).
Tekst: Bij een boekenkring is het de bedoeling dat kinderen met elkaar in gesprek raken over boeken. Daarom is een kringopstelling handig.

Boekenlijst
Abstract: Document waarin kinderen op vrijwillige basis hun ervaringen met boeken kunnen vastleggen.
Tekst: Een boekenlijst wordt ook wel boekenschrift of boekenboek genoemd.

Boekenmuur
Abstract: Een groot prikbord of een magneetbord waar foto`s, tekeningen en collages hangen die met het prentenboek te maken hebben dat centraal staat.
Tekst: De boekenmuur biedt steun bij het napraten over het boek, maar is ook aanleiding voor gesprekken met ouders.

Boekenschrift
Abstract: Document waarin kinderen op vrijwillige basis hun ervaringen met boeken kunnen vastleggen.
Tekst: Een boekenschrift wordt ook wel boekenboek of boekenlijst genoemd.

Boekenseries via school
Abstract: Educatieve uitgevers proberen via de scholen ouders en kinderen te bereiken en te interesseren voor goedkopere uitgaven van kinderboeken (en cd-roms en videobanden)die in series voor verschillende leeftijdsgroepen kunnen worden besteld.
Tekst: De Boektoppers (Malmberg) en de Lijsters (Wolters-Noordhoff) zijn series bestaande boeken die in goedkope uitgaves op de markt gebracht worden. Via op school uitgedeelde brochures kunnen ouders bestellen.

Boekintroductie
Abstract: Activiteit van kind, leerkracht of bibliotheekmedewerker om een mondelinge reflectie te geven op een gelezen boek met als nevendoel anderen te stimuleren dat boek ook te lezen (Bron: Fantasiaboek).
Tekst: Ook wel boekpresentatie, boekpromotie, boekaanbieding of boekbespreking.

Boekluisterhoek
Abstract: Vaste plek in de school of klas waar de kinderen naar cassettebandjes van boeken kunnen luisteren. Daarbij kunnen tegelijkertijd de bijbehorende boeken gelezen of bekeken worden. (Bron: Fantasiaboek)
Tekst: Ook wel: leesluisterhoek

Boekoriëntatie
Abstract: Kinderen maken kennis met boeken en geschreven taal. Boekoriëntatie kan ook verwijzen naar het zich oriënteren op een specifiek boek door de kaft te bekijken, te praten over de titel enz.
Tekst: Bij sommige kinderen spelen boeken - als ze de kleutergroep binnenkomen- al een grote rol. Andere kinderen zijn nog nauwelijks met boeken in aanraking gekomen. Boekoriëntatie is een belangrijk tussendoel binnen beginnende geletterdheid. Het is de bedoeling dat kinderen kennismaken met boeken en dat ze er belangstelling en enthousiasme voor ontwikkelen, dat ze gaan inzien dat boeken over allerlei onderwerpen kunnen gaan, dat letters betekenis kunnen hebben, dat boeken gemaakt worden door een auteur en een illustrator enz. enz.

Boekpresentatie
Abstract: Activiteit van kind, leerkracht of bibliotheekmedewerker om een mondelinge reflectie te geven op een gelezen boek met als nevendoel anderen te stimuleren dat boek ook te lezen (Bron: Fantasiaboek).
Tekst: Ook wel: boekintroductie, boekbespreking, boekaanbieding of boekpromotie

Boekpromotie
Abstract: Het kan hierbij gaan om een activiteit van kind, leerkracht of bibliotheekmedewerker om een mondelinge reflectie te geven op een gelezen boek met als nevendoel anderen te stimuleren dat boek ook te lezen (boekintroductie, boekpresentatie, boekbespreking), maar boekpromotie wordt ook gebruikt in de zin van leesbevordering, een verzamelnaam voor allerlei activiteiten om het lezen te bevorderen.
Tekst: Zie voor boekpromotie als activiteit van de leerlingen om een boek te bespreken: `Boekbespreking`

Boekverslag
Abstract: Verslag dat wordt gemaakt nadat een boek is gelezen en waarin een beschrijving van het boek wordt gegeven en een reflectie erop.
Tekst: Het is gewoonte in het basisonderwijs om kinderen te vragen nadat ze een boek hebben gelezen een boekverslag te maken. Dat boekverslag kan tot doel hebben te controleren of het kind het boek werkelijk heeft gelezen. Het kan ook tot doel hebben dat het kind wordt gestimuleerd nog eens na te denken over het boek en zijn eigen mening erover te formuleren.

Boekwijzer
Abstract: Een zoekprogramma op cd-rom voor leesbevordering en mediatheekbeheer in het basisonderwijs. Alle basisscholen in Nederland hebben deze versie in het voorjaar van 2001 ontvangen om uit te proberen. De cd-rom wordt jaarlijks aangevuld en biedt bij verschillende vak- en vormingsgebieden eengevarieerd aanbod van jeugdliteratuur.

Bottom up model
Abstract: Leesmodel waarbij het lezen vanuit de basis, dat wil zeggen vanuit losse klanken wordt opgebouwd.
Tekst: Omdat in de Nederlandse methodes veelal met als uitgangspunt basiswoorden wordt gewerkt, zijn er maar weinig echte bottom-up methodes. Een voorbeeld is Lezen moet je doen, een methode die veel gebruikt wordt in het speciaal basisonderwijs.

BOV-project
Abstract: Beginnend Lezen en Omgaan met Verschillen, een project van het CPS en de Rijksuniversiteit Utrecht.
Tekst: Het BOV-project sluit aan bij bestaande recente methodes voor lezen in groep 3 en 4. Belangrijke items zijn meer en eerder toetsen om uitvallers zo vroeg mogelijk te traceren en het inlassen van tijd om leerlingen extra instructie te geven van minimaal 1 uur per week. Het streven is om aan het eind van groep 4 AVI 5 te hebben bereikt. Het BOV-project bouwt voort op de principes van ELLO.

Brabbelen
Abstract: Fase in de taalverwerving waarin spraakklanken worden geoefend zonder dat ze tot betekenisvolle eenheden worden verenigd. Wanneer dezelfde klankcombinaties worden herhaald, spreekt men van reduplicerend brabbelen (mamamama, bababab)

Brede school en taal/lezen
Abstract: Taal vormt een belangrijk onderwerp van onderwijsachterstandenbestrijding en zou dus ook een rode draad moeten vormen voor samenwerkingsrelaties buiten de school.
Tekst: Samenwerking met de bibliotheek is een voorbeeld van taalstimulering binnen de Brede School. Maar kinderen verwerven ook taal in andere situaties dan specifiek talige. Binnen allerlei activiteiten die binnen de Brede School (ook wel vensterschool) worden georganiseerd, kan taal een rol spelen (theater, beeldende vakken, muziek). Voorwaarde is dan wel dat begeleiders op de hoogte zijn van mogelijkheden om taal te stimuleren.

Breken en bouwen
Abstract: Analyse en synthese (hakken en plakken)

Broddelen
Abstract: Een taalstoornis die wordt gekenmerkt door een hoog spreektempo, een zwakke formulering, het weglaten, verplaatsen of omdraaien van klanken en het verkorten van woorden en het herhalen van delen ervan.

Burgerschap en taal
Abstract: Een goede taalvaardigheid is van essentieel belang voor actief burgerschap.
Tekst: Als je er van uitgaat dat taal een belangrijke rol speelt bij actief burgerschap is het zinvol op school in het kader van politieke vormingsactiviteiten na te gaan hoe taal kan worden ingezet. Leerlingen kunnen bijvoorbeeld zelf regels formuleren. Er kan een kinderraad worden ingesteld.

Catamaran
Abstract: Een project dat de voortzetting vormt van het project Een vakcurriculum Nederlands voor de Pabo en waarvan de hoofdvraag is: Hoe breng je de praktijk van de basisschool zo dicht mogelijk bij de theorie van de pabo?
Tekst: Het Catamaran-ontwikkelteam dat bestaat uit leraren van de basisschool, studenten, een opleider van de pabo en een leerplanontwikkelaar, ontwerpt concreet onderwijs voor een bepaalde groep van de basisschool. In het cursusjaar 1998-1999 is een Catamaranteam bezig geweest op de meester Schabergschool in Den Haag. Het onderwerp was het onderwijs in begrijpend lezen in groep 7 en 8. In het schooljaar 1999-2000 zijn drie scholen bij het Catamaranproject betrokken. Leerlingen van groep 7 en 8 van deze scholen communiceren via e-mail met elkaar. Als groep ontwikkelen ze een website over een door de drie scholen gekozen thema.

Centrumprogramma`s
Abstract: Programma`s gericht op voor- en vroegschoolse educatie die plaatsvinden vanuit de peuterspeelzaal of de basisschool en waarbij grote aandacht is voor ouderbetrokkenheid.
Tekst: Voorbeelden van centrumprogramma`s zijn VVE-programma`s, waaraan een programma als Opstap is toegevoegd om de ouders te betrekken bij het ontwikkelingsproces van hun kinderen.

Chinese letter
Abstract: Hulpmiddel -ontleend aan Letterstad- voor het onthouden van de spelling van de lettercombinatie ng.