Kopie van `Nederlandse taal in het basisonderwijs`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Nederlandse taal in het basisonderwijs
Categorie: Taal en literatuur > basisonderwijs
Datum & Land: 15/02/2007, NL
Woorden: 191


ABC-boeken
Abstract: Schoolboekjes die van oudsher gebruikt worden om het alfabet te leren.
Tekst: ABC`s werden vanaf de 15e eeuw uitgegeven in de vorm van kleine boekjes (haneboeken) of leesplankjes die vanwege de hoornlaag waarmee ze waren bedekt, hornbooks werden genoemd. Kinderen leerden met behulp van deze boekjes lezen via de spel-methode. Een bekend 19e-eeuws ABC is `A is een aapje`, waarvan verschillende uitgaves zijn verschenen. Ook tegenwoordig worden er nog regelmatig ABC`s uitgegeven. Dat kunnen herdrukken zijn van oude ABC-boekjes, ABC-boeken rond een thema.

ABC-muur
Abstract: Wandkaart in de klas waarop alle letters van het alfabet zijn te zien. Door de muur te betrekken in taalspelletjes binnen een betekenisvolle context wordt het taalbewustzijn van kinderen gestimuleerd. De ABC-muur kan verschillende verschijningsvormen krijgen zoals bijvoorbeeld met zelfgemaakte letters door de kinderen, of vakjes waarin passende dingen kunnen worden gestopt. Een ABC-muur wordt ook wel `lettermuur` genoemd. (Bijvoorbeeld in de methodes `Schatkist` en `Veilig leren lezen` (Zwijsen) wordt gewerkt met dit begrip.
Tekst: Naar aanleiding van allerlei activiteiten (mondeling of met geschreven taal) zoals een rijmpje, liedje of een prentenboekverhaal, verzamelen de kinderen woorden voor de ABC-muur. Bij de woorden worden tekeningen of pictogrammen gemaakt. Voordat de woorden op de muur worden gehangen worden er allerlei taalspelletjes meegedaan steeds vanuit een betekenisvolle context. Als de woorden op de muur hangen wordt er regelmatig naar verwezen bij taal,- lees- en schrijfactiviteiten. Kinderen kunnen de muur zo bijvoorbeeld gaan zien als hulp bij het `schrijven`.

Analfabetisme
Abstract: Het niet in de moedertaal noch in een andere taal kunnen lezen of schrijven.
Tekst: Voor iemand die het basisonderwijs verlaat, zonder dat hij of zij het niveau van AVI-9 heeft gehaald, is het moeilijk zich te redden in onze maatschappij, die juist zo op lezen is ingesteld.

Analogiemethode
Abstract: Het leren lezen of spellen van woorden door ze te vergelijken met kapstokwoorden (woorden met dezelfde spellingmoeilijkheid).
Tekst: Deze methode werd wel bij het aanvankelijk leesonderwijs toegepast. Kinderen leerden met behulp van woordkernen als ate en atte woorden als laten en matten lezen;.

Analyse
Abstract: Het analyseren is een deelvaardigheid van het aanvankelijk lezen en spellen: het verdelen van een grotere eenheid in kleinere, bijvoorbeeld een gesproken woord in fonemen of een geschreven woord in grafemen.
Tekst: Vaak wordt bij het aanvankelijk lezen en spellen onderscheid gemaakt tussen auditieve analyse en visuele analyse. In het eerste geval gaat het om de analyse in klanken, in het tweede geval om de analyse in tekens.

Analytisch-synthetische methode
Abstract: Een methode voor aanvankelijk lezen waarbij wordt uitgegaan van normaalwoorden en systematisch aandacht wordt besteed aan analyse en synthese.
Tekst: Een bekend voorbeeld van een analytisch-synthetische methode is de methode Hoogeveen (Het leesplankje Aap-Noot-Mies). Kenmerkend aan deze methode is dat de normaalwoorden niet worden ingeprent zoals bijv. bij Veilig leren lezen, maar dat ze worden gebruikt als basiswoord om overeenkomsten te ontdekken in letters en klanken en te komen tot analyse en later tot synthese. In de methode Letterstad en De Leesbus zijn aspecten van deze werkwijze overgenomen.

Anders-analfabeet
Abstract: Iemand die kan lezen en schrijven in een ander schrift dan het Latijnse.

Anker
Abstract: Een anker is een gezamenlijk startpunt, een rijke, betekenisvolle context dat leervragen bij de kinderen oproept. De activiteiten in de groep worden op de interesses van kinderen afgestemd. Kinderen nemen daarbij het initiatief om met onderwerpen aan te komen, aan te geven wat zij graag willen weten. Het werken met een anker is een didactiek binnen interactief taalonderwijs. Als anker kunnen fungeren een verhaal, een excursie, een videofragment, een poppenkastspel, of een digitale foto (In dat laatste geval wordt wel van digitale ankers gesproken (zie het project Taallijn VVE)
Tekst: Binnen het project Geletterdheid van het Expertisecentrum Nederlands zijn ervaringen opgedaan met het werken met een anker. In de groepen 1/2 werd als anker het verhaal `Lente`uit het boek `Kikker en pad zijn vrienden` gebruikt. Na een poppenkastvoorstelling over dit verhaal werd de kinderen gevraagd: `Wat wil je allemaal weten over kikker en pad?` (zie het artikel `Het komt vanuit hun tenen`).

Ankerthema
Abstract: Een ankerthema is een rijke interessante context die enerzijds functioneert als een gemeenschappelijke kennisbrond en anderzijds uitdaagt om nietwe (verwante) problemen te verkennen.
Tekst: Als anker kunnen fungeren een verhaal, een nieuwsitem, een excursie, een videofragment, een film of een multimediale presentatie.

Ankerverhaal
Abstract: Het verhaal waarmee in de 2002-versie van Veilig Leren Lezen het thema wordt geïntroduceerd.

Ankerwoord
Abstract: Woord dat tijdens het aanvankelijk lezen centraal staat. Dat wil zeggen dat het als basis gebruikt wordt voor het analyseren en diagnostiseren.
Tekst: In de methode `Lang zullen ze lezen!` wordt het begrip `Ankerwoord` gebruikt. In andere methodes wordt gesproken van globaalwoorden, basiswoorden of sleutelwoorden.

Anticiperend lezen
Abstract: Een vorm van radend lezen, waarbij een woord gelezen wordt dat er niet staat, maar dat wel in de context past.
Tekst: In plaats van `mantel` wordt bijvoorbeeld `jas` gelezen. Anticiperend lezen is een vorm van lezen die door geoefende lezers voortdurend wordt toegepast. Niet ieder woord wordt precies gelezen, maar op grond van de context en van de voorkennis van de lezer worden betekenissen geconstrueerd. Dan is het logisch dat eerder wordt gekozen voor een frequent gebruikt woord (als jas) dan voor een minder gebruikt woord (als mantel).

Aspectueel lezen
Abstract: Aanvankelijk gebruiken jonge kinderen de plaatjes en hun kennis over verhalen als ze een verhaal gaan `lezen`/navertellen.
Tekst: Sommige kinderen reciteren de letterlijke tekst uit hun geheugen, terwijl ze kijken naar de tekst of zelfs bijwijzen.

AVI
Abstract: Een systeem voor het meten van de technische leesvaardigheid van kinderen en het leestechnisch niveau van teksten dat in het basisonderwijs grote bekendheid heeft gekregen.
Tekst: In het AVI-systeem richt men zich er enerzijds op teksten in te delen naar leestechnische moeilijkheidsgraad. Men maakt daarbij gebruik van een leesindex (leesindex a = 195 - (2/3)x WL - 2xZL (WL = woordlengte = 100 x aantal lettergrepen/aantal woorden en ZL = zinslengte = aantal woorden/ aantal zinnen). Daarnaast zijn toetsen ontwikkeld waarmee kan worden nagegaan welk technisch leesniveau een kind beheerst. De AVI-niveaus lopen van AVI-1 t/m AVI-9 (AVI 9 instructie niveau wordt gezien als minimum niveau voor functionele geletterdheid).

Burgerschap en taal
Abstract: Een goede taalvaardigheid is van essentieel belang voor actief burgerschap.
Tekst: Als je er van uitgaat dat taal een belangrijke rol speelt bij actief burgerschap is het zinvol op school in het kader van politieke vormingsactiviteiten na te gaan hoe taal kan worden ingezet. Leerlingen kunnen bijvoorbeeld zelf regels formuleren. Er kan een kinderraad worden ingesteld.

Centrumprogramma`s
Abstract: Programma`s gericht op voor- en vroegschoolse educatie die plaatsvinden vanuit de peuterspeelzaal of de basisschool en waarbij grote aandacht is voor ouderbetrokkenheid.
Tekst: Voorbeelden van centrumprogramma`s zijn VVE-programma`s, waaraan een programma als Opstap is toegevoegd om de ouders te betrekken bij het ontwikkelingsproces van hun kinderen.

CLOZE-toets
Abstract: Een tekst waarbij om het zoveelste woord een woord is weggelaten dat door de leerlingen moeten worden ingevuld.
Tekst: CLOZE-teksten worden zowel als oefentekst als als toets gebruikt. Zie voor meer informatie bij begrijpend lezen.

Cluster
Abstract: Medeklinkercombinatie van twee, drie of vier medeklinkers.
Tekst: Het gaat hier om medeklinkers die vaak gecombineerd voorkomen aan het begin of het eind van een woord (str, st, rk in straat, stuk en werk)

Clusterlezen
Abstract: Het lezen van wisselrijen en structuurrijen.
Tekst: Clusterlezen maakt deel uit van veel methodes voor aanvankelijk lezen. Ook binnen de hulp aan zwakke lezers is het een veelgebruikte oefenvorm. Sommige programma`s en methodes zijn voor een groot deel gebaseerd op clusterlezen, bijvoorbeeld Alle kinderen leren lezen van Nanne Osinga. Ook zijn er computerprogramma`s voor clusterlezen ontwikkeld.

Culturele bias
Abstract: Nadelig effect bij het onderwijs in Nederlands als tweede taal, ontstaan door cultuurverschillen.

Cursorisch taalonderwijs
Abstract: taalonderwijs zoals dat in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw werd gegeven en waarin deelvaardigheden als spelling, grammatica, stijl en interpunctie een belangrijke rol speelden.

DLE
Abstract: Didactische Leeftijdsequivalent
Tekst: Een dl (didactische leeftijd) geeft aan hoeveel maanden een kind onderwijs heeft gehad. Een schooljaar telt 10 maanden. Bij het begin van groep 3 wordt gestart met tellen. Voor groep 1 en 2 wordt teruggeteld.

Dysarthrie
Abstract: Spraakstoornis ten gevolge van een stoornis in de zenuwvoorziening van de spieren door beschadiging van het zenuwstelsel.

Dyscalculie
Abstract: Ernstige rekenproblemen, gebaseerd op problemen met automatisering. Het (leren) rekenen verloopt ernstig gestoord. Het kind slaagt er niet in inzichten en/of rekenvaardigheden en/of oplossingsstrategieën te verwerven, flexibel toe te passen en te automatiseren.
Tekst: Dyslexie gaat vaak samen met automatiseringsproblemen. Dat is bij dyscalculie ook het geval. Heeft dit bij dyslexie gevolgen voor het leren van de letters en voor het snel herkennen van woorden, bij dyscalculie zijn problemen te vinden met het leren van de cijfersymbolen, het leren van de tafels en/of het opslaan en het terugvinden van informatie in het werkgeheugen.

Dysfasie
Abstract: Primaire taalstoornis. Het gaat hier om een stoornis die zich voordoet bij het verwerven van taal, zonder dat er een aanwijsbaar neurologisch letsel is.
Tekst: Kenmerken van dysfasie:



Dyslexie
Abstract: Ernstige leesstoornis.
Tekst: Dyslexie is voor wat betreft het leesgedrag moeilijk te onderscheiden van leesstoornissen in het algemeen.

Dyslexie Instanties
Abstract: Instanties die (op verschillende manieren) te maken hebben met dyslexie.
Tekst: Instanties

Dyslexie Internetsites
Abstract: Websites op het gebied van dyslexie
Tekst: Zie voor een uitgebreid overzicht van Nederlandse en buitenlandse sites de rubriek `veelgestelde vragen` op het prikbord van de taalsite.

Dyslexie Masterplan
Abstract: Het Ministerie van OCW heeft 5 miljoen euro uitgetrokken om op korte termijn te komen tot een geïntegreerde aanpak van dyslexie in het primair en voortgezet onderwijs. Daartoe is in het voorjaar een Masterplan Dyslexie opgesteld door KPC-groep, WSNS-Plus en het Expertisecentrum Nederlands. Dit plan heeft tot doel om de kennis en deskundigheid op het gebied van dyslexie breed te implementeren in het PO en VO, in aanvulling op de activiteiten die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden, zoals de ontwikkeling van dyslexieprotocollen voor PO en VO en de implementatie van het Protocol Leesproblemen en Dyslexie in de onderbouw van het basisonderwijs.
Tekst: In het schooljaar 2004-2005 zullen de activiteiten die in het Masterplan staan beschreven samen met scholen, onderwijsinstellingen, ouderverenigingen en zorginstituten worden uitgevoerd. Het masterplan kent vier hoofdprojecten:

Dyslexieprotocol
Abstract: De Protocollen Leesproblemen en Dyslexie zijn ontwikkeld door het Expertisecentrum Nederlands. De boeken bieden richtlijnen voor de begeleiding van kinderen met (dreigende) leesproblemen volgens een gedetailleerd uitgewerkt stappenplan. Het is bedoeld voor leerkrachten en andere betrokkenen in het primair onderwijs (regulier en speciaal basisonderwijs).
Tekst: De protocollen geven aanwijzingen voor observatie en toetsing van leesvaardigheden en vaardigheden die daaraan voorafgaan. Daarnaast bevatten ze uitgebreide suggesties voor de invulling van de interventies, aansluitend bij bestaande methoden, materialen en orthotheken. Ook bij recente bevindingen uit de literatuur rond effectieve leesbegeleiding worden suggesties gegeven. De Protocollen Leesproblemen en Dyslexie sluiten aan bij de Tussendoelen Beginnende en Gevorderde Geletterdheid voor kinderen die achterblijven in hun ontwikkeling van geletterdheid. Voor de begeleiding van dyslexie kunnen leerkrachten ook gebruik maken van Dyslexpert.

Dyslexievriendelijke school
Abstract: Een dyslexievriendelijke school in een school die de problemen die leerlingen met dyslexie op sociaal-emotioneel en cognitief niveau ondervinden serieus neemt, de problemen vroegtijdig signaleert en deze op een adequate wijze aanpakt. Daarnaast besteedt zo`n school ruim aandacht aan de sterke kanten van de leerling, zodat die zich ook optimaal kunnen ontwikkelen. De absolute basis voor effectief onderwijs aan leerlingen met dyslexie is een stimulerende leeromgeving en goed leesonderwijs. Alleen als daaraan is voldaan, kan alle extra hulp, zoals aanvullende oefening aan de instructietafel of remedial teaching, de gewenste effecten opleveren.

Dyslexpert
Abstract: Een kennissysteem op Internet dat leraren of leesspecialisten hulp biedt bij de begeleiding van kinderen in groep 3 tot en met 8 met leesproblemen of dyslexie.
Tekst: Dyslexpert is ontwikkeld door de Katholieke Universiteit Nijmegen. Wanneer bij een leerling leesproblemen worden vermoed, kunnen de gegevens van de specifieke leerling met lees- en of spellingproblemen worden ingevoerd. Het systeem is zo opgebouwd dat de gebruiker naar aanleiding van zijn antwoorden passende vervolgvragen krijgt en specifieke suggesties. Wanneer een behandeladvies gewenst is, kan het lees- en of spellingprobleem uitgebreid geanalyseerd worden. Na het uitvoeren van de behandeling, waarbij de gebruiker kan meedenken over de invulling, kan dyslexpert geraadpleegd worden over te nemen vervolgstappen. In het systeem kunnen alle gegevens in een leerlingdossier worden bewaard. Wanneer de problemen na een of meerdere systematische behandelperioden, niet of maar voor een klein deel verholpen zijn, kan aanvullend onderzoek plaatsvinden door een orthopedagoog en/of psycholoog en (soms een beperkt deel) door een logopedist. Het digitale leerlingdossier kan dan overgedragen worden.

Dysorthografie
Abstract: problemen hebben met spelling
Tekst: Meestal valt het begrip dysorthografie onder dyslexie. Dan wordt onder dyslexie verstaan: hardnekkige problemen met lezen en spellen. Soms worden beide begrippen ook naast elkaar gebruikt. Bij dyslexie gaat het dan om problemen met lezen, bij dysorthografie om problemen met spellen

Dyspraxie
Abstract: Dyspraxie is een stoornis in het doelgericht bewegen of handelen. Er zijn verschillende vormen: monddyspraxie, verbale dyspraxie, bewegingsdyspraxie, planningsdyspraxie.

Eén-persoon-één-taalstrategie
Abstract: Wanneer kinderen twee talen tegelijkertijd verwerven, is het belangrijk om deze strategie toe te passen. Er kunnen verschillende talen tegen een kind worden gesproken, maar elke persoon spreekt consequent in dezeflde taal tegen het kind.

Effectief taalonderwijs
Abstract: Taalonderwijs dat toegespitst is op een specifieke groep leerlingen, bijvoorbeeld op leerlingen met een niet-Nederlandstalige achtergrond en/of op leerlingen met problemen op het gebied van taal, lezen en/of spellen.
Tekst: In de literatuur is moeilijk een definitie van effectief taalonderwijs te vinden, terwijl er wel allerlei cursussen voor leerkrachten onder die naam worden georganiseerd. De verklaring zou kunnen liggen in het feit dat het afhankelijk is van de doelgroep welke vorm van taalonderwijs het meest effectief is.

Elementaire leeshandeling
Abstract: Het lezen van eenvoudige klankzuivere (mkm)-woorden door volledige verklanking.
Tekst: Bij de elementaire leeshandeling worden van links naar rechts fonemen gekoppeld aan grafemen, waarna de fonemen in de juiste volgorde worden onthouden en vervolgens samengevoegd. Dan wordt het woord uitgesproken en de betekenis eraan gekoppeld. Hierbij zijn verschillende deelvaardigheden te onderscheiden.

Elementaire spellinghandeling
Abstract: Basisstrategie die in het onderwijs gebruikt wordt om leerlingen te leren spellen
Tekst: Volgorde van de elementaire spellinghandeling:

Ello
Abstract: Effectief Leren Lezen Ondersteuningsprogramma, een remediërend programma voor zwakke lezers in de eerste fase van het aanvankelijk lezen.
Tekst: ELLO is ontwikkeld door het CPS in samenwerking met de Katholieke Universiteit Nijmegen en bestemd voor zwakke lezers in groep 3 die zo vroeg mogelijk worden gesignaleerd en vanaf de herfstvakantie zes weken lang dagelijks een half uur individuele hulp krijgen. Eventueel volgt nog een tweede periode van zes weken. Het gaat om kinderen met een slecht ontwikkeld fonemisch bewustzijn, die moeite hebben met begrijpend luisteren, met een moeizaam verlopende spraaktaalontwikkeling, die weinig op lezen/schrijven gericht zijn, met een beperkte woordenschatontwikkeling.

Ervaringsgericht Onderwijs en taal
Abstract: Ervaringsgericht Onderwijs is een onderwijsconcept dat is ontstaan in 1979. Het doel was vanuit een ervaringsgerichte basishouding aandacht hebben voor sociaal emotionele problemen (bevrijdingsprocessen) en ontwikkeling bij kinderen stimuleren (creatieve processen); daarbij staan drie middelen de leerkracht ter beschikking: ruimte geven voor initiatief, het milieu verrijken en échte communicatie tot stand brengen door een ervaringsgerichte omgangswijze.
Tekst: Uit bovenstaande definitie blijkt dat taal een belangrijke basis is voor ervaringsgericht onderwijs. Dat komt bijvoorbeeld tot uiting in het prakijkprincipe ``ervaringsgerichte dialoog`` of in de empathieschaal waarin de manier van interactie die de leerkracht kiest, gescoord kan worden.

Feedback
Abstract: Reactie (op een taaluiting of op het lezen van een kind)
Tekst: Met betrekking van het leren van Nederlands als tweede taal kunnen vijf feedbackstrategieën worden onderscheiden:

Foneem
Abstract: Klank
Tekst: Het gaat hier om klanken met een betekenisonderscheidende functie, dus om het onderscheid tussen de b en de d in bal en dal en niet om spraakklanken die op grond van articulatievarianten verschillen (bijvoorbeeld het verschil tussen de r in beer en rood)

Foneem-grafeemkoppeling
Abstract: Een deelvaardigheid van het aanvankelijk lezen: het omzetten van fonemen in grafemen of andersom.
Tekst: Ook wel: klanktekenkoppeling

Fonemisch bewustzijn
Abstract: Een specifieke gevorderde fase van het fonologisch bewustzijn waarbij kinderen in staat zijn eenlettergrepige woorden in afzonderlijke klanken op te delen.
Tekst: Het fonologisch bewustzijn is veel breder dan het fonemisch bewustzijn. Er vallen zaken als auditieve discriminatie, auditieve synthese en rijmen onder. Deze aspecten worden in de kleutergroepen geoefend. Het fonemisch bewustzijn richt zich op de auditieve analyse van woorden in klanken en de synthese van klanken in woorden. Wordt het fonologisch bewustzijn geoefend in groep 1 en 2, een aantal aspecten van het fonemisch bewustzijn (met name het opdelen van woorden in afzonderlijke klanken)wordt door veel kinderen pas tijdens het aanvankelijk lezen bereikt en niet ervoor.

Fonetiek
Abstract: Wetenschap die zich bezighoudt met het onderscheid in spraakklanken zonder betekenisonderscheidende functie.
Tekst: Dit zijn klanken die op grond van articulatievarianten verschillen, bijvoorbeeld de r in rood en in beer.

Fonetisch schrift
Abstract: een woord spellen zoals je het hoort
Tekst: Kinderen spellen aanvankelijk nog fonetisch. Ook in woordenboeken wordt altijd de fonetische spelling van een woord vermeld.

Fonologie
Abstract: Wetenschap die zich bezighoudt met het onderscheid in fonemen met een betekenisonderscheidende functie.
Tekst: Het gaat hier om verschillen tussen klanken die een betekenisverandering tot gevolg hebben, bijvoorbeeld pal en bal.

Fonologisch bewustzijn
Abstract: Het (toenemend) vermogen (bij jonge kinderen) te abstraheren van de betekenis van taal, zich te richten op de klankvorm en te manipuleren met klanken.
Tekst: Het fonologisch bewustzijn speelt een grote rol bij het lezen en spellen. Het is dan ook belangrijk om er in de kleutergroepen aandacht aan te besteden. Dat kan door activiteiten die gericht zijn op auditieve discriminatie en op analyse, synthese en rijmen.

Fonologische route
Abstract: Een woord wordt gelezen door het volledig te verklanken.

Fonologische vaardigheid
Abstract: Een aspect van taalvaardigheid (ook wel deeltaalvaardigheid): het vermogen klanken te onderscheiden en correct te gebruiken.
Tekst: Met name voor allochtone leerders is het onderscheid tussen klanken heel moeilijk, omdat klanken die in het Nederlands betekenisonderscheidend zijn dat in hun eigen taal eventueel niet zijn. Bij kinderen met Nederlands als moedertaal is dit aspect minder relevant, omdat ze al weten dat met baard en paard verschillende begrippen worden bedoeld. Hoogstens kunnen ze klanken niet goed uitspreken of verwisselen ze klanken.

Fopletter
Abstract: Bij lezen en spellen: klankverkleuring onder invloed van de r.
Tekst: De spellingregel luidt: Je hoort i, o, u. Je schrijft ee, oo, eu. Dit geldt voor woorden met eer, oor, eur.

Foreigner talk
Abstract: Krom Nederlands dat wel door Nederlands-sprekenden wordt gebruikt tegenover niet of niet correct Nederlands-sprekenden.

Formele taalbeschouwing
Abstract: Onderdeel van de taalbeschouwing waarin de vorm van taal centraal staat.

Forumlezen
Abstract: Eén of meer leerlingen bereiden een tekst voor (betreffende leestechnische problemen, voordracht en inhoud). Zij gebruiken daarvoor verschillende bronnen. Zij presenteren hun tekst aan de klas en naar aanleiding van vragen die door de klas gesteld worden, ontstaat discussie.
Tekst: Het begrip forumlezen wordt weinig meer gehanteerd. Aspecten van het forumlezen vinden we bijvoorbeeld terug in de spreekbeurt

Foutenanalyse
Abstract: Na het afnemen van een toets worden de fouten gecategoriseerd.
Tekst: Foutenanalyses spelen vooral een rol in het lees- en spellingonderwijs (en het rekenonderwijs). Er wordt ook wel gesproken van kwalitatieve analyses (tegenover kwantitatieve analyses waarbij alleen het leesvaardigheidsniveau wordt vastgesteld). Wanneer alleen gekeken wordt naar het lees- of spellingresultaat, wordt gesproken van een productanalyse. Wordt gekeken naar het lees- of spellinggedrag, dan is sprake van een procesanalyse.

Functieontwikkeling
Abstract: De ontwikkeling van de algemene (senso)motorische, visuele, auditieve en taalfunties.
Tekst: Voor een succesvolle schoolcarriëre is het van belang dat de verschillende functies op een goede manier zijn ontwikkeld. Een onvoldoende functieontwikkeling (op het gebied van (senso)motoriek, visuele, auditieve en taalontwikkelingsfuncties) hangt vaak samen met leerproblemen. Lange tijd zag men problemen op het gebied van de functieontwikkeling als een belangrijke oorzaak van problemen op het gebied van bijvoorbeeld lezen, spellen en rekenen. Tijdens het remediëren van leerproblemen probeerde men dan de oorzaak van die problemen aan te pakken door het trainen van één of meer functies. Zo kon het bijvoorbeeld gebeuren dat bij leesproblemen (dyslexie) motorische oefeningen werden voorgeschreven. Tegenwoordig is men daar wat voorzichtiger in en gaat men er in principe van uit dat leesproblemen alleen kunnen worden aangepakt door oefeningen die een directe relatie hebben met het lezen.

Functietraining
Abstract: Het ontwikkelen van de algemene functies door middel van oefening.

Functiewoorden
Abstract: bepaalde lidwoorden, telwoorden, voornaamwoorden, voorzetsels, voegwoorden, bijwoorden en tussenwerpsels.

Functioneel aanvankelijk lezen
Abstract: Bij het leren lezen ligt niet alleen de nadruk op de technische aspecten van leren lezen, maar is veel aandacht voor de functies van lezen.
Tekst: Van oudsher is er aandacht geweest voor de functies van lezen. Denk maar aan het feit dat kinderen aanvankelijk leerden lezen met behulp van stichtelijke teksten, de enige leesstof die er bestond. Gaandeweg kwam -vanaf de tweede helft van de vorige eeuw- steeds meer aandacht voor leesdidactiek, die toenemend gericht was op het oefenen van de klanktekenkoppeling. Bij deze zuiver technische leesaanpak -op haar hoogtepunt in de hoogtijdagen van `Veilig leren lezen` in de jaren zeventig en tachtig- begon men vraagtekens te zetten en er gingen -vanuit verschillende richtingen- stemmen op voor een meer functioneel gerichte aanpak van het leren lezen. Te denken is daarbij aan het natuurlijk leren lezen, zoals dat in een aantal vormen van het traditioneel vernieuwingsonderwijs plaatsvond, aan de aandacht voor functioneel taalonderwijs en aan de uitgangspunten van basisontwikkeling en de introductie van het begrip ontluikende geletterdheid in de jaren tachtig. In nieuwe leesmethoden die begin jaren negentig op de markt kwamen als Balans, de Leessleutel en Leeslijn werd het begrip functioneel aanvankelijk lezen gebruikt. In de nieuwe methodes is nog steeds aandacht voor de techniek van het leren lezen. Die techniek heeft juist door de aandacht voor vroegtijdige preventie bij taal/lezen de laatste jaren een nieuwe stimulans gekregen.

Functioneel analfabetisme
Abstract: het hebben van een dusdanig leesniveau dat je je niet kunnen redden in een geletterde maatschappij.
Tekst: Je bent functioneel analfabeet wanneer je geen formulieren kunt invullen, het bord met reisbestemmingen en vertrektijden niet kunt lezen op het station, de ondertiteling op de televisie niet kunt begrijpen.

Functioneel taalonderwijs
Abstract: Taalonderwijs dat plaatsvindt in een functionele context, maar daarnaast ook aandacht schenkt aan het oefenen van cursorische vaardigheden.
Tekst: In de jaren `80 staat functioneel taalonderwijs centraal. Deze visie combineert aspecten van de communicatieve benadering uit de jaren zeventig en van de deelvaardigheidsopvatting uit de jaren vijftig en zestig. Vooral de functies van taal staan centraal. Een combinatie van effectiviteit en het voldoen aan conventies vormt de basis van functionele methodes.

Functionele context
Abstract: herkenbare, betekenisvolle situatie
Tekst: Kinderen leren gemakkelijker wanneer wordt uitgegaan van een voor hen herkenbare situatie. Daar wordt in het onderwijs veel gebruik van gemaakt. Zo kiezen sommige scholen ervoor kinderen te leren lezen aan de hand van hun eigen verhalen. Ook het werken in hoeken in de kleutergroepen is een voorbeeld van het werken met betekenisvolle of functionele contexten. Binnen basisontwikkeling wordt er ook van uitgegaan dat het leren voor kinderen betekenisvol moet zijn. Betekenisvol leren is tevens één van de peilers van interactief taalonderwijs.

Functionele geletterdheid
Abstract: In staat zijn geschreven taal te hanteren in functionele situaties.
Tekst: Aan het eind van de basisschool moeten kinderen een niveau van functionele geletterdheid hebben verworven. Dat wil zeggen dat ze in staat moeten zijn geschreven taal te hanteren in voorkomende maatschappelijke situaties. Ze moeten in staat zijn verkeersborden juist te interpreteren, een spoorboekje te gebruiken, een handleiding te lezen enz. enz. Dit niveau komt ongeveer overeen met AVI-9. Een aantal kinderen (zo`n 9-16%) heeft bij het verlaten van de basisschool het niveau van functionele geletterdheid niet bereikt.

GOA
Abstract: Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid
Tekst: Verwijzingen:

Hyperlexie
Abstract: In staat zijn tekst adequaat te decoderen, terwijl het tekstbegrip onvoldoende is.
Tekst: Hyperlexie komt bijvoorbeeld voor in samenhang met autisme. Autistische kinderen kunnen al heel vroeg een fascinatie ontwikkelen voor letters en cijfers. Ze hebben hier ook een fenomenaal geheugen voor. En dat terwijl hun taalontwikkeling soms nog nauwelijks op gang is gekomen.

Idioom
Abstract: Niet letterlijk taalgebruik

Idiovisueel lezen
Abstract: Vorm van leesonderwijs voor dove en slechthorende kinderen die wordt gestart vanaf dat ze een jaar of drie, vier zijn. Via klassengesprekjes stimuleert de leerkracht de kinderen om hun belevingen mondeling te uiten. Vervolgens legt de leerkracht dit vast in geschreven taal. Een beperkt aantal woorden uit de tekst vormen herkenningspunten in het weer oproepen van de kennis die de leerling al had over de inhoud van de tekst.

Ikke-tafel
Abstract: Een tafel in de klas die elke week door een ander kind wordt ingericht en waarop het allerlei persoonlijke voorwerpen mag uitstallen. Aan het eind van de week mag het kind over de voorwerpen vertellen en mogen de andere kinderen vragen stellen.
Tekst: Idee afkomstig uit het BAS-project (Bouwen aan een Adaptieve School)

Illustraties in kinderboeken
Abstract: Illustraties in kinderboeken hebben verschillende functies.
Tekst: In verschillende boeken nemen illustraties een heel verschillende plek in. Vergelijk bijvoorbeeld aanwijsprentenboeken (voorwerpen, kleuren, vormen, getallen enz., kartonboekjes met kleine verhalen, prentenboeken, stripverhalen, boekjes die bedoeld zijn om te leren lezen, pictoboeken, informatieve boeken...

Imitatie
Abstract: bij het leren van taal: taalleerders imiteren volwassen taalgebruikers.

Immersion
Abstract: Begrip dat betrekking heeft op de verhouding tussen minderheids- en meerderheidstalen. Bij Immersion is sprake van tweetaligheid in het onderwijs waarbij in eerste instantie aandacht is voor de minderheidstaal.

Jenaplanonderwijs en taal
Abstract: Binnen de uitgangspunten van het Jenaplanonderwijs neemt taal een belangrijke plaats in.
Tekst: In het Jenaplanconcept is wereldoriëntatie het hart van het onderwijs. De leerkeacht zorgt voor situaties waarin kinderen kunnen leren. In gespreks-, spel-, werk- en vieringssituaties worden rijke contexten geboden. Daarnaast worden er cursussen aangereikt voor een het verwerven en oefenen van vaardigheden en het opdoen van kennis.

Jeugdbibliotheek
Abstract: Openbare bibliotheken hebben altijd een jeugdafdeling. Kerntaken van deze afdelingen zijn collectievorming, verstrekken van inlichtingen, uitlenen en boek- en bibliotheekpromotie.
Tekst: Meestal is in jeugdbliotheken een indeling van fictie en non-fictie. De non-fictie is ingedeeld op onderwerp. De fictie is ingedeeld op leeftijd. Deze onderverdeling is als volgt:

Jeugdliteratuur
Abstract: Literatuur, in eerste instantie geschreven voor kinderen en jongeren.
Tekst: De begrippen kinderliteratuur en jeugdliteratuur worden door elkaar gebruikt, al duidt kinderliteratuur meer op literatuur voor leerlingen in de basisschoolleeftijd, terwijl jeugdliteratuur vaak gereserveerd is voor twaalf- tot zestien/achttienjarigen.

Jeugdliteratuur, de geschiedenis
Abstract: Geschiedenis van de jeugdliteratuur van de middeleeuwen tot heden.

Jeugdliteratuur, genres
Abstract: In jeugdliteratuur zijn verschillende genres te onderscheiden.
Tekst: Jan van Coillie onderscheidt in zijn boek `Leesbeesten en boekenfeesten` de volgende genres:

Jeugdliteratuur: prijzen
Abstract: Er bestaan verschillende prijzen voor kinderboeken.
Tekst: Gouden en zilveren griffels: prijzen voor kinderboeken (de tekst) in de categorie tot twaalf jaar

Kinderboekenmuseum
Abstract: Museum waar een collectie kinderboeken te zien is.
Tekst: In Nederland zijn twee kinderboekenmusea. Het ene maakt deel uit van het Letterkundig Museum in Den Haag. Het andere is gevestigd in het Groningse Warffum (onlangs gesloten voor publiek).

Kinderboekenweek
Abstract: Jaarlijks terugkerende week, meestal in oktober, georganiseerd door het CPNB waarin allerlei activiteiten rond kinderboeken plaatsvinden.
Tekst: In de kinderboekenweek staat een thema centraal. Dat thema wisselt elk jaar. Verder krijgen consumenten bij aankoop van een boek voor een bepaald bedrag, gratis een kinderboekenweekgeschenk, geschreven door een gerenommeerd auteur van kinderboeken. Daarnaast is vaak voor een klein bedrag nog een uitgave voor peuters en kleuters te koop. Tijdens de kinderboekenweek worden de kinderboekenprijzen uitgereikt (griffels, penselen, kinderjury enz.)

Kinderboekwinkel
Abstract: Een boekhandel gespecialiseerd in de verkoop van kinderboeken
Tekst: Een opsomming van alle kinderboekwinkels op internet: http://home.wanadoo.nl/richard.thiel/kbwinkel.htm

Kinderjury
Abstract: Kinderen tussen 6 en 12 jaar mogen stemmen op hun favoriete boek dat het jaar voorafgaand aan het huidige jaar is verschenen.
Tekst: Stemmen kan tussen 1 februari en 1 juni op school, in de bibliotheek, de boekhandel of via http://www.kinderjury.nl.

Kinderkrant
Abstract: Krant gemaakt voor of door kinderen.
Tekst: Een kinderkrant kan gemaakt worden door volwassen voor kinderen, met de bedoeling bepaalde informatie over te dragen. Een kinderkrant kan ook gemaakt worden door kinderen. Daarbij kan het gaan om een individueel kind, een groepje kinderen of een hele klas.

Kinderliteratuur
Abstract: Literatuur, in eerste instantie geschreven voor kinderen in de basisschoolleeftijd.
Tekst: De begrippen kinderliteratuur en jeugdliteratuur worden vaak naast elkaar en door elkaar heen gebruikt.

Kinderpoëzie
Abstract: Poëzie, in eerste instantie geschreven voor kinderen. Het kan hier ook gaan om gedichten door kinderen geschreven.
Tekst: De drempel voor het lezen van poëzie met kinderen, blijft in het basisonderwijs hoog. In de kleutergroepen wordt vaak wel regelmatig gewerkt met rijmpjes en (opzeg-)versjes, maar in hogere groepen komen gedichten meestal alleen aan de orde als ze in de taalmethode zijn opgenomen en dan nog betreft het hier vaak niet de favoriete lessen van leerkrachten.

Klankbewustzijn
Abstract: Het (toenemend) vermogen (bij jonge kinderen) te abstraheren van de betekenis van taal, zich te richten op de klankvorm en te manipuleren met klanken.
Tekst: Het fonologisch bewustzijn speelt een grote rol bij het lezen en spellen. Het is dan ook belangrijk om er in de kleutergroepen aandacht aan te besteden. Dat kan door activiteiten die gericht zijn op auditieve discriminatie en op analyse, synthese en rijmen.

Klankgebarenalfabet
Abstract: Het inprenten van de klanktekenkoppeling met motorische ondersteuning. Bij elke klank wordt een gebaar aangeleerd.
Tekst: Leerlingen die problemen hebben met het onthouden van de klanktekenkoppeling, hebben in veel gevallen baat bij motorische ondersteuning. In toenemende mate wordt het klankgebarenalfabet in groep 3 dan ook gebruikt naast de reguliere methode voor aanvankelijk lezen.

Klankgroep
Abstract: Klankgroepen ontstaan bij het uitspreken van een woord in klankdelen, bijvoorbeeld bà-ken voor bakken. Voor klankgroep wordt ook wel het verwarrende begrip `auditieve lettergreep` gebruikt.
Tekst: Dit begrip wordt gehanteerd bij het aanleren van de open- en gesloten lettergreep. Als een klankgroep eindigt op een korte klank, volgt er een dubbele medeklinker. Als een klankgroep eindigt op een lange klank, volgt een enkele medeklinker.

Klankstuk
Abstract: Auditieve lettergreep
Tekst: In veel spellingmethodes leren kinderen woorden in auditieve lettergrepen verdelen. Het woord wordt, met de klank als uitgangspunt, in lettergrepen verdeeld. Pas later komen de echte lettergrepen aan bod.

Klanksynthesemethode
Abstract: Methode voor aanvankelijk lezen waarbij er wordt uitgegaan van klanken. Deze worden gesynthetiseerd tot woorden.
Tekst: Voorbeelden van klanksynthesemethodes zijn Letterstad, Leeslijn, maar ook het orthodidactische programma Lezen moet je doen.

Klankteen
Abstract: Laatste klank van een klankvoet.(Begrip afkomstig uit de methode Letterstad)
Tekst: Als het woord `bakken` in klankvoeten wordt verdeeld (bà-ken

Klanktekenkoppeling
Abstract: Een deelvaardigheid van het aanvankelijk lezen: het omzetten van fonemen in grafemen of andersom.
Tekst: Klanktekenkoppeling is een belangrijke deelvaardigheid van het aanvankelijk lezen. Basisvoorwaarden zijn auditieve discriminatie, visuele discriminatie en het vermogen tot automatisering.

Klankvaardigheid
Abstract: Een aspect van taalvaardigheid (ook wel deeltaalvaardigheid genoemd): het vermogen klanken te onderscheiden en correct te gebruiken
Tekst: Met name voor allochtone leerders is het onderscheid tussen klanken heel moeilijk, omdat klanken die in het Nederlands betekenisonderscheidend zijn dat in hun eigen taal eventueel niet zijn. Bij kinderen met Nederlands als moedertaal is dit aspect minder relevant, omdat ze al weten dat met baard en paard verschillende begrippen worden bedoeld. Hoogstens kunnen ze klanken niet goed uitspreken of verwisselen ze klanken.

Klankvoet
Abstract: Klankvoeten (begrip gehanteerd in de methode Letterstad) ontstaan bij het uitspreken van een woord in klankdelen, bijvoorbeeld bà-ken voor bakken). Voor klankgroep wordt ook wel het verwarrende begrip `auditieve lettergreep` gebruikt. Ook wel: klankvoet of spreekmaat.
Tekst: Dit begrip wordt gehanteerd bij het aanleren van de open- en gesloten lettergreep. Als een klankvoet eindigt op een korte klank, volgt er een dubbele medeklinker. Als een klankvoet eindigt op een lange klank, volgt een enkele medeklinker.

Klankzuiver
Abstract: Een woord waarin de klanken afzonderlijk van elkaar uitgesproken, hetzelfde klinken als wanneer ze deel uitmaken van het woord.
Tekst: In de meeste leesmethodes leren kinderen lezen op basis van klankzuivere woorden. Globaalwoorden in de huidige methodes zijn klankzuiver. Voorbeelden van klankzuivere woorden: boom, roos, vis, maan, boomstam. Voorbeelden van niet-klankzuivere woorden geven, beer, verdrietig.

Klankzuivere periode
Abstract: De fase van het aanvankelijk lezen (meestal ongeveer tot kerst in groep 3) waarin het lezen en spellen van klankzuivere mkm-woorden centraal staan en de klanktekenkoppeling en analyse en synthese van groot belang zijn

Klassenbibliotheek
Abstract: Voorraad -meestal verhalende- boeken die in de klas aanwezig is en waaruit kinderen kunnen kiezen ten behoeve van het vrij lezen.
Tekst: Het komt nog al eens voor dat een klassenbibliotheek weinig boeken bevat of sterk verouderde boeken. Dit is zowel voor de vlotte als voor de zwakke lezers niet motiverend. De vlotte lezers lezen alle boeken ruim binnen een jaar uit en de zwakke lezers raken door verouderde boeken vaak niet gemotiveerd om te gaan lezen.

Klassenkrant
Abstract: Krant die door een groep kinderen wordt gemaakt.
Tekst: Zie verder: krant

Kleefletters
Abstract: In het spellingonderwijs zijn lettercombinaties als lk, rk enz. moeilijk te verklanken. Er wordt vaak een u tussen geschreven. Om duidelijk te maken dat er geen klank tussen hoort, wordt gesproken van kleefletters.
Tekst: Het begrip `kleefletter` wordt ook gebruikt in de methode Spelling in de lift. Bij de methode Letterstad/Spellingland hoorde destijds een plaat van de vriendjesflat waarin alle bovenstaande lettercombinaties samen een flatje bewoonden.

Kleine kring
Abstract: Interactie in een kleine groep leerlingen
Tekst: De kleine kring is één van de onderwerpen waar de projectgroep Mondelinge Communicatie van het Expertisecentrum Nederlands aan werkt. Ook binnen basisontwikkeling is al jaren aandacht voor het werken in de kleine kring.

Kleurplaten
Abstract: Het kleuren van kleurplaten heeft niet zozeer als doel de beeldende ontwikkeling van kinderen te vergroten. Ze kunnen -met mate- gebruikt worden als activiteit tussendoor of om aangeboden lesstof te verwerken. Gericht op het taal/leesonderwijs kunnen kleurplaten die gebaseerd zijn op (prenten)boeken goed gebruikt worden als verwerkingsactiviteit bij het lezen in de leeshoek.
Tekst: Kleurplaten kunnen goed van internet worden gedownload.