Deze woordenlijst staat niet meer online

De woordenlijst waar dit woord in stond bestaat niet meer, of de website is niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.

Pagina 0 1 2 3

Nederlandse taal in het basisonderwijs
Categorie: Taal en literatuur
Specifieker: basisonderwijs
Land & datum: NL, 15022007
Woorden: 768



ABC-boeken
Abstract: Schoolboekjes die van oudsher gebruikt worden om het alfabet te leren.
Tekst: ABC`s werden vanaf de 15e eeuw uitgegeven in de vorm van kleine boekjes (haneboeken) of leesplankjes die vanwege de hoornlaag waarmee ze waren bedekt, hornbooks werden genoemd. Kinderen leerden met behulp van deze boekjes lezen via de spel-methode. Een bekend 19e-eeuws ABC is `A is een aapje`, waarvan verschillende uitgaves zijn verschenen. Ook tegenwoordig worden er nog regelmatig ABC`s uitgegeven. Dat kunnen herdrukken zijn van oude ABC-boekjes, ABC-boeken rond een thema.

ABC-muur
Abstract: Wandkaart in de klas waarop alle letters van het alfabet zijn te zien. Door de muur te betrekken in taalspelletjes binnen een betekenisvolle context wordt het taalbewustzijn van kinderen gestimuleerd. De ABC-muur kan verschillende verschijningsvormen krijgen zoals bijvoorbeeld met zelfgemaakte letters door de kinderen, of vakjes waarin passende dingen kunnen worden gestopt. Een ABC-muur wordt ook wel `lettermuur` genoemd. (Bijvoorbeeld in de methodes `Schatkist` en `Veilig leren lezen` (Zwijsen) wordt gewerkt met dit begrip.
Tekst: Naar aanleiding van allerlei activiteiten (mondeling of met geschreven taal) zoals een rijmpje, liedje of een prentenboekverhaal, verzamelen de kinderen woorden voor de ABC-muur. Bij de woorden worden tekeningen of pictogrammen gemaakt. Voordat de woorden op de muur worden gehangen worden er allerlei taalspelletjes meegedaan steeds vanuit een betekenisvolle context. Als de woorden op de muur hangen wordt er regelmatig naar verwezen bij taal,- lees- en schrijfactiviteiten. Kinderen kunnen de muur zo bijvoorbeeld gaan zien als hulp bij het `schrijven`.

AVI
Abstract: Een systeem voor het meten van de technische leesvaardigheid van kinderen en het leestechnisch niveau van teksten dat in het basisonderwijs grote bekendheid heeft gekregen.
Tekst: In het AVI-systeem richt men zich er enerzijds op teksten in te delen naar leestechnische moeilijkheidsgraad. Men maakt daarbij gebruik van een leesindex (leesindex a = 195 - (2/3)x WL - 2xZL (WL = woordlengte = 100 x aantal lettergrepen/aantal woorden en ZL = zinslengte = aantal woorden/ aantal zinnen). Daarnaast zijn toetsen ontwikkeld waarmee kan worden nagegaan welk technisch leesniveau een kind beheerst. De AVI-niveaus lopen van AVI-1 t/m AVI-9 (AVI 9 instructie niveau wordt gezien als minimum niveau voor functionele geletterdheid).

Aanbodfrequentie
Abstract: De frequentie van het taalaanbod waarmee taalleerders geconfronteerd worden. (Nederlands als tweede taal, p.35)
Tekst: Door een hoge aanbodfrequentie gebruiken taalleerders bepaalde woorden al, zonder dat ze de bijbehorende woordvormingsregel kennen. Een hoge aanbodfrequentie heeft dus een positieve invloed op taalverwerving. Een taalleerder die de te leren taal vaak in zijn omgeving hoort en tegen wie die taal veel gesproken wordt, leert snel.

Aanvankelijk lezen, methodes voor
Abstract: Leergang voor het aanvankelijk lezen, meestal gericht op groep 3, soms deel uitmakend van een integrale methode voor de hele basisschool.
Tekst: Basisscholen kunnen kiezen uit een groot aantal methodes voor aanvankelijk lezen. Deze methodes gaan uit van verschillende leestheorieën. In methodes voor aanvankelijk lezen is onderscheid te maken tussen bijvoorbeeld structuurmethodes waar het analyseren en synthetiseren van woorden een belangrijke rol speelt of klanksynthesemethodes waar uit wordt gegaan van het aanleren van losse klanken, waarmee vervolgens woorden worden gebouwd.

Aanvankelijk lezen
Abstract: Het beginnende lezen in groep 3, waarbij de nadruk ligt op het leren verklanken van eenvoudige woorden (het toepassen van de elementaire leeshandeling) met als uiteindelijk doel het begrijpen van de gelezen tekst.
Tekst: Theoretische inzichten

Aanvankelijk spellen
Abstract: het beginnende spellen in groep 3, waarbij de elementaire spelhandeling een centrale rol speelt en klankzuivere woorden (de zogenaamde luisterwoorden) worden gespeld.
Tekst: Bij aanvankelijk spellen spelen met name de deelvaardigheden auditieve analyse en klanktekenkoppeling een rol.

Aanvankelijk stellen
Abstract: het schrijven van eenvoudige eenlettergrepige klankzuivere woorden (valt samen met aanvankelijk lezen en spellen)
Tekst: Bij aanvankelijk stellen gaat het om het door de leerkracht geschreven teksten bij tekeningen, die door de kinderen bedacht zijn of het bedenken van korte zinnetjes die door henzelf of door de leerkracht worden opgeschreven.

Actief lezen
Abstract: Een manier van lezen, waarbij naast het technisch en begrijpend lezen ook rekening wordt gehouden met de betrokkenheid van leerlingen en waarbij een verbinding wordt gelegd met oriëntatie op de wereld.
Tekst: Het begrip `Actief lezen` wordt gebruikt in een artikel in JSW over de Nationale Kinderkrant. Als voorbeeld wordt genoemd:

Actief taalgebruik
Abstract: Zie: productieve taalvaardigheid

Actieve woordenschat
Abstract: De woorden die een taalgebruiker productief tot zijn beschikking heeft, met andere woorden: die de taalgebruiker bij spreken en schrijven zelf gebruikt of kan gebruiken.
Tekst: Het begrip actieve woordenschat is verouderd omdat het suggereert dat alleen het zelf produceren van taal een actieve bezigheid is, terwijl ook bij het luisteren (passieve woordenschat) activiteit wordt verwacht. Tegenwoordig wordt gesproken van productieve en receptieve woordenschat.

Afasie
Abstract: Taalstoornis in het begrijpen van taal en het zich uitdrukken in taal, die wordt veroorzaakt door een hersenbeschadiging, waarbij (delen van) het taalsysteem worden beschadigd en die een onvermogen om taal te begrijpen of te gebruiken tot gevolg heeft.

Afscheidsboek
Abstract: boek dat leerlingen die de school verlaten cadeau krijgen (meestal gaat het om leerlingen uit groep 8 die naar de middelbare school gaan)
Tekst: Ieder jaar presenteert uitgeverij Ilco/Ger Guijs een speciaal afscheidsboek voor de leerlingen van groep 8 die naar de middelbare school gaan.De boeken zijn geschreven door gerenommeerde schrijvers.

Alexie
Abstract: Met afasie verwante stoornis bij het lezen en spellen ten gevolge van bijvoorbeeld een hersenbloeding.
Tekst: Lezers met alexie lezen vaak woorden die inhoudelijk verwant zijn, bijvoorbeeld oom in plaats van neef. Bovendien zijn ze niet in staat om onzinwoorden te lezen.

Alfabet
Abstract: De gezamenlijke lettertekens van een spellingsysteem in hun bepaalde volgorde (Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal).
Tekst: De geschiedenis van het alfabet voert ver terug, tot de rotstekeningen die 50.000 jaar geleden werden gemaakt om een boodschap over te brengen. Langzaam werden steeds meer abstracte tekens gebruikt: per woord een teken, per lettergreep een teken en tot slot per klank een teken (Foeniciërs, 1000 voor Christus). De Grieken hebben het alfabet verder ontwikkeld en voegden klinkers toe. De Romeinen brachten nieuwe wijzigingen aan en stelden bij wet de lettervolgorde vast.

Alfabetisch principe
Abstract: Basisprincipe van het alfabetisch schriftsysteem: fonemen worden vertaald in grafemen.
Tekst: Wanneer kinderen het alfabetisch principe ontdekken, zien ze in dat er een verband is tussen hoe je woorden uitspreekt en hoe woorden geschreven zijn. Het alfabetisch principe is één van de tien tussendoelen voor beginnende geletterdheid. Beheersing van het afabetisch principe en een zekere mate van taalbewustzijn zijn zeer belangrijk voor het leren lezen. Het is dan ook goed om de ontwikkeling naar het alfabetisch principe in de kleuterfase systematisch te stimuleren. Dit kan bijvoorbeeld met rijmpjes en versjes, met een ABC-muur, kortom door een rijke geletterde omgeving waardoor kinderen op allerlei manieren in aanraking komen met taal.

Alfabetiseren
Abstract: Leren lezen en schrijven.
Tekst: Dit begrip wordt meestal gebruikt wanneer op latere dan de gebruikelijke leeftijd het leesproces start. Er worden andere uitgangspunten gehanteerd dan bij het leesonderwijs aan kinderen. Men gaat uit van de functionele benadering van lezen en schrijven. Cursisten leren dat er verschillende manieren zijn om te lezen. Naast de spellende strategie neemt ook het voorspellend lezen (lezen als actief proces) een belangrijke plaats in.

Algemene leesproblemen
Abstract: Leesproblemen die niet op zich staan, maar samengaan met andere leerproblemen.
Tekst: Zie voor meer informatie bij leesproblemen.

Alzijdige aanpak
Abstract: Een aanpak, bijvoorbeeld bij het spellen van woorden, waarbij zoveel mogelijk ingangen worden gebruikt: het woord uitspreken, het woord in een zin gebruiken, ingaan op de betekenis, ingaan op de herkomst, ingaan op verwante woorden etc.
Tekst: De alzijdige aanpak vertoont verwantschap met de multisensoriële aanpak waarbij verschillende zintuigen worden aangewend om informatie in te prenten.

Analfabetisme
Abstract: Het niet in de moedertaal noch in een andere taal kunnen lezen of schrijven.
Tekst: Voor iemand die het basisonderwijs verlaat, zonder dat hij of zij het niveau van AVI-9 heeft gehaald, is het moeilijk zich te redden in onze maatschappij, die juist zo op lezen is ingesteld.

Analogiemethode
Abstract: Het leren lezen of spellen van woorden door ze te vergelijken met kapstokwoorden (woorden met dezelfde spellingmoeilijkheid).
Tekst: Deze methode werd wel bij het aanvankelijk leesonderwijs toegepast. Kinderen leerden met behulp van woordkernen als ate en atte woorden als laten en matten lezen;.

Analyse
Abstract: Het analyseren is een deelvaardigheid van het aanvankelijk lezen en spellen: het verdelen van een grotere eenheid in kleinere, bijvoorbeeld een gesproken woord in fonemen of een geschreven woord in grafemen.
Tekst: Vaak wordt bij het aanvankelijk lezen en spellen onderscheid gemaakt tussen auditieve analyse en visuele analyse. In het eerste geval gaat het om de analyse in klanken, in het tweede geval om de analyse in tekens.

Analytisch-synthetische methode
Abstract: Een methode voor aanvankelijk lezen waarbij wordt uitgegaan van normaalwoorden en systematisch aandacht wordt besteed aan analyse en synthese.
Tekst: Een bekend voorbeeld van een analytisch-synthetische methode is de methode Hoogeveen (Het leesplankje Aap-Noot-Mies). Kenmerkend aan deze methode is dat de normaalwoorden niet worden ingeprent zoals bijv. bij Veilig leren lezen, maar dat ze worden gebruikt als basiswoord om overeenkomsten te ontdekken in letters en klanken en te komen tot analyse en later tot synthese. In de methode Letterstad en De Leesbus zijn aspecten van deze werkwijze overgenomen.

Anders-analfabeet
Abstract: Iemand die kan lezen en schrijven in een ander schrift dan het Latijnse.

Anker
Abstract: Een anker is een gezamenlijk startpunt, een rijke, betekenisvolle context dat leervragen bij de kinderen oproept. De activiteiten in de groep worden op de interesses van kinderen afgestemd. Kinderen nemen daarbij het initiatief om met onderwerpen aan te komen, aan te geven wat zij graag willen weten. Het werken met een anker is een didactiek binnen interactief taalonderwijs. Als anker kunnen fungeren een verhaal, een excursie, een videofragment, een poppenkastspel, of een digitale foto (In dat laatste geval wordt wel van digitale ankers gesproken (zie het project Taallijn VVE)
Tekst: Binnen het project Geletterdheid van het Expertisecentrum Nederlands zijn ervaringen opgedaan met het werken met een anker. In de groepen 1/2 werd als anker het verhaal `Lente`uit het boek `Kikker en pad zijn vrienden` gebruikt. Na een poppenkastvoorstelling over dit verhaal werd de kinderen gevraagd: `Wat wil je allemaal weten over kikker en pad?` (zie het artikel `Het komt vanuit hun tenen`).

Ankerthema
Abstract: Een ankerthema is een rijke interessante context die enerzijds functioneert als een gemeenschappelijke kennisbrond en anderzijds uitdaagt om nietwe (verwante) problemen te verkennen.
Tekst: Als anker kunnen fungeren een verhaal, een nieuwsitem, een excursie, een videofragment, een film of een multimediale presentatie.

Ankerverhaal
Abstract: Het verhaal waarmee in de 2002-versie van Veilig Leren Lezen het thema wordt geïntroduceerd.

Ankerwoord
Abstract: Woord dat tijdens het aanvankelijk lezen centraal staat. Dat wil zeggen dat het als basis gebruikt wordt voor het analyseren en diagnostiseren.
Tekst: In de methode `Lang zullen ze lezen!` wordt het begrip `Ankerwoord` gebruikt. In andere methodes wordt gesproken van globaalwoorden, basiswoorden of sleutelwoorden.

Anticiperend lezen
Abstract: Een vorm van radend lezen, waarbij een woord gelezen wordt dat er niet staat, maar dat wel in de context past.
Tekst: In plaats van `mantel` wordt bijvoorbeeld `jas` gelezen. Anticiperend lezen is een vorm van lezen die door geoefende lezers voortdurend wordt toegepast. Niet ieder woord wordt precies gelezen, maar op grond van de context en van de voorkennis van de lezer worden betekenissen geconstrueerd. Dan is het logisch dat eerder wordt gekozen voor een frequent gebruikt woord (als jas) dan voor een minder gebruikt woord (als mantel).

Articulatie
Abstract: Uitspraak
Tekst: Voor problemen met articulatie kunnen verschillende oorzaken zijn. Zo is het mogelijk dat leerlingen een motorisch probleem hebben, waardoor ze de letters niet kunnen vormen. Het kan ook zijn dat klankstructuren (woorden), bijvoorbeeld doordat er iets mis is gegaan met de taalontwikkeling in de eerste jaren, niet goed zijn opgeslagen in het geheugen. Doordat ze vervormd zijn opgeslagen, worden ze ook vervormd uitgesproken.

Aspectueel lezen
Abstract: Aanvankelijk gebruiken jonge kinderen de plaatjes en hun kennis over verhalen als ze een verhaal gaan `lezen`/navertellen.
Tekst: Sommige kinderen reciteren de letterlijke tekst uit hun geheugen, terwijl ze kijken naar de tekst of zelfs bijwijzen.

Auditief geheugen
Abstract: Mogelijkheid om auditief aangeboden informatie korte of langere tijd vast te houden en indien nodig op te roepen.
Tekst: Auditief geheugen maakt deel uit van de verschillende motorische, cognitieve, auditieve, visuele en geheugenfuncties. Men is er lang van uit gegaan dat deze functies ontwikkeld moesten zijn, wilde een kind leren lezen.

Auditief
Abstract: Door middel van het gehoor
Tekst: Auditieve of fonologische vaardigheden zijn van groot belang bij het leren van taal. Een stoornis als dyslexie bijvoorbeeld hangt samen met een stoornis in de fonologische ontwikkeling. Het is dan ook van groot belang om met name in de onderbouw van het basisonderwijs aandacht te besteden aan verschillende auditieve vaardigheden.

Auditieve analyse
Abstract: Deelvaardigheid van het aanvankelijk lezen, waarbij d.m.v. gehoor een grotere eenheid in kleinere wordt verdeeld, bijvoorbeeld een woord in klanken.
Tekst: In de loop van hun ontluikende geletterdheid is het belangrijk dat het klankbewustzijn (het fonologische bewustzijn) en later het fonemisch bewustzijn (de mogelijkheid om woorden op te delen in klanken) van kinderen zich ontwikkelt. Bij het oefenen van auditieve analyse in groep 2 en 3 kunnen we de volgende opbouw onderscheiden:

Auditieve discriminatie
Abstract: Deelvaardigheid van het aanvankelijk lezen waarbij het horen van klankovereenkomsten en klankverschillen centraal staat.
Tekst: Auditieve discriminatie is een deelvaardigheid waaraan zowel in groep 3 als in de kleutergroepen aandacht wordt besteed.

Auditieve lettergreep
Abstract: Klanken of combinaties van klanken die ontstaan wanneer een gesproken woord wordt opgedeeld, bijvoorbeeld: be-gi-nen.
Tekst: Auditieve lettergrepen hebben in verschillende methoden ook vaak verschillende benamingen, bijvoorbeeld klankgroep, klankvoet of spreekmaat.

Auditieve objectivatie
Abstract: Het vermogen te abstraheren van de betekenis. Auditieve objectivatie wordt gerekend tot de leesvoorwaarden. Met het begrip objectivatie wordt vaak auditieve objectivatie bedoeld.
Tekst: Meestal wordt door kinderen vragen te stellen als `Welk woord is langer, reus of kabouter`, geprobeerd te achterhalen of ze in staat zijn te abstraheren van de betekenis. Een kind dat op de vraag `Wat hoor je het eerst bij poes?` antwoordt: `de kop`, voldoet niet aan de voorwaarde van auditieve objectivatie, een kind dat antwoordt: `de p`, wel.

Auditieve synthese
Abstract: Deelvaardigheid van het aanvankelijk lezen waarbij klanken of klankgroepen worden samengevoegd tot gesproken woorden.
Tekst: Auditieve synthese is niet zozeer een geheugenproces (hoewel klanken wel enige tijd in het werkgeheugen moeten worden vastgehouden), maar meer een herkenningsproces. Het woord dat uiteindelijk het resultaat moet zijn van het synthetiseren van de klanken, maakt in principe al deel uit van de woordenschat van het kind en hoeft alleen nog herkend te worden. Auditieve synthese wordt ook gezien als leesvoorwaarde. J. Sixma ging er in zijn leesvoorwaardentoets ook vanuit dat auditieve synthese een herkenningsproces was door te kiezen voor voor kinderen bekende woorden en door steeds richtingwijzers te geven als: het zijn namen van dieren, het zijn allemaal kleren.

Authentiek leren
Abstract: Betekenisvol leren
Tekst: Leertaken zijn authentiek wanneer ze betekenis hebben voor het kind. Het leren moet zo veel mogelijk functioneel zijn voor de (school)praktijk van alledag zoals kinderen die ervaren. Het gaat erom dat kinderen in een rijke en realistische context de kans krijgen hun eigen leerweg vorm te geven die aansluit bij hun belangstelling. Door uit te gaan van leuke en interessante leerstof kan de leerkracht de motivatie van leerlingen versterken. Binnen interactief taalonderwijs is authentiek/ betekenisvol leren een belangrijk uitgangspunt.

Automatisering
Abstract: snel informatie uit het geheugen ophalen
Tekst: Bij automatisering gaat het voornamelijk om willekeurige associaties, dat wil zeggen dat het om zaken gaan die moeten worden ingeprent. Denk bijvoorbeeld aan de tafels van vermenigvuldiging, topografie, het benoemen van de kleuren, van de letters, van telefoonnummers.

BAVI-lezen
Abstract: Kinderen lezen zelfstandig en stil voor zichzelf in een zelfgekozen boek. Bij het BAVI-lezen wordt gebruik gemaakt van de AVI-niveaus, maar leesbeleving (B = beleving) staat voorop.
Tekst: Het BAVI-lezen wordt gebruikt als alternatief voor het niveaulezen, dat veel minder effectief is dan altijd werd gedacht.

BOV-project
Abstract: Beginnend Lezen en Omgaan met Verschillen, een project van het CPS en de Rijksuniversiteit Utrecht.
Tekst: Het BOV-project sluit aan bij bestaande recente methodes voor lezen in groep 3 en 4. Belangrijke items zijn meer en eerder toetsen om uitvallers zo vroeg mogelijk te traceren en het inlassen van tijd om leerlingen extra instructie te geven van minimaal 1 uur per week. Het streven is om aan het eind van groep 4 AVI 5 te hebben bereikt. Het BOV-project bouwt voort op de principes van ELLO.

Bankletter
Abstract: nk
Tekst: Het begrip bankletter is afkomstig uit de methode `Letterstad`. Bij deze methode was ook een afbeelding verkrijgbaar. De afbeelding en de bijbehorende regel zijn terug te vinden in José Schraven: `Zo leer je kinderen lezen en spellen`.

Basisontwikkeling en taal
Abstract: Basisontwikkeling is een op ontwikkelingsgericht onderwijs (Vygotsky) gebaseerde visie op onderwijs waarin de persoonsontwikkeling in een cultureel-maatschappelijke context centraal staat en waarin men ernaar streeft de zinvolle eenheid in het onderwijsproces te bewaren.
Tekst: In 1990 startte Frea Janssen-Vos onder de noemer basisontwikkeling een didactische aanpak die aanvankelijk met name gericht was op het onderwijs aan kleuters. Gaandeweg breidde dit concept zich uit tot de hele onderbouw en inmiddels ook tot de midden- en bovenbouw en peuters.

Basiswoordenschat
Abstract: de eerste (2000) woorden die taalverwervers verwerven. Het kan daarbij gaan om eerstetaalverwervers, maar ook om onderinstromers en zij-instromers.
Tekst: In `Woordenschatontwikkeling` (Marijke Kienstra, 2004) is een basiswoordenlijst opgenomen met 2052 woorden. Daarnaast is er ook een lijst met 1107 woorden verdeeld over thema`s. Ook zijn er verwijzingen naar liedjes waar de basiswoorden in voorkomen.

Beelddenken
Abstract: Mensen die beelddenken zouden de wereld in mentale beelden waarnemen. Hun manier van informatie opnemen is sterk visueel. Ze vergelijken gegevens tegelijkertijd i.p.v. achtereenvolgens, dit in tegenstelling tot taaldenkers.
Tekst: Het begrip beelddenken werd in 1951 door de logopediste Maria Krabbe geïntroduceerd. Nel Ojemann ging in het midden van de jaren `50 op zoek naar een instrument waarmee beelddenkers kunnen worden opgespoord. Ze ontwikkelde daarvoor het Wereldspel.

Beeldlezen
Abstract: gericht kijken naar beelden of prenten en het leggen van relaties tussen beeldelementen binnen een prent en tussen prenten onderling en het inerpreteren van symbolen en verwijzingen.
Tekst: Het volgende citaat is ontleend aan: `Aan de slag met kinderboeken`.

Beginnende geletterdheid
Abstract: Een zich bij jonge kinderen -op basis van hun mondelinge taalontwikkeling- steeds verder ontwikkelend inzicht in de functies van geschreven taal, in het verband tussen gesproken en geschreven taal en in het principe van het alfabetisch schrift. Kinderen leren eenvoudige woorden verklanken, betekenis te verlenen aan geschreven taal en betekenis in geschreven taal weer te geven.
Tekst: Beginnende geletterdheid is een door het Expertisecentrum taal geïntroduceerd begrip dat de veelal gehanteerde begrippen Ontluikende geletterdheid (0-6 jaar) en Aanvankelijk lezen en Aanvankelijk schrijven grotendeels omvat. Het Expertisecentrum verstaat onder ontluikende geletterdheid de periode van 0 tot 4 jaar. Daarna start de fase van de beginnende geletterdheid.

Begrijpend kijken
Abstract: Leerlingen raken vertrouwd met nieuwe media en leren kritisch naar informatie kijken.
Tekst: Het vakonderdeel `begrijpend kijken` is naast begrijpend luisteren en begrijpend lezen nog geen gemeengoed op Nederlandse basisscholen, terwijl leerlingen toch heel veel informatie al kijkend bereikt.

Begrijpend lezen, methodes voor
Abstract: Leergang voor het begrijpend lezen, meestal gericht op groep 4-8, soms deel uitmakend van een integrale taal- of leesmethode en soms met een voorloper voor groep 1-3.
Tekst: Voor de nieuwe leesmethoden die begin jaren negentig op de markt kwamen, vormde het proefschrift van C.A.J. Aarnoutse een belangrijk uitgangspunt. Naast hem hadden ook andere wetenschappers zich overigens met dit onderwerp beziggehouden. Uitgangspunt is dat dat strategieën die een geoefende lezer vanzelfsprekend gebruikt, inzet moeten zijn van de didactiek van het begrijpend lezen. De eerste leesmethode gebaseerd op het oefenen van leesstrategieën was Lees je wijzer. Ook andere nieuwe methodes voor begrijpend lezen (Wie dit leest, Ik weet wat ik lees enz.) zijn gebaseerd op deze principes.

Begrijpend lezen
Abstract: Het toekennen van betekenis aan geschreven taal, een actief en complex proces waarbij zaken als woordenschat, voorkennis en een juist gebruik van leesstrategieën van essentieel belang zijn.
Tekst: Theorie

Begrijpend luisteren
Abstract: Het toekennen van betekenis aan gesproken taal, een actief en complex proces waarbij zaken als woordenschat, voorkennis en een juist gebruik van luisterstrategieën van essentieel belang zijn.
Tekst: Het besteden van aandacht aan begrijpend luisteren in de kleutergroepen vormt een voorbereiding voor begrijpend lezen.

Begrippen
Abstract: Woorden die relaties uitdrukken en die het daardoor mogelijk maken dat wat in taal wordt uitgedrukt, te structureren.
Tekst: Begrippen kunnen worden onderverdeeld in:

Beheersingsniveau
Abstract: Bij de AVI-toetsen: een bepaald niveau wordt beheerst.
Tekst: Dit niveau komt overeen met een voldoende sore uit de handleiding bij het AVI-toetspakket. De onderverdeling in beheersingsniveau, instructieniveau is afkomstig uit Struiksma e.a.: Diagnostiek van technisch lezen en aanvankelijk spellen.

Betekenisvol leren lezen
Abstract: Letters en woorden worden niet in droge rijtjes zonder context en zonder uitleg van het doel van de oefening aangeboden, maar in betekenisvolle situaties.
Tekst: Betekenisvol leren lezen is een belangrijk uitgangspunt geworden bij de begeleiding van kinderen met leesproblemen.

Betekenisvolle context
Abstract: herkenbare situatie die de interesse van de kinderen wekt
Tekst: Kinderen leren gemakkelijker wanneer wordt uitgegaan van een voor hen herkenbare situatie. Daar wordt in het onderwijs veel gebruik van gemaakt. Zo kiezen sommige scholen ervoor kinderen te leren lezen aan de hand van hun eigen verhalen. Ook het werken in hoeken in de kleutergroepen is een voorbeeld van het werken met betekenisvolle contexten. Binnen basisontwikkeling wordt er ook van uitgegaan dat het leren voor kinderen betekenisvol moet zijn. Betekenisvol leren is tevens één van de peilers van interactief taalonderwijs.

Bias
Abstract: Nadelig effect bij het onderwijs in Nederlands als tweede taal, ontstaan door vooringenomenheid.
Tekst: Bias speelt met name bij allochtone kinderen. Opgaven zijn onbedoeld moeilijk omdat allochtone kinderen niet voldoen aan alle talige vooronderstellingen die de toetsontwikkelaars hebben gehad. Als culturele kennis een rol speelt bij het uitvoeren van de test, spreken we van culturele bias.

Bibliotheek
Abstract: Centrum waar boeken, kranten, tijdschriften en audiovisuele middelen kunnen worden geleend en/of geraadpleegd en waar informatie wordt gegeven over de te raadplegen/lenen materialen. De bibliotheek speelt een belangrijke rol bij leesbevordering.
Tekst: Uit een onderzoek van de Stichting Lezen blijkt dat de bibliotheek bij het bevorderen van belangstelling voor lezen zeer effectief is. Wie in zijn jeugd lid was, heeft 2 1/2 keer meer kans om op latere leeftijd literatuur te lezen dan wie geen lid was.

Bibliotherapie
Abstract: Iemand helpen door middel van lezen zijn gevoelens te herkennen, te uiten en inzicht te ontwikkelen in zijn problematiek.
Tekst: De term bibliotherapie is ontstaan vanuit het idee dat `lezen` het affect, de houding en het gedrag van een persoon kan beinvloeden en op deze manier bijdraagt aan een gezonde persoonlijke ontwikkeling.

Bladspiegel
Abstract: Manier waarop een bladzijde is ingedeeld.
Tekst: Vooral voor moeilijk lezende kinderen is het belangrijk dat de bladspiegel die overzichtelijk is. Zo is het juist voor deze lezers handig wanneer er een beperkt aantal regels op een bladzijde staat en wanneer deze regels in duidelijke blokken zijn verdeeld. In de lagere AVI-niveaus beginnen zinnen op een nieuwe regel en zijn ze niet te lang.

Blindheid
Abstract: Zie: slechtziendheid/blindheid en taal

Blokletters
Abstract: Letters bestaande uit cirkels, stokken en boogjes.
Tekst: Blokletters worden gebruikt om te leren lezen. Ze zijn bedoeld als leesletters en niet als schrijfletters.

Boekaanbieding
Abstract: het presenteren van een boek aan een groep leerlingen.
Tekst: Vaak gaat het hierbij om het voorlezen van een prentenboek en het laten zien van de prenten. Maar het kan ook gaan om boeken voor oudere kinderen. Tijdens een boekaanbieding wordt bijvoorbeeld de kaft van het boek besproken. Mogelijk is er aandacht voor de flaptekst. En afwisselend worden er stukjes voorgelezen en wordt er verteld over de inhoud van het boek en eventueel de auteur. Eventueel is er aandacht voor de illustraties. Dat is afhankelijk van de aanwezigheid ervan en de grootte.

Boekbespreking
Abstract: Activiteit waarin een leerling een zelfgekozen boek bespreekt.
Tekst: Meestal vinden boekbesprekingen plaats vanaf groep 4, soms al vanaf groep 3.

Boeken maken in de klas
Abstract: Voor kinderen is het erg stimulerend en motiverend om zelf boeken te maken.
Tekst: Door zelf boeken te maken ontwikkelen jonge leerlingen (tussen)doelen als boekoriëntatie en verhaalbegrip. Ze zijn erg gemotiveerd als hun eigen boek in de kring wordt voorgelezen en als ze het zelf kunnen lezen in de boekenhoek.

Boeken over de onderwijspraktijk
Abstract: Journalisten en auteurs verhalen over de onderwijspraktijk
Tekst: Boeken over de onderwijspraktijk kunnen geschreven zijn voor volwassenen ((aankomende) leerkrachten) of voor kinderen.

Boeken voor beginnende lezers
Abstract: Boekjes die zijn geschreven voor de niveaus AVI 0 tot en met AVI 3 en voornamelijk tot doel hebben kinderen te leren lezen.
Tekst: Voor het onderwijs in aanvankelijk lezen zijn honderden leesboekjes geschreven, meestal ingedeeld op AVI-niveau (AVI-0 tot AVI-3). De boekjes zijn sterk wisselend in kwaliteit. In verband met de indeling in technische moeilijkheidsgraad wordt de auteur een groot aantal beperkingen opgelegd, wat het taalgebruik vaak houterig maakt en het verhaal moeilijk te volgen.

Boeken voor moeilijk lezenden
Abstract: Boeken die voor wat betreft de technische moeilijkheidsgraad en de verhaalstructuur zijn aangepast aan de behoeften van zwakke lezers.
Tekst: Boeken voor moeilijk lezenden kunnen worden gebruikt door kinderen met leesmoeilijkheden (die verschillende oorzaken kunnen hebben), maar ook door kinderen met een andere handicap (doofheid, slechtziendheid e.d.) en voor anderstaligen.

Boeken voor peuters
Abstract: Speciaal voor peuters worden verschillende soorten boeken uitgegeven. Die hebben tot doel om een leeshouding te ontwikkelen, de taalontwikkeling te stimuleren, de sociaal-emotionele ontwikkeling te ondersteunen en de esthetische ontwikkeling te stimuleren.
Tekst: Voor peuters zijn er de volgende boeken:

Boeken voor vlotte lezers
Abstract: Boeken voor leerlingen die een aantal AVI-niveaus boven het gemiddelde lezen.
Tekst: Als een kind een aantal AVI-niveaus boven het gemiddelde leest, wil dat zeggen dat het technisch op een hoog niveau leest. De emotionele ontwikkeling is meestal wel op het leeftijdsniveau. Daardoor is het moeilijk deze kinderen lukraak boeken uit hogere groepen te laten lezen. Om dit probleem te ondervangen is er een aantal series boeken op de markt voor kinderen met een hoog AVI-niveau, maar qua leesbeleving toegespitst op hun leeftijd. Het gaat om de Bolleboos start serie voor kinderen vanaf 6 jaar, de Bolleboos-serie voor kinderen van 7-9 en de Bolleboos plus serie voor kinderen van 7-9 die nog een graadje sneller kunnen (van Zwijsen) en Villa Alfabet van Maretak (oranje voor groep 3 en 4, groen voor groep 5 en 6, rood voor groep 7 en 8.

Boeken, films naar
Abstract: Verfilmde kinderboeken kunnen goed dienen als leesbevorderingsmateriaal.
Tekst: Kinderboeken worden regelmatig verfilmd, zowel door de reguliere televisiezenders als door de Nederlandse Onderwijs Televisie.

Boeken, praten over...
Abstract: Aidan Chambers heeft veel gepubliceerd over het praten over boeken met kinderen, als leesbevorderende activiteit.
Tekst: Aidan Chambers vindt leesbeleving erg belangrijk. Hij probeert door het stellen van vragen kinderen te laten praten over hun beleving tijdens het lezen. Als kinderen hun ervaringen kunnen uitwisselen, zullen ze ernaar verlangen om weer nieuwe boeken te lezen, zodat ze hun leeservaring kunnen uitbouwen. De leerkracht heeft daarbij een belangrijke rol. Hij moet boeken aantrekkelijk presenteren, zorgen dat ze beschikbaar zijn en vooral moet hij zijn leerlingen motiveren om te lezen.

Boeken, werken over...
Abstract: Als een kind een boek uit heeft gelezen, kunnen verschillende activiteiten worden uitgevoerd.
Tekst: Er zijn allerlei manieren waarop kinderen boeken kunnen verwerken. Van oudsher is er het bekende invulformulier waarop de titel en de hoofdpersonen moeten worden ingevuld. Dit is niet altijd even motiverend. Er kan al verbetering worden aangebracht door kinderen te laten kiezen uit verschillende soorten opdrachten. Willen ze misschien een tekening maken over een boek of willen ze een wie-wat-waar blad invullen. Willen ze liever aan de hand van een woordweb een gedicht schrijven...

Boeken
Abstract: Boeken worden op veel manieren ingezet in het basisonderwijs. Naast alle methodische materialen wordt gewerkt met prentenboeken, knie-boeken, verhalende boeken, informatieve boeken, eerste leesboekjes, boekjes voor het niveaulezen, boeken voor moeilijk lezenden, luisterboeken, boeken voor vlotte lezers of zelfgemaakte boeken etc.

Boekenbed
Abstract: Hoogslaper die voor leerlingen uit groep 3 en 4 dienst kan doen als leeshoek.

Boekenboek
Abstract: Document waarin kinderen op vrijwillige basis hun ervaringen met boeken kunnen vastleggen (begrip afkomstig uit Fantasia).
Tekst: Een boekenboek wordt ook wel boekenschrift, leesschrift of boekenlijst/leeslijst genoemd.

Boekenclubs voor kinderen
Abstract: Clubs waar kinderen samenkomen om te lezen en over boeken te praten of ze te dramatiseren.
Tekst: Na een groot leesonderzoek in Engeland in 1999 naar de vrijetijdsbesteding van kinderen, bleek dat er rond de leeftijd van tien jaar minder werd gelezen. Om daar iets aan te doen, zijn verschillende organisaties begonnen met het starten van Book Clubs, naschoolse clubs waarin lezen centraal staat. Die clubs zijn een groot succes.

Boekengidsen en zoekprogramma`s
Abstract: Met behulp van boekengidsen of zoekprogramma`s kunnen boeken worden geselecteerd.
Tekst: Voorbeelden van boekengidsen zijn:

Boekenhoek
Abstract: Leeromgeving (afgeschermde ruimte) waarin kinderen zelfstandig kunnen werken met boeken.
Tekst: In de meeste kleutergroepen is er naast de poppenhoek en de bouwhoek een boekenhoek of leeshoek. Soms wordt deze gevormd door een eenvoudig rekje met boeken of een gevulde boekenkist. Soms ook is er een uitgebreide afgeschermde ruimte ingericht waarin kinderen de gelegenheid krijgen boeken te lezen, elkaar boeken voor te lezen, boeken na te spelen met behulp van intermediairs of te luisteren naar boeken die op een bandje zijn ingesproken. Het programma Kansrijke taal is gebaseerd op het werken in taalhoeken. Onderdelen daarvan zijn onder andere de lekker liggen lezen-hoek en de rijmpjes- en versjeshoek.

Boekenkring
Abstract: Plek waarin leesbevorderingsactiviteiten als boekintroductie door de leerkracht of door de kinderen, voorlezen, het bespreken van boeken of een gezamenlijke verwerking plaats vinden. (Begrip wordt gehanteerd in Fantasia).
Tekst: Bij een boekenkring is het de bedoeling dat kinderen met elkaar in gesprek raken over boeken. Daarom is een kringopstelling handig.

Boekenlijst
Abstract: Document waarin kinderen op vrijwillige basis hun ervaringen met boeken kunnen vastleggen.
Tekst: Een boekenlijst wordt ook wel boekenschrift of boekenboek genoemd.

Boekenmuur
Abstract: Een groot prikbord of een magneetbord waar foto`s, tekeningen en collages hangen die met het prentenboek te maken hebben dat centraal staat.
Tekst: De boekenmuur biedt steun bij het napraten over het boek, maar is ook aanleiding voor gesprekken met ouders.

Boekenschrift
Abstract: Document waarin kinderen op vrijwillige basis hun ervaringen met boeken kunnen vastleggen.
Tekst: Een boekenschrift wordt ook wel boekenboek of boekenlijst genoemd.

Boekenseries via school
Abstract: Educatieve uitgevers proberen via de scholen ouders en kinderen te bereiken en te interesseren voor goedkopere uitgaven van kinderboeken (en cd-roms en videobanden)die in series voor verschillende leeftijdsgroepen kunnen worden besteld.
Tekst: De Boektoppers (Malmberg) en de Lijsters (Wolters-Noordhoff) zijn series bestaande boeken die in goedkope uitgaves op de markt gebracht worden. Via op school uitgedeelde brochures kunnen ouders bestellen.

Boekintroductie
Abstract: Activiteit van kind, leerkracht of bibliotheekmedewerker om een mondelinge reflectie te geven op een gelezen boek met als nevendoel anderen te stimuleren dat boek ook te lezen (Bron: Fantasiaboek).
Tekst: Ook wel boekpresentatie, boekpromotie, boekaanbieding of boekbespreking.

Boekluisterhoek
Abstract: Vaste plek in de school of klas waar de kinderen naar cassettebandjes van boeken kunnen luisteren. Daarbij kunnen tegelijkertijd de bijbehorende boeken gelezen of bekeken worden. (Bron: Fantasiaboek)
Tekst: Ook wel: leesluisterhoek

Boekoriëntatie
Abstract: Kinderen maken kennis met boeken en geschreven taal. Boekoriëntatie kan ook verwijzen naar het zich oriënteren op een specifiek boek door de kaft te bekijken, te praten over de titel enz.
Tekst: Bij sommige kinderen spelen boeken - als ze de kleutergroep binnenkomen- al een grote rol. Andere kinderen zijn nog nauwelijks met boeken in aanraking gekomen. Boekoriëntatie is een belangrijk tussendoel binnen beginnende geletterdheid. Het is de bedoeling dat kinderen kennismaken met boeken en dat ze er belangstelling en enthousiasme voor ontwikkelen, dat ze gaan inzien dat boeken over allerlei onderwerpen kunnen gaan, dat letters betekenis kunnen hebben, dat boeken gemaakt worden door een auteur en een illustrator enz. enz.

Boekpresentatie
Abstract: Activiteit van kind, leerkracht of bibliotheekmedewerker om een mondelinge reflectie te geven op een gelezen boek met als nevendoel anderen te stimuleren dat boek ook te lezen (Bron: Fantasiaboek).
Tekst: Ook wel: boekintroductie, boekbespreking, boekaanbieding of boekpromotie

Boekpromotie
Abstract: Het kan hierbij gaan om een activiteit van kind, leerkracht of bibliotheekmedewerker om een mondelinge reflectie te geven op een gelezen boek met als nevendoel anderen te stimuleren dat boek ook te lezen (boekintroductie, boekpresentatie, boekbespreking), maar boekpromotie wordt ook gebruikt in de zin van leesbevordering, een verzamelnaam voor allerlei activiteiten om het lezen te bevorderen.
Tekst: Zie voor boekpromotie als activiteit van de leerlingen om een boek te bespreken: `Boekbespreking`

Boekverslag
Abstract: Verslag dat wordt gemaakt nadat een boek is gelezen en waarin een beschrijving van het boek wordt gegeven en een reflectie erop.
Tekst: Het is gewoonte in het basisonderwijs om kinderen te vragen nadat ze een boek hebben gelezen een boekverslag te maken. Dat boekverslag kan tot doel hebben te controleren of het kind het boek werkelijk heeft gelezen. Het kan ook tot doel hebben dat het kind wordt gestimuleerd nog eens na te denken over het boek en zijn eigen mening erover te formuleren.

Boekwijzer
Abstract: Een zoekprogramma op cd-rom voor leesbevordering en mediatheekbeheer in het basisonderwijs. Alle basisscholen in Nederland hebben deze versie in het voorjaar van 2001 ontvangen om uit te proberen. De cd-rom wordt jaarlijks aangevuld en biedt bij verschillende vak- en vormingsgebieden eengevarieerd aanbod van jeugdliteratuur.

Bottom up model
Abstract: Leesmodel waarbij het lezen vanuit de basis, dat wil zeggen vanuit losse klanken wordt opgebouwd.
Tekst: Omdat in de Nederlandse methodes veelal met als uitgangspunt basiswoorden wordt gewerkt, zijn er maar weinig echte bottom-up methodes. Een voorbeeld is Lezen moet je doen, een methode die veel gebruikt wordt in het speciaal basisonderwijs.

Brabbelen
Abstract: Fase in de taalverwerving waarin spraakklanken worden geoefend zonder dat ze tot betekenisvolle eenheden worden verenigd. Wanneer dezelfde klankcombinaties worden herhaald, spreekt men van reduplicerend brabbelen (mamamama, bababab)

Brede school en taal/lezen
Abstract: Taal vormt een belangrijk onderwerp van onderwijsachterstandenbestrijding en zou dus ook een rode draad moeten vormen voor samenwerkingsrelaties buiten de school.
Tekst: Samenwerking met de bibliotheek is een voorbeeld van taalstimulering binnen de Brede School. Maar kinderen verwerven ook taal in andere situaties dan specifiek talige. Binnen allerlei activiteiten die binnen de Brede School (ook wel vensterschool) worden georganiseerd, kan taal een rol spelen (theater, beeldende vakken, muziek). Voorwaarde is dan wel dat begeleiders op de hoogte zijn van mogelijkheden om taal te stimuleren.

Breken en bouwen
Abstract: Analyse en synthese (hakken en plakken)

Broddelen
Abstract: Een taalstoornis die wordt gekenmerkt door een hoog spreektempo, een zwakke formulering, het weglaten, verplaatsen of omdraaien van klanken en het verkorten van woorden en het herhalen van delen ervan.

Burgerschap en taal
Abstract: Een goede taalvaardigheid is van essentieel belang voor actief burgerschap.
Tekst: Als je er van uitgaat dat taal een belangrijke rol speelt bij actief burgerschap is het zinvol op school in het kader van politieke vormingsactiviteiten na te gaan hoe taal kan worden ingezet. Leerlingen kunnen bijvoorbeeld zelf regels formuleren. Er kan een kinderraad worden ingesteld.

C.A.T.
Abstract: (Cognitieve Abstracte Taalvaardigheid). De -meer abstracte- taal die tweedetaalverwervers met name in schoolse situaties verwerven en nodig hebben, dit in tegenstelling tot DAT (Dagelijkse Algemene Taalvaardigheid), d.w.z. de -concrete- taal die een kind in dagelijkse situaties verwerft en nodig heeft.

CLOZE-toets
Abstract: Een tekst waarbij om het zoveelste woord een woord is weggelaten dat door de leerlingen moeten worden ingevuld.
Tekst: CLOZE-teksten worden zowel als oefentekst als als toets gebruikt. Zie voor meer informatie bij begrijpend lezen.

Catamaran
Abstract: Een project dat de voortzetting vormt van het project Een vakcurriculum Nederlands voor de Pabo en waarvan de hoofdvraag is: Hoe breng je de praktijk van de basisschool zo dicht mogelijk bij de theorie van de pabo?
Tekst: Het Catamaran-ontwikkelteam dat bestaat uit leraren van de basisschool, studenten, een opleider van de pabo en een leerplanontwikkelaar, ontwerpt concreet onderwijs voor een bepaalde groep van de basisschool. In het cursusjaar 1998-1999 is een Catamaranteam bezig geweest op de meester Schabergschool in Den Haag. Het onderwerp was het onderwijs in begrijpend lezen in groep 7 en 8. In het schooljaar 1999-2000 zijn drie scholen bij het Catamaranproject betrokken. Leerlingen van groep 7 en 8 van deze scholen communiceren via e-mail met elkaar. Als groep ontwikkelen ze een website over een door de drie scholen gekozen thema.

Centrumprogramma`s
Abstract: Programma`s gericht op voor- en vroegschoolse educatie die plaatsvinden vanuit de peuterspeelzaal of de basisschool en waarbij grote aandacht is voor ouderbetrokkenheid.
Tekst: Voorbeelden van centrumprogramma`s zijn VVE-programma`s, waaraan een programma als Opstap is toegevoegd om de ouders te betrekken bij het ontwikkelingsproces van hun kinderen.

Chinese letter
Abstract: Hulpmiddel -ontleend aan Letterstad- voor het onthouden van de spelling van de lettercombinatie ng.

Christelijke kinderboekenmaand
Abstract: Alternatief voor scholen die zich niet kunnen vinden in de thema`s van de kinderboekenweek.
Tekst: Tijdens deze maand die in de zelfde periode valt als de kinderboekenweek wordt een eigen geschenk aangeboden en eigen prijzen uitgereikt (Het Hoogste Woord en Eigen Wijs Prijs).

Cluster
Abstract: Medeklinkercombinatie van twee, drie of vier medeklinkers.
Tekst: Het gaat hier om medeklinkers die vaak gecombineerd voorkomen aan het begin of het eind van een woord (str, st, rk in straat, stuk en werk)

Clusterlezen
Abstract: Het lezen van wisselrijen en structuurrijen.
Tekst: Clusterlezen maakt deel uit van veel methodes voor aanvankelijk lezen. Ook binnen de hulp aan zwakke lezers is het een veelgebruikte oefenvorm. Sommige programma`s en methodes zijn voor een groot deel gebaseerd op clusterlezen, bijvoorbeeld Alle kinderen leren lezen van Nanne Osinga. Ook zijn er computerprogramma`s voor clusterlezen ontwikkeld.

Coderen
Abstract: Gesproken taal wordt voorzien van tekens: spellen. Meestal wordt zowel voor lezen als voor spellen `decoderen` gebruikt.

Cognitieve taalfunctie
Abstract: Zie: conceptualiserende taalfunctie

Communicatie
Abstract: Verbale of non-verbale interactie.
Tekst: In communicatie onderscheiden we vier psychologische aspecten: het expressieve (de manier waarop de boodschap wordt overgebracht), het zakelijke (de feitelijke informatie), het relationele (de relatie tussen de zender en de ontvanger)en het apellerende (het doel van de spreker).

Communicatief taalonderwijs
Abstract: Taalonderwijs in de jaren zeventig van de vorige eeuw, dat werd geintroduceerd als reactie op het deelvaardigheidsonderwijs uit de jaren vijftig en zestig. De nadruk lag op het overbrengen van de boodschap. De vorm van die boodschap (correcte zinsbouw, correcte spelling) was van minder belang.

Communicatieve taalfunctie
Abstract: Ook wel: sociale taalfunctie
Tekst: Taalgebruik dient als communicatie tussen mensen

Communiceren met kinderen
Abstract: Interactie tussen een volwassene en één of meer kinderen.
Tekst: Communicatie is de basis van de opvoeding. Uit onderzoek blijkt dat de kwaliteit van leerprocessen en leerresultaten sterk samenhangt met de kwaliteit van de communicatie en de interactie tussen mensen (Berding, De Wereld van het Jonge kind nr.10, juni 2006).

Communiceren met ouders
Abstract: Het voeren van persoonlijke gesprekken met ouders vereist van een leerkracht (en van ouders) specifieke vaardigheden.
Tekst: Bij het voeren van gesprekken met ouders kan het om verschillende soorten gesprekken gaan: intakegesprekken, tienminutengesprekken, een toevallig gesprek op het plein, slechtnieuwsgesprekken, gesprekken met groepen ouders tijdens een ouderavond enz. enz.

Competence
Abstract: De kennis die de taalgebruiker heeft van de systematiek van zijn taal; Bij het bestuderen van taal wordt onderscheid gemaakt in competence en performance (taalgebruik).

Conceptualiserende taalfunctie
Abstract: Woorden verwijzen naar begrippen, concepten. Deze concepten kunnen in taal worden uitgedrukt.
Tekst: Een woord heeft een voor- en een achterkant. De voorkant is de waargenomen vorm (gesproken of geschreven). De achterkant is het geheel aan betekenissen, concepten waarnaar een woord verwijst.

Consolideren
Abstract: Bij woordenschatonderwijs: Inoefenen van een woord en de betekenisaspecten ervan.

Constructivisme
Abstract: De theorie van het constructivisme van Piaget gaat ervan uit dat kinderen tot ontdekkingen komen omtrent gesproken en geschreven taal door actief met hun wereld bezig te zijn. Door nieuwe informatie te integreren en op te slaan in het geheugen breiden zij hun taal- en kennissysteem uit. Binnen (interactief) taalonderwijs kunnen leerkrachten de actieve inbreng van leerlingen vergroten door uit te gaan van een krachtige leeromgeving waarin leerlingen zelf keuzes kunnen maken en een eigen betekenis leren toekennen aan de leerinhoud. Van belang is dat leerlingen de gelegenheid krijgen een eigen betekenis toe te kennen aan de verschijnselen en gebeurtenissen in de wereld om zich heen en hun eigen positie daarbinnen.

Content-based leren
Abstract: Het gaat er bij interactief taalonderwijs om dat kinderen in een rijke en realistische context de kans krijgen hun eigen leerproces zelf vorm te geven. Door uit te gaan van interessante leerstof kan de leerkracht de belangstelling van leerlingen versterken. Dit houdt in dat de leerkracht eerder vraagt: wat wil je weten over...?, dan zegt `ik zal eens wat vertellen over...` Het werken met een anker is een middel voor content-based leren.

Contramine vragen
Abstract: vragen waarbij de leerkracht de kinderen toetst op kennis en vaardigheden door het opzettelijk scheppen van een klein misverstand.

Controledictee
Abstract: Als de leerlingen gedurende een bepaalde periode hebben geoefend op bepaalde spellingcategorieën, meestal in de vorm van een woordpakket, wordt gecontroleerd of ze die categorieën ook daadwerkelijk beheersen.

Controleren
Abstract: Bij woordenschatonderwijs: Controleren of de aangeleerde woorden met hun betekenissen ook onthouden zijn.

Conventionele geletterdheid
Abstract: Geletterdheid volgens de conventies.
Tekst: Dit begrip wordt gebruikt tegengesteld aan jonge kinderen die lezen en schrijven volgens hun eigen ideeën.

Corrigeren (bij taalstimulans)
Abstract: de uiting van een kind in een verbeterde vorm herhalen.
Tekst: Voorbeeld van corrigeren:

Coöperatief leren
Abstract: Coöperatief leren wordt in het Nederlands ook wel `samenwerkend leren` genoemd. Bij coöperatief leren draait het om interactie en samenwerking tussen leerkracht en kinderen en vooral tussen kinderen onderling.
Tekst: Er zijn twee basisprincipes voor coöperatief leren:

Coördinator leesbevordering
Abstract: Persoon die in samenwerking met andere leespartners binnen school taaluren heeft om de uitvoering van het schoolleesplan te coordineren (Bron: Fantasiaboek).

Creatief schrijven
Abstract: Op eigen wijze weergeven van persoonlijke gedachten en gevoelens in geschreven taal.

Culturele bias
Abstract: Nadelig effect bij het onderwijs in Nederlands als tweede taal, ontstaan door cultuurverschillen.

Cursorisch taalonderwijs
Abstract: taalonderwijs zoals dat in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw werd gegeven en waarin deelvaardigheden als spelling, grammatica, stijl en interpunctie een belangrijke rol speelden.

D.A.T.
Abstract: Dagelijkse Algemene Taalvaardigheid, d.w.z. de -concrete- taal die een kind in dagelijkse situaties verwerft en nodig heeft, dit in tegenstelling tot CAT (Cognitieve Algemene Taalvaardigheid), de -meer abstracte- taal die de tweedetaalverwervers met name in schoolse situaties verwerven en nodig hebben.

DLE
Abstract: Didactische Leeftijdsequivalent
Tekst: Een dl (didactische leeftijd) geeft aan hoeveel maanden een kind onderwijs heeft gehad. Een schooljaar telt 10 maanden. Bij het begin van groep 3 wordt gestart met tellen. Voor groep 1 en 2 wordt teruggeteld.

Decoderen
Abstract: Het ontsleutelen van woorden, tekens omzetten in klanken: lezen (wordt in de praktijk zowel voor lezen als voor spellen gebruikt).

Deeltaalvaardigheid
Abstract: Een van de vaardigheden die kunnen worden onderscheiden in de taalverwerving (Bron: Nederlands als tweede taal in het basisonderwijs (2005), p.37).
Tekst: De volgende vaardigheden worden volgens Nederlands als tweede taal in het basisonderwijs tot de deeltaalvaardigheden gerekend:

Deelvaardigheid
Abstract: Een van de vaardigheden die volgens bepaalde leestheorieën kunnen worden onderscheiden in het leesproces.
Tekst: Volgens de taakanalytische of procesanalytische benadering van het leren lezen, kunnen in het leesproces verschillende vaardigheden worden onderscheiden. Zo bestaat de elementaire leeshandeling uit analyse van grafemen (ook wel visuele analyse), uit grafeem/foneemkoppeling (ook wel klanktekenkoppeling) en uit en uit synthese van fonemen (ook wel auditieve synthese). Aan de basis van elk van deze deelvaardigheden kunnen we weer andere deelvaardigheden onderscheiden: visuele discriminatie, auditieve discriminatie, begrippen, temporele orde waarneming, sequentiele orde waarneming enz.

Deelvaardigheidsonderzoek
Abstract: Diagnostisch onderzoek naar de deelvaardigheden van lezen en spellen

Dialect
Abstract: Variëteit van een taal die in een taalgemeenschap -in vergelijking met de gestandaardiseerde variëteit van die taal- en beperkte communicatieradius en gebruiksfunctie heeft. (Bron: Taaldidactiek aan de Basis, 1992).
Tekst: Eeuwen lang was er de tegenstelling tussen het latijn (de taal van de adel en de geestelijkheid waarin werd geschreven en gelezen) en de volkstaal, een grote verzameling streektalen die in de Nederlanden werden gesproken. Pas in de zestiende eeuw werd het gangbaar in de volkstaal te schrijven. De eigen streektaal vormde daarbij het uitgangspunt. Er zijn veel persoonlijke documenten, bijvoorbeeld reisverslagen bewaard gebleven, die in verschillende streektalen zijn geschreven. De komst van de Statenbijbel heeft er mede toe geleid dat er een `standaardtaal` ontstond.

Dictee
Abstract: In het spellingonderwijs veelgebruikte toetsvorm waarbij woorden uit verschillende of dezelfde spellingcategorieën door de leerkracht worden gedicteerd en door de leerlingen opgeschreven.
Tekst: De volgende soorten dictees worden onderscheiden naar functie:

Dictoglos
Abstract: een werkvorm voor het taalonderwijs waarbij de interactie tussen taalleerders centraal staat en verschillende taalvaardigheden tegelijkertijd worden geoefend.
Tekst: Als gewerkt wordt met Dictoglos maken cursisten, naar aanleiding van een luisteroefening, in overleg met elkaar een grammaticaal en lexicaal correcte reconstructie van een tekst.

Didactische resistentie
Abstract: Bij dyslexie is sprake van hardnekkige lees- en/of spellingproblemen op woordniveau, die met intensieve begeleiding nauwelijks tot niet te verhelpen zijn. Met andere woorden, op woordniveau blijven de problemen bestaan ondanks extra oefening van de technische vaardigheden. Belangrijk is te weten dat dyslextische leerlingen op tekstniveau over het algemeen wel vooruitgaan als ze goed instructie krijgen, voldoende oefening in tekst lezen en gebruik mogen maken van hulpmiddelen bij lezen en schrijven.

Diepe woordkennis
Abstract: Leerlingen moeten aan de verworven woorden een breed scala van betekenisaspecten kunnen toevoegden en ze moeten hun woordkennis uitbouwen tot een hecht en wijd vertakt netwerk. (bron: S. Verhallen).

Dierenregels
Abstract: Spellingregels die steeds uitgaan van een woord dat een dier of meer dieren aanduidt. Deze spellingregels zijn te vinden in de methode `Zelfstandig Spellen`.

Differentiatiefase
Abstract: Fase in de taalontwikkeling waarin een kind een aantal -in de vroeglinguale fase- verworven vaardigheden gaat verfijnen en uitwerken.

Digitale taalprojecten
Abstract: Projecten waarbij kinderen met behulp van internet informatie verzamelen, communiceren of zelf materiaal ontwerpen.
Tekst: voorbeelden van digitale taalprojecten zijn:

Dinokrokusmethode
Abstract: Innovatieve methode voor tweedetaalonderwijs waarin interactie in de tweede taal de belangrijkste werkvorm is

Discrepantiecriterium
Abstract: Een van de criteria die Prof. Dr. J.J. Dumont heeft opgesteld om de diagnose dyslexie te kunnen stellen.

Documentatiecentrum
Abstract: Ruimte in basisscholen waar informatieve boeken zijn ondergebracht die kinderen kunnen raadplegen en lenen.
Tekst: Het documentatiecentrum wordt meestal beheerd door ouders. Kinderen kunnen er boeken lenen voor projecten of spreekbeurten. Het is belangrijk dat de boeken in een documentatiecentrum niet verouderd zijn. Ook zou het documentatiecentrum moeten worden uitgebreid met cd-roms, video`s, cd`s enz.

Doeltaal
Abstract: Taal die naast de moedertaal verworven wordt. Als een Turkstalig kind het Nederlands verwerft, is het Nederlands voor dit kind de doeltaal.

Doofheid
Abstract: Zie voor meer informatie: slechthorendheid/doofheid en taal

Drama en taalverwerving
Abstract: Drama is bij uitstek geschikt om de taalverwerving van kinderen te stimuleren.
Tekst: Kinderen leren taal en woorden sneller als ze ze kunnen beleven. Een woord is heel wat veelzeggender als je het `doet` dan wanneer je het uitgelegd krijgt.

Drie-minuten-toets
Abstract: Toets, waarbij één, twee, drie keer een minuut lang woorden moeten worden gelzen. Afkorting: CITO-DMT.
Tekst: Zie voor meer informatie `woordtoetsen`.

Dubbelzetter
Abstract: Hulpmiddel, ontleend aan de methode Letterstad, bij het spellen van de gesloten lettergreep. Komt in Spelling in de Lift voor als Verdubbelaar.

Duo-lezen
Abstract: Lezen in tweetallen waarbij de leerlingen om de beurt hardop lezen, terwijl de ander meeleest.
Tekst: De leesvorm duo-lezen is geïntroduceerd in de methode Leeslijn/leesweg. Het is te zien als een variant op niveaulezen. Omdat bij duolezen in tweetallen wordt gelezen, krijgen de kinderen vaker een leesbeurt.

Dysarthrie
Abstract: Spraakstoornis ten gevolge van een stoornis in de zenuwvoorziening van de spieren door beschadiging van het zenuwstelsel.

Dyscalculie
Abstract: Ernstige rekenproblemen, gebaseerd op problemen met automatisering. Het (leren) rekenen verloopt ernstig gestoord. Het kind slaagt er niet in inzichten en/of rekenvaardigheden en/of oplossingsstrategieën te verwerven, flexibel toe te passen en te automatiseren.
Tekst: Dyslexie gaat vaak samen met automatiseringsproblemen. Dat is bij dyscalculie ook het geval. Heeft dit bij dyslexie gevolgen voor het leren van de letters en voor het snel herkennen van woorden, bij dyscalculie zijn problemen te vinden met het leren van de cijfersymbolen, het leren van de tafels en/of het opslaan en het terugvinden van informatie in het werkgeheugen.

Dysfasie
Abstract: Primaire taalstoornis. Het gaat hier om een stoornis die zich voordoet bij het verwerven van taal, zonder dat er een aanwijsbaar neurologisch letsel is.
Tekst: Kenmerken van dysfasie:

Dyslexie Instanties
Abstract: Instanties die (op verschillende manieren) te maken hebben met dyslexie.
Tekst: Instanties

Dyslexie Internetsites
Abstract: Websites op het gebied van dyslexie
Tekst: Zie voor een uitgebreid overzicht van Nederlandse en buitenlandse sites de rubriek `veelgestelde vragen` op het prikbord van de taalsite.

Dyslexie Masterplan
Abstract: Het Ministerie van OCW heeft 5 miljoen euro uitgetrokken om op korte termijn te komen tot een geïntegreerde aanpak van dyslexie in het primair en voortgezet onderwijs. Daartoe is in het voorjaar een Masterplan Dyslexie opgesteld door KPC-groep, WSNS-Plus en het Expertisecentrum Nederlands. Dit plan heeft tot doel om de kennis en deskundigheid op het gebied van dyslexie breed te implementeren in het PO en VO, in aanvulling op de activiteiten die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden, zoals de ontwikkeling van dyslexieprotocollen voor PO en VO en de implementatie van het Protocol Leesproblemen en Dyslexie in de onderbouw van het basisonderwijs.
Tekst: In het schooljaar 2004-2005 zullen de activiteiten die in het Masterplan staan beschreven samen met scholen, onderwijsinstellingen, ouderverenigingen en zorginstituten worden uitgevoerd. Het masterplan kent vier hoofdprojecten:

Dyslexie
Abstract: Ernstige leesstoornis.
Tekst: Dyslexie is voor wat betreft het leesgedrag moeilijk te onderscheiden van leesstoornissen in het algemeen.

Dyslexieprotocol
Abstract: De Protocollen Leesproblemen en Dyslexie zijn ontwikkeld door het Expertisecentrum Nederlands. De boeken bieden richtlijnen voor de begeleiding van kinderen met (dreigende) leesproblemen volgens een gedetailleerd uitgewerkt stappenplan. Het is bedoeld voor leerkrachten en andere betrokkenen in het primair onderwijs (regulier en speciaal basisonderwijs).
Tekst: De protocollen geven aanwijzingen voor observatie en toetsing van leesvaardigheden en vaardigheden die daaraan voorafgaan. Daarnaast bevatten ze uitgebreide suggesties voor de invulling van de interventies, aansluitend bij bestaande methoden, materialen en orthotheken. Ook bij recente bevindingen uit de literatuur rond effectieve leesbegeleiding worden suggesties gegeven. De Protocollen Leesproblemen en Dyslexie sluiten aan bij de Tussendoelen Beginnende en Gevorderde Geletterdheid voor kinderen die achterblijven in hun ontwikkeling van geletterdheid. Voor de begeleiding van dyslexie kunnen leerkrachten ook gebruik maken van Dyslexpert.

Dyslexievriendelijke school
Abstract: Een dyslexievriendelijke school in een school die de problemen die leerlingen met dyslexie op sociaal-emotioneel en cognitief niveau ondervinden serieus neemt, de problemen vroegtijdig signaleert en deze op een adequate wijze aanpakt. Daarnaast besteedt zo`n school ruim aandacht aan de sterke kanten van de leerling, zodat die zich ook optimaal kunnen ontwikkelen. De absolute basis voor effectief onderwijs aan leerlingen met dyslexie is een stimulerende leeromgeving en goed leesonderwijs. Alleen als daaraan is voldaan, kan alle extra hulp, zoals aanvullende oefening aan de instructietafel of remedial teaching, de gewenste effecten opleveren.

Dyslexpert
Abstract: Een kennissysteem op Internet dat leraren of leesspecialisten hulp biedt bij de begeleiding van kinderen in groep 3 tot en met 8 met leesproblemen of dyslexie.
Tekst: Dyslexpert is ontwikkeld door de Katholieke Universiteit Nijmegen. Wanneer bij een leerling leesproblemen worden vermoed, kunnen de gegevens van de specifieke leerling met lees- en of spellingproblemen worden ingevoerd. Het systeem is zo opgebouwd dat de gebruiker naar aanleiding van zijn antwoorden passende vervolgvragen krijgt en specifieke suggesties. Wanneer een behandeladvies gewenst is, kan het lees- en of spellingprobleem uitgebreid geanalyseerd worden. Na het uitvoeren van de behandeling, waarbij de gebruiker kan meedenken over de invulling, kan dyslexpert geraadpleegd worden over te nemen vervolgstappen. In het systeem kunnen alle gegevens in een leerlingdossier worden bewaard. Wanneer de problemen na een of meerdere systematische behandelperioden, niet of maar voor een klein deel verholpen zijn, kan aanvullend onderzoek plaatsvinden door een orthopedagoog en/of psycholoog en (soms een beperkt deel) door een logopedist. Het digitale leerlingdossier kan dan overgedragen worden.

Dysorthografie
Abstract: problemen hebben met spelling
Tekst: Meestal valt het begrip dysorthografie onder dyslexie. Dan wordt onder dyslexie verstaan: hardnekkige problemen met lezen en spellen. Soms worden beide begrippen ook naast elkaar gebruikt. Bij dyslexie gaat het dan om problemen met lezen, bij dysorthografie om problemen met spellen

Dyspraxie
Abstract: Dyspraxie is een stoornis in het doelgericht bewegen of handelen. Er zijn verschillende vormen: monddyspraxie, verbale dyspraxie, bewegingsdyspraxie, planningsdyspraxie.

Eclectische methode
Abstract: Een methode waarin verschillende aspecten en ideeën uit al bestaand materiaal als uitgangspunt zijn genomen.
Tekst: Met name bij het ontwikkelen van verschillende methodes voor aanvankelijk lezen begin jaren `90, werd gesproken van eclectische methodes. Dat wil zeggen dat verschillende aspecten van de nieuwe methodes ontleend waren aan een aantal oudere. In een methode als De Leeslijn werd bijvoorbeeld gebruik gemaakt van structuurmethodes en van de ideeën rond natuurlijk leren lezen. Dit is niet nieuw. Zo werden de begrippen hakken en plakken bij Veilig leren lezen ontleend aan Letterstad, evenals begrippen als tekendief in Spelling in de lift. Ook bij de ontwikkeling van recente taalmethodes was sprake van eclecticisme.

Effectief taalonderwijs
Abstract: Taalonderwijs dat toegespitst is op een specifieke groep leerlingen, bijvoorbeeld op leerlingen met een niet-Nederlandstalige achtergrond en/of op leerlingen met problemen op het gebied van taal, lezen en/of spellen.
Tekst: In de literatuur is moeilijk een definitie van effectief taalonderwijs te vinden, terwijl er wel allerlei cursussen voor leerkrachten onder die naam worden georganiseerd. De verklaring zou kunnen liggen in het feit dat het afhankelijk is van de doelgroep welke vorm van taalonderwijs het meest effectief is.

Eindtoets CITO en taal
Abstract: Toets die op veel scholen wordt afgenomen tegen het eind van groep 8. De toets bepaalt mede het vervolgonderwijs van de leerlingen.
Tekst: Onderstaande tekst is een bewerking van de tekst op www.cito.nl over de eindtoets.

Elementaire leeshandeling
Abstract: Het lezen van eenvoudige klankzuivere (mkm)-woorden door volledige verklanking.
Tekst: Bij de elementaire leeshandeling worden van links naar rechts fonemen gekoppeld aan grafemen, waarna de fonemen in de juiste volgorde worden onthouden en vervolgens samengevoegd. Dan wordt het woord uitgesproken en de betekenis eraan gekoppeld. Hierbij zijn verschillende deelvaardigheden te onderscheiden.

Elementaire spellinghandeling
Abstract: Basisstrategie die in het onderwijs gebruikt wordt om leerlingen te leren spellen
Tekst: Volgorde van de elementaire spellinghandeling:

Ello
Abstract: Effectief Leren Lezen Ondersteuningsprogramma, een remediërend programma voor zwakke lezers in de eerste fase van het aanvankelijk lezen.
Tekst: ELLO is ontwikkeld door het CPS in samenwerking met de Katholieke Universiteit Nijmegen en bestemd voor zwakke lezers in groep 3 die zo vroeg mogelijk worden gesignaleerd en vanaf de herfstvakantie zes weken lang dagelijks een half uur individuele hulp krijgen. Eventueel volgt nog een tweede periode van zes weken. Het gaat om kinderen met een slecht ontwikkeld fonemisch bewustzijn, die moeite hebben met begrijpend luisteren, met een moeizaam verlopende spraaktaalontwikkeling, die weinig op lezen/schrijven gericht zijn, met een beperkte woordenschatontwikkeling.

Ervaringsgericht Onderwijs en taal
Abstract: Ervaringsgericht Onderwijs is een onderwijsconcept dat is ontstaan in 1979. Het doel was vanuit een ervaringsgerichte basishouding aandacht hebben voor sociaal emotionele problemen (bevrijdingsprocessen) en ontwikkeling bij kinderen stimuleren (creatieve processen); daarbij staan drie middelen de leerkracht ter beschikking: ruimte geven voor initiatief, het milieu verrijken en échte communicatie tot stand brengen door een ervaringsgerichte omgangswijze.
Tekst: Uit bovenstaande definitie blijkt dat taal een belangrijke basis is voor ervaringsgericht onderwijs. Dat komt bijvoorbeeld tot uiting in het prakijkprincipe ``ervaringsgerichte dialoog`` of in de empathieschaal waarin de manier van interactie die de leerkracht kiest, gescoord kan worden.

Exclusiviteitscriterium
Abstract: Een van de criteria die prof. Dr. J.J. Dumont heeft opgesteld om de diagnose dyslexie te kunnen stellen.

Expanderen
Abstract: de uiting van kinderen overnemen, uitbreiden en in een goede vorm teruggeven.
Tekst: Voorbeelden van expanderen:

Expertisecentrum Nederlands
Abstract: Door de overheid ingesteld centrum dat als taak heeft het taalonderwijs in Nederland te verbeteren en zich met name richt op de eerste vier jaren van het basisonderwijs.
Tekst: De keuze voor vestiging van het Expertisecentrum aan de Universiteit van Nijmegen was op grond van het Actieplan Taal onder redactie van prof. Dr. C. Aarnoutse. Hij beschrijft hierin de knelpunten die zich voordoen in het taalonderwijs en geeft een aanzet tot mogelijke oplossingen.

Expressie schrijven
Abstract: Op eigen wijze weergeven van persoonlijke gedachten en gevoelens in geschreven taal.

Expressieve taalfunctie
Abstract: Functie van taal die gericht is op het zich op een eigen individuele manier uitdrukken.
Tekst: In (bron: Nederlands als tweede taal in het basisonderwijs (1997)p.94) wordt als onderdeel van de cognitieve functie van taal `fantaseren` genoemd. Kinderen roepen spontaan met taal een fantasiewereld op. Fantaseren heeft een relatie met de expressieve taalfunctie.

Extralexicale betekenis
Abstract: Betekenis ontleend aan non-verbale aspecten van communicatie.

Eén-persoon-één-taalstrategie
Abstract: Wanneer kinderen twee talen tegelijkertijd verwerven, is het belangrijk om deze strategie toe te passen. Er kunnen verschillende talen tegen een kind worden gesproken, maar elke persoon spreekt consequent in dezeflde taal tegen het kind.

Factie
Abstract: combinatie van fictie en factie
Tekst: Bij de methode `Leeslijn` (ThiemeMeulenhoff) worden zogenaamde factieboekjes uitgegeven waarin verhalen worden afgewisseld met informatieve teksten en plaatjes uit de chte wereld.

Fantasia Plus
Abstract: Aanvulling op het leesbevorderingsprogramma Fantasia voor scholen die moeite hebben met de keuze van boektitels rond identiteitsgevoelige onderwerpen binnen het bestaande programma Fantasia.
Tekst: Betrokken instanties bij de totstandkoming van Fantasia plus: Overijsselse Bibliotheekdienst, Schoolbegeleidingsdienst Centraal Nederland. Gereformeerde Hogeschool Zwolle, Gereformeerd Pedagogisch Centrum, Christelijk Lektuur Kontakt, Stichting Samenwerkende Christelijke Boekhandels.

Fantasia
Abstract: Leesbevorderingsproject voor kinderen van de basisschool, uitgevoerd door de Stichting Lezen, Sardes en de stichting Schrijvers, School en Samenleving op initiatief van het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.
Tekst: Met Fantasia is het de bedoeling dat leesbevordering een structureel onderdeel van het lesrooster en van het schoolwerkplan wordt. Binnen het Fantasiaplan worden twee doelgroepen onderscheiden: Alle leerlingen van de basisschool en de omringende leespartners: basisschool (leerkrachten, directies enz.), bibliotheek, boekwinkel en ouders.

Feedback
Abstract: Reactie (op een taaluiting of op het lezen van een kind)
Tekst: Met betrekking van het leren van Nederlands als tweede taal kunnen vijf feedbackstrategieën worden onderscheiden:

Filosoferen met kinderen
Abstract: kinderen de ruimte geven om hun gedachten te verwoorden, naar elkaar te leren luisteren en elkaars ideeën te respecteren.
Tekst: Geschiedenis van het filosoferen met kinderen

Fine-tuning
Abstract: je taal precies proberen af te stemmen op het niveau van de leerling, zodat die de informatie helder en scherp kan opvangen.

Flitsen
Abstract: Een bij het aanvankelijk lezen veelgebruikte werkvorm on de directe woord- of letterherkenning te versnellen. Een letter of woord wordt even getoond waarna de leerling zegt om welke letter of welk woord het gaat.
Tekst: Flitsen blijkt een effectieve manier om het direct herkennen van letters en woorden te stimuleren. Meestal wordt gebruik gemaakt van flitskaartjes, kleine kaartjes waarop een woord of een letter is geschreven. Er zijn ook verschillende computerprogramma`s voor het flitsen van woorden en letters. Een voordeel daarvan is dat de leerkracht zelf de moeilijkheidsgraad en de flitsduur kan instellen.

Foneem-grafeemkoppeling
Abstract: Een deelvaardigheid van het aanvankelijk lezen: het omzetten van fonemen in grafemen of andersom.
Tekst: Ook wel: klanktekenkoppeling

Foneem
Abstract: Klank
Tekst: Het gaat hier om klanken met een betekenisonderscheidende functie, dus om het onderscheid tussen de b en de d in bal en dal en niet om spraakklanken die op grond van articulatievarianten verschillen (bijvoorbeeld het verschil tussen de r in beer en rood)

Fonemisch bewustzijn
Abstract: Een specifieke gevorderde fase van het fonologisch bewustzijn waarbij kinderen in staat zijn eenlettergrepige woorden in afzonderlijke klanken op te delen.
Tekst: Het fonologisch bewustzijn is veel breder dan het fonemisch bewustzijn. Er vallen zaken als auditieve discriminatie, auditieve synthese en rijmen onder. Deze aspecten worden in de kleutergroepen geoefend. Het fonemisch bewustzijn richt zich op de auditieve analyse van woorden in klanken en de synthese van klanken in woorden. Wordt het fonologisch bewustzijn geoefend in groep 1 en 2, een aantal aspecten van het fonemisch bewustzijn (met name het opdelen van woorden in afzonderlijke klanken)wordt door veel kinderen pas tijdens het aanvankelijk lezen bereikt en niet ervoor.

Fonetiek
Abstract: Wetenschap die zich bezighoudt met het onderscheid in spraakklanken zonder betekenisonderscheidende functie.
Tekst: Dit zijn klanken die op grond van articulatievarianten verschillen, bijvoorbeeld de r in rood en in beer.

Fonetisch schrift
Abstract: een woord spellen zoals je het hoort
Tekst: Kinderen spellen aanvankelijk nog fonetisch. Ook in woordenboeken wordt altijd de fonetische spelling van een woord vermeld.

Fonologie
Abstract: Wetenschap die zich bezighoudt met het onderscheid in fonemen met een betekenisonderscheidende functie.
Tekst: Het gaat hier om verschillen tussen klanken die een betekenisverandering tot gevolg hebben, bijvoorbeeld pal en bal.

Fonologisch bewustzijn
Abstract: Het (toenemend) vermogen (bij jonge kinderen) te abstraheren van de betekenis van taal, zich te richten op de klankvorm en te manipuleren met klanken.
Tekst: Het fonologisch bewustzijn speelt een grote rol bij het lezen en spellen. Het is dan ook belangrijk om er in de kleutergroepen aandacht aan te besteden. Dat kan door activiteiten die gericht zijn op auditieve discriminatie en op analyse, synthese en rijmen.

Fonologische route
Abstract: Een woord wordt gelezen door het volledig te verklanken.

Fonologische vaardigheid
Abstract: Een aspect van taalvaardigheid (ook wel deeltaalvaardigheid): het vermogen klanken te onderscheiden en correct te gebruiken.
Tekst: Met name voor allochtone leerders is het onderscheid tussen klanken heel moeilijk, omdat klanken die in het Nederlands betekenisonderscheidend zijn dat in hun eigen taal eventueel niet zijn. Bij kinderen met Nederlands als moedertaal is dit aspect minder relevant, omdat ze al weten dat met baard en paard verschillende begrippen worden bedoeld. Hoogstens kunnen ze klanken niet goed uitspreken of verwisselen ze klanken.

Fopletter
Abstract: Bij lezen en spellen: klankverkleuring onder invloed van de r.
Tekst: De spellingregel luidt: Je hoort i, o, u. Je schrijft ee, oo, eu. Dit geldt voor woorden met eer, oor, eur.

Foreigner talk
Abstract: Krom Nederlands dat wel door Nederlands-sprekenden wordt gebruikt tegenover niet of niet correct Nederlands-sprekenden.

Formele taalbeschouwing
Abstract: Onderdeel van de taalbeschouwing waarin de vorm van taal centraal staat.

Forumlezen
Abstract: Eén of meer leerlingen bereiden een tekst voor (betreffende leestechnische problemen, voordracht en inhoud). Zij gebruiken daarvoor verschillende bronnen. Zij presenteren hun tekst aan de klas en naar aanleiding van vragen die door de klas gesteld worden, ontstaat discussie.
Tekst: Het begrip forumlezen wordt weinig meer gehanteerd. Aspecten van het forumlezen vinden we bijvoorbeeld terug in de spreekbeurt

Foutenanalyse
Abstract: Na het afnemen van een toets worden de fouten gecategoriseerd.
Tekst: Foutenanalyses spelen vooral een rol in het lees- en spellingonderwijs (en het rekenonderwijs). Er wordt ook wel gesproken van kwalitatieve analyses (tegenover kwantitatieve analyses waarbij alleen het leesvaardigheidsniveau wordt vastgesteld). Wanneer alleen gekeken wordt naar het lees- of spellingresultaat, wordt gesproken van een productanalyse. Wordt gekeken naar het lees- of spellinggedrag, dan is sprake van een procesanalyse.

Fragmentarisch voorlezen
Abstract: Het voorlezen van bepaalde gedeelten uit een boek met als doel dat leerlingen het boek zelf gaan lezen.

Freinetonderwijs en taal
Abstract: In het dagelijks programma op een Freinetschool speelt taal een belangrijke rol. Het letterlijk onderwijzen van taal gebeurt op individuele wijze. Daarnaast zijn kringgesprekken, het maken en presenteren van werkstukken, (het werken met portfolio) erg belangrijk.
Tekst: Volgens Freinet moet lesstof in een zinvolle context worden aangeboden. Ook moesten leraar en leerlingen op een democratische manier met elkaar omgaan. In het Freinetonderwijs wordt veel gewerkt met hoeken die aansluiten op de vier uitgangspunten van het Freinetonderwijs: uitgaan van ervaringen en belevenissen van kinderen; leren is al handelend zoeken en ontdekken; het werk van de leerlingen moet plaatsvinden in een voor hen herkenbare context en opvoeding vindt plaats door democratisch overleg.

Fries taalonderwijs
Abstract: Het Fries maakt deel uit van het taalonderwijs op een aantal basisscholen.Het onderwijs in de Friese taal op de basisschool is erop gericht, dat kinderen van de Friese taal gebruik kunnen maken in de situaties waaarin het Fries gewoonlijk als voertaal gebruikt wordt. (Startbekwaamheden Friese taal 2.1.3.)
Tekst: In de startbekwaamheden Friese taal wordt aangegeven wat het eigen niveau van de beginnende leraar Fries dient te zijn en hoe de vakdidactiek en de vakinhoud van het Fries er in het basisonderwijs uit zouden moeten zien. Ook zijn er kerndoelen voor het onderwijs in het Fries geformuleerd.


Zoek

Typ een term en klik op `Zoek`.

Online taaltest

De NTR, de VPRO, de Universiteit Gent en Canvas hebben een wetenschappelijk onderzoek naar Taal opgezet en doen dit door middel van een online taaltest. Hoeveel woorden ken jij?

Handig
Woordenboek
Vertalen

Naar
Synoniemen
Google

Recent gezocht

De laatste zoekopdrachten. Tussen haakjes staan resp. de resultaten en verwante resultaten.
animo (6/4)
De Blauwe wenssteen (1/0)
indachtig (2/0)
verontrustend (2/0)
enclave (11/3)
Chronique scandaleuse (1/0)
Kurdt Vanderhoof (1/0)
component (14/8)
Hold On (4/6)
Uitwijken (5/0)
Bouwraam (1/0)
associëren (6/0)
debris (5/1)
gezichtsstoornissen (1/0)
flits krediet (1/0)
selenium sulfide (1/0)
Arts And Crafts Beweging (3/0)
dashboard (8/4)
Diederik Samsom (1/0)
Widget (8/0)
viremie (5/0)
love lock (2/1)
Water in de wijn doen (1/0)
excentrisch (5/8)
© Encyclo MMXII | Contact | Privacy | Woorden toevoegen