Kopie van `Katholiek ABC`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Katholiek ABC
Categorie: Religie en filosofie > Katholiek
Datum & Land: 07/10/2007, NL
Woorden: 179


Abdij
Klooster van een contemplatieve orde met een abt of abdis aan het hoofd en een prior of priorin als plaatsvervang(st)er.
Zie ook: gardiaan, intronisatie, kromstaf, pontificeren, sticht.

Absis
Overwelfde, halfronde of veelhoekige koornis als uitbouw van het hoofdaltaar in sommige grote kerken (basilieken), vaak voorzien van zitbanken voor aan de plechtigheden deelnemende geestelijken.

Absolutie
Kwijtschelding van in de biecht beleden zonden, door de priester in Christus' naam verleend.

Absoute
Liturgisch gebed dat na de requiemmis voor de overledene wordt uitgesproken of (meestal) gezongen.

Agape-Viering
Grieks: agapè: liefde (vgl. l Cor. 13,13): gemeenschappelijk liefdesmaal van (de eerste) christengemeenten ter gedachtenis aan het Laatste Avondmaal; thans met de betekenisonderscheiding dat er geen consecratie van brood en wijn plaats vindt en ook geen geconsacreerd brood en wijn uitgedeeld worden.

Agnus Dei
Latijn: lam Gods: driemaal herhaald gebed of gezang op het einde van de mis (met tweemaal de toevoeging: dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons, en de derde maal met de toevoeging: dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons de vrede).

Ambo
Verhoging(en) in sommige grote kerken (basilieken) opzij vooraan het hoofdaltaar, voor de verkondiging en het voorlezen van het evangelie (aan de noordzij, links vanuit de kerk) en de rest van de heilige schrift (aan de zuidzij, rechts vanuit de kerk).
Zie: altaar, basiliek.

Amict
Witlinnen liturgische schouderdoek, waaroverheen een kazuifel wordt gedragen.

Andrieskruis, Sint
Kruis met schuine balken in X-vorm. Volgens de traditie zou de apostel Andreas aan zo'n kruis gekruisigd zijn. De naam wordt o.a. gebruikt voor een dergelijk kruis op verkeersborden.

Angelus
Latijn: engel, daarvan afgeleid: het angelus, als beginwoord van het Latijnse gebed Angelus Domini, in het Nederlands De Engel des Heren. Die werd vroeger driemaal daags gebeden (om zes uur's morgens, om twaalf uur's middags en om zes uur's avonds). Voor het angelus werd de kerkklok geluid, telkens driemaal kort en eenmaal lang, ter aanduiding van de duur der onderdelen van het gebed.
Zie ook: engelen, regina coeli.

Annunciatie
Latijn: aankondiging, namelijk de boodschap van de aartsengel Gabriël aan Maria, dat zij van de heilige Geest zou ontvangen en moeder zou worden van Jezus Christus. Het feest van de Annunciatie, oftewel Maria Boodschap, wordt gevierd op 25 maart.

Antifoon
Refrein of beurtzang, onder andere vóór en na een psalm, maar ook als zelfstandig gezang.

Apologetiek
De leer van de geloofsverdediging.

Apostolaat
In het algemeen de verspreiding van het geloof; vaak met nadere specificatie, b.v. apostolaat des gebeds, apostolaat der hereniging, e.d.

Apostolisch Vicaris
Hoofd van een apostolisch vicariaat, d.w.z. van een missiegebied waaraan nog niet de status van aartsbisdom is toegekend. De apostolisch vicaris wordt rechtstreeks door de paus benoemd en heeft binnen zijn vicariaat dezelfde bestuursbevoegdheden als een bisschop.

Apostolische Stoel
Ook wel Heilige Stoel: de Romeinse bisschopszetel van de paus, hoofd van de gehele katholieke kerk.

Askruisje
Op Aswoensdag, de eerste dag van de vasten, tekent de priester tijdens de boeteviering het voorhoofd van de gelovige met een kruisje van gewijde as van verbrande palmtakken; daarbij zegt hij: Gedenk, mens, dat gij stof zijt en tot stof zult wederkeren. Soms wordt de gelovigen ook wel de gelegenheid geboden zichzelf met deze as te tekenen.

Assumptie
Zie: Maria-ten-hemel-opneming.

Aswoensdag
De eerste dag van de vasten, zes en een halve week vóór Pasen, daags na vastenavond.
Zie ook: askruisje, kruisje, paaskring, quinquagesima, roerende feestdagen.

Bul
Pauselijk schrijven van belangrijk geachte inhoud, door hem zelf ondertekend en van zijn zegel voorzien.

Bursa
Latijn: beurs, foudraal in liturgische kleur waarin de opgevouwen linnen doek wordt bewaard, waarop tijdens de eucharistieviering hostie, kelk en ciborie worden geplaatst.
Zie: eucharistie.

Celebrant
Voorganger in liturgische plechtigheid.

Celibaat
Ongehuwde staat, voor priesters en kloosterlingen verplicht.
Zie: diaconaat, oud-katholieke kerken.

Ciborie
Gewijde vergulde of gouden beker met deksel voor het bewaren van geconsacreerde hosties.
Zie: consecratie, corporale, hostie, monstrans, velum.

Clausuur
Besloten gedeelte van een klooster, slot waar personen van het andere geslacht niet zonder geldige reden naar binnen mogen gaan en dat de kloosterlingen niet zonder verlof van de overste mogen verlaten.
Zie ook: hospitium, monialen, tralienonnen.



Clergyman
Priesterkostuum van donkere stof met witte ronde boord en zwart front daaronder.

Clerus
Verzamelnaam van alle clerici, te weten zij die in de katholieke kerk een wijding hebben ontvangen en bij een bisdom of een kloostergemeenschap horen.
Zie: hogere wijdingen.

Cum Licentia Superiorum
Zie: imprimatur.

Curie
Ambtelijk bestuursapparaat ten dienst van paus of bisschop.

Eden
Synoniem voor het aards paradijs.

Eenvoudige Geloften
Geloften van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid, tijdelijk of eeuwig afgelegd in een religieuze congregatie.

Eerherstel
Herstel van de door het kwaad te kort gedane eer van God door daarop gericht gebed en boete.

Eerste Communie
Zie: communie.

Eminence Grise
(1) oorspronkelijk vertrouweling van kardinaal Richelieu;
(2) vertrouweling van (kerk)vorst;
(3) ouder persoon die hoog gezag heeft op bepaald gebied.

Eminence Rouge
Bijnaam van kardinaal Richelieu.

Emmausgangers
De twee leerlingen, Cleophas en diens niet bij naam genoemde metgezel, aan wie Jezus na zijn verrijzenis verscheen, toen zij op weg waren van Jerusalem naar Emmaus: zij herkenden Hem aan het breken van het brood (Lukas 24, 13-36).

Epifanie
Zie: driekoningen.

Epistel
Lezing die in een woorddienst aan de evangelielezing voorafgaat en vaak uit de handelingen of de brieven (epistels) van de apostelen genomen wordt.
Zie ook: eucharistie.

Eremiet
Zie: kluizenaar.

Erfzonde
Zonde die vanaf het begin der mensheid door ieder mens met uitzondering van Maria wordt overgeërfd en door het doopsel weggewassen wordt.
Zie ook: onbevlekte ontvangenis, vergiffenis, verlossing.

Eucharistie
Grieks: dankzegging: sacrament waarin brood en wijn gewijd worden door de instellingswoorden die Jezus tijdens het Laatste Avondmaal uitgesproken heeft: Dit is mijn Lichaam, dit is de kelk van mijn Bloed; ten gevolge van Zijn opdracht herhaald: Doet dit tot mijn gedachtenis.
Zie ook: altaar, credens, kazuifel, kyrie eleison, mis, paaskaars, sacramenten, sacramentsdag, witte donderdag, woorddienst.

Evangelische Raden
Door Jezus uitgesproken adviezen voor wie volmaakt wil leven, met name gehoorzaamheid, zuiverheid en armoede.
Zie ook: geloften.

Evangelisten
De vier auteurs van de evangeliën: Mattheus (symbool Mens), Marcus (symbool Leeuw), Lukas (symbool Rund) en Johannes (symbool Adelaar).

Felix Culpa
Latijn: gelukkige schuld. Bij de wijding van de paaskaars tijdens de Paasnachtviering wordt de exultet - of de Nederlandse vertaling ervan - gezongen; daarin wordt de schuld van de mensheid 'gelukkig' genoemd omdat die (schuld) Jezus als verlosser heeft gekregen.

Fundamentalisme
Overdreven orthodoxie, een vaak anti-intellectuele tendens in de interpretatie van de kerkelijke leer.

Gnosis
Grieks: kennis: verdiepte kennis van de goddelijke waarheden.

Goddelijke Deugden
Geloof, hoop en liefde, als gaven van God.

Godmens
Predicaat van Jezus die naar de leer van de kerk de goddelijke en de menselijke natuur in één persoon verenigt.

Godsakker
Synoniem voor gewijd kerkhof.

Godslamp
Altijddurend, op bijenwas of plantaardige olie brandend licht, in de buurt van het tabernakel, om van Gods bijzondere aanwezigheid te getuigen.

Godsvolk
Alle nog levende gelovigen.

Goede Vrijdag
De vrijdag vóór Pasen waarop de kruisdood van Christus wordt herdacht, in de liturgie onder meer door het voorlezen of zingen van het lijdensverhaal (vergelijk de Mattheauspassion, de Johannespassie, enz.), de kruisverering, de kruisweg, en het dragen van zwarte liturgische gewaden.
Zie: donkere metten, kruisontbloting, ratel, roerende feestdagen, triduum.

Goede Week
De week vóór Pasen met Palmzondag, Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Paaszaterdag.
Zie ook: liturgische kleuren, roerende feestdagen, vexilla regis.

Gulden Mis
Mis op quatertemper-woensdag na de derde zondag van de Advent waarvan de liturgie begint met Rorate coeli desuper (Dauwt hemelen de Rechtvaardige), opgedragen aan het Maria-altaar met een overvloed aan brandende kaarsen; aan deze mis werd bijzondere kracht en 'gouden' zegen toegeschreven, vanwege het gedenken van Maria's blijde verwachting.
Zie ook: quatertemperdagen.

Hiërarchie
Rangorde van kerkelijke gezagdragers waarbinnen men gewoonlijk onderscheidt paus, bisschop en priester.

Hiëratisch
De priester of de eredienst betreffende.

Hymne
Grieks: hymnos, gewijde lofzang, met name de psalmen.

Ichtus
Grieks: vis: door de eerste christenen als geheim symbolisch letterwoord gebruikt voor de Griekse woorden Iesous CHristos Theou HUios Sotèr (Jezus Christus, Zoon van God, Verlosser)

Ihs
De eerste drie letters van de naam Jezus in de Griekse spelling IHSOUS; daarna ook als afkorting geïnterpreteerd van b.v. Iesus Hominum Salvator (Jezus, redder van de mensheid), In Hoc Signum (In dit teken), enz.

Ijsheiligen

De heiligen Pancratius (12 mei), Servatius (13 mei) en Bonifatius (14 mei). De naam wijst er op dat het op die dagen vaak koud weer is; soms wordt ook de heilige Mamertus (11 mei) aan dit folkloristische rijtje toegevoegd. Dat de eerste drie namen van AASheiligen (PancrAAS, ServAAS en BonifAAS) tot IJSheiligen zouden zijn geworden, zoals wel eens beweerd wordt, blijkt etymologisch nergens uit.


Ijsheiligen
De heiligen Pancratius (12 mei), Servatius (13 mei) en Bonifatius (14 mei). De naam wijst er op dat het op die dagen vaak koud weer is; soms wordt ook de heilige Mamertus (11 mei) aan dit folkloristische rijtje toegevoegd. Dat de eerste drie namen van AASheiligen (PancrAAS, ServAAS en BonifAAS) tot IJSheiligen zouden zijn geworden, zoals wel eens beweerd wordt, blijkt etymologisch nergens uit.

Imprimatur
Latijn: kan gedrukt worden: vooral in het verleden verleend verlof tot uitgave van een publicatie onder kerkelijk toezicht en met dit woord op een voorpagina vermeld. Ook wel geformuleerd als Imprimi potest (Kan gedrukt worden), Nihil obstat (Geen bezwaar) of Cum licentia superiorum (met verlof van de overheden).

Ite Missa Est
Latijn: Gaat, de mis is uit: woorden waarmee de mis in het Latijn wordt afgesloten.

Itinerarium
Latijn: reisgebed, onder anderen gebaseerd op Lukas 1, 68-79.

Jozefhuwelijk
huwelijk waarbinnen de partners vrijwillig afzien van geslachtsgemeenschap, naar het voorbeeld van Maria en Jozef.

Kindje Wiegen
Kerkdienst met Kerstmis speciaal voor kinderen rond de kribbe.

Kindsheid
(1) de eerste 12 jaren van Jezus' leven;
(2) een van de drie pauselijke missiegenootschappen speciaal gericht op kinderen tot 12 jaar.

Kleine Getijden
Verkorte vorm van het officiële gebed van de kerk.
Zie: brevier.

Kleine Wijdingen
In het verleden door bisschop of priester toegediende wijdingen voorafgaand aan de hogere (subdiaken, diaken, priester, bisschop), nl. deurbewaarder (ostiarius), lezer (lector), bezweerder (exorcista) en misdienaar (acolythus), ook wel lagere of mindere wijdingen genoemd.
Zie ook: acoliet, exorcisme, hogere wijdingen.

Kloosternaam
Naam die men aanneemt bij intrede in een orde of congregatie waar de gewoonte bestaat om de eigen doopnaam te vervangen, soms met de motiverinmg dat het leven in de wereld en de eigen identiteit ophoudt te bestaan bij het begin van het kloosterleven.

Kloosterorde
Zie: orde.

Kloosterprovincie
Gebied waarbinnen meerdere kloosters vallen, bestuurd door een provinciaal.

Kluizenaar
Persoon die zich uit religieuze overwegingen terugtrekt uit de samenleving, ook wel (h)eremiet genaamd.

Nihil Obstat
Zie: imprimatur.

Nimbus
Stralenkrans rond hoofd of lichaam in afbeeldingen van God of heiligen.

Nuchter Blijven
Voormalig, met de nodige jurisprudentie omkleed voorschrift om zich vanaf 12 uur 's nachts van spijs en drank te onthouden vóór het te communie gaan.

Nunc Dimittis
Latijn: Laat nu Uw dienaar gaan, Heer: gezang uit de completen naar het gebed van de oude Simeon toen hij in de tempel het kind Jezus had mogen
Zie ook: getijden.

Nuntiatuur
Residentie van de nuntius.

Nuntius
Pauselijk ambassadeur die het Vaticaan vertegenwoordigt bij de desbetreffende regering en toeziet op de kerkelijke gang van zaken binnen dat gebied.

Oblaten
Leken die zich door tijdelijke belofte van gehoorzaamheid binnen een kloostergemeenschap binden tot geestelijk leven en werken.
Zie ook: geloften.

Observanten
Kloosterlingen die aan een strenge uitleg van de regels vasthouden; tegenover deze stricte observantie staat de ruime observantie.

Octaaf
Uit de joodse traditie overgenomen gebruik om de naviering van een groot religieus feest tot op de achtste dag te laten voortduren.
Zie ook: beloken pasen.

Oecumene
Grieks: oikumènè, bewoonde wereld: (het streven naar) de eenheid van alle christenen.

Oecumenisch Concilie
Algemene kerkvergadering.
Zie: concilie.

Oefening
(1) vaste gebedsformule tot het uitdrukken van religieuze overtuiging of deugd, b.v. de oefeningen van berouw, geloof, hoop en liefde, vroeger actes geheten;
(2) (meestal in het meervoud) godsdienstige exercitie, b.v. de geestelijke oefeningen van Ignatius.

Offerande
Opdracht van brood en wijn, in de mis voorafgaand aan het tafelgebed (de canon), en gewoonlijk samenvallend met de collecte, dat wil zeggen het verzamelen van de offergaven van de gelovigen in geld,- in vroeger tijd ook in natura.

Offerblok
Kistje of kastje in de kerk met gleuf voor geldelijke bijdragen.

Offertorium
Zie: offerande.

Officiaal
Hoofd van bisschoppelijke rechtbank.
Zie: fiscaal.

Officie
(1) het volledige breviergebed;
(2) Romeinse congregatie (ministerie);
(3) elk willekeurig kerkelijk ambt;
(4) heilig officie: met een ministerie te vergelijken Romeinse bestuurscongregatie, tegenwoordig congregatie van de geloofsleer geheten, die tot taak heeft het behartigen van de zuiverheid van geloof en zeden.

Oosters Schisma
Zie: schisma.

Oosterse Kerken
De christelijke kerken die de oosterse ritus volgen; sommige zijn met Rome verbonden, andere niet, nl. de zgn. orthodoxe kerken.

Ora Et Labora
Latijn, bid en werk!, devies van sommige ordes, b.v. die der Benedictijnen.

Orate Fratres
Latijn: Bidt broeders, uitnodiging van de priester tot gezamenlijk gebed tijdens de mis bij het begin van de dienst van de tafel, de offermis of canon.

Oratie
Latijn: oratio, gebed; specifiek het eerste gebed van de voormis.
Zie: mis, woorddienst.

Oratorium
(1) niet-openbare gebedsruimte;
(2) plaats waar men vanaf 1564 te Rome bijeenkwam om te bidden, en zo ook de vereniging van hen die bijeenkwamen;
(3) gewijd muziekstuk, meestal gebaseerd op het oude of nieuwe testament dat zonder toneelrequisieten wordt uitgevoerd (het eerste was het oratorium van Filippo Neri te Rome).

Orde
Gemeenschap van kloosterlingen vóór 1550 gesticht, waarin deze gezamenlijk naar de christelijke volmaaktheid streven en daartoe onder meer de plechtige geloften van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid afleggen; na het midden der 16e eeuw heten deze gemeenschappen congregaties; daarin worden geen plechtige maar eenvoudige geloften afgelegd.
Zie: abdij, belofte, congregatie, derde orde, exempt, frater, geloften, kapittel, ora et labora, regulieren, scholasticaat, seculier.

Ordinarium
Vaststaande delen van de mis.

Ordinarius
Persoon die krachtens het ambt zelf, dus niet gedelegeerd, het bestuur uitoefent.

Oremus
Latijn: Laat ons bidden: liturgische uitnodiging tot gebed.