
uitdrogen werkw. Uitspraak: [ 'œydroxə(n) ] Afbreekpatroon: uit·dro·gen Vervoegingen: droogde uit (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: is uitgedroogd (volt.deelw.)
droog worden Voorbeelden: 'Mijn huid is door de vrieskou helemaal uitgedroogd.' , 'Ik heb erge dorst. Ik ben uitgedroogd.' Synoniemen: indrogen opdrogen verdorren verdrogen
Gevonden op
https://woorden.org/woord/uitdrogen

1) Zijn vocht verliezen 2) Verheien 3) Verdrogen 4) Verdorren 5) Vocht verliezen 6) Opdrogen 7) Verwelken 8) Indrogen
Gevonden op
https://mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/Uitdrogen/1

Voorkomen van uitdroging
Gevonden op
https://encyclo.nl/lokaal/10590
Geen exacte overeenkomst gevonden.