terugbetalen werkw. Uitspraak: [ teˈrʏxbətalə(n) ] Afbreekpatroon: te·rug·be·ta·len Vervoegingen: betaalde terug (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft terugbetaald (volt.deelw.) geld betalen dat je geleend hebt of dat te veel is betaald Voorbeeld: 'Wanneer betaal je me de twintig euro terug die je me nog schuldig bent?' Synonieme... Gevonden op https://woorden.org/woord/terugbetalen